De Volkskrant, 22-06-2013, column door Frank Kalshoven 2010

Het banenplan van Asscher is een gotspe

Tussentitel: Kabinet schept vooral werk voor vergadertijgers

Minister Asscher van Sociale Zaken berichtte de Kamer deze week over de voorwaarden waaronder hij belastinggeld wil geven aan vakbonden en werkgevers teneinde de oplopende werkloosheid te bestrijden. '600 miljoen voor banenplan' was de bijbehorende kop.

Wat een verspilling van schaars en duur belastinggeld.

Het hoofdbezwaar tegen dit 'banenplan' is dat het nergens over gaat. Twee jaar achtereen 300 miljoen stukslaan in een economie waarin 600 miljard omgaat helpt niet zo. Als zo'n soort bedrag beschikbaar is, gebruik je dat voor een beetje lastenverlichting, of stort je het geld in een fonds voor mensen met een groot investeringsplan.

Maar Asscher, gesouffleerd door vakbeweging en werkgeversclubs - want dit is allemaal onderdeel van het 'Sociaal Akkoord' - geeft uw en mijn belastinggeld liever uit aan bureaucratie.

'Er bestaat', begint Asscher zijn brief, 'geen simpele, snelle en allesomvattende oplossing voor de oplopende werkloosheid.' Dit klopt, en hier zou de brief feitelijk kunnen eindigen. Asscher neemt de andere afslag. 'Omdat niet alle sectoren in dezelfde mate en op dezelfde wijze door de crisis worden getroffen, zijn gerichte stimuleringsmaatregelen nodig.' Als je weinig geld hebt, moet je het heel precies uitgeven, is de gedachte.

Om dit uit te werken somt Asscher gedetailleerd op wat er allemaal moet gebeuren om voor co-financiering in aanmerking te komen. Co-financiering inderdaad, en dat is het enige verstandige element in dit plan. Mensen met een plan betalen de helft zelf, Asscher doet de andere helft. Maar dan:

Aanvragers moeten 'een analyse maken van de sectorale, regionale of intersectorale situatie en problematiek' met een 'gedegen analyse van ontwikkeling en problemen' en bovendien dient 'naar de toekomst te worden gekeken en een inschatting te worden gemaakt van de sectorale arbeidsbehoefte.'

Aanvragers moeten een voorstel maken dat minstens twee van zeven voorgeschreven thema's bevat. Ik bespaar u welke dat zijn.

Aanvragers moeten concrete doelstellingen formuleren, de maatregelen benoemen en de doelgroepen. Ook moet de reden worden aangegeven waarom deze aanwending van middelen voor de gekozen thema's het meest effectief en efficiŽnt is.

Tot op dit punt heeft Asscher dus vooral werkgelegenheid gecreŽerd voor beleidsambtenaren, en uiteraard voor consultants. Nu is het hoog tijd werk te scheppen voor bestuurders en vergadertijgers, immers: 'Voor het slagen van een sectorplan is een stevig draagvlak onontbeerlijk.'

Individuen of individuele ondernemingen mogen niets. Alleen een 'samenwerkingsverband' mag een plan indienen. Hierover schrijft Asscher: 'Het samenwerkingsverband beperkt zich niet tot werkgeversorganisaties en vakbonden en waar aanwezig hun sectorale organisaties, maar betrekt ook kenniscentra voor beroepsonderwijs en bedrijfsleven, arbeidsmarktregio's en UWV.' De koffie staat klaar in alle 35 regionale arbeidsmarktregio's, en bovendien in de tientallen sectoroverleggen.

De kous is hiermee niet af. De ingediende plannen moeten nog worden beoordeeld (wat werkgelegenheid schept bij het Agentschap SZW) en wel in meerdere rondes.

Dan schept Asscher nog werk bij accountants (de samenwerkingsverbanden moeten verantwoording afleggen), en ten slotte bij politici en onderzoekers (de aanpak wordt uiteraard 'gemonitord' en zal in 2016 worden geŽvalueerd) en de Kamer zal hierover worden geÔnformeerd. En dit dus allemaal voor tijdelijke plannetjes met een gemiddelde omvang van een paar miljoen euro het stuk.

Tot slot de gotspe. Asscher presteert het in zijn brief op te schrijven: 'Het kabinet hecht aan een effectieve en efficiŽnte inzet van middelen.'

Kamer, stop deze onzin nu het nog kan.




Red.:   Zie zenuwzieke alfa-intellectuelen in de media
 

Naar Onderwijsbeleid, lijst , Rijnlands beleid , Rijnlands beleid, overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]