De Volkskrant, 16-07-2012, door Hans Schnitzler, filosoof en columnist voor de Volkskrant. .2010

Wantrouw statistieken, negeer peilingen

In de statistiek draait het om gemiddelden. Maar juist het uitzonderlijke bepaalt meer dan eens de loop der gebeurtenissen.

Tussentitel: Zo nu en dan slaat er een meteoriet in, of staat een Hitler of Einstein op
In het statistische universum vallen zulke fenomenen buiten de boot

'Er zijn drie soorten leugens: leugens, grove leugens en statistiek.' Deze aan de Britse staatsman Benjamin Disraeli toegeschreven uitspraak zal bij menigeen de wenkbrauwen doen fronsen. Wat is er nu zo leugenachtig aan de macht van het grote getal? Heeft het ons geen inzicht verschaft in zaken als de gemiddelde levensverwachting, het bruto nationaal product, de winstkansen bij het dobbelspel of de risico's van een ongezonde levensstijl? En heeft het politici, economen, roulettespelers en artsen niet verder geholpen bij het inschatten van groei-, winst-, en overlevingskansen? Zeker. Los van de manipuleerbaarheid van data waarop Disraeli doelde en los van de periodieke miskleunen van statistici, heeft deze wetenschap onze kennis onmiskenbaar uitgebreid. Zij heeft met wisselend succes maatschappelijke, economische en natuurkundige verschijnselen in kaart gebracht.

De meer fundamentele leugenachtigheid van de statistiek vindt men in de volkswijsheid dat uitzonderingen doorgaans de regel bepalen. Dat niet gewone handelsdagen beschikken over winst en verlies, maar juist de dagen die er dramatisch van afwijken: de statisticus wil er niets van weten. En dat niet het alledaagse of de middelmaat, maar juist het uitzonderlijke of het excentrieke meer dan eens de loop der gebeurtenissen bepaalt: u zult het niet in de statistieken terugvinden.

Het draait bij deze discipline immers om gemiddelden, om normaalverdelingen. Dat er mensen rondwandelen met schoenmaat 52, dat er eens in de zoveel tijd een meteoriet inslaat of dat er zo nu en dan een Hitler of Einstein opstaat: in het statistische universum vallen dergelijke fenomenen buiten de boot. Voor de statisticus draait het om grote aantallen en lange perioden, zeldzame personen en gebeurtenissen kunnen slechts als afwijking of schommeling worden aangemerkt. Daaraan ontleent deze wetenschap haar geldigheid en zeggingskracht.

Dit wegcijferen van onwaarschijnlijkheden is niet van risico's ontbloot. Het creŽert namelijk - en hierin schuilt de flirt met de leugen - een valse illusie van voorspelbaarheid. Het is een poging radicaal af te rekenen met het lot, en er de redelijkheid van de berekening tegenover te zetten. Maar het bestaan is intrinsiek onberekenbaar, de handeling van een enkeling kan een hele keten van onvoorziene gebeurtenissen in gang zetten. Het voorspelbaar willen maken van het onvoorspelbare is in feite een vorm van menselijke hoogmoed, hybris die blind blijft voor het toevalskarakter van de werkelijkheid. De veel voorkomende misrekeningen van het Centraal Planbureau, waar onze beleidsmakers hun beslissingen op baseren, bewijzen dat de werkelijkheid een stuk grilliger is dan de normaalcurve suggereert, en dat hoogmoed meer dan eens voor de val komt. Zelfs de financieel analist zal het dezer dagen moeten beamen.

Statistische uniformiteit is allerminst een onschuldig ideaal, stelde filosofe Hannah Arendt. Het vertoont namelijk de neiging datgene wat afwijkt van het gemiddelde als een probleem te beschouwen dat opgelost moet worden. Want of men nu de omvang van schedels meet, het IQ of de arbeidsproductiviteit, zodra het normale van het abnormale is gescheiden, betreden de nivelleerders van de bevolkingspolitiek het podium. Kosten noch moeite worden gespaard de afwijking weer onderdeel van de regel te maken; het overactieve kind krijgt Ritalin, de improductieve een cursus efficiency en de vetzuchtige wordt onder toezicht geplaatst. Dat de tucht van de normaalverdeling en het bijbehorende streven naar eenvormigheid ook tot minder onschuldige uitkomsten kan leiden, daarvan is de geschiedenis onze kroongetuige.

Het statistische ideaal als maatschappelijk fenomeen normeert te allen tijde en zet aan tot conformisme. Het stimuleert de cultus van de grootste gemene deler, plaatst de alledaagsheid op een voetstuk en geeft ruim baan aan de terreur van het 'men zegt'. Binnen een dergelijke leefervaring raakt de gedachte dat het gewone niets bewijst en het uitzonderlijke alles, uit de gratie. Het degradeert de tegendraadsheid en het excentrieke tot nauwelijks te tolereren randverschijnselen en de kunstenaar tot kladloper.

Soms buigt de statistiek zo ver door naar de alledaagsheid van het 'men zegt', dat ze een karikatuur van zichzelf wordt. Dit is het geval bij de opiniepeiling, een met wetenschappelijke middelen uitgeoefende hogere vorm van roddelkunde. Men leent het gereedschap van de oudere zus - aselecte steekproef, standaarddeviatie - niet om iets tastbaars te meten, maar om er de geestestoestand van een heel volk mee te peilen. Nu is dat op zichzelf al een heikele onderneming (mensen en hun meningen vertonen immers de ongemakkelijke eigenschap om de haverklap en zonder aanwijsbare redenen te veranderen), maar men weet de klus ook te klaren met verbazingwekkende kleine steekproeven die representatief heten te zijn. Bovendien meent de opiniepeiler, dat hij zijn bevindingen zo snel mogelijk aan de grote klok moet hangen.

En zo zondigt deze praatgrage tante tegen de twee belangrijkste fundamenten waarop het huis van de statistiek is gebouwd: grote aantallen en lange perioden. De schommeling wordt nu een normaaltoestand en de afwijking een mediagenieke regel. En met deze ironische omkering komt de waan van de dag, die de statisticus normaliter buiten beschouwing laat, in het middelpunt van de belangstelling te staan.

En het resultaat? Politici als opgejaagd wild, achtervolgd door een meute hijgerige journalisten die hen met de laatste stemmingswisseling van het volk om de oren slaan. En de kiezer? Die wordt er niets wijzer van. Hij maakt, zoals altijd, zijn keuze in het stemhokje. Kortom, of het nu gaat over economische vooruitzichten, uw levensverwachting, klimaatontwikkelingen of het politieke klimaat: wantrouw de statisticus en negeer de opiniepeiler.


IRP:  Boordevol retorische trucs en denkfouten . "het universum van de staisticus":  hellend vlak os zwart-wit-maken: wie statistiek gebruikt is een statisticus.

Geen column maat gewoon opinie-artikel - halve pagina.

Als er een "statistisch universum" is , is er ook een poltike universum". En in het politiek universum is de leugen de norm. Dus Disraelie liegt, en si een kretzner. En er is ook een filosofisch universum, dus Hans Schitxlers kraait onzin uit


Naar Wetenschap lijst , Sociologie lijst , Sociologie overzicht , of naar site home .

[an error occurred while processing this directive]