De Volkskrant, 24-12-2012, door Hans Jansen, arabist .2010

Het nut van God

De wederkerigheidsregel van jodendom en christendom heeft een bijzonder heilzame uitwerking gehad.


Tussentitel: In de 21ste eeuw wordt bloedvergieten niet meer politiek, maar godsdienstig gerechtvaardigd

Het nut van de godsdienst', dat was de werktitel van een stuk dat ik in 2000 voor HP/deTijd heb geschreven. De eindredactie had mijn werktitel opgeleukt tot 'Het Nut van God'. Ik heb me voor die titel gegeneerd, want over God valt niets controleerbaars te zeggen. Over godsdienst daarentegen des te meer. Het nut van de godsdienst is een zinnig onderwerp waarover zinnige vragen te stellen zijn.

Godsdienst en geloof zijn niet hetzelfde. Geloof is slechts één onderdeel van een godsdienst, daarenboven zijn er nog drie andere onderdelen: rituelen, een gedragsleer en een organisatie. De geloofsleer is voor intellectuele gelovigen of voor wie een hang heeft naar debat vaak het interessantste onderdeel van een godsdienst, want er valt over te praten. Toch is het geloof slechts één van de vier aspecten die tezamen een godsdienstige beweging bepalen. Overigens zijn er beroepsatheïsten die zichzelf als belangrijke denkers beschouwen, maar die het onderscheid tussen 'geloof' en 'godsdienst' niet zinvol achten. Het geriefelijke van dat standpunt is dat de geloofsleer in de ogen van buitenstaanders wel zeker de meeste zwakke plekken bevat en altijd voor een deel uit onbewijsbaarheden bestaat.

Het meest in het oog springende nut van godsdienst is dat godsdienstig gedrag bij medegelovigen prestige oplevert. Het maakt voor carrièrebeslissingen dus nogal wat uit of een godsdienst naastenliefde of oorlog voorschrijft. In het ene geval word je een Moeder Theresa in Calcutta, in het andere een krijgsheer in Kirgizië. Daadwerkelijk de opdrachten uitvoeren die een godsdienst als ideaal oplegt, schept ontzag voor degenen die daartoe de moeite nemen. In het dagelijks leven wordt zulk ontzag in eigen kring als winst beschouwd.

Prestige en respect, niemand vindt dat hij daar te veel van krijgt. Je kunt prestige en respect verwerven door een Nobelprijs te winnen of professioneel cello te spelen, maar dat is allemaal veel moeilijker dan een dag vasten. Ook lukt het veel meer mensen zich aan het celibaat te houden dan een bekwaam en gerespecteerd politicus te worden. Godsdienst brengt prestige en respect binnen het bereik van de kleine man die verder niet zo veel mogelijkheden bezit. Dat is goed.

Het nut van godsdienst schuilt niet in het geloof in oncontroleerbare stellingen over God, Zijn boeken, Zijn engelen, of de inrichting van het Hiernamaals. Het nut zit in het voorschrijven en ophemelen van allerlei soorten gedrag die niet zo voor de hand liggen of misschien wel tegen de menselijke natuur ingaan. Te denken valt aan het bekennen van schuld als je een fout hebt gemaakt. Op grond van een hersenspoeling door vele eeuwen christendom dient het bekennen van schuld haast als iets prettigs gezien te worden. Bekennen is goed voor de ziel, het lucht enorm op, wordt ons hier in het Westen al eeuwenlang voorgehouden.

Kan ethiek zonder godsdienst? Wie weet. Maar misschien zouden veel mensen zonder het godsdienstig gezag van het jodendom of het christendom, de ethiek van wederkerigheid afwijzen. Die ethiek is samen te vatten met 'Zoals gij wilt dat de mensen u behandelen, behandelt gij hen dan alzo'. De consequenties van de acceptatie van deze regel bestrijken alle menselijke transacties. De westerse, joods-christelijke wereld is er diepgaand door beïnvloed. Brede acceptatie van die regel heeft geleid tot een brede stijging van de welvaart. Die 'gouden regel' van de wederkerigheid wordt in oorlogstijd als vanzelfsprekend geschonden. In de ontwikkelingslanden gebeurt dat ook in vredestijd, en dat leidt via corruptie en roverij tot armoede en dood.

