De Volkskrant, Vonk, 20-04-2013, door Janny Groen 28 apr.2013

Islam | Halima's vrijheidsstrijd

Je kunt ontsnappen
 
Mishandeld werd ze, uitgehuwelijkt, gedumpt en verstoten. Voor Halima Boutahar reden om de islam los te laten. Ondanks bedreigingen vertelt zij hoe gelukkig ze is als afvallige.


Tussentitel:  Ik had een onbedwingbare drang het leven te leiden zoals ik dat zelf wil

Het voelde als een enorme opluchting toen Halima Boutahar zich eindelijk helemaal vrij had gevochten van wat zij noemt 'de verstikkende islam'. Ze besloot haar huis in Almere een grote schoonmaakbeurt te geven. 'Alles wat met de islam te maken had, al mijn boeken, oude foto's, ging in de vuilcontainer.'

Daar stond ze op straat met een groot schilderij met het Ayat al Kursi (het belangrijkste vers in de Koran) in haar handen. Een Marokkaanse man keek haar vreemd aan. 'Ik dacht: als hij maar niet agressief wordt. Hij was in shock. Kon niet geloven dat ik dat deed.'

Ze heeft zo veel ellende meegemaakt in haar leven, zo'n afkeer gekregen van haar geloof, dat ze nu heel zeker weet: 'De islam hoort niet bij mij.'

Halima is een trotse ex-moslima en is een van de zeer weinigen die daar publiekelijk voor uitkomen. Ze verwacht dat ze doodsbedreigingen zal ontvangen. Die heeft ze ook al gekregen van haar familie.

'Ik kreeg een e-mail met de boodschap dat ik zou worden vermoord. Ik zou in stukken worden gesneden en als visvoer in de rivier worden gegooid.'

Ze legt die bedreigingen naast zich neer. Want ze wil nooit meer leven in onderdrukking, nooit haar mond houden uit angst. Ze vertelt haar verhaal om andere moslima's over de drempel te helpen naar vrijheid en zelfontplooiing. 'Al is het er maar één, dan is het al de moeite waard.'

Geregeld spreekt ze moslima's, gesluierd, in donkere kleding, die haar vertellen dat het niet goed met hen gaat, dat ze ongelukkig zijn. Waarom ga je niet scheiden, loop je niet weg, vraagt ze dan. 'Dat kan niet, vanwege de ouders, de familie, de gemeenschap, zeggen ze. Er is zo'n angst voor die sociale controle. Ik wil laten zien dat je daaraan kunt ontsnappen. Dat je gelukkig kan worden, als je voor jezelf kiest.'

Allerhande problemen die de afgelopen jaren in de actualiteit speelden met islamitische migranten komen terug in Halima's levensverhaal: huiselijk geweld, uithuwelijken, slaan tijdens de koranles, gedumpt worden in Marokko, verstoting, radicalisering.

Ze is geboren op 7 april 1976 in het Noord-Marokkaanse dorpje Metalsa als tweede dochter in het gezin Boutahar. Haar moeder was analfabeet en erg afhankelijk van haar vader, die in 1970 als gastarbeider naar Nederland was gegaan. 'Mijn moeder zweeg altijd, liet zich alles aanleunen. Mijn vader was haar God.'

Toen ze in het kader van de gezinshereniging naar Nederland verhuisden, belandden Halima en haar drie jaar oudere zus Horia voor hun gevoel in 'de hel'. Halima: 'Mijn vader werkte zich kapot, was vaak gefrustreerd en bijna nooit thuis. We woonden in Zeist en later in Driebergen. We kwamen in een soort gevangenis terecht. Mijn moeder mocht niet naar buiten. Mijn vader was bang dat andere mannen haar zouden zien. De gordijnen waren altijd dicht.'

Buitengewoon deprimerend vond ze die tijd. Haar moeder werd depressief, lag dagenlang in haar pyjama op bed. Halima voelde zich ontheemd in het vreemde land, waarvan ze de taal niet sprak.

Omdat moeder de straat niet op mocht, moesten de dochters de boodschappen doen. Aanvankelijk deed haar oudere zus dat in haar eentje. Vanaf haar 5de werd ook Halima erop uitgestuurd. Ze kwam nogal eens met de verkeerde spullen thuis. 'Mijn moeder had niet echt door wat een kind van 5 kan dragen. Ik liep vaak met veel te zware tassen te zeulen.'

