Bronnen bij Alfa's en bèta's, sociologisch: onderwijs
|
22 mrt.2010 |
In de jaren na de oorlog was werken vrijwel exclusief iets voormannen - iedereen
trouwde en vrouwen zorgden voor de kinderen. Werkende vrouwen waren
geconcentreerd in beroepen die te maken hadden met verzorging: verpleging,
kleuteronderwijs en dergelijke - zeg maar: "plaatsvervangende moeder"-beroepen.
Dat is allemaal veranderd, en in sommige beroepen zijn
vrouwen dominant geworden. Met als eerste natuurlijk die beroepen waar ze al in
zaten: de medische wereld en het onderwijs. In het onderwijs begon dat met de
uitvoerende beroepen, maar de laatste decennia zijn daar ook de beleidsmatige
bijna gekomen: pedagogen, onderwijsdeskundigen, het zijn veelal vrouwen. De
directeur-generaal onderwijs gedurende lange tijd: een vrouw -
staatssecretarissen onderwijs: vrouwen.
In hetzelfde tijdsbestek waren er een andere ontwikkeling gaande: grotere delen
van de bevolking gingen naar hoger onderwijs, scholen werden groter, en
onderwijs werd anders. dat laatste betrof de gestage overgang van het aanleren
van specialistische kennis naar algemene vaardigheden - het ideaal gedurende
lange tijd was: iedereen naar het algemeen vormende onderwijs. Huishoudschool
(huishoudelijke werkzaamheden leren) en ambachtsschool (technische vakken leren)
werden gesloten en de leerlingen gestopt in de lesbanken samen met de mulo'ers.
En vervolgens werden de concrete vakken als "Nederlands", en Engels" grotendeels
vervangen door diverse vormen van leerling-gebaseerd leren ("competentie gericht
onderwijs"): zelf werkstukjes
schrijven, zelf zaken opzoeken, in groepjes projectjes doen. Met als motivatie:
Het haalt de dwang uit het onderwijs dus leerlingendoen dat liever, het
bevordert de zelfwerkzaamheid en zelfstandigheid - als leerlingen
competenties leren, hebben ze geen kennis meer nodig, want die kennis veroudert
snel en nieuwe kennis moeten ze zelf kunnen opzoeken. En in de moderne
maatschappij is iedereen zelfstandig worden, dus dat moeten ze op school al
leren.
Die laatste reeks opmerkingen klinken op het moment van schrijven gelukkig als
enigszins schrijnend, omdat het nu (2010) redelijk algemeen gedragen
kennis is dat het eindproduct van dit proces nogal wanstaltig is geworden: een
sterke daling in het niveau en structuur van het onderwijs
. Desalniettemin: toen men dit allemaal opschreef en propageerde, klonk het
iedereen prachtig in de oren, en het werd dan ook dwingend opgelegd. Vanuit het
onderwijsveld waren wel tegengeluiden te horen van leraren die beter wisten,
maar die geluiden werden gesmoord in kreten als "ouderwets, "conservatieven",
"rechts", en "dwarsliggers' - en ontslag - zie voor een
beschrijving van de stand
van zaken in 2005 hier
.
Hierbij past dus nog een kleine verfijning: in 'klonk iedereen prachtig in de oren'
staat 'iedereen' voor iedereen in de betrokken beleidssectoren. Allemaal alfa-
en gamma-intellectuelen - de al genoemde pedagogen, onderwijskundigen enzovoort.
En de bijbehorende politici.
De onderwijsramp, want zo wordt het inmiddels wel genoemd, is dus een alfa- en
gamma-onderwijs-ideeën ramp. Zoals de deelaspecten ervan laten zien, bij
vergelijking met de karakteristiekentabel
.
Ten eerste: het is een ideologie ramp. Want achter die alfa-gamma
onderwijsideeën zit een ideologie: "Alle mensen zijn gelijk"
: iedereen
is geschikt voor algemeen vormend onderwijs, en iedereen kan iedere vorm van
onderwijs aan - men stelde zich de doelen al: minstens vijftig procent van de
leerlingen naar het hoger onderwijs. Enigszins raillerend gesteld: iedereen naar
de universiteit - wat niet eens zo raillerend is gezien de voorstellen om hbo en
universiteit samen te voegen. Zo min mogelijk scheiding, zo min mogelijk
cijfers, zo min mogelijk beoordeling, zo min mogelijk ongelijkheid.
