De Volkskrant, 28-08-2009, door Ranne Hovius 29 aug.2009

Non-fictie | Oprukkend narcisme in de samenleving

Barsten in een broos zelfbeeld

Elke peuter voelt zichzelf een tijdje het centrum van de wereld. Maar op den duur maken fantasieŽn over almacht en grandioosheid de narcist noch zijn naasten gelukkig.

Therapeuten die .patiŽnten met een narcistische persoonlijkheidsstoornis behandelen, doen aan topsport', schrijft psychoanalyticus Ad Gerritsen in de essaybundel Narcisme. Deze patiŽnten hebben een misplaatst gevoel van grandioosheid waar de therapeut onvermijdelijk aan moet tomen. Dat wordt niet in dank afgenomen en kan zelfs leiden tot een aanval van narcistische razernij. De therapeut wordt afgekamd en krijgt alle waardeloze eigenschappen toebedeeld die de patiŽnt bij zichzelf liever niet onder ogen ziet. Houdt de patiŽnt dit maar lang genoeg vol dan moet de therapeut stevig in zijn schoenen staan wil hij zich niet werkelijk,aldus Gerritsen 'waardeloos, impotent, boos en gekwetst voelen'.
    De lastige omgang met narcistische patiŽnten wordt door andere medewerkers aan de bundel onderschreven. Kinderpsychiater Mieke van der Schoot constateert dat in haar praktijk narcistische kinderen vaak al met gekrenkte woede reageren op het feit dat ze Łberhaupt behandeld zouden moeten worden: als er iets niet goed gaat in hun leventje ligt dat aan de buitenwereld, niet aan hen. En psychoanalyticus Frans Schalkwijk beschrijft een patiŽnt die hem in zijn vriendenkring steevast 'mijn mannetje' noemde. Toen deze patiŽnt constateerde dat het prettig was inzicht in zijn onverklaarbare somberheid te krijgen, voegde hij daar meteen aan toe dat hij letterlijk onpasselijk werd bij de gedachte dat hij daar een therapeut bij nodig had.
    Het erkennen dat er anderen zijn, dat je zelfs afhankelijk van die anderen zou kunnen zijn, valt de narcistische persoonlijkheid zwaar. Anderen zijn er om hem te bewonderen, om zijn grandioosheid te weerspiegelen, zijn aangepaste werkelijkheid te accepteren. Als die anderen barsten dreigen te slaan in het glanzende imago, wordt het contact met hen bij voorkeur verbroken. Moeiteloos, want relaties met anderen zijn zelden wederkerig en empathie voelt de narcistische persoonlijkheid niet.
    Wat de narcistische persoonlijkheid stuurt is een broos zelfbeeld dat voortdurend gestut moet worden en beschermd tegen de realiteit. De basis voor dit onrealistische zelfbeeld daarover zijn alle schrijvers in de bundel het eens - wordt gelegd in de prille kinderjaren. Iedere peuter maakt een periode door waarin hij zichzelf ziet als het centrum van het universum met de gevoelens van almacht die daarbij horen. De frustrerende ervaring van de betrekkelijkheid van die almacht roept emoties als angst, woede of verdriet op. Het is aan de ouders om deze emoties in goede banen te leiden en te zorgen dat het kind een evenwichtig, aan de realiteit aangepast beeld van zichzelf opbouwt.
    Ouders kunnen daarbij op twee manieren de mist ingaan. Ze kunnen doorschieten in grenzeloze bewondering - iedere krabbel wijst op een kunstenaarstoekomst, van iedere tegenvaller geven ze de boze buitenwereld de schuld - eri zo de gevoelens van grootheid bij het kind bevestigen. Of ze kunnen het kind voortdurend laten voelen dat wat het kan in wezen nog geen donder voorstelt, en hem zo de noodzaak opdringen in grootheidsfantasieŽn te vluchten om de pijn van het gekwetste ego te verzachten.