De zussen kregen steeds meer huishoudelijke taken opgedragen: koken, de jongere kinderen verzorgen. In totaal kreeg haar moeder er zeven, vijf meisjes, twee jongens. Halima: 'Kwam er weer een baby. Als ze 's nachts wakker werden, liepen mijn zus en ik er mee op onze rug tot ze in slaap vielen. De volgende ochtend moesten we weer naar school.'

Halima ging daar met plezier heen. Haar katholieke basisschool was een oase van rust en vrijheid voor haar. Daar voelde ze zich veilig, kon ze enigszins zichzelf zijn. 'Ik had veel vriendinnen, vooral autochtone. Het was er leuk. Over de ellende thuis sprak ik vrijwel nooit.'

Gewond
En die was groot, zo blijkt uit de vele voorbeelden. Een kleine greep: bij het bakken van bloemkool spatte kokendhete olie in haar gezicht. Haar vader was niet thuis, hij zat zoals gewoonlijk in de moskee. Haar moeder mocht niet naar buiten, dus ging ze met zus Horia op zoek naar een arts. Ze wisten de weg niet, zwierven tot laat in de avond door de stad. Een voorbijganger, die de wanhopige meisjes aantrof, bracht hen thuis. Haar vader haalde uiteindelijk zalf bij de apotheek. De brandwond, vertelt Halima, zat gelukkig niet diep, heeft geen lichamelijk litteken achtergelaten, geestelijk wel.

Rond haar 12de mocht ze niet meer buiten spelen. Ze was immers geen kind meer. Ze moest haar maagdelijkheid koesteren, werd haar op het hart gedrukt. Want zou ze die verliezen, dan zou geen man haar meer moeten en werd ze de rest van haar leven behandeld als een hoer.

Haar vader mishandelde haar moeder en zijn dochters. Halima probeerde zich zo onzichtbaar mogelijk te maken, ging vaak naast de bank zitten, zodat haar vader haar niet zou opmerken. Zijn ergste uitspraak vond ze zijn vertwijfelde uitroep: 'Waarom heb ik jullie na de geboorte, toen ik zag dat jullie meiden waren, niet levend begraven?'

Ze moest verplicht naar de koran-school, van haar 8ste tot haar 13de, elke woensdagmiddag, zaterdag en zondag. En als ze niet naar Marokko gingen, ook de hele zomer. 'Wij hadden een imam uit Marokko die nauwelijks Nederlands sprak. Van de ouders had hij de opdracht gekregen de kinderen te slaan als ze iets verkeerds deden.'

Gedumpt
De kinderen werden geslagen met een stok, die de imam zelf uit hout had gesneden. Uren achter elkaar moesten ze soera's (hoofdstukken uit de Koran) uit hun hoofd leren. Hij zat ook een keer aan Halima's borsten. Toen ze dat thuis vertelde, was de reactie: 'Halima, hoe durf je zoiets te zeggen over een imam.' Later hoorde ze dat er meer klachten waren gekomen en dat de imam het land was uitgezet.

Ze vertelt over de benauwende puberteit. Meisjes krijgen belangstelling voor jongens, voor de mode, voor make-up. Maar vriendjes zijn riskant. Haar oudere zus kende een jongen met wie ze vriendschappelijk omging. Toen haar vader dat ontdekte, was het huis te klein. Hij belde zijn broer in België. Halima hoorde dat hij van plan was Horia te verdoven, om haar ongemerkt het huis uit te kunnen smokkelen. Zijn doel was haar in Marokko te dumpen. 'Ik heb Horia gewaarschuwd, een briefje onder de badkamerdeur geschoven. Zij is toen gevlucht naar de buren, die haar naar de politie hebben gebracht. Ze kwam niet meer terug.'

Horia ging in Arnhem op kamers wonen, werd door de vader met de dood bedreigd en uiteindelijk door de familie verstoten. Halima: 'We moesten haar gewoon vergeten, alsof ze nooit had bestaan.'

Toen werd Halima's leven pas echt een martelgang. Ze was altijd de mondigste en opstandigste van de twee geweest en werd na Horia's vertrek diep gewantrouwd. Haar vader gebruikte zijn handen als ze lipgloss gebruikte, een tuinbroek aantrok, naar de populaire tv-serie uit die tijd 'met leuke jongens', Beverly Hills 90210, keek. Haar vader klaagde voortdurend over haar te westerse gedrag.

