Bronnen bij Psychologische krachten: man en vrouw
|
4 jun.2006 |
Ach, het is nog maar zo kort geleden dat als je zei dat mannen en vrouwen ook
door andere zaken dan opvoeding verschilden, dat je met pek en veren door het
politiek-correcte dorp werd gereden: meisjes werden meisjes en jongens jongens,
omdat de eersten na de geboorte een roze jurkje aankregen, en de tweeden een blauwe broek
. De
wetenschap heeft de politieke-correctheid voor de zoveelste keer gehaald:
Uit: Dagblad De Pers, 08-10-2007, door Ana Karadarevic (volledig artikel
hier
)
Neuropsychiatrie | Hersenen van de vrouw ontrafelt
Uniseks hersenen bestaan niet
Vrouwen gedragen zich anders dan mannen door de grote invloed van hormonen op de
vrouwenhersenen. Dit blijkt uit het zojuist verschenen boek De vrouwelijke
hersenen van de Amerikaanse neuropsychiater Louann Brizendine.
I think of a man, and I take away reason and accountability. De door Jack
Nicholson gespeelde hoofdpersoon verklaart in de film As good as it gets
hoe hij het voor elkaar krijgt zo goed over vrouwen te schrijven. Het lijkt een
postmoderne samenvatting van het bijbelse verhaal waarin. de vrouw uit de rib
van de man komt.
De wetenschap werpt een interessant licht op dit verhaal.
Feit is namelijk dat voor de geboorte mannen vrouwenhersenen hebben. Totdat ze
acht weken oud zijn, zijn alle foetushersenen vrouwelijk. Dan overspoelt een
enorme golf testosteron het mannelijke brein en schakelt een aantal cellen in de
communicatiecentra uit en voegt cellen toe aan de geslachtsdrift- en
agressiecentra. Ziedaar het ontstaan van mannen en vrouwen.
De verschillen in gedrag tussen de seksen en welke rol de
hersenen daarin spelen, legt Louann Brizendine uit in haar boek dat vorige week
in het Nederlands is verschenen. Een belangrijk verschil tussen mannen en
vrouwen is de manier waarop zij communiceren. Vrouwen pikken veel meer
non-verbale signalen op dan mannen. 'Over het algemeen interpreteren vrouwen
gezichtsuitdrukkingen beter dan mannen', zegt Brizendine.
Verder zijn vrouwen beter in het uiten van hun gevoelens en
in het onthouden van de bijzonderheden van emotionele gebeurtenissen. Dat komt
omdat de hersencentra voor taal en horen en die voor taal en herinnering bij
vrouwen groter zijn dan bij mannen. Bij mannen zijn de hersencentra voor
daadkracht en agressie groteren mannen hebben 2,5 keer meer ruimte tot hun
beschikking in dat deel van de hersenen dat zich met geslachtsdrift bezighoudt.
Als gevolg van dit laatste denkt een man op een willekeurige dag veel vaker aan
seks dan een vrouw. ...
Minder vrouwelijke ingenieurs
Als feministische studente aan de voor Amerikaanse begrippen linkse Berkeley
universiteit geloofde Brizendine in het bestaan van uniseks hersenen.
'Wetenschappelijke kennis en levenservaring hebben mij van het tegendeel
overtuigd.' Brizendine heeft haar boek geschreven om het begrip van vrouwen voor
de invloed van hersenen te vergroten, zodat ze op elke leeftijd op hun best
kunnen zijn. Belangrijk om te weten is dat vrouwen en mannen van elkaar
verschillen. Dit leidt ertoe dat er minder vrouwelijke dan mannelijke ingenieurs
zijn....
De vrouwelijke hersenen vragen volgens Brizendine nu eenmaal,
onder invloed van hormonen, om contacten en communicatie. Daarom wikkelde de
drieënhalf jaar oude dochter van een patiënte haar brandweerauto in een deken,
wiegde het speelgoed heen en weer en zei: 'Maak je maar geen zorgen, autootje,
het komt allemaal in orde.' ...
Uit:
De Volkskrant, 20-06-2009.
Rol van genen verschilt bij depressie man en vrouw
Het BDNF-gen, een groeifactor die ervoor zorgt dat met name de zenuwcellen in de
hippocampus weer herstellen na stress, speelt alleen een rol bij depressies van
mannen, en niet van vrouwen. Dat blijkt uit onderzoek van Maaike Verhagen
(Radboud Universiteit Nijmegen), waarop ze komende donderdag promoveert. Ook
genen die betrokken zijn bij neuroticisme, een persoonlijkheidskenmerk dat de
kans op depressie vergroot, zijn voor mannen en vrouwen verschillend. ...
