De Volkskrant, 19-02-2010, boekrecensie door Gert J. Peelen .2010

Non-fictie | Bij de katholieke familie Van Westerloo

De geheime hobby van pater Frits

De jonge Gerard van Westerloo kreeg van de familiepriester het verzoek de onderbroek uit te doen. Voor zijn zusje had de knappe pater nog meer interesse.

Gevoel voor actualiteit kan men journalist en columnist Gerard van Westerloo niet ontzeggen. Het lijkt geen toeval dat zijn jongste egodocument, De pater en het meisje, verscheen in de week voorafgaand aan de buitengewone vergadering die Paus Benedictus XVI afgelopen maandag en dinsdag belegde met vierentwintig Ierse bisschoppen naar aanleiding van het onthutsende rapport over het grootschalige misbruik van kinderen door katholieke geestelijken in het aartsbisdom Dublin. Of, na de vier bisschoppen die in de publicatie van het rapport voldoende aanleiding zagen op eigen initiatief terug te treden, de bijeenkomst tot ontslag of rechtsvervolging zal leiden lijkt onwaarschijnlijk.

Anders dan het boetekleed, is de roomse mantel der liefde doorgaans ruim bemeten, zoals bij eerdere onthullingen van vergelijkbare aard is gebleken. En van kerkbestuurlijke zijde is men altijd meer beducht geweest voor de schade die ruchtbaarheid, aan dit soort zaken gegeven, toebrengt aan de Kerk dan aan de ingrijpende gevolgen voor de getraumatiseerde kinderschare. Zoals Tarcisio Bertone, tweede man van het Vaticaan, bij aanvang van het pauselijk beraad al liet doorschemeren, regeert vooral de angst dat de geestelijkheid brodeloos wordt als de Ieren massaal het vertrouwen in de Kerk, en daarmee wellicht ook hun geloof in God verliezen.

Dat het hier niet om incidenten gaat, bewijzen eerdere, qua omvang en inhoud vergelijkbare schandalen in de Verenigde Staten en meer recentelijk nog de ontdekking dat op verschillende, door pater-jezuïeten geleide gymnasia in Duitsland, mogelijk honderden kinderen seksueel zijn misbruikt en lichamelijk en psychisch mishandeld. Kindermisbruik door katholieke geestelijken is een kwestie van structurele aard, zo blijkt ook uit Van Westerloo’s verhaal over de ongelijkwaardige relatie tussen de dan 32-jarige pater Frits en het destijds 13-jarige zusje van de auteur; een geschiedenis die hij ruim vijftig jaar na dato met pijnlijke precisie en tot in de verbijsterende details aan het licht brengt.

Tineke was niet het enige slachtoffer van pater Frits. Met zijn aangrijpende relaas van wat zijn zus overkwam en de gevolgen daarvan, geeft Van Westerloo een gezicht aan al die naamlozen die hetzelfde is aangedaan door zwartgerokte mannen aan wier zorgen zij door hun gelovige ouders blindelings werden toevertrouwd.

Gerard zelf was overigens de eerste die, als misdienaar, met de pater van de Maristenorde te maken kreeg. Dat pater Frits hem op een fietstocht tijdens een gezamenlijke overnachting vroeg zijn onderbroek uit te doen, wat Gerard pertinent weigerde, had een veeg teken moeten zijn. Maar Gerard zweeg.

Frits werd halverwege de verzuilde jaren vijftig van de vorige eeuw een graag geziene gast bij de zeer katholieke Van Westerloo’s en bood aan het op school minder goed meekomende dochtertje des huizes bijles Engels te geven. Het bleef niet bij Engels. En Tineke, een puber die thuis niet meetelde, verliefd als zij was op de aantrekkelijke pater, verscheen steeds vaker op zijn kamer. ’s Middags bij hem in de biechtstoel, ’s avonds bij hem op schoot, zoals ook het geval was met hartsvriendin Afra, die eveneens in handen viel van pater Frits.

Dat het daarbij niet tot de ultieme daad kwam – ‘het waren slechts respectvol uitgevoerde experimenten om uit te vinden onder welke omstandigheden ik nog trouw kon blijven aan mijn celibataire gelofte’, zou Frits naderhand tegenover Van Westerloo als excuus aanvoeren – doet aan de ernst van de situatie niks af. De meisjes hielpen hem op zijn verzoek wel degelijk aan zijn gerief.

