Bronnen bij Psychologische krachten: slaap
|
6 aug.2011 |
De beschrijving van de rol van slapen zoals gegeven in Psychologische
krachten is natuurlijk slechts een
zeer globale - er zijn talloze details aan toe te
voegen, voor het overgrote deel nog onbekend. Maar dat de gegeven beschrijving
redelijk in de buurt zit van de werkelijkheid, blijkt uit de mogelijkheid om
details en nieuwe ontwikkelingen in te passen.
Eerst wat details. Zoals gemeld hebben in ieder geval de zoogdieren een sterk
op de menselijke variant gelijkende vorm van slaap. het is waarschijnlijk dat
het slaapproces zich voor een belangrijk afspeelt in de primitievere hersendelen
die de mens gemeen heeft met de zoogdieren: de emotionele en misschien nog
lagere hersendelen.
Ten tweede: als slaap zo nauw verweven is met het verwerken van dagelijkse
gebeurtenissen,, dan moet het ook nauw verweven zijn met die hersendelen die de
dagelijkse gebeurtenissen verwerken. En onder dagelijkse gebeurtenissen verstaan
we dan dus alles wat mens of dier zoals ontmoet tijdens zijn meest kenmerkende
activiteit: bewegen.
Ten derde: als slaap verbonden is met de evaluatie van toekomstig gedrag, dan
moet er dus ook een vorm van onderscheid gemaakt worden tussen verleden en
heden. Waarvoor het ook weer noodzakelijk is dat dat verleden niet meteen
verdwijnt, maar alsnog beschikbaar is. Oftewel: dit zit allemaal keihard vast aan
het bestaan van een geheugen.
Nu hadden we daarnet al geconstateerd dat slaap zich vermoedelijk afspeelt in
de primitievere hersendelen, dus moet het ook qua geheugen gaan over de
primitievere vormen van geheugen - niet die van de neocortex die zo kenmerken is
voor de mens. En zoals al blijkt uit het gebruik van meervoud: de menselijke
geest heeft vermoedelijk meerdere vormen van geheugen. Al was het maar omdat de
drie hoofdonderdelen met verschillende snelheden werken, en het bijpassende
geheugen dan vermoedelijk ook verschillende snelden heeft. En voor verschillende
snelheden gelden vermoedelijk, net als in de computer, verschillende
constructie-eisen.
De vorm van geheugen waar het bij het opslaan en weer oproepen van dagelijkse
ervaringen op de langere termijn om gaat, is waarschijnlijk de
hippocampus. Deze rol staat vrij definitief vast sinds de ervaringen met de
beroemde patiënt die lange tijd anoniem is gebleven onder de naam "patiënt HM"
(na zijn dood werd zijn naam bekend gemaakt: Henry Molaison). Ter remedie van sterke
epileptische aanvallen waar HM aan leed, werden enkele delen van zijn hersenen
waaronder de hippocampus verwijderd. Dit resulteerde onder andere in een
geheel verdwijnen van zijn lange-termijn geheugen.
Hiervoor is het niet strikt nodig dat de hippocampus zelf het lange-termijn
geheugen is, maar wel dat het van het proces van opslag een noodzakelijke
schakel uitmaakt. Zo zou zou de rol van de hippocampus ook en/of mede die kunnen
zijn van de evaluator van eerdere ervaringen, mede bepalende wat al dan niet
definitief opgeslagen wordt. Tezamen met of die ervaring een aanbeveling
verdient voor herhaling, of dat deze juist vermeden moet worden. Het staat
vrijwel vast dat deze laatste functie: het koppelen van de ervaring of
herinnering aan een oordeel, gedaan wordt door de amygdala, die gesitueerd is
aan het uiteinde van de hippocampus. Die oordelen ervaart of kent de mens als
"emoties". De amygdala wordt vrijwel universeel gerelateerd aan emoties.
Dit alles gebeurt in een continue stroom, want het leven van een dier, dat
wil zeggen: een bewegend dier, is een continue stroom aan nieuwe ervaringen.
waarbij er ook aanzienlijke variaties zijn in de hoeveelheid en de intensiteit
van die ervaringen. Bij grote hoeveelheden of grote intensiteit is het wenselijk
dat het systeem ook sneller en harder gaat werken. ook dat moet worden
gesignaleerd, en een passend signaal voor worden afgegeven - dat is onder andere
de stof die we kennen als adrenaline.
Een langdurig moeten werken op een hoger dan normaal niveau is voor de meeste
systemen niet wenselijk, Een systeem wordt onder invloed van de factor
efficiency geoptimaliseerd voor het gemiddelde gebruiksniveau, en inspanningen
daar ver boven vormen een extra belasting die normaliter allen tijdelijk
volgehouden kan worden. Bij langdurige overbelasting ontstaan er problemen. Voor
ervaringen, en de langdurige bijbehorende stroom van adrenaline en dergelijke,
is het verschijnsel van overbelasting bekend als stress.
