De Volkskrant, 22-04-2010, van verslaggeefster Yvonne Hofs .2010

Deutsche Welle in Twente

Steeds meer Nederlandse bedrijven in de oostelijke grensstreek huren Duitse uitzendkrachten in. Die zijn gemotiveerd, werken hard en zeuren niet.

Na negen jaren ‘grenspendel’ spreekt Uwe Reigers (48) al een aardig mondje Nederlands. De kleine, pezige Duitser met lachrimpeltjes naast de ogen vertelt dat hij tien jaar geleden na een bedrijfsongeval werd afgekeurd als timmerman in de bouw. Op aanraden van kennissen besloot hij zijn geluk over de grens te beproeven, als uitzendkracht in Nederland. Waarom?
    Reigers aarzelt even. Dan: ‘Laat ik het maar eerlijk zeggen: omdat ik hier veel meer kan verdienen dan in Duitsland.’ En, voegt hij er haastig aan toe, vanwege de ‘Geselligkeit’. ‘Nederlandse bedrijven zijn socialer. Toen ik in 2001 met een aantal andere werklozen uit Nordhorn in Oldenzaal begon, had geen van ons een auto. Het uitzendbureau heeft ons toen een auto ter beschikking gesteld, zodat we elke dag samen naar het werk konden rijden. Een Duitse werkgever zou dat nóóit doen.’

Schreeuwend tekort
Reigers werkt sinds 2007 als uitzendkracht voor Power-Packer, een productiebedrijf in Oldenzaal dat hydraulische systemen assembleert voor cabriolets en vrachtwagens. Hij is lang niet de enige Duitser die daar rondloopt: van de circa negentig uitzendkrachten die in twee werkplaatsen auto-onderdelen in elkaar schroeven, heeft ongeveer een kwart de Duitse nationaliteit. Ook andere Twentse bedrijven huren structureel Duitse arbeidskrachten in. Dat geldt onder andere voor salade- en broodjesfabriek Johma in Losser, de Almelose staalmattenproducent Van Merksteijn en bierbrouwer Grolsch te Enschede.
    Niets opmerkelijks misschien in een grensstreek, maar het aantal naar Nederland forenzende Duitsers is de laatste jaren flink toegenomen. In maart 2007 werkten er volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 22 duizend Duitse grenspendelaars in Nederland, terwijl dat er in 1995 maar ongeveer duizend waren. Vlak voordat de recessie inzette, in september 2008, waren het er al 32 duizend. Sindsdien is het aantal als gevolg van de crisis weer iets gedaald. Meer dan de helft (56 procent) van de Duitsers die in Nederland werken, is uitzendkracht en die groep is nu eenmaal het eerste slachtoffer als het economisch tegenzit. Zodra de bedrijvigheid aantrekt, zal ook het aantal Duitse grenswerkers weer toenemen, is de verwachting.
    Duitsers vervullen, net als Polen, vacatures waar Nederlanders niet in kunnen of willen voorzien, weet adviseur Herman Lammers van Eures, het EU-kenniscentrum voor arbeidsmobiliteit. ‘De grote stijging zette in vanaf 2003-2004. Met name in de metaalsector en de bouw was er in Nederland toen een schreeuwend tekort aan vakmensen: frezers, draaiers, metselaars en timmerlieden. In Duitsland waren die nog wel te vinden. Duitse uitzendbureaus sprongen op de Nederlandse vraag in. Op een gegeven moment was er in heel Oost-Duitsland geen metaalarbeider meer te vinden; die zaten allemaal in Rotterdam.’
    Dat Duitsers door de bank genomen over betere technische vaardigheden dan Nederlanders beschikken, blijkt zelfs op het meest basale niveau. Mogelijke kandidaten voor productiewerk bij Power-Packer, wat in principe ongeschoold werk is, moeten een test doen waarbij ze zonder instructie een in elkaar geschroefd torentje moeten nabouwen. Duitsers scoren significant hoger in die test dan Nederlanders, meldt Randstad, dat al het uitzendpersoneel voor Power-Packer levert.
    De personeelsmanager van het Oldenzaalse automotivebedrijf, Hans van der A, vermoedt dat dit te maken heeft met de goede vakopleidingen in Duitsland. ‘Daar heb je nog zoiets als in Nederland vroeger het leerlingwezen, waarbij jongeren jarenlang een dag per week naar school gaan en daarnaast vier dagen een vak leren bij een bedrijf. Heel praktisch onderwijs, dat veel beter aansluit bij de eisen die het bedrijfsleven stelt dan de Nederlandse roc’s.’
    Toch heeft het even geduurd voordat Power-Packer het aandurfde met de Duitsers, bekent Van der A. ‘We hebben lang vastgehouden aan de eis dat onze werknemers de Nederlandse taal machtig moesten zijn. Maar in 2007 maakte ons bedrijf een enorme groei door en was het heel moeilijk om aan voldoende mensen te komen. Randstad zei toen: waarom geen Duitsers? Die zijn leergierig en gemotiveerd.’
    Van der A is inmiddels helemaal om. De gevreesde taalproblemen zijn uitgebleven, omdat in Twente veel mensen Duits spreken en de Duitsers uit de grensstreek redelijk Nederlands verstaan. En het belangrijkste: ‘Ik ben zeer tevreden over de instelling van de Duitse medewerkers. Ze hebben een hoge arbeidsmoraal en werken over het algemeen harder dan Nederlanders.’
    Van der A wil niet ingaan op de oorzaken van het mentaliteitsverschil tussen Nederlandse en Duitse uitzendkrachten. Het ligt kennelijk gevoelig, want meerdere bedrijven met Duitse medewerkers weigerden aan dit artikel mee te werken. Nederlandse werkgevers lopen er liever niet mee te koop dat ze, om welke reden dan ook, veel Duitsers in dienst hebben.
    Eures-adviseur Lammers heeft wel een verklaring: ‘In Nederland is het verschil tussen een WW-uitkering en het salaris van een productiemedewerker erg klein. Voor Nederlandse werklozen is laagbetaald productiewerk daardoor niet zo aantrekkelijk.’

Rekensom
Voor Duitsers valt die rekensom heel anders uit, weet Wika Lehmann, een Duitse Nederlandse die in Gronau voor Randstad Duitse uitzendkrachten voor Twentse bedrijven werft. De sociale uitkeringen zijn in Duitsland over het algemeen lager, net als de lonen, en de werkloosheid is aan de Duitse kant van de grens twee tot drie keer zo hoog als in Nederland. Lehmann: ‘Het hangt van je persoonlijke situatie af, maar als je geen kleine kinderen of een goed verdienende partner hebt, verdien je als productiemedewerker in Nederland al gauw een paar honderd euro per maand netto meer dan hier.’ Mensen met een laag inkomen betalen in Nederland namelijk minder belasting.
    De Duitsers zien nog een reden om extra hun best te doen om hun Nederlandse baan te behouden. ‘Duitse bazen zijn veel strenger’, zegt Ludmilla Braininger (42), die op de vrachtwagenafdeling van Power-Packer werkt. ‘Ze zeggen je ’s ochtends niet eens gedag. In Nederland zijn de mensen aardiger, collega’s gaan gemakkelijker met elkaar om. En we hebben hier meer pauzes.’



Naar Alfa's en bèta's, banen , Alfa's en bèta's, sociologisch , Sociologie lijst , Sociologie overzicht , of site home .

[an error occurred while processing this directive]