Waarschijnlijk door oplettendheid van Afra’s moeder, die het drietal betrapte toen ze op een avond gearmd uit de bioscoop kwamen, en de pater op straat de huid vol schold, liep Frits tegen de lamp. Tineke vertelt broer Gerard hoe zij op een avond uit bed werd gehaald om aan de eettafel haar ouders en drie priesters uit te leggen wat er allemaal tussen haar en Frits was voorgevallen.

Het meest traumatische aan die ervaring was dat haar ouders geen enkele moeite deden haar tijdens dat gesprek te steunen. ‘Ze waren volledig op de hand van de priesters’, teleurgesteld en woedend op de dochter die jarenlang in het geniep erotische spelletjes speelde met een priester. Haar moeder neemt zij dat achteraf nog het meeste kwalijk. ‘Uiteindelijk had ze, op die vreselijke avond [. . .] vóór de Kerk gekozen en tegen haar dochter, die haar die avond meer dan wie ook nodig had.’

Gerard heeft achteraf wel een verklaring voor die hondstrouwe houding van zijn ouders jegen de katholieke kerk en haar gezagsdragers. Want ‘mijn hemel, wat waren we rooms. En katholiek. En braaf’. Naar zijn mening is het heilig ontzag van zijn vader voor al wat in priesterlijk gewaad gekleed gaat, niet alleen de bron van de ellende die Tineke bij gevolg moet doormaken – een ongelukkig huwelijk en een seksueel geremd leven – maar ook van het feit dat een zaak als deze zonder enig gerucht in de doofpot kon verdwijnen.

Zo rooms zijn ze, dat als Gerards broer Ed de hand van broeder Matthias, verbonden aan dezelfde parochie van Onze-Lieve-Vrouwe, de koningin des Vredes, in zijn onderbroekje voelt, hij dit als een eer in plaats van een aanranding beschouwt. Want broeder Matthias kan zo mooi uit de Bijbel vertellen. . .

Pater Frits blijkt daags na het avondlijke gesprek met de noorderzon vertrokken, overgeplaatst naar andere oorden, waar hij, niet langer belast door het ontkend verleden, nieuwe slachtoffers maakt. Dit ondanks het feit dat zijn meerderen in de Maristenorde ervan wisten. Maar die deden er het zwijgen toe. En de voor pater Frits belastende correspondentie blijkt naderhand op onverklaarbare wijze uit het archief verdwenen.

Gerard van Westerloo, oud-hoofdredacteur van Vrij Nederland en de Groene Amsterdammer en journalist in hart en nieren, heeft voor deze reportage ruimhartig het principe van hoor en wederhoor toegepast. Hij sprak niet alleen met zus Tineke en haar vriendin Afra, maar bijvoorbeeld ook met de dochter van een destijds getrouwde vrouw met wie Frits in Amsterdam een relatie had, en met de huidige overste van de Paters Maristen. En hij heeft meermalen langdurig gesproken met de onbetwiste hoofdrolspeler, pater Frits, die 85 jaar oud en inmiddels pastoor in ruste, net over de Duitse grens ‘achter Venlo’ woont.

Veel wijzer is hij van die gesprekken overigens niet geworden. Pater Frits blijkt een meester in het maken van omtrekkende bewegingen – vragen als ‘waarom verrichtte u seksuele handelingen met mijn zusje?’ worden steevast beantwoord met de wedervraag ‘Ach, wat zijn seksuele handelingen?’ –, het in twijfel trekken van de betrouwbaarheid van het geheugen van de betrokkenen – ‘Dát zijn Tineke’s en Afra’s herinneringen, niet de mijne’ – en het vergoelijken van zijn handelingen door een beroep op het door hem daarbij betoonde respect voor de lichamelijke integriteit van de meisjes.

Maar naast de openhartigheid van de betrokkenen en de dubbele moraal van de geestelijkheid is het meest opmerkelijke aan De pater en het meisje toch wel het feit dat Van Westerloo in zijn beoordeling van de feiten voortdurend balanceert tussen beschuldiging en begrip, tussen weerzin en mededogen. Uiteindelijk is veel zo niet alles terug te voeren op wat hij ‘de zonde van het celibaat’ doopt. Een rooms-katholieke kerk die gezonde 12-jarigen naar het seminarie stuurt en ze tot een levenslange seksuele onthouding veroordeelt, is hoofdschuldige. ‘Er moet ook onder hen zeer veel geleden zijn.’
 



Naar Religie en psyche , Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]