Ten tweede de verschuiving van inhoud naar vorm. Niet meer kennis en feiten
leren, maar competenties verwerven. En dat begint al op de basisschool. Het
volgende is uit een utzending van Pauw & Witteman (04-05-2009) over
analfabetisme
.
| |
Daphne Deckers omschrijft de huidige lagere school als een pretpark
(het hele fragment, met kleine spreektaalcorrecties (vanaf 11:25)
| |
Wat ik merk gewoon aan de basisscholen, en aan de verhalen die ik hoor van
vrienden en als je gaat voorlezen op scholen …scholen … de basisscholen in
Nederland hebben best wel een hoog Efteling gehalte. Het moet allemaal heel leuk
zijn, en gezellig, leuke projecten. En dat komt allemaal vanuit een heel góéd
dóél, vanuit hele goede ideeën. Ze willen dat kinderen het leuk hebben. Dat ze
leren over de natuur, ze gaan door het bos wandelen en ze gaan naar een museum
en ze gaan dingen bekijken met z’n alleen naar het theater en ze gaan marktje
spelen en dit en me dat. En dan vraag je je als ouder wel eens af
[nadrukkelijk:] “Wordt er ook nog gerekend?”.Weet je. Maar die kinderen, die
vinden dat heel erg leuk. Maar als je dan ziet dat in België dat ze al op hun
derde beginnen aan de lagere school dan pakken ze al een jaar erbij en als je
dan bedenkt dat wij dus kinderen van school sturen met een tweejarige
taalachterstand dan denk ik van goh, moet je dan niet een jaar eerder beginnen
en misschien van die leuke dingen er iets afhalen en terug naar het taal- en het
rekenonderwijs? |
Op dat punt neemt staatssecretaris Marja van Bijsterveldt het woord, maar ze
wordt onderbroken door een groot applaus van het publiek – het enige van de
uitzending. |
En dit plant zich voortop alle verdere lagen, maar richt veruit het meest schade
aan op de lagere opleidingen
als de roc's, vmbo's, en mbo's (De Volkskrant, 19-03-2010, van verslaggever Robin Gerrits):
| |
Mbo-koepel wil de problemen boven tafel krijgen
Het mbo heeft een groot imagoprobleem. De MBO-Raad inventariseert de
pijnpunten.
‘Ik lijd als ik die studenten op tv zie klagen over hoe weinig les ze krijgen.
Ik denk meteen: gebeurt dat bij mij?’ zegt Rien van Tilburg, collegevoorzitter
van agrarisch opleidingencentrum Clusius College in Noord-Holland.
Het middelbaar beroepsonderwijs kampt met een fors
imagoprobleem. De grootste schoolsoort (500 duizend leerlingen, 50 duizend
docenten) komt de laatste tijd negatief in het nieuws: zwakke opleidingen,
klachten over lesuitval en roosterchaos, scholen die verdrinken in onwerkbaar
gedetailleerde lesvoorschriften en leerlingen die meer gedrag krijgen
bijgebracht dan vakkennis. ...
Woensdag gingen vier directeuren van roc’s (regionaal
opleidingencentrum, met name mbo) aan tafel met Ahmed Marcouch,
oud-stadsdeelvoorzitter van Slotervaart. Hij gaf in februari mbo-leerlingen een
stem die zich afvroegen of ze nog wel op een school zaten omdat ze sommige
vakken al meer dan een jaar niet kregen. ‘Zelf je schoolweek invullen is echt te
veel gevraagd van 16- of 17-jarigen.’
Het hele mbo-veld begint last te krijgen van dat slechte
imago, zei Van Tilburg. ‘Het slaat op iedereen terug. Daarom moeten we benoemen
waar het fout gaat.’ ...
|
Het zeer verhelderend antwoord die laatste sociaal-correcte opmerkingen stond
een paar dagen in dezelfde krant (De Volkskrant, 23-03-2010, ingezonden
brief van Hans Woutersen, Rotterdam)
| |
Geen imagoprobleem, gewoon slecht onderwijs
Met verbazing las ik het artikel over het imageprobleem in het mbo
(Binnenland, 19 maart). Het probleem is natuurlijk niet het slechte
imago, maar het slechte onderwijs.
