De Volkskrant, 25-08-2012, door Wilco Dekker en Jonathan Witteman .2010

Nederlandse laissez-faire... of Franse barricadepolitiek?

Het nieuwe kabinet moet de industrie eens wat meer warmte en aandacht geven, in plaats van die banken, stellen deskundigen.


Tussetitel: Overheidsingrijpen in de industrie vaak duur en verkeerd getimed - Hans Wijers

'Het belang van dit bedrijf overstijgt het belang van de regio; het bedrijf is een pijler onder de Nederlandse kenniseconomie, een pijler die dreigt te worden weggeslagen, omdat aandeelhouders aan de andere kant van de Atlantische Oceaan dat zo hebben beslist. (..) De regering bestuurt geen commerciŽle ondernemingen, dat is waar, maar dit betekent niet dat u werkloos moet toezien hoe in Nederland onnodig werknemers op straat komen te staan en gezonde bedrijven worden ontmanteld en verscheept. (..) Het is voor u een uitgelezen kans om als premier het land een laatste grote dienst te bewijzen.'

Het is de zomer van 2010 en SP-fractievoorzitter Emile Roemer doet in zijn thuisbasis Oss over de hoofden van bijna 2.200 bezorgde werknemers vam MSD/Organon een beroep op demissionair premier Balkenende om hun banen te redden bij het farmacieconcern. De Amerikaanse eigenaar Merck wil onder meer de cruciale research and development-afdeling opdoeken. Uiteindelijk worden ruim vijfhonderd onderzoeksbanen gered, maar het verwijt blijft dat de hele zaak niet nodig was geweest als Nederland een slimme en actieve industriepolitiek had gehad.

Hetzelfde scenario ontrolt zich dit voorjaar rond NedCar. De Limburgse autofabriek wordt ternauwernood gered door het Brabantse industrieconglomeraat VDL, omdat BMW er Mini's gaat bouwen. Een nieuwe industriekampioen is geboren: de lijsttrekkers Rutte, Samsom en Buma zullen de maanden erna op audiŽntie gaan bij VDL-eigenaar Wim van der Leegte. De Eindhovenaar prijst de inzet van CDA-minister Maxime Verhagen voor NedCar, maar hekelt het gebrek aan industriebeleid. Als in Duitsland de export zakt, gaan alle alarmbellen af, zegt de baas van het Brabantse familiebedrijf, maar wat doet de regering hier? Niets.

Is dat zo? En zo ja, wat moet het nieuwe kabinet onder leiding van misschien wel premier Roemer dan wel en niet doen?

'Daar gaan we weer, zou ik bijna zeggen', meldt de Utrechtse hoogleraar economie Hans Schenk, gespecialiseerd in industriebeleid en onder meer nauw betrokken bij de gedeeltelijke redding van Organon. 'Ik heb in 1987 een boekje geschreven dat Industriebeleid heette. Ik stelde toen dat industriebeleid altijd 'technology push' is. Dat zie je nu ook weer bij het topsectorenbeleid. We stellen vast waar 'we' goed in zijn - of we laten de bedrijven dat zelf vaststellen, maar goed - en gaan dat vervolgens proberen te stimuleren. Volgens mij is het beter om het andersom te doen. De overheid meldt op een aantal belangrijke terreinen waar ze over gaat wat de plannen voor de komende jaren zijn. Op het gebied dus van energie, milieu, transport, bouw, scholing en infrastructuur, maar ook op technologisch terrein. Ik had in Bilbao waar ik in de vakantie was gewoon wifi. Dat is in geen enkele Nederlandse stad zo, volgens mij. Het is maar een voorbeeld, maar met zo'n 'demand-pull-beleid van een actieve overheid kunnen bedrijven aan de slag. Dat gebeurt nu niet. Onze overheid denkt niet strategisch na over de inrichting van de maatschappij.'

Bij een actieve, op de industrie gerichte overheid denkt menigeen meteen aan Frankrijk. Deze week haalde president Hollande de internationale pers door Unilever op te dragen het theemerk Elephant over te dragen aan de werknemers, zodat die de inmiddels gesloten fabriek kunnen voortzetten. Het kwam de socialist op een uitval van Unilever-topman Paul Polman te staan, die een vergelijking trok met Cuba en Noord-Korea en dreigende statistieken toonde van de dalende buitenlandse investeringen in Frankrijk sinds het aantreden van Hollande.

Die Franse bemoeizucht is niet meer van deze tijd, zegt Jean-Marc Trouille, hoogleraar Europese economische integratie aan Bradford University. De hoogtijdagen van het Franse dirigisme waren Les Trente Glorieuses, de dertig jaren na het einde van de Tweede Wereldoorlog, toen Frankrijk zijn eigen economische wonder beleefde. 'Sleutelgebieden als treinverkeer, defensie, technologie, ruimtevaart en ict profiteerden allemaal van het interventionisme van de Franse staat. Maar in de wereld van vandaag is het een recept waarmee op de lange termijn geen banen en kennis behouden blijven.'