De wederkerigheidsethiek is nagenoeg het monopolie van de joods-christelijke cultuur. Veel belangrijke godsdiensten en culturen kennen die ethiek niet, of bevelen zelfs nadrukkelijk aan bij de bejegening van de medemens streng onderscheid te maken tussen de ene groep en de andere, bijvoorbeeld geloofsgenoten en ongelovigen, of mannen en vrouwen.

Mijn boek Het nut van God is niet het getuigenis van een gelovige of een gerichte aanval op een of ander geloof. Het is ook geen verdediging van enige vorm van godsdienst: zulke verdedigingen zijn er waarachtig genoeg. Wat ik wel wil verdedigen, is een verregaand recht op godsdienstvrijheid - niet alle bestaande nationale wetgevingen erkennen dat recht zonder beperkingen.

Dat kan ook niet, omdat een godsdienst ook een gedragsleer omvat, en het is maar al te goed denkbaar dat een godsdienst gedragingen voorschrijft die in strijd zijn met de plaatselijke strafwet. Bij de geloofsleer ligt het anders. Geloof is niet te controleren, en over de geloofsleer zal altijd enige twijfel blijven bestaan. Daarom zijn in beschaafde landen de ketterprocessen afgeschaft: bij twijfel gaat in beschaafde rechtssystemen de beklaagde vrijuit, en van iemand die een 'verboden' geloofsleer aanhangt, kan dan ook niet met de vereiste absolute zekerheid gesteld worden dat hij er naast zit. In dubio pro reo, bij twijfel ten gunste van de verdachte, is de regel die de rechter (althans in beschaafde landen) dan heeft toe te passen.

Toch is hierin verandering aan het komen. Steeds vaker wordt geprobeerd mensen die niet geloven in de islamitische leerstelling dat de profeet van de islam, Mohammed, zondenloos was, door de rechter veroordeeld te krijgen. In Nederland wordt in zulke gevallen door justitie geredeneerd dat het niet aanvaarden van dit geloof in Mohammeds zondenloosheid - en dus in zijn volmaaktheid - of met andere woorden, het uiten van kritiek op Mohammed, beledigend of discriminerend is voor moslims. Wie weigert te geloven in de zondeloosheid van Mohammed, wordt 'islamcriticus' genoemd. Zo iemand mag blij zijn als hij niet ook nog als 'verlichtingsfundamentalist' ontmaskerd wordt.

Zeker wie gelooft in de klassieke christelijke leer van de erfzonde zal er moeite mee hebben te geloven dat binnen het mensdom Mohammed een zondeloze uitzondering geweest is. Volgens de islamitische wet is het een misdrijf te geloven dat de christelijke leer van de erfzonde ook van toepassing is op Mohammed - maar het is niet goed denkbaar dat de islamitische wet binnen afzienbare tijd ook in Nederland zal gaan gelden of dat kerkgenootschappen hun theologie zullen willen aanpassen. Hier ligt stof voor conflicten.

Veel moderne progressieve mensen weten het zeker: 'godsdienst is apekool'. Maar dat klopt niet. Godsdienstige voorschriften beïnvloeden het individuele en het collectieve gedrag, en dat raakt het wel en wee van de maatschappij.

In de 20ste eeuw zijn miljoenen levens opgeofferd om de triomf van het een of andere politieke doel naderbij te brengen. Zo doen we het gelukkig niet meer.

Maar er worden sinds het begin van de 21ste eeuw nog steeds levens geofferd, soms één voor één, soms bij duizenden tegelijk. De rechtvaardiging voor het vergieten van het bloed van de slachtoffers wordt door de slagers niet meer in de politiek gezocht. Er is een oude, betere rechtvaardiging in opkomst: 'Onze godsdienst schrijft het voor'. Wie daar de ogen voor sluit, leeft roekeloos.

 



Naar Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]