Inderdaad, ik ben een totaal afgebrande docent wiskunde die
drie jaar geleden, na een carrière van 27 jaar, het mbo -onderwijs heeft
verlaten.
Nadat in 2002 het competentieonderwijs in de ICT-sector was
ingevoerd, heb ik vijf jaar tevergeefs gestreden voor het aanbrengen van
een gedegen theoretische ondergrond.
Hoe moeilijk dat is geweest, mag blijken uit het feit dat de
eerste stap bij de invoering van het competentieonderwijs was om alle
theorielessen te schrappen. Leerlingen moesten hun competenties
verwerven door het uitvoeren van projecten.
"Besloten is alle toetsen af te schaffen"
Omdat er geen theorielessen meer werden gegeven, is daarna
besloten alle toetsen af te schaffen. U leest dit goed, tijdens de hele
twee-, drie of vierjarige ICT-opleiding mochten er geen toetsen,
repetities of schriftelijke overhoringen worden gegeven. Alle
beoordelingen werden middels (groeps-) projectbesprekingen gedaan.
Uiteindelijk heb ik de handdoek in de ring geworpen.
Overigens is mijn docentenbaan overgenomen door een heel aardige man –
die louter een havo-opleiding heeft genoten. |
En wie een nog schrijnender illustratie wil, kijke naar de volgende reportage van
het onderzoeksprogramma Zembla, 21-03-2010
.
Zie de persoon en reacties van de sprekende roc-directeur (inclusief
spreekverbod voor klagers), en de waarschijnlijk nog erger figuur van de
niet-sprekende roc-directeur - je gaat denken aan Toonder's "Super en Hyper"
, of
Van Kooten en De Bie's "Jacobse en Van Es"
.
Let ter vergelijking ook nog op de kleinschalige meubelmakersschool, waar nog
(gewoon!) les wordt gegeven. "Schijnend" is niet meer het juiste woord - wat je
hier ziet geïllustreerd, is de verlies van op zijn minst enkele
onderwijsgeneraties.
Ten derde: de praktische bevestiging van de sterke achteruitgang van de
bèta-vakken in het onderwijs en überhaupt de belangstelling ervoor. Hoe sterk dat is, blijkt uit het geval dat er
sprake is van enige verbetering
(uit: de
Volkskrant,12-02-2010, van verslaggever Robin Gerrits):
| |
Bèta-ouders gewild op Schiedamse school
Door het oudernetwerk zien de leerlingen van Spieringshoek het echte bètawerk.
Tussentitel: Het aantal leerlingen dat een exact profiel kiest, is met 35
procent
gestegen
Soms is er niet eens een probleem nodig voor een goede oplossing. Op
scholengemeenschap Spieringshoek (havo-vwo) in Schiedam was de betrokkenheid
van ouders 'niet slechter of beter dan elders', zegt rector Rob van Oevelen.
Maar sinds de invoering van het Oudernetwerk: is het enthousiasme van vaders en
moeders van leerlingen spectaculair gegroeid.
Het Oudernetwerk heeft een vaste kern van zo'n dertig,
veertig ouders die elkaar op een vriendelijke manier de loef afsteken met
manieren om hun betawerkkring aan de school te koppelen, en de leerlingen bij
hen op de werkvloer te krijgen. Zo konden leerlingen van Spieringshoek via een
ouder, die cardioloog is, van dichtbij een hartoperatie meemaken. Ook de
bereiding van pindakaas heeft voor hen geen geheimen meer.
Het netwerk ontstond een jaar of vijf geleden. 'We wilden met
meer leerlingen op excursies bij Unilever dan ze daar konden hebben', zegt
biologielerares Thera Kokx, die de contacten met het bètawerkveld onderhoudt.
'Ook bij bedrijven als Shell was geen ruimte. Toen heb ik alle ouders in een
brief verzocht om, als ze in de bètarichting werken, na te denken of ze iets
konden betekenen.'