Tegelijkertijd, zegt Trouille, is het economisch patriottisme van Hollande en Sarkozy begrijpelijk als noodpleister voor het leegbloeden van de Franse industrie. 'Nog maar 13 procent van het Franse bbp is te danken aan de industrie, wat extreem zorgwekkend is.' Begin jaren tachtig was dat meer dan 30 procent, voor het begin van de kredietcrisis nog 20 procent.

In Nederland is het volgens internationale vergelijkingen minder ernstig. Werkt de liberale aanpak in Nederland dus beter?

'Interventies van de overheid in de industrie zijn vaak hele dure en verkeerd getimede ingrepen geweest. Met uitzondering van vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen de staat geld stak in Koninklijke Hoogovens. Daar hebben we veel plezier van gehad', zegt Hans Wijers, die als oud-topman van Akzo Nobel, oud-consultant en oud-minister van Economische Zaken (die Fokker niet kon en wilde redden) een ervaringsdeskundige mag heten.

'Maar naarmate een economie opener wordt, moet je uitkijken, want de overheid heeft de neiging zich te laten leiden door incidenten en verkeerde beslissingen te nemen. Als je kijkt naar sectoren waar overheden traditioneel een grote rol spelen, zoals de auto- en vliegtuigindustrie, zie je dat daar een structurele overcapaciteit is en al decennia lang waardevernietiging plaatsvindt. De uitzondering is Duitsland, waar de overheid zorgt voor een groot personeelsaanbod door goed beroepsonderwijs en zich verder niet bemoeit met ontslagen.'

Volgens Van der Leegte moet de overheid een belang nemen van 5 procent in grote multinationals als Philips, Unilever en Akzo Nobel, zodat het een vinger in de pap houdt bij besluiten over onder meer het sluiten van fabrieken. Hij verwees daarbij naar KPN, dat vierduizend banen verplaatste naar India en de overheid opzadelt met de WW voor de betrokken werknemers.

Een slecht idee, denkt Wijers: 'De overheid als aandeelhouder, daar geloof ik niet in. Kijk wat dat betekent bij de spoorwegen: er liggen wat bladeren op het spoor en de minister wordt in de Kamer geroepen. Stel je voor dat de minister straks verantwoording moet afleggen over Unilever of Heineken.'

De staat moet geen fabrieken willen redden, zegt Wijers. 'Dan blijft zo'n fabriek misschien nog even open, om een jaar later te sluiten als de aandacht wat minder is.'

Maar wat moet er dan wel gebeuren, als Nederland ook na de verkiezingen nog midden in de eurocrisis zit en de werkloosheid snel oploopt? Wie na 12 september ook de bewoner van het Torentje zal zijn, het Franse model verdient geen Nederlandse navolging, zegt Trouille. Tegelijkertijd waarschuwt hij Nederland voor al te grote naÔviteit. 'Kijk naar de BRIC-landen: BraziliŽ, Rusland en China hebben een zeer interventionistische strategie, terwijl Europa helemaal geen strategie heeft.

'In toenemende mate is Europa verwikkeld in een commerciŽle oorlog met de opkomende economieŽn. Europa kan het spel wel volgens de regels willen spelen, maar de BRIC-landen doen dat niet. Chinese of Indiase bedrijven kunnen meedingen naar negen van de tien Europese overheidsopdrachten. Andersom is dat vrijwel onmogelijk.'

De remedie, zegt Trouille, is een kruising tussen het Franse en het Nederlandse model, ergens halverwege Franse bemoeizucht en Hollands laissez-faire. 'Wanneer handelspartners weigeren hun markten te openen, moet je hen uitsluiten van publieke aanbestedingen in Europa. Dat is beschermend, maar niet protectionistisch.'

Is dat iets voor Emile Roemer, straks misschien wel de Hollandse Hollande? Volgens Wijers zijn de marges voor Nederland smal. 'Dat het minder goed gaat met de economie, is voor tweederde de consequentie van onze zeer open economie. Als de wereldeconomie maar met een paar procent groeit in plaats van met vijf procent, merken we dat meteen in onze export. Dat zul je met industriepolitiek nooit kunnen veranderen.'

Wel kunnen de pensioenfondsen een handje helpen, denkt Wijers, die meewerkte aan het D66-verkiezingsprogramma. 'Het verbaast me dat ze zo weinig in Nederlandse bedrijven beleggen. Ik ben ervan overtuigd dat pensioenfondsen zo hogere rendementen zouden kunnen behalen dan ze de afgelopen jaren hebben gedaan, en rust kunnen brengen in de Nederlandse industrie.'

