De Volkskrant, 25-09-2010, boekrecensie door Olaf Tempelman .2010

Met dichters geef je geen paradijs gestalte

Tussentitel: Ingenieurs: van hen kun je het heil verwachten

Alfa’s kunnen van dingen overtuigd zijn zonder in te staat te zijn ze te bewijzen. Volgens biografieprofessor Hans Renders, auteur van het voorwoord van de bundel Onder ingenieurs, pakt de kloof tussen alfa’s en bèta’s ‘in het openbare leven bijna altijd negatief uit voor de bèta’s’. Ik meen het tegendeel al te hebben ervaren op de middelbare school, waar ik als semi-alfa tussen de bèta’s zat. Geen van de leraren, ook niet van de talen, liet er naar ik me herinner ooit twijfel over bestaan wat belangrijk was en wat franje. Voor zover het nog innerlijk knaagde was er de Nederlandse overheid met haar ‘Kies exact’-campagne. Omdat de exacte vakken ‘er werkelijk toe deden’ besteedde ik er extra veel tijd aan. Achteraf was dat natuurlijk een bewijs van gebrekkige aanleg. De jongen naast wie ik in de schoolbank zat was wel een echte bèta en hoefde zich nauwelijks in te spannen. (Hij werd Dr. Ir. en ging in Genève onderzoek doen naar elementaire deeltjes.) Nog steeds herinner ik mij ellendige wiskundeproefwerken die mijn bankgenoot volkomen ontspannen, achteloos en veertig minuten sneller voltooide.

Een Roemeense vriend, ook een middelmatige bèta, formuleerde het als volgt: ‘Je kunt denken dat je een goede zangstem hebt tot je iemand hoort die echt kan zingen.’

Ik dank de hemel dat ik niet in een communistisch land werd geboren. Daar was ik waarschijnlijk naar een slechte technische universiteit gebonjourd, alleen al omdat er voor alfa’s nauwelijks studieplaatsen waren. Communistische overheden voerden een Kies exact-campagne met dwang. Ingenieurs had je nodig om het marxistisch-leninistische paradijs op te trekken, geen dichters. Het resulteerde in veel ingenieurs die beroerd zongen. Het woord ‘ingenieur’ viel zo vaak dat het deel ging uitmaken van het collectieve onderbewuste. In 2003 publiceerde de Roemeense kunsthistoricus Andrei Plesu zijn boek Despre ingeri, ‘Over engelen’. De Roemeense titel is maar twee letters verwijderd van een andere, Despre ingineri, ‘Over ingenieurs’. Plesu vertelde dat Roemeense boekhandels de vraag hadden gekregen of ze ‘dat boek van Plesu over ingenieurs’ nog hadden. Die anekdote was symbolisch: wat de engelen zijn voor het christendom, waren de ingenieurs voor het communisme. Van hen kon je het heil verwachten.

Had Renders beweerd dat bèta’s in het Westen nooit een status hebben gehad als in de Sovjet-wereld, dan had hij een punt gehad. Oostwaarts wemelde het van de taaie ingenieursbiografieën, én van de -standbeelden. In vergelijking daarmee is Onder ingenieurs een bescheiden eerbetoon aan Nederlandse grootheden. Willem Johan Kolff, uitvinder van de kunstnier, Alexandre Horowitz, pionier van het elektrisch scheren, Edsger Dijkstra, computergenie avant la lettre en anderen worden hier aan de vergetelheid ontrukt. In een uitstekend essay over ingenieursstad Eindhoven geven Joep Huiskamp en Hans Schippers van de daar gevestigde TU ook nog een paar verklaringen waarom je – in het Westen – zoveel biografieën van schrijvers hebt en zo weinig van ingenieurs. Die laatsten zijn meestal geen mannen van het woord. Aan persoonlijke ontboezemingen doen ze weinig. Veel onderzoeken zijn groepswerk. Succes komt zelden door één persoon. En een technische omgeving doet aan innovatie, niet aan zelfpromotie.


Naar Alfa's en bèta's, banen , Alfa's en bèta's, sociologisch , Sociologie lijst , Sociologie overzicht , of site home .

[an error occurred while processing this directive]