Het gaat erom leerlingen voor hun profielkeuze in de derde
klas te interesseren voor exacte en technische studies. 'Er heersten nog
vooroordelen: saai, vieze handen, witte jassen en veiligheidsbrillen', zegt Kokx. |
Als scholen iets ondernemen met de buitenwereld, is het museum, theater enzovoort.
Als scholen binnen de school iets aparts ondermen, is het zang, theater
enzovoort.
Oftewel: de scholen zijn strak alfa-gericht. Geen wonder dat de belangstelling
voor bèta-vakken zo is gedaald (DePers.nl, 09-12-2009):
| |
Bètascholieren blinken uit
Nederlandse scholieren in de zesde klas van het vwo blinken uit in
natuurkunde. Ze zijn ook goed in wiskunde. Maar in vergelijking met
andere landen doen in Nederland wel weinig scholieren eindexamen in
natuurkunde en wiskunde op het allerhoogste niveau.
Dat blijkt uit een internationaal onderzoek dat voor Nederland is
uitgevoerd door de vakgroep onderwijskunde van de Universiteit Twente.
...
... In Nederland deden leerlingen van 228 scholen mee. Deze
leerlingen hebben wiskunde 1 en 2 en natuurkunde 1 en 2 in hun
vakkenpakket en volgen meestal het tweedefaseprofiel Natuur en Techniek.
...
In Nederland heeft maar 3,5 procent van alle
eindexamenkandidaten natuur- en wiskunde in het vakkenpakket. In andere
landen ligt dat aantal veel hoger. Het aantal meisjes met de 'zwaarste'
wiskunde in het pakket is zelfs het laagst van alle landen. Samen met
Libanon heeft Nederland ook de minste vrouwelijke docenten die op dit
niveau wiskunde onderwijzen. Meisjes met het profiel Natuur en Techniek
kiezen ook niet zo vaak voor een technische vervolgstudie. Van hen geeft
ongeveer een derde de voorkeur aan een medische studie, terwijl
driekwart van de jongens iets met techniek gaat studeren.
...
|
Wat natuurlijk uiteindelijk ook zijn weerslag heeft in het docentenkorps:
| |
De onderzoekers constateren dat 40 procent van de scholen in het
schooljaar 2007/2008 al moeite had om voldoende hooggeschoolde natuur-
en wiskundedocenten te vinden. Dit tekort zal alleen maar groeien,
vrezen de onderzoekers, aangezien twee derde van de docenten die nu les
geven ouder is dan vijftig jaar. De meerderheid geeft al meer dan
twintig jaar les en is zelf ook afgestudeerd in de bètawetenschappen. |
En iets dat zich ook in de rest van de maatschappij voortplant.
Let in dat verband ook nog eens op die allereerste zin in het "Schiedam"-artikel:
| |
Soms is er niet eens een probleem nodig voor een goede oplossing. |
Kennelijk is deze op onderwijs gespecialiseerde journalist er niet van op de
hoogte dat er op alle lagen in de maatschappij, met als meest essentieel
natuurlijk in de economie, een schrikbarend gebrek is aan bèta-mensen en een
grote behoefte aan de innovatie die ze brengen
. Maar alle gamma-opleidingen
zitten overvol, en iedere derde Nederlander vindt zijn beroep in het verkopen van
hypotheken aan de overige twee
.
Het vierde aspect van de dominantie van de alfa-gamma's in het onderwijs en de
bijbehorende achteruitgang is een min of meer parallel aspect. Dit is namelijk
het proces van de feminisering. In theorie is er geen verschil tussen man en
vrouw aangaande dit soort houdingen en processen - de praktijk wijst echter
anders uit. Een decennium of drie terug was de aanspreektitel van een
collegezaal op de toen nog TU-Delft: "Mevrouw, mijn heren" - en dat was op de
gezamenlijke colleges van vier studierichtingen. Dat is gelukkig drastisch
veranderd, maar niet zo drastisch dat er er sprake is van evenwicht - verre van
dat. En aan de andere kant van de medaille: de alfa- en gamma studierichtingen
worden overbevolkt door vrouwen. Er is ook hier sprake van een duidelijke
tweedeling, en eentje die samenvalt met de alfa(gamma)-bèta scheidslijn.