Verder zou een beetje warmte en aandacht helpen, zegt Wijers, zoals de financiŽle sector die jarenlang kreeg - en nog steeds krijgt. 'De Nederlandse industrie heeft de afgelopen jaren ten onrechte minder aandacht gekregen dan de financiŽle sector waarvan alle heil werd verwacht, en we hebben gezien wat dat ons heeft gebracht. Het probleem is dat de overheid elke paar jaar een nieuwe hobby begint. Als je industriebeleid voert, moet dat wel op een systematische manier.'

Hoogleraar Hans Schenk: 'De financiŽle sector is natuurlijk hťt voorbeeld van industriebeleid zoals het niet moet: compleet uit de hand gelopen. De crisis die dat heeft veroorzaakt, moet eerst worden opgelost. Dat stimuleren van die innovatie is leuk, dat mikken op veel slimme jonge ondernemers, maar ook die moeten hun producten kunnen verkopen aan de consument. En die ziet al vijf jaar zijn koopkracht dalen. Je kunt industriebeleid voeren wat je wilt, zolang deze crisis niet voorbij is, helpt het allemaal niks.'

Tussenstukken:

FRANKRIJK: OP BUITENLANDSE OVERNAME STAAT DE BANVLOEK
Gokpaleizen, Meccano-speelgoed: de Franse overheid deed de afgelopen jaren alles om fabriekssluitingen of buitenlandse overnames te beletten. Toen het Amerikaanse PepsiCo in 2005 een gooi dreigde te doen naar yoghurtfabrikant Danone, riep de Franse regering prompt een wet in het leven om te verhoeden dat nationale schatten in buitenlandse handen vielen. Als minister en later president stak Sarkozy onder meer een stokje voor de overname van energieconglomeraat Alstom door het Duitse Siemens. Ook trad hij op als verkapte handelsgezant voor kernenergiebedrijf Areva. Tijdens de verkiezingsstrijd van dit jaar wierp Sarkozy zich op als kampioen van de staalarbeiders van een stilgelegde ArcelorMittal-fabriek, terwijl FranÁois Hollande (Parti Socialiste) een banvloek uitsprak over het ontslag van achtduizend werknemers bij autofabrikant Peugeot. De Franse politiek bekijkt de globalisering met argwaan, tenzij de Fransen een graantje kunnen meepikken.

DUITSLAND: POLITIEK BLIJFT INVESTEREN IN STERKE INDUSTRIE
'Nee, dan de Duitsers', smachten industrieliefhebbers aller landen als ze zich beklagen over de deplorabele toestand van de industrie in hun land. 'Als in 2009 de export in Duitsland met een paar procent zakt, staat daar de politiek op zijn kop', zei NedCar-redder Wim van der Leegte eerder deze maand. 'Komt er meteen een industriefonds van 100 miljard.' De Duitse politiek bleef zijn industrie trouw, ook toen de banken de weg naar de eeuwige rijkdom leken te hebben gevonden en de industrie in veel landen tot economisch relict werd verklaard. De regering-Merkel voert geen barricadenpolitiek ŗ la Sarkozy of Hollande, maar investeert veel in de fundamenten van een sterke industrie, zoals uitstekend technisch onderwijs. Mede dankzij het grote aanbod aan hooggeschoolde vakkrachten kan de Duitse industrie zich toeleggen op de ontwikkeling van geavanceerde technologie. IndustriŽle grootmachten als Siemens, BMW en ThyssenKrupp hebben daar voordeel van.

WAT ZEGGEN NEDERLANDSE VERKIEZINGSPROGRAMMA'S?
De term 'industriepolitiek' is de VVD even wezensvreemd als blasfemie de SGP. Wel zeggen de liberalen het topsectorenbeleid te willen voortzetten, met een nadruk op bŤtatechniek. Ook moet de overheid het buitenlandse bedrijven makkelijker maken zich in Nederland te vestigen, onder meer door soepeler procedures van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De PVV is de enige partij die zich direct uitspreekt voor overheidsbemoeienis bij het behoud van industrie: 'Bescherm de Nederlandse maakindustrie, zoals NedCar.'

Hoewel de SP dat niet in het programma schrijft, voerde de partij de afgelopen jaren actie voor het voortbestaan van Organon en NedCar. Behalve voor investeringen in het Brabantse Brainport en het Friese Wetsus pleit de SP voor stemrecht van werknemers bij grote ondernemingen. Bovendien moeten ondernemingsraden instemmingsrecht krijgen bij fusies en bestuursbonussen.

De PvdA wil een 'nieuwe trotse vorm van industriepolitiek', onder meer door de aanleg van een elektriciteitsnet op de Noordzee. 'Dat maakt miljarden aan investeringen los', denken de sociaal-democraten.

D66 overweegt de heroprichting van een Nationale Investeringsbank om bedrijven makkelijker toegang te geven tot kredieten, terwijl het CDA een 'groene investeringsmaatschappij' in het leven wil roepen om duurzame energie te financieren.


Red.:  Hans Wijers en Hans Schenk ...


Naar Wetenschap lijst , Sociologie lijst , Sociologie overzicht , of naar site home .

[an error occurred while processing this directive]