Toen hij erachter kwam dat ze een keer op bezoek was geweest bij haar zus, bedreigde hij haar zelfs met een bijl. Hij ging haar vaker achterna met messen of die bijl. 'Heel lang ben ik bang gebleven voor scherpe voorwerpen.'

Ze werd als een ramp ervaren door haar vader, die vreesde dat zij nog grotere schande over de familie zou brengen. Het onvermijdelijke gebeurde. 'Ik was nog geen 16. We waren op vakantie. Mijn vader zei: 'In Marokko ben ik de baas. Ik laat je hier achter.' Ik heb me opgesloten in de wc, maar hij wrikte de deur open en sleurde mij aan mijn haren de trap af, de auto in. Ik werd achtergelaten bij mijn oma op een berg, in the middle of nowhere. Ik hoorde mijn vader zeggen: 'Zij is nog erger dan haar oudste zus' en hij mompelde iets over dat ik zou worden uitgehuwelijkt aan een oudere man.'

Acht maanden is ze op de berg gebleven. Ze moest hard werken, om vijf uur op, boerentaken verrichten. Ze huilde veel, was intens eenzaam, sliep op een kleedje op een harde betonnen vloer. De hoop dat ze een plan zou kunnen bedenken om te ontsnappen, hield haar op de been.

Haar vader had een lokale arts omgekocht, die had verklaard dat ze ziek was. Ze was nog leerplichtig, maar zo kon haar vader op school rechtvaardigen dat ze nog niet was teruggekeerd van vakantie. Later hoorde Halima dat haar oudste zus de school had verteld dat ze was gedumpt.

De leerplichtambtenaar had haar vader voor de keus gesteld: of je haalt haar terug, of je betaalt een boete voor elke dag dat Halima niet op school verschijnt. Hij kwam haar zelf halen.

'Ik kwam terug in de tweede klas mavo, had een behoorlijke studieachterstand. Ik was depressief, werd helemaal kaal. De kinderen schrokken. Twee meiden met wie ik een sterke band had, heb ik verteld wat er was gebeurd. Ze mochten het aan niemand doorvertellen. Ik schaamde me ervoor. Ik studeerde hard, leefde in een soort roes, was compleet van de wereld.'

UItgehuwelijkt
Het werd haar al snel duidelijk dat haar vader definitief van haar af wilde. Nog geen 18 was ze, toen ze werd voorgesteld aan een illegale man. Haar vader had in de moskee gehoord dat hij een vrouw zocht. 'Het was een engerd, met een snor.' Twee maanden na haar 18de verjaardag werd Halima uitgehuwelijkt. 'Ik verzette me niet, zag geen uitweg. Mijn moeder, broertjes en zusjes werden mishandeld. Ik was een last voor iedereen. Ik moest maar met die man gaan trouwen, vond ik. Dat was het beste voor iedereen.'

Maar ze walgde zo van hem, dat haar 'plicht als vrouw' aanvankelijk niet lukte. Ze was extreem gestresst, moest bewijzen dat ze maagd was. 'Vier dagen achtereen moest ik hem toelaten in zijn pogingen mij te ontmaagden, toen pas lukte het.' Ze werd zwanger en kreeg een dochter, Soumaya.

Het gezin ging wonen in Amsterdam-Oost. Daar leerde haar man, tot dan een verwoed stapper die alcohol niet schuwde, een Egyptenaar kennen die hem mee naar de moskee nam. Hij radicaliseerde. Halima mocht niet meer naar muziek luisteren, niet naar de televisie kijken, en moest ook naar de moskee.

'Daar zat ik dan, helemaal in het zwart. Zwarte handschoenen, zwarte gympen. De extremistische imam Omar, een illegaal uit Marokko, waarschuwde voor de invloeden van het verderfelijke Nederland, waarschuwde voor de joden, voor alle ongelovigen die ons van ons geloof zouden halen, die nooit van ons zouden houden. De vader van Soumaya nam alles letterlijk.'

Ze had een slecht gevoel bij die preken, maar kon er met niemand over praten. Ze werd opgesloten, mocht alleen naar buiten om een leerwerktraject te volgen op de vrouwenvakschool.

Dat was haar redding. Halima merkte dat het niet normaal was, de mishandelingen, het opsluiten, de constante controle. Hij telde zelfs de vuile kopjes om te achterhalen of ze niet stiekem bezoek had gehad, van haar verstoten zus bijvoorbeeld. 'Ik werd heel opstandig, had medelijden met mezelf en vooral met mijn kind. Soumaya mag nooit zo'n leven hebben als ik, nam ik me stellig voor.'