Uit:
De Volkskrant, 18-11-2005, door Karel Jurgens, publicist sinds1991 over
hoogbegaafdheid (volledig artikel hier
)
Red jongens uit onderwijs-woestijn
Jongens presteren in het onderwijs minder goed dan ze zouden kunnen, omdat de
leerstof en dominante leervorm meer bij meisjes past, zegt Karel Jurgens.
In de Volkskrant van 15 november las ik een interview met Steven Lamberts,
rector van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Aanleiding waren de veelal sterk
afwijzende reacties op zijn - in een slechts als illustratie bedoelde bijzin -
gemaakte opmerking dat mannen intelligenter zouden zijn dan vrouwen. Het is
merkwaardig hoe een betrekkelijk eenvoudig fenomeen steeds weer tot onnodige
commotie leidt, en daarmee de aandacht afleidt van het werkelijke probleem. Tijd
om dat eens uit de doeken te doen.
Allereerst de vraag of die opmerking waar is of niet. Het
antwoord is: allebei; dat ligt eraan hoe je kijkt. Intelligentietests worden
samengesteld uit een groot aantal vragen waarvan is gebleken dat de ene mens ze
sneller kan beantwoorden dan de andere. De verschillende aantallen goede
antwoorden die mensen op dit soort tests halen, worden omgerekend naar een
zogeheten normale verdeling. Daarvan is het gemiddelde per definitie honderd en
de standaarddeviatie (een statistische maat, voor de spreiding van de scores) in
de meeste tests vijftien. Als grote groepen mannen en vrouwen dezelfde test
maken, zullen de gemiddelden van die groepen nauwelijks van elkaar verschillen
(het verschil is 'niet significant', zeggen statistici). Conclusie: mannen en
vrouwen zijn gemiddeld even intelligent. Maar kijk je naar de standaarddeviatie,
dan is die bij mannen groter dan bij de vrouwen. Dus: er zijn meer mannen met
een extreem lage of een extreem hoge score. Op het niveau van het universitair
onderwijs, waarvoor een ruim bovengemiddelde intelligentie nodig is, mag je op
grond van die grotere spreiding in scores verwachten dat je meer mannen aantreft
dan vrouwen. Dit is geen discriminatie, tenzij het feit dat mannen gemiddeld
langer zijn dan vrouwen ook discriminatie is. ...
Red.: Voor meer over de theorie van de normale verdeling en de
standaarddeviatie, zie hier
, en de
sociologische toepassing hier
.
Zelfs voor Volkskrant-journalisten lijkt de
werkelijkheid nu een haalbaar gegeven:
Uit:
De Volkskrant, 25-04-2008, door Carien Overdijk
Haak niet af, mannelijke lezer!
Het hoge woord is eruit. Volgens psychologe Susan Pinker is er wél biologisch
verschil tussen mannen en vrouwen. Hersens en hormonen zijn anders. Maar vergeet
het androgyne middenveld niet.
Net nu een derde feministische golf zich aftekent en minister Plasterk veertig
procent vrouwen in topfuncties wil, komt de Canadese klinisch psycholoog Susan
Pinker ertussen. Zij maakt aannemelijk dat mannencarrières de meeste vrouwen
helemaal niet passen.
Het origineel van haar belangwekkende en onderhoudende
vertoog De sekseparadox kreeg twee maanden geleden een lovend onthaal in
Noord-Amerika. Vorige week verschenen Nederlandse, Britse en Franse edities.
Negen andere vertalingen zijn in de maak.
Die internationale dekking getuigt van lepe marketing, maar
die is ditmaal verdiend. Pinker kraakt een mythe die veertig jaar geleden wortel
schoot: dat jongens en meisjes, mits voorzien van dezelfde omgeving, kansen en
begeleiding, zich gelijk ontwikkelen. Zodat ze als volwassenen alles kunnen
delen: het ouderschap én de topfuncties, de verpleging én de techniek.
Natuurlijk wist ons boerenverstand allang dat het zo niet
werkt. Jochies zien we hun pedagogisch verantwoorde pop wegsmijten voor een
mooie auto, terwijl kleine meisjes vaak het omgekeerde doen.
Ruim tien jaar geleden zwaaide de slinger van de
nature-nurture pendule terug naar de biologie. Dankzij neurologisch en
fysiologisch onderzoek weten we inmiddels dat socialisatie niet zaligmakend is.
Hersenstructuren en hormoonspiegels leveren een belangrijke verklaring voor de
wijze waarop onze psyche functioneert.
De koppeling hiervan aan de levensloop van mannen en vrouwen
was echter taboe, na eeuwen van vrouwenonderdrukking. Psychische
man-vrouwverschillen waren sinds de tweede emancipatiegolf een no-go-area
gebleven.
