De Volkskrant, 03-09-2011, door Joep Dohmen, filosoof en hoogleraar aan de Univ.voor Humanistiek 2009

Politici maken de democratie kapot

Academisch onderwijs | De geesteswetenschappen en de kunsten helpen de mens zich in te leven in anderen. Daarop bezuinigen, voedt de haat

Het manifest Niet voor de winst - het belang van alfa-onderwijs voor de democratie van Martha Nussbaum komt op een belangrijk moment voor Nederland. Wij beleven namelijk een dramatisch moment in ons academisch onderwijs.

Om te beginnen spreekt zij van een 'stille crisis', een die 'grotendeels onopgemerkt voortwoekert, net als kanker'. Ik vrees dat beeld en uitdrukking goed getroffen zijn. Die crisis betreft de heimelijke, maar o zo gestage achteruitgang - tot aan het verdwijnen toe - van de geesteswetenschappen: geschiedenis, talen, godsdienswetenschappen en studies van eigen en vreemde religies, filosofie en ethiek, levensbeschouwing, kunst(beschouwing), muziek.

In plaats daarvan zien we een steeds verder oprukken van exacte, zogenaamd harde (natuur)wetenschappen, mediastudies en technologie. De sociale wetenschappen, mits gent op het juiste technische format en het gangbare paradigma, krijgen nog een tijdje dispensatie, evenals de levenswetenschappen.

Nussbaum laat overtuigend zien dat wereldwijd het programma van de liberal arts gedoemd is te verdwijnen, omdat internationale politici en bestuurders zo'n algemene vorming niet langer nodig achten. Waarom zou je immers geschiedenis leren als er maar n richting is: vooruit? Waarom theologie als God niet bestaat? Waarom vreemde talen als we toch allemaal Engels praten? En waarom filosofie als het doel van al onze inspanningen - economische groei - bij voorbaat vaststaat?

Nussbaum legt in haar analyse van het academisch onderwijs op minstens drie punten de vinger op de zere plek.

Allereerst onderscheidt zij twee soorten onderwijs: een soort die op winst is gericht en een die focust op democratie. In het op winst gerichte onderwijs wordt een mensenleven in de eerste plaats gezien 'als middel om winst mee te behalen'. In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, leidt economische groei volgens Nussbaum niet automatisch tot algemene welvaart in een democratisch bestel. Ons huidige onderwijs leidt niet vanzelf tot ontwikkelde mensen, laat staan tot een rechtvaardige samenleving. Voor dat laatste is heel wat meer nodig dan alleen een bloeiende economie. Daarvoor moeten wij jonge mensen ontwikkelen, vormen, bilden. Als het goed is, gebeurt dat in de opvoeding in gezinnen, en vervolgens vooral op scholen en universiteiten. Wat voor programma is daarvoor nodig?

Niet voor de winst richt zich met name op het universitaire onderwijs en laat zien dat studenten daarin allereerst een bepaalde mentaliteit, een levenshouding, moeten ontwikkelen. Als die ontbreekt, heeft hun verdere academische vorming geen eigen zin en betekenis. Voordat studenten zich gaan specialiseren, moeten zij dus allereerst een soort propedeuse doorlopen waarin zij zich in twee belangrijke onderwerpen dienen te bekwamen: een socratische pedagogiek en een eigen sensibiliteit.

Wat betreft het eerste punt: de student moet een kritisch (zelf)bewustzijn ontwikkelen, vaardig worden in het debat, goed kunnen analyseren en argumenteren. Alleen zo wordt iemand een autonome geest, die in staat is zelfstandig te oordelen over wat dan ook. Daarnaast moet de student zijn verbeelding ontwikkelen, met het oog op empathie. Studenten moeten ook leren de wereld te bekijken vanuit het standpunt van een ander. Van daaruit is de student in staat mee te voelen met een ander en bereid tot wederzijdse hulp.

Het behoeft geen betoog dat juist de geesteswetenschappen in combinatie met kunst bij uitstek geschikt zijn om aan jonge mensen deze twee eigenschappen bij te brengen. Als autonome en empathische mensen kunnen ze in hun specialisatie een klimaat van verantwoordelijk rentmeesterschap en een cultuur van creatieve innovatie bevorderen.

Nederland kiest echter vandaag voor op winst gericht onderwijs. De Nederlandse universiteiten moeten van overheidswege zwaar bezuinigen, met name op de niet-exacte vakken. De verantwoordelijke politici en bestuurders zien het belang van geesteswetenschappen en kunst niet in. Zij willen niet onder ogen zien dat de kredietcrisis op rekening komt van onverantwoordelijk handelende individuen. Zij willen niet toegeven dat het echec van de banken geen toeval was en alles te maken had (en heeft!) met een cultuur van ja-knikkers. Onze minister van Onderwijs, Marja van Bijsterveldt, zei in Trouw: 'Ik wil alles uit het kind halen.' Hoe dan? Door het een vakkenpakket te geven van Engels, taal, rekenen en economie. Geen enkel woord over brede algemene vorming, dat vindt ze maar flauwekul.

Ik zou mijn kind niet graag aan Marja overlaten. De Nederlandse overheid bezuinigt op de kunsten, want zij vindt artistieke creativiteit niet speciaal waardevol. O nee? Wat was Apple geweest zonder de creatieve geest van Steve Jobs? Zo bezien maakt ons kabinet niet alleen een bloeiend leven in een rechtvaardige samenleving onmogelijk, maar runeert het op termijn zijn eigen doelstelling van economische groei.

