De Volkskrant, 13-12-2011, door MIRJAM SCHÖTTELNDREIER is pedagoge en redacteur van de Volkskrant. .2010

Geef het mbo de steun die het verdient

Het mbo levert broodnodige vaklui en vangt steeds vaker kinderen uit de hogere (school)kringen op.

Tussentitel: Waarom niet trots als een kind de ‘motor van de economie’ gaat dienen en níet wordt opgeleid voor werkloosheid

Het middelbaar beroepsonderwijs heeft geen goede pers. Vorige week was het weer raak: 13 procent, oftewel een op de zeven opleidingen, geeft te weinig les. Het zal de elite met het kroost op de havo en het vwo niet hebben verbaasd. Als ouders weet je twee dingen in je leven zeker: je doet er alles aan om je kind op het gymnasium te krijgen, het vwo of desnoods de havo, en je doet er alles aan om te voorkomen dat je kind een vmbo'er wordt. Dan hoeft het daarna tenminste ook niet naar het mbo.

Behalve dat deze houding van weinig respect getuigt voor de meerderheid van de leerlingpopulatie (nog altijd gaat ruim 60 procent van Nederland naar (v)mbo), het getuigt ook van enig onbenul. Want het beroepsonderwijs levert niet alleen de vaklui die wij broodnodig hebben, het vangt ook steeds vaker kinderen uit de hogere (school)kringen op.

De afgelopen vijf jaar gingen steeds meer jongeren met een havo-diploma naar het mbo. Dat aantal is ruim verviervoudigd, van 2- naar 9.000 leerlingen. Ook ving het mbo in diezelfde periode nog eens 12 duizend ongediplomeerde havisten op. Van die groep behaalde uiteindelijk tweederde een mbo-diploma. Geen geringe score. Deze gelukkigen konden met dat diploma meteen aan de slag, want van de mbo-gediplomeerden vindt 98 procent binnen het half jaar een baan op niveau én naar wens (bron: ROA). Kom daar eens om, met je hbo- of wo-diploma.

Je zou zeggen: punten voor het mbo. Maar lof krijgt het mbo niet snel toegezwaaid, al redt het nog zoveel uitvallers. Menige hbo-opleiding blijkt op onderdelen te zwaar, zodat een havist de gewenste opleiding op een lager niveau moet zoeken. Vaak ook heeft een havo-leerling al heel wat jaartjes op zijn tenen gelopen omdat hij en zijn ouders te deftig waren voor het (v)mbo.

Héél soms gaan leerlingen met een havo-diploma vrijwillig naar het mbo omdat een docent of mentor heeft gezegd: eigenlijk ben je beter af als je eerst deze praktijkopleiding doet, dat is een veel betere basis voor je vak en, eventueel, je latere hbo-opleiding. Meestal worden dergelijke adviezen in de wind geslagen, want je zult wel gek zijn, met een havo-diploma naar het mbo!

De zoon van een kennis heeft na een zwerftocht van drie jaar in het hbo-labyrinth nu zijn plaats gevonden op een mbo-opleiding. Had hij het maar meteen gedaan: minder faalervaringen en nog altijd een waaier van toekomstmogelijkheden.

Mijn dochter stapte van 4 gymnasium over naar het mbo, nadat bij haar in de puberteit een reeks leer- en concentratieproblemen opdoken, genaamd add. In plaats van zichzelf nog langer te kwellen met louter theorie, besloot ze een horecaopleiding te volgen op mbo-niveau. Dan kan ze daarna door naar de hogere hotelschool (hbo), waarvan ze haar hele leven al droomt. Al is menig schoolvak onder haar niveau en heeft ze genoeg commentaar op haar opleiding, vooral door de praktijkgerichte vakken is ze opgebloeid.

Wel jammer dat haar weloverwogen overstap juist in de hoogste kringen met veel misbaar wordt betreurd: 'Van het gymnásium naar het mbo?!' Die lompe bonus mag ze keer op keer incasseren, op het toch al geschonden zelfvertrouwen. Het is misschien een idee om als maatschappij wat welwillender naar het mbo te kijken. Het is leverancier van bakkers, secretaresses, opticiens en allerlei beroepen die we toch als de basis van de economie mogen beschouwen. Daarnaast biedt het een handige omweg voor tragere leerlingen en is het ook nog eens een vangnet voor jongeren die al vroeg in hun leven tegen leer- en levensproblemen aanliepen.

Laten slimme ouders met hun passie voor hersenonderzoek vooral niet vergeten dat het jonge brein niet klaar is, maar kneedbaar.

Prima, dat ouders trots zijn op hun kinderen die met een vwo-diploma natuurkunde gaan studeren of eerst een jaar gaan surfen in Australië. Maar waarom is er geen plaats voor trots als een kind de 'motor van de economie' gaat dienen en níet wordt opgeleid voor werkloosheid? Dat mijn dochter in de horeca straks, in tegenstelling tot haar bijklussende studentvriendinnen, wél weet waar de wijn en gerechten op de menukaart vandaan komen, vervult mij, academisch gevormde moeder, met trots.

Ben ik daarmee enthousiast aanhanger van het onderwijs op het mbo? Nee, er is van alles aan te merken op docenten, lesmateriaal en lesmethoden. Er wordt te veel google-onderwijs gegeven, te veel 'gereflecteerd', er worden meer linkjes verstuurd dan boeken gelezen en veel docenten lijken bange drenkelingen in de immense roc-bureaucratie.

Maar: A. de branche is zich bewust van de problemen en werkt hard om ze te verhelpen en B. maakte ik me op het top-gymnasium van mijn dochter ook vaak zorgen over het geringe aantal 'contacturen' en het toenemend aantal docenten-in-opleiding. En C. heb ik over de begeleiding vanuit het mbo niets te klagen.

Dat het voor een complex schooltype als het mbo lastiger is het voor alle leerlingen goed te doen dan voor het neusje van de zalm, het uniforme en kleinschalige gymnasium, spreekt voor zich.

Toch geven mbo-leerlingen hun opleiding gemiddeld een 7. Als de betweters van Nederland om te beginnen hun attitude naar dat cijfer bewegen, krijgt het mbo behalve de steun die het verdient ook de lust om ten goede te veranderen.





Naar Wetenschap lijst , Sociologie lijst , Sociologie overzicht , of naar site home .

[an error occurred while processing this directive]