Toen haar dochtertje een jaar was, vluchtte Halima naar een blijf-van-mijn-lijfhuis. Ze was in shock, belde onwillekeurig naar huis. Haar vader koos de kant van haar man. Hij zei: 'Met de ene hand slaat hij je en voedt hij je op, met de andere zorgt hij voor je.'

Langzaam kroop Halima uit het diepe dal. Haar man werd uit het huis gezet, dat op haar naam stond. Ze ging scheiden. De engerd verdween uit haar leven. Een paar jaar woonde ze alleen. Ze volgde een opleiding sociale dienstverlening. Ze haalde haar rijbewijs, bracht Soumaya naar de kinderopvang. Ze ging solliciteren. Kreeg een baan bij een woningcorporatie en werkte daar 14 jaar.

Ze was zelfstandig, maar nog niet los van de sociale controle van de Marokkaanse gemeenschap. Een Hollandse partner was uit den boze. Dus ging ze weer een relatie aan met een Marokkaanse man. Dit keer een moderne. Een liefdesrelatie was het niet, ze waren gelijkwaardige partners. Al had ze het gevoel dat zij de dragende rol had in het gezin.

Bevrijd
Ook hij was illegaal. Ze trouwden snel, kregen een zoontje, Ayoub, maar de relatie hield geen stand. 'Drie jaar ging het goed, maar toen speelde toch weer de Marokkaanse cultuur op. Ik werkte fulltime, deed het huishouden, zorgde voor de kinderen en volgde interne opleidingen. Hij voerde niets uit en werd een blok aan mijn been. Hij wilde vooral voor zijn familie in Marokko zorgen van mijn verdiende geld. Op vakantie was hij de macho. Pas als de mannen hadden gegeten, kregen de vrouwen vlees dat eventueel nog over was. Ik protesteerde: hé, we zijn geen beesten. Hij suste dat. Hij trok me steeds weer terug in een cultuur, waarin ik me niet thuis voel.'

Hoe schandelijk het ook zou worden gezien in de gemeenschap, Halima besloot weer te gaan scheiden. Daarna is ze door een lang rouw- en reinigingsproces gegaan. 'Ben ik wel echt een moslim? vroeg ik me af. Ik doe dingen die niet kunnen in de islam. Ik moest leren zelf te denken, los te komen van mijn hersenspoeling. De hoofddoek ging niet onmiddellijk af. Ik voelde me niet veilig zonder. In het begin is het overleven. De boel weer op de rit krijgen, stabiliteit zoeken.'

Ze ging in therapie, kocht een huis in Almere. Trots was ze dat ze zelf in staat was de hypotheek te betalen, zelfstandig te zijn, onafhankelijk van familie en bekenden. 'Ik had een onbedwingbare drang het leven te leiden zoals ik dat zelf wil.' Ze kwam tot rust, ging zich langzamerhand steeds vrijer voelen.

Op zoek naar een man was ze niet, maar die liep ze onverwacht tegen het lijf. Ze had een makelaarsopleiding gevolgd, bezocht een woningbeurs. Daar ontmoette ze haar huidige partner, Christian, een Nederlandse man.

'We zitten op dezelfde golflengte. Daar raakte ik eerst van in de war. Ik was niet gewend met respect te worden behandeld. Ik heb hem over mijn verleden verteld. Hij is ruimdenkend, heeft veel bewondering voor hoe ik eruit ben gekomen. Hij heeft begrip voor mij. Hij is opgegroeid in een warm christelijk gezin, maar heeft zelf een andere weg gekozen. Zijn ouders hadden dat liever anders gezien, maar ze houden toch van hem en we hebben goed contact. Dat had ik ook wel zo gewild met mijn ouders.'

Ze heeft inmiddels twee jaar een relatie met Christian, die ook is gescheiden. Het gaat goed met haar gezin, met zijn en haar kinderen. Christian betekent veel voor haar dochter en zoon. Hij doet dingen die een echte vader doet en is nooit te beroerd om Soumaya 's avond op te halen als het laat wordt of met Ayoub naar het skatepark te gaan.

'Ik voed mijn kinderen op zonder geloof. Dat vinden ze heerlijk. Thuis eten we de Hollandse pot en soms couscous. Mijn dochter, die ook veel heeft meegemaakt, is hartstikke blij met de huidige situatie. Ze kan thuis zichzelf zijn, hoeft niets stiekem te doen. Als er problemen zijn, praten we het uit. Niks is taboe. En als ze later voor een geloof willen kiezen, zelfs als dat de islam is, moeten ze dat zelf weten.'