Dit mijnenveld betreedt Pinker. Het verwonderde haar dat haar
wachtkamer altijd vol zat met jongens. En dat, terwijl meisjes inmiddels ook op
de universiteit beter presteren, mannen nog altijd sneller carrière maken. En
dat, ook in het geëmancipeerde Westen, de man de menselijke norm is en de vrouw
de afwijking. ...
De mannelijke intelligentie ligt gemiddeld lager dan bij
vrouwen, maar kent meer uitschieters naar boven (de genieën) en beneden. Mannen
zijn gevoeliger voor ernstige ziekten. Ze beheersen hun emoties minder goed en
miskennen vaker andermans emoties. Leer- en gedragsstoornissen komen ongeveer
zesmaal zo vaak voor bij jongens als bij meisjes. En hoewel meisjes meer aan
angststoornissen lijden, zijn zij verbaal vaardiger, gezonder, slimmer en
doelgerichter dan jongens.
De biologie lijkt hoofdverantwoordelijk voor dit alles. ...
Het is dan ook logisch dat onze door mannen gebouwde
organisaties passen bij de mannelijke biologie, en dat ze mannelijke eisen
stellen aan de topfuncties. Lange werkdagen, met een vorm van monomanie en
hardheid zijn er de norm. Pinker citeert een hele reeks begaafde vrouwen die de
ratrace vrijwillig verlieten omdat het werkklimaat hen benauwde en beperkte.
Anderzijds beschrijft ze ook met humor en inlevingsvermogen hoe de vroegere
probleemjongetjes uit haar therapeutische praktijk in competitieve organisaties
tot bloei komen, zoals de dyslectische Andrew in een commercieel restaurant
(‘Terwijl de spanning in de beperkte keukenruimte knetterde, bleef Andrew
rustig’). En ze merkt op hoezeer nerds floreren in een omgeving die niet al te
veel empathie vereist.
Pinker pleit er terecht voor dat we onze biologische
verschillen erkennen en niet blindelings blijven mikken op hogere quota vrouwen
in de bètawetenschappen en in het topmanagement. Vrouwenhersenen gedijen
simpelweg niet onder extreem mannelijke condities, hoe goed ze ook kunnen
managen of cijferen. ...
Een kale oriëntatie op aantallen mannen en vrouwen houdt een
improductief, stereotiep denken in stand. Slordige lezers kunnen Pinkers’
statistieken en onderzoeksgegevens zelfs voor dit doel misbruiken, terwijl ze
bij een goed begrip leiden tot een meer genuanceerde omgang met
sekseverschillen. ...
Red.: Met het zwakker-worden van het politiek-correcte taboe komen er
ook op dit terrein steeds duidelijker onderzoeksresultaten los:
Uit: De Volkskrant, 01-05-2009, door Mirjam Schöttelndreier
Jongens zijn en blijven jongens
Als jongens nog gewoon op straat voetballen en lekker zitten te gamen met
vrienden, passen meisjes al op bij de buren. Gaan jongens dan toch als
bijbaantje kranten rondbrengen dan zijn de meisjes al volleerde opvoedsters die
tranen drogen, luiers verschonen en eten klaarmaken voor kleine kinderen.
Handig, sociaal en vriendelijk, dat zijn ze al op hun 13de, 14de, 15de. Niet dat
de jongens onaardig zijn, maar ze proppen een krant door de bus en zijn een uur
later klaar.
Een clichébeeld? Nou en of.
Maar het wordt nog door onderzoek bevestigd ook: meisjes zijn
vroeger stabiele, aardige, zeg maar volwassen persoonlijkheden dan jongens. Op
hun 17de is het zo'n beetje gebeurd met de dames. Zij zijn al helemaal klaar
voor een baan en een heuse relatie, terwijl de jongens nog eh ja, liever gamen
en wat los-vast rondhangen. Dat sociaal vaardige, wat een volwassen mens moet
hebben om in de maatschappij mee te komen, komt later: als ze ongeveer 19 zijn.
Dat blijkt uit jarenlang onderzoek dat de Universiteit
Utrecht heeft verricht onder tieners.
OnderzoekerTheo Klimstra: 'Dat het een open deur is dat we
hebben ontdekt dat meisjes eerder volwassen zijn dan jongens, kunnen we niet
ontkennen. Maar toch was het nog nooit echt onderzocht. Dat hebben wij nu
gedaan, door groepen van jongens en meisjes van 12 tot 16 en van 16 tot 20
vragenlijsten te laten invullen. Het leuke is dat de jongeren nu met hun eigen
antwoorden bevestigen wat we uit hersenonderzoek al weten.'