    De essaybundel laat zien hoe narcisme zich in de verschillende levensfasen vormt en voegt, en biedt en passant een fraai overzicht van de ontwikkeling van de theorieŽn over narcisme sinds Freud. Wel wordt van de lezer verwacht dat hij redelijk thuis is in het psychoanalytisch jargon.
    Wie dat jargon niet kent, heeft meer aan Het narcistisch ideaal van hoogleraar klinische psychologie Jan Derksen. Derksen richt zich met zijn heldere taal en systematische uitleg van het narcisme tot een breed publiek. Ook zijn boodschap is breed. Het gaat hem minder om narcisme als persoonlijkheidsstoornis dan om de rol van narcisme in maatschappelijke ontwikkelingen. Hij benadrukt de veilige hechting van het kleine kind als de basis voor de gezondere vormen van narcisme. Ontbreekt die hechting, of is ze slecht, dan krijgt het ziekelijke narcisme met grootheidsfantasieŽn en een afweer van echte relaties z'n kans. Ontbreken de narcistische ervaringen, dan lopen kinderen het risico te veel gericht te zijn op anderen en slecht voor zichzelf te kunnen opkomen. Een goed evenwicht tussen beiden kweekt mensen die zowel echte relaties met anderen kunnen aangaan als een eigen plan in het leven kunnen trekken.
    Wat Derksen ziet is een geleidelijke verschuiving van dit evenwicht in de westerse samenleving. Tot grofweg de jaren zestig van de vorige eeuw lag de nadruk meer op hechting. Tegenwoordig zijn narcistische eigenschappen niet alleen nadrukkelijker aanwezig, maar ook een logisch antwoord op de eisen van de hedendaagse samenleving. Derksen: 'Niet alleen de uitdagingen zijn voor jongeren enorm toegenomen, ook de keuzes die ze al - vaak veel te jong - moeten maken met betrekking tot studie en werk zijn onvergelijkbaar met hoe dit in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw was. Om dit aan te kunnen moet je behoorlijk zelfverzekerd zijn en je niet te veellaten afleiden door wat anderen allemaal vinden dat je zou moeten of kunnen.'
    Opvoedingstrends die Derksen voor een belangrijk deel verantwoordelijk houdt voor de geleidelijk opschuiving naar een narcistische samenleving, zijn een verdunde hechting - doordat ouders hechtingstaken al jong uitbesteden aan crŤche, oppas en grootouders - en de neiging van ouders iedere frustratie voor hun kind weg te ne men. Het vurig gewenste en zorgvuldig geplande kind kan rekenen op specialistische hulp voor iedere mogelijke weeffout in zijn karakter of aanleg, en op aandacht en cursussen voor ieder vermeend talent.
     Het betoog van Derksen helpt zeker om veel gesignaleerde gedragspatronen beter te begrijpen, variŽrend van het korte lontje in het verkeer tot de neiging je hele hebben en houden op televisie te presenteren. Het had zijn boek goed gedaan als hij het bij het voorzichtig signaleren van dergelijke trends had gelaten. Maar hij gaat verder. Hij veegt met retorisch gemak een heel scala aan maatschappelijke ontwikkelingen onder de noemer van het narcisme: graaiende bankdirecteuren die de wereld in een crisis hebben gestort, de virtuele internetwereld, de uit de hand gelopen managerscultuur, het veronachtzamen van het milieu, de opkomst van diagnoses als ADHD, Asperger en dyslexie, agressieve jongeren en luie jongeren. Door narcisme zo breed in te zetten als verklaring, verliest het uiteindelijke iedere zeggingskracht.

Jan Derksen: Het narcistisch ideaal - Opvoeden in een tijd van zelfverheerlijking. Bert Bakker; 215 pagina's; Ä 18,95; ISBN 978 90 351 33839
W. Heuves en NJ. Nicolal (red.): Narcisme - psychoanalytische beschouwingen. Boom; 148 pagina's; Ä 16,50; ISBN 978 90 850 6690 3


Naar Psychologische krachten  , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , Algemeen overzicht  , of site home .