Niet alleen politici, ook de universitaire besturen zelf doen graag mee aan het leveren van op winst gericht onderwijs. In zijn briljante essay Topkitsch en slow science liet Ren Boomkens al in 2008 zien dat en hoe de Nederlandse academie een verlengstuk geworden is van het bedrijfsleven, met zijn logica van productie en rendement. Sindsdien is het alleen nog erger geworden. Hoogleraren doen alleen nog maar aan zogenaamd toponderzoek. De Nederlandse academicus wringt zich in alle mogelijke bochten om in een Angelsaksisch triple A-tijdschrift te mogen publiceren. Dat lukt natuurlijk zelden en dan gaat men wanhopig op zoek naar een lager geklasseerd tijdschrift enzovoorts. Zo houdt men elkaar gevangen en de schijn hoog. Intussen is van goed onderwijs (kleine klassen, veel contacturen, aandacht voor de papers van studenten en voor hun humanistische vorming) geen sprake meer.

Het wordt tijd dat Ad Verbrugge, de oprichter van Beter Onderwijs Nederland, een academische variant bedenkt. Voor maatschappelijk engagement moet je al helemaal niet meer op de universiteit zijn. 95 procent van de Nederlandse filosofen, de ethici incluis, heeft nog nooit iets gepubliceerd over onderwijs, zorg, verantwoordelijkheid in organisaties, humaniteit in gevangenissen, duurzaamheid en milieu, laat staan over de houdbaarheidsdatum van de Nederlandse democratie. Het excuus: daar mogen wij helemaal niet over schrijven.

Het mensbeeld van Nussbaum is het tweede belangrijke punt in Niet voor de winst. Dat is niet zo positief. Zij laat zien hoe jonge kinderen moeten leren hun primaire narcisme, hun schaamte over hun lichamelijkheid en hun onmacht te overwinnen. Opvoeding betekent: jonge mensen niet alleen leren inzien maar ook leren aanvaarden dat ze als mens kwetsbaar zijn en afhankelijk van anderen. Alleen wie daarin slaagt, is zelf beter in staat om open te staan voor anderen en anderen te helpen. Wie er echter niet in slaagt zijn onmacht te verdragen, zal zijn angst, walging en schaamte over zichzelf al gauw op anderen projecteren. Die ander, die vreemdeling, die allochtoon deugt niet; hij stinkt, is een rat, tuig. Met andere woorden: humanistische vorming via de geesteswetenschappen en kunsten is van groot belang voor een bloeiend, gelukkig leven. Maar zij is van nog veel groter belang voor het voorkomen van mislukte levens en het tegengaan van een cultuur van haat.

Hoe dat kan, laat Martha Nussbaum tot slot zien in haar betoog over de rol van de kunst. Naast kritische wetenschap is de rol van de kunst, en dan vooral de literatuur, van eminent belang om onze verbeeldingskracht te stimuleren. Volgens Nussbaum kunnen we ons ook zonder kunst vaak goed inleven in onze naasten. Kennen we die mensen en hun levenswijze echter niet, dan helpt juist kunst ons om ons in hen in te leven. Kunst is in die zin een revolutionaire kracht en dat is volgens Nussbaum de ware reden waarom politici doorgaans zo op hun hoede zijn voor de kunst.

In dat verband is het opmerkelijk dat de regering onlangs heeft besloten een ongekende bezuinigingsronde op alle kunsten door te voeren. Tal van kunstenaars en artistieke gezelschappen hebben vanaf dit jaar geen middelen meer van bestaan. Waar onze academici geen maatschappelijk engagement willen, wordt dat voor een grote groep kunstenaars botweg onmogelijk.

Misschien moeten we onze hoop richten buiten de academie. De Nederlandse filosoof Henk Oosterling heeft zich in Rotterdam ontfermd over een groep jongeren. Hij leert hen koken, hun eigen tuintje onderhouden en hun weerbaarheid vergroten via judo. Hij is de John Dewey van onze tijd; deze pedagoog (1859-1952) hield immers ook niet van abstracte kennis, maar wel van praktische wijsheid. Oosterlings onderwijs is op vorming gericht. Hij leert de jongeren zelfrespect en empathie, gevoel voor anderen.

Met Nussbaum doe ik een oproep aan de bestuurders van het Nederlandse onderwijs en de verantwoordelijke politici: bewaak uw cultuur en voedt uw burgers op tot mensen die voor zichzelf en elkaar verantwoordelijkheid kunnen en willen nemen. Socrates was een 'wakkerschudder'. Nussbaum is dat ook. Ook zij doet iets wat officieel niet mag van de huidige wetenschappelijke autoriteiten: zich engageren. Zij is de horzel van onze academie en terecht. Want onze politici en bestuurders snappen niet dat ze onze democratie ten gronde richten.
 


Dit is een bewerking van de tekst die de auteur zondag uitspreekt op de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden, waar Martha Nussbaum de Frederik van Eedenlezing houdt.
 


Naar Alfa's en bta's, sociologisch , Sociologie lijst , Sociologie overzicht , of naar site home .

[an error occurred while processing this directive]