Het verschijnsel van stress slaat op de verwerkingen van korte-termijn
ervaringen- zaken waarop direct gehandeld moet worden. Maar vermoedelijk bestaat
er ook een dergelijke procedure voor de lange-termijn verwerking van ervaringen.
Hier het onderzoek dat een dergelijk proces lijkt te beschrijven (de Volkskrant,
06-08-2011):
| |
Verband depressie en groei neuronen
Er lijkt verband te zijn tussen afnemende vorming van nieuwe neuronen in het
volwassen brein en depressie, althans bij muizen (Nature). Amerikaanse
onderzoekers blokkeerden de groei van neuronen in de hippocampus, een
hersengebiedje met veel receptoren voor stresshormonen. Dit verstoorde de
stressrespons en leidde tot depressieve symptomen, zoals minder trek in suiker.
|
"Depressie" is een term ter samenvatting van een aantal gedragsverschijnselen
bij sommige individuen op sommige tijden. Die gedragsverschijnselen komen er
allemaal op neer dat het individu minder doet, minder actief is, minder
ervaringen heeft. Stel dus dat de aanmaak van neuronen in de hippocampus te
maken heeft met het verwerken en/of opslaan van ervaringen, dan lijkt het dat
hier beschreven wordt dat een te veel aan te verwerken ervaringen, of een te
weinig aan capaciteit tot het verwerken, leidt tot gedrag dat de hoeveelheid
ervaringen terugbrengt. Oftewel: depressie maakt deel uit van het regelcircuit
voor het verwerken van lange-termijn ervaringen.
Het voorgaande bestaat voor een groot deel op
veronderstellingen van de redactie, gebaseerd op uiteenlopende stukken kennis en
de toepassing van gezond verstand om die losse stukken een samenhangend beeld te
vormen. Inmiddels komen
de eerste bevestigingen binnen:
Uit: De Volkskrant, 24-01-2012, column door Ronald Giphart
Slapen
Aan de universiteit van Massachusetts lieten wetenschappers 106 proefpersonen
zowel gruwelijke als neutrale foto's zien. De deelnemers moesten deze
afbeeldingen een emotionele waarde geven van 1 tot 9. Een rottend hondenlijk
scoorde een 9, een bushalte een 2. Twaalf uur later kregen de ondervraagden een
vergelijkbare reeks voorgeschoteld. De helft van de groep kreeg de eerste
verzameling foto's 's ochtends en de tweede verzameling 's avonds, en bij de
andere helft was dit andersom.
De groep die tussendoor had geslapen had bij beide reeksen even sterke
emotionele gevoelens, de groep die niet had geslapen was minder geëmotioneerd
bij de tweede set. Hieruit concludeerden de onderzoekers dat het wellicht beter
is om bij een traumatische gebeurtenis niet te gaan slapen, om zo ongevoeliger
te zijn voor leed en smart.
De theorie is dat via de slaap ervaringen van overdag worden verwerkt. Door niet
te slapen zouden beladen ervaringen van die dag niet worden verwerkt en daarom
zou de pijn ervan minder schrijnen. Dat mensen na een traumatische gebeurtenis
moeite hebben met slapen is 'waarschijnlijk een heel gezonde biologische
reactie', aldus een van de wetenschappers ...
Red.: Volkomen passend in het geschetste beeld.
Maar er is nog een tweede psychologisch verschijnsel dat
vrijwel zeker een band heeft met overbelasting van het
scenario-verwerkingssysteem: burn-out. En ten bewijze dat het niet een kwestie
is van slijtage, hier het volgende bericht:
Uit: Volkskrant Magazine, datum onbekend (2011?), door Evelien Flink
Een ouwewijvenziekte op je 20ste
Ook studenten en beginners op de arbeidsmarkt kunnen een burnout
oplopen. Ze moeten veel, ze willen nog meer, en dat alles tegelijkertijd. Door
kun je aardig van opbranden. Wat achteraf don toch weer een positieve kant kon
hebben. 'Nu doe ik minder, maar daarvan geniet ik veel meer.'
... Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek en het
onderzoeksinstituut TNO vallen veel werkende Nederlanders ten prooi aan een
burnout. jongeren niet uitgezonderd. Vorig jaar kampte één op de tien
werknemers tussen de 15 en 25 jaar met klachten als oververmoeidheid, extreme
stress of paniekaanvallen. Desondanks is ‘de opgebrande twintiger' nog een vrij
onbekend fenomeen, vooral bij mensen van middelbare leeftijd. Een kleine greep
uit de reacties op het voornemen over de twintigers een artikel te schrijven.
‘Bestaan dat dan? ‘Op die leeftijd heb je hoogstens een paar jaar gewerkt? En
veruit de populairste reactie: 'Watjes!'
Onder twintigers is de aandoening alles behalve onbekend.
Daar variëren de reacties van 'Dat ken ik, mijn
collega/klasgenoot/vriendin/huisgenoot/werkgroepdocent heeft dat gehad' tot
‘Wanneer is je deadline? Ik voel er al jaren eentje opkomen'. ...
Naar Psychologische krachten
, Psychologie
lijst
, Psychologie overzicht
, of
site home
.
|