Dit samenvallen van de man-vrouw- en alfa-bèta-tweedelingen heeft samen
met de feminisering van het onderwijs bijgedragen en draagt bij aan de
ver-alfa-isering van dat onderwijs. En, weer langs datzelfde parallelle traject,
aan een slechtere positie voor de jongens (van
Volkskrant.nl, Opinie, 10-02-2010, door Ferry Haan):
| |
Onderwijs spuugt 'onze jongens' uit
Jongens presteren slechter dan meiden in het onderwijs. Een onderzoek naar de
oorzaken zou helpen deze kapitaalvernietiging te stoppen. Minder en minder
jongens halen de universiteit.
Tussentitel: 'Meer toezicht en dwang van ouders zou jongens helpen'
Vorige week besloten weer drie jongens te stoppen met het vwo. Van een
vriendengroep van acht knullen die met hetzelfde advies naar de middelbare
school ging, houden nog twee het vol op het hoogste niveau. De anderen kozen al
eerder voor de havo.
Jongens en het voortgezet wetenschappelijk onderwijs gaan steeds slechter samen.
Ik maak me grote zorgen over deze trend en vraag mij af of deze te keren is. Ik
heb vermoedens over de oorzaken, maar kan er toch niet precies mijn vinger op
leggen. De situatie op mijn school is geen uitzondering. Overal doen de meiden
het goed en blijven de prestaties van de jongens achter. ...
Landelijke data over jongens en meisjes in het onderwijs zijn gebrekkig. Ik heb
nergens een verdeling gezien van jongens en meisjes gedurende de schooljaren op
de middelbare school. Mijn vermoeden is dat meer jongens dan meisjes ‘afglijden’
naar een lager niveau dan ze aan zouden kunnen. Op welke leeftijd de breuk
plaats vindt, weet ik niet. Meiden maken wel al jaren de meerderheid uit van de
instroom op de universiteiten.
Maar wat verklaart deze trend? Het helpt om onderscheid te maken tussen oorzaken
op de basisschool, oorzaken thuis en oorzaken op de middelbare school. De
afhakers die ik zie in de derde, vierde en soms zelfs vijfde klas van het vwo
zijn de laatste in een lange rij.
Er gaat met jongens al veel mis in het basisonderwijs. Ik heb zelf twee zonen en
een dochter op de basisschool, dus ik ben een ervaringsdeskundige. Vanaf de
kleutergroepen krijgen meiden de duim omhoog van de juf voor gedrag en inzet.
Jongens zijn voor veel juffen lastiger en moeten vaak gecorrigeerd worden. Ze
krijgen vaker op hun kop. De duim gaat naar beneden.
Het probleem is natuurlijk dat de meesters uitsterven op de basisschool. Een
lerarenkamer met alleen vrouwen is eerder regel dan uitzondering. De jongens
missen als gevolg op de basisschool het voorbeeld dat meiden wel hebben.
Ook thuis zijn er oorzaken die verklaren waarom jongens slecht scoren. De
computer is voor jongens een grotere verleider dan voor meiden. Met het grote
aanbod aan gratis pornosites moet je de term ‘verleider’ overigens letterlijk
nemen.
Jongens kunnen uit hun hoofd zo de webadressen van tien of
meer sekswebsites opnoemen. Vraag het ze maar. Daarbij voelen jongens zich ook
meer aangetrokken door tijdrovende games dan meiden. Huiswerk maken met een
computer in de buurt, valt voor een jongen niet mee.
Op de middelbare school hebben de knullen het niet makkelijker dan op de
basisschool. Allereerst zijn er de ‘dames van de onderbouw’. In de onderbouw van
de middelbare scholen speelt hetzelfde probleem als op de basisscholen.
Mannelijke voorbeelden worden schaarser en schaarser.
Een mannelijke natuurkundecollega beklaagt zich vaak luid bij de ‘dames’ over
zijn exacte getalenteerde jongens die zo’n moeite hebben met Duits, Frans en
Engels. Tegen het zelfstandig leren van rijen woorden voor een vreemde taal zien
jongens gemiddeld meer op dan meiden. Op de havo zitten nog al wat jongens die
op wis- en natuurkundegebied op het vwo mee zouden kunnen. Vwo-voldoendes voor
de talen zitten er echter niet in. Tegenwoordig moeten leerlingen naast
Nederlands twee vreemde talen opnemen op het vwo. Gemiddeld hindert deze eis
jongens meer dan meisjes.
