De Volkskrant, 22-08-2014, door HANS ADRIAANSENS IS FOUNDING DEAN VAN UNIVERSITY COLLEGES UTRECHT EN ROOSEVELT 12011

Universitair onderwijs

Opkomst 'liberal arts colleges' is pas het begin

De drie centrale doelstellingen van de universiteit moeten duidelijker onderscheiden worden.


In de afgelopen twee decennia zijn verschillende university colleges opgericht: kleinschalige en hoogwaardige universitaire bacheloropleidingen ingericht volgens een liberal arts profiel. Studenten krijgen er de kans om in de loop van hun academische studie in te zoomen op hun grootste affiniteit, terwijl er bovendien ruimte bestaat om die interesse in te bedden in ook andere academische disciplines. Dat daarmee een belangrijk deel van de keuzeproblematiek van studenten wordt omzeild, is intussen genoegzaam bekend; dat de individuele verantwoordelijkheid bij de samenstelling van het cursuspakket leidt tot een serieuzer studiehouding spreekt eigenlijk ook vanzelf.

Over de filosofie en implementatie van die university colleges is veel geschreven. Toch is daarmee niet alles gezegd. De opkomst van university colleges heeft verder reikende consequenties, die op termijn een helderder structuur van de Nederlandse universiteit opleveren. Snel gaat dat niet, maar nodig is het wel.

Neem bijvoorbeeld de klaagzangen van al of niet gerenommeerde professoren die ook buiten komkommertijd de krant halen. Decanen en rectoren worden er dagelijks mee geconfronteerd. De ene groep docenten vindt dat te weinig aandacht wordt gegeven aan academische vorming, een andere groep claimt dat meer geld moet worden vrijgemaakt voor de onderzoekersopleiding en een derde groep vindt dat de voorbereiding op beroepen zoals dokter, advocaat en ingenieur een grotere rol zou moeten spelen.

Het aardige is dat ze eigenlijk allemaal gelijk hebben. Ze verwijzen immers naar de drie centrale doelstellingen van het universitaire onderwijs: Bildung, Nachwuchs en professionele vorming. Maar het probleem van de Nederlandse universiteit is nu net dat er van een verstandig, structureel onderscheid tussen die drie doelstellingen nauwelijks sprake is. Ze dienen in een bamboebos van studierichtingen gelijkelijk tot hun recht te komen en dan zijn conflicten niet te vermijden en komen er hooguit waterige compromissen tot stand.

Het Bologna-akkoord van 1999 gaf een begin van de oplossing. De scheiding van een bachelor- en een masterfase opende de mogelijkheid om de drie doelstellingen niet alleen een eigen plek te geven, maar ze ook nog eens in volgorde te plaatsen. Van die mogelijkheid is jammer genoeg weinig gebruik gemaakt: bestaande studierichtingen werden meestal gewoon in tweeën gesplitst. Dat was jammer, want zo bleef de universiteit van conflictzwangere compromissen aan elkaar hangen. Het Bologna-akkoord had aan elk van de drie doelstellingen een eigen 'thuis' kunnen bieden. De bachelorfase had het 'thuis' kunnen worden van de academische vorming, niet zozeer als doel in zichzelf, maar als voorbereiding op een Nachwuchs-carrière in onderwijs en onderzoek of een professionele carrière in een ander academisch beroep (dokter, advocaat, ingenieur, leraar, corporate life etc.).

Die situatie is nog niet bereikt. In de bachelorfase overheerst nog steeds het bamboebos aan studierichtingen, ook al is er de laatste jaren wel wat hout gekapt. Maar de bachelorfase verdient een eigen structuur, een eigen profiel, een eigen bestuur en een eigen rector. Pas dan krijgt de doelstelling van academische vorming, van Bildung, inderdaad een 'thuis'. Ook een echte universitaire divisie voor professionele vorming bestaat nog niet, al zijn er wel initiatieven die uiteindelijk in die richting gaan (medical schools, law schools, MBA's etc.). En wat de Nachwuchs-divisie betreft: de traditie van studierichtingsgewijze masters en de aio-structuur bestaat al heel lang, maar tot een alles overkoepelende organisatie (wat op Harvard de Graduate School of Liberal Arts heet) met een eigen vertegenwoordiging in het bestuur van de universiteit heeft dat nog niet geleid.

Natuurlijk heeft de gang naar een universitaire organisatiestructuur van drie met elkaar verbonden divisies veel voeten in de aarde. Ontvlechting van bekostigings-, collegegeld- en sponsorstructuren is niet eenvoudig en overal waar in de huidige dynamiek van de drie universitaire doelstellingen één partij de overhand heeft, zal de weerstand groot zijn. Maar alleen al het perspectief dat de Bildung-, de Nachwuchs- en de 'professionele vorming'-divisies van de universiteit hun eigen verantwoordelijkheid niet hoeven afzwakken vanwege een of ander waterig compromis, geeft hoop dat we die helderheid in de komende jaren zullen bereiken.


Red.:  

Naar Managers, lijst , Rijnlands beleid , Rijnlands beleid, overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]