Bronnen bij Psychologische krachten: uiterlijk
|
28 aug.2006 |
Uit:
Leonid Solowjow, Avonturen in Bochara (pags 167-169)
; in het volgende citaat verkeert schelm Hodzja Nasreddin vermomd als de
geleerde Hoessein Goeslia aan het hof van de Emir van Bochara:
"Wij betuigen de wijze Hoessein Goeslia onze gunst en welwillendheid", sprak de
Emir, "en wij benoemen hem tot Alleropperste Raadsheer van ons Koninkrijk, want
zijn geleerdheid en verstand, evenals zijn grote overgave aan de zaak van ons
welbevinden zijn een waardig voorbeeld voor elkeen." De Koninklijke
Kroniekschrijver wiens plicht het was alle woorden en daden van de Emir in
prijzende woorden te boek te stellen, opdat zijn grootheid in de komende eeuwen
niet zou ondergaan (een mogelijkheid, waarover de Emir zich bijzonder ongerust
maakte) kraste met zijn ganzeveer over de bladzijden van zijn foliant.
"Over u echter," vervolgde de Emir, zich tot de hovelingen wendend, "spreken wij
onze ontevredenheid uit, want na alle onaangenaamheden die Hodzja Nasreddin ons
heeft veroorzaakt, werd uw vorst nog door de dood bedreigd en jullie hebben je
daar niet eens voor achter je oor gekrabd! Zie ze aan, Hoessein Goeslia, kijk,
eens naar dat stel stommerds met hun snuiten als ezelskoppen! In trouwe, nooit
nog heeft een vorst zulk een troep onbetrouwbare vizieren tot raadgevers gehad."
"De zeer doorluchtige Emir heeft volkomen gelijk," zei Hodzja Nasreddin, terwijl
hij zijn blik over de met stomheid geslagen hovelingen liet glijden en scheen
uit te zoeken wie hij de eerste slag zou toedienen. "De gezichten dezer mannen
zijn, naar ik zie, niet met de tekenen der wijsheid gegroefd." "Zie je wel, zie
je wel!" riep de Emir verheugd. "Dat is het
precies! Niet met de tekenen der wijsheid gegroefd! Horen jullie het,
stommelingen?" "Ik zou zelfs verder willen gaan en zeggen," vervolgde Hodzja
Nasreddin, "dat ik hier ook geen gezichten zie, die de stempel van vroomheid en
eerlijkheid dragen." "Dieventuig!" zei de Emir uit de grond van zijn hart.
"Allemaal dieven, zonder uitzondering. Geloof me, Hoessein Goeslia, ze
begappen Ons dag en nacht! Wij zijn gedwongen, in hoogsteigen persoon iedere
kleinigheid in het paleis na te gaan en bij iedere controle missen Wij iets.
Vanmorgen vroeg nog hebben Wij in de tuin onze gordel vergeten en een half uur
later was hij al verdwenen!. . . .
Er heeft er een kans gezien. . .. gij begrijpt me wel, Hoessein Goeslia!. . . ."
Bij deze woorden sloeg de raadsheer met de scheve nek wel bijzonder devoot en
zedig zijn ogen neer. Op een ander ogenblik zou deze beweging onbemerkt gebleven
zijn, maar vandaag waren al Hodzja Nasreddins zintuigen gescherpt: hij zag alles
en vermoedde dadelijk de waarheid achter alles wat hij zag.
Zelfverzekerd trad hij op de raadsheer toe, stak zijn hand in de plooien van
diens gewaad en trok de rijk geborduurde zijden gordel er uit te voorschijn.
"Is het soms deze gordel, welks verlies de grote Emir betreurt?" De hovelingen
werden door schrik en afgrijzen bevangen. De nieuwe Raadsheer bleek inderdaad
een gevaarlijk tegenstander te zijn en de eerste die zich tegen hem had durven
keren, was reeds door hem vernietigd en lag als stof onder zijn voet. En veler
Raadsheren, Dichters, hoogwaardigheids-bekleders en Vizieren hart beefde." "Bij
Allah, het is dezelfde gordel!" riep de Emir uit. "Waarlijk, Hoessein Goeslia,
gij zijt een onvergelijkelijk geleerde! Aha!" zo wendde hij zich triomfantelijk
tot de hovelingen en op zijn gelaat lag een uitdrukking van de oprechtste en
levendigste vreugde. "Eindelijk zijn jullie gesnapt! Van nu af aan kunnen
jullie Ons zelfs geen speld meer afhandig maken! Lang genoeg hebben wij jullie
dieverijen geduld! En de verachtelijke dief die Ons
Onze gordel heeft ontfutseld, zullen één voor één alle hoofd-, baard- en andere
haren worden uitgetrokken, waarna hij honderd stokslagen op zijn voetzolen
krijgt om dan naakt en met zijn gezicht naar de staart gekeerd op een ezel door
de stad te worden gereden, terwijl op alle hoeken en pleinen zal worden
omgeroepen, dat hij een dief isl" Op een teken van Arslan Bek wierpen de beulen
zich op de Raadsheer en sleepten hem naar de deur. Even over de drempel togen
zij als bezetenen aan het werk en twee minuten later stieten de beulsknechten de
Raadsheer de zaal weer in, naakt, van zijn laatste haar beroofd, tot stervens
toe beschaamd. Plots werd het een ieder duidelijk, dat tot nu toe slechts zijn
baard en zijn reusachtige tulband de armelijkheid van zijn geest en de in zijn
gelaatstrekken gegrifte merktekenen der zonde aan het oog hadden onttrokken en
dat een mens met zulk een boeventronie niets anders kon zijn dan een aartsschelm
en een dief.
Naar Psychologische praktijktips
, Psychologische krachten
, Psychologie
lijst
, Psychologie overzicht
, Algemeen
overzicht
, of site home
.
|