De onderzoekers zelf waren wel verbaasd dat de
persoonlijkheid van jongeren zich nog zo ontwikkelt, en in een bepaalde
levensfase zelfs heel snel. 'Het idee was toch dat het karakter al heel vroeg in
de persoon lag opgeslagen en weinig te beïnvloeden was', aldus Klimstra. Maar
een botte 12-jarige kan opeens omslaan in een zeer charmante 13-jarige. Wie op
zijn 19de nog steeds bot is, hoeft niet meer te rekenen op een ingrijpende
persoonlijkheidsverandering. 'Het beïnvloeden van de persoonlijkheid kan het
beste in de vroege puberteit gebeuren.'
... Naar maar waar,.uit dit onderzoek doemt opnieuw een beeld
op dat in meisjes hulpvaardige verpleegsters huizen en in jongens onaangepaste
maar o zo briljante dokters.
Klimstra kan het niet ontkennen. 'Het is wel een beetje zo.'
Red.: Het is een cliché in de ervaring van normale mensen. Het
was beslist niet een cliché bij de intellectuele smaakmakende elite. Om heel
precies te zijn: dit soort ondersoek zou je kort geleden niet hebben mogen
doen - ook al is het antwoord nog zo cliché. Kijk maar naar de reacties op
iemand die het een item maakt - dan klimmen ze nog steeds massaal in de pen
.
Voor wie aan deze kennis een praktisch vervolg wil geven:
Uit: De Volkskrant, 15-04-2009, door Aimée Kiene
Boek | 'Zoons!', handleiding voor moeders
Zo zijn jongens
In Zoons! legt Gerard Janssen uit hoe moeders met hun zoons moeten
omgaan. ‘Jongens lopen graag als ze praten.’
Rare jongens, die jongens. Zo begint het boek Zoons!, een handleiding
voor moeders die iets wensen te snappen van het wonderlijke gedrag van hun
mannelijk nageslacht. ...
Uit Zoons!: ‘De meeste moeders weten wat het is om een
meisje te zijn. (...) Tuttebellen die houden van vlinders, spiegeltjes,
kraaltjes, schelpjes, lezen, theedrinken en kletsen. Voor meisjes zijn jongens
vreemde klonten met armen en benen die in een parallelle wereld leven, waar
vliegtuigen, auto’s en dinosauriërs wél interessant zijn.’
Schrijver Gerard Janssen (zelf vader van twee zoons en een
dochter) wil met het boek uitleggen dat de wereld van jongens ‘rijker,
kwetsbaarder is dan veel meisjes (lees: moeders) denken.’ En: ‘het hebben van
een zoon is een unieke kans om de jongenswereld van binnenuit te leren kennen.
Een magische wereld met duistere verbonden, abstracte verbanden, onvervulbare
dromen en geheime liefdes.’
Zoons! is geen bloedserieus opvoedboek. Als moeder
tref je in het boek vooral veel wetenswaardigheden over jongens in de categorie
‘handige weetjes’. ...
Jongens vinden hun kapsel niet belangrijk, bijvoorbeeld, maar
vinden het wél vervelend als een moeder de hele tijd aan zijn haar zit of nog
erger: over zijn haar praat.
Ook van belang te weten: agressief gedrag is niet altijd
slecht, want ‘agressie heeft ook te maken met ergens op af durven gaan en met
ambitie’. En jongens die met speelgoedpistolen spelen en imaginaire vriendjes
hebben, zijn vaak vrolijker en integreren beter in de groep dan jongens die dat
niet doen.
Nog eentje dan: ‘Jongens houden er niet van om tegenover
elkaar te zitten, elkaar in de ogen te kijken en met elkaar te praten. (...) Als
je denkt dat je zoon iets dwarszit, haal hem over iets samen met je te doen.
Samen afwassen, samen bezemen. Jongens lopen graag als ze praten. Je zult zien:
plotseling komt er iets op gang in dat jongenshoofd. De woorden beginnen te
stromen.’
Ook aan de toekomst is gedacht. Want wie moeder is van een
zoon, heeft de eerste stap gezet op weg naar het schoonmoedersschap. In
Zoons! een reeks uitspraken die je als moeder maar beter nu uit je hoofd
kunt leren, in de hoop dat je ooit ‘de innerlijke kracht hebt ze snel te kunnen
inslikken’.
Dus niet tegen je zoon zeggen: ‘Hoe heette die vorige hele
leuke knappe vriendin ook alweer?’ En niet tegen je schoondochter: ‘Hij zei al
dat hij je niet heeft uitgekozen om je schoonmaaktalent/slankheid/kledingsmaak.’
Naar Psychologische krachten
, Psychologie
lijst
, Psychologie overzicht
, of naar
site home
.
|