Dat laatste kan ze zich niet voorstellen, omdat haar kinderen nu in vrijheid opgroeien. 'Die zullen zich toch ook realiseren dat waar ik nu voor sta, de beslissingen die ik in mijn leven heb genomen, dat ik daar in een moslimland voor zou worden opgesloten, mishandeld of vermoord.'

Jammer vindt ze dat ze zich nooit helemaal kan bevrijden van de islam. De veertig soera's die ze in haar hoofd heeft moeten stampen, zitten er nog in. Die kan ze helaas niet lozen in de vuilcontainer.


Tussenstukken:
Waarom Halima denkt dat het echt aan de islam ligt

Het is niet de hardvochtige vader die Halima Boutahar tot afvallige heeft gemaakt. Ze zegt maar al te goed te weten dat haar vader handelde op grond van de waarden en normen die hij zelf heeft meegekregen. Daardoor heeft ze de islam ook heel lang het voordeel van de twijfel gegeven.

Ze was voortdurend in verwarring. Steeds weer hoorde ze dat de islam barmhartigheid voorstaat en geen dwang kent. Maar dat zag ze niet terug in het huwelijk van haar ouders en in haar eigen huwelijken. Met de Koran in de hand werd vaak negatief gesproken over de positie van de vrouw, over joden en ongelovigen.

Ook in de moskee hoorde ze imams prediken over 'onze kinderen die beschermd moeten worden tegen de invloed van joden en ongelovigen'. Halima: 'Die zullen je nooit accepteren totdat je hun gewoonten en geloof overneemt, kreeg je steeds te horen. Met die tekst in je hoofd werd je met angst en haat naar huis gestuurd.'

Ongelovigen om haar heen ervoer zij vaak als menselijk en rechtvaardig. Ze twijfelde aan haar religie, maar bleef meedoen uit onzekerheid en omdat ze die kwalijke uitspraken koppelde aan onderontwikkeling van de mensen.

Uiteindelijk is ze de islam zelf gaan bestuderen. Kocht wekelijks boeken, las de Koran en tafsir (koranexegese). En geschriften van onder anderen Yusuf Al-Qaradawi, theologisch leider en ideoloog van de internationale Moslimbroederschap, en de Hollandse imam Abdulwahid van Bommel, en veel boeken over de positie van de vrouw.

Vooral de eindeloze lijst eisen waaraan een vrouw moet voldoen om een goede echtgenote en moslima te zijn, irriteerde haar. Ook als een man niet deugt, moet ze zich opofferen en hem blijven behagen, begreep ze uit die boeken. Daarvoor zou ze in het paradijs worden beloond.

Hoe meer ze las, hoe benauwder ze het kreeg. Vooral 'het gebrek aan vrijheid, het niet respecteren van het recht op vrije meningsuiting en het recht uit het geloof te stappen', was voor haar het breekpunt. Ze brak met de islam, voelt zich sindsdien vrij en gelukkig. En staat 'als een rots' achter haar besluit.


Afvalligen in Nederland

Moslims zullen hun afvalligheid in Nederland niet zo snel met de dood moeten bekopen. Al worden ze, zoals Halima, door hun familie nogal eens bedreigd. Intimidatie is een efficiënt instrument om zwarte schapen bij de kudde te houden. Uittreders worden bestookt met dreigementen als 'Moge Allah je vervloeken' of 'Moge Allah je met een hevig vuur, een ongeneeslijke ziekte, een tumor bestraffen.'

Hoeveel moslim-afvalligen er in Nederland zijn, is onbekend. Er zijn ex-moslims die weinig problemen ondervinden en gewoon geen zin hebben in publiciteit. Anderen durven niet. Of vertellen anoniem hun verhalen, op websites als Faith Freedom International (FFI Nederlandstalig) of isaruhallah (voor moslims die zich hebben bekeerd tot het christendom). Ze willen anoniem blijven om hun families niet te kwetsen, of uit vrees te worden verstoten of onterfd. Ze blijven in de kast.

Hun positie is enigszins te vergelijken met die van homo's in de jaren zestig. Je seksuele geaardheid kon je toen beter verborgen houden. Moedige homo's traden naar buiten om intimidatie en geweld tegen hen aan de kaak te stellen. Dat is wat Halima beoogt.
 



Naar Religie en psyche , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]