Een andere trend op de middelbare school is natuurlijk de relatieve vrijheid en
de zelfstandigheid die leerlingen krijgen. Meiden zijn voor in hun ontwikkeling
en hebben hun zaken wel voor elkaar, waar jongens telkens verrast worden door
opdrachten die ze af hadden moeten hebben. ... |
Meer over de feminisering hier
.
En dan is er nog een aspect waarvan de invloed nauwelijks overschat kan worden:
dat van de orde. Voor iedereen die maar een seconde over de effectiviteit van
onderwijs, dat wil zeggen: dertig kinderen in een enkel lokaal, heeft nagedacht,
weet dat er niets kan gebeuren zonder orde. Dit is de huidige situatie (uit de Volkskrant,
24-04-2010, boekrecensie door Aleid Truijens)
| |
Het mag gezellig zijn
Het is te
gezellig in de les. Dat vinden ‘veel’ van de 280 leerlingen die een
enquête invulden, op verzoek van Leo Prick, psycholoog, neerlandicus en
medewerker van NRC Handelsblad, en Astrid Boon, orthopedagoge op
vier middelbare scholen. De auteurs noemen dit ‘een stille revolutie’ in
het onderwijs. Zo stil was dat protest van leerlingen de afgelopen jaren
niet. Ze gingen de straat op met spandoeken waarop zij echte lessen
eisten. Ze werden gesteund door veel ouders en leraren. Zonder succes.
... De hoofdstukken 2, 3, 4 en 6 – de meest lezenswaardige –
geven een uitstekend beeld van wat er mis is in het onderwijs. ... De
hoofdstukken 1, 5 en 7 gaan over ouders en leraren die eindeloos
onderhandelen met hun lievelingen. ...
Met ‘gezellig’ in de titel wordt rumoerig bedoeld, of
landerig. Een interessante les, met levendige uitwisseling tussen een
enthousiaste leraar en kinderen die warm lopen voor zijn onderwerp, kan
heel gezellig zijn. In een systeem waarin zulke gelukkige momenten van
overdracht achterhaald worden geacht, zijn zulke lessen zeldzaam.
...
|
Leerlingen die om meer orde vragen ... nou dan weet u, die ook ervaring heeft
met het onderwijs, het wel: het is eigenlijk een grote puizooi. En het is
volkomen duidelijk waar dit vandaan komt: de alfa-intelectuele afkeer van en
weerstand tegen iedere vorm van orde en orde handhaven, want "dat is voor
burgermannetjes, en dan krijg je enge toestanden - Hitler enzo"
.
Met al deze aspecten tezamen is wel duidelijk en afdoende bewezen dat de sterke
achteruitgang van de kwaliteit van het Nederlandse onderwijs, het gevolg van de
sinds de jaren zestig toegenomen invloed op en uiteindelijke dominantie van het
onderwijs door het alfa- en gamma-denken. Natuurlijk waren er in het allereerste
begin al mensen met gezond verstand die op de fouten wezen. Dat waren de oudere
"brompotten" die klaagden over het verlies aan inhoud en kwaliteitsnormen. Dat
groepje is in de loopt van de jaren steeds verder gegroeid, maar er gebeurde
niets omdat de leiding van het onderwijs, ministerie, universitaire opleidingen,
en instituten, inmiddels volledig gedomineerd waren door de alfa-gamma's.
Het enige dat ervoor heeft gezorgd dat de problemen nu wel bespreekbaar zijn, is
het naar buiten komen van de ramp middels sterk gedaalde kwaliteitsniveaus,
bijvoorbeeld van beginnende studenten - universiteiten moesten bijles gaan even
- in zowel bèta- als (!) alfa-vakken. En ook universiteiten zelf zijn deels ten
offer gevallen aan de trends van inhoud naar vorm, en aanverwante (de Volkskrant,
28-04-2010, door Jelle van Baardewijk, student wijsbegeerte):
| |
Het einde van de universiteit en de Laatste
Student
Een academische studie is geen reis naar
luilekkerland met een BMW-patserbak, maar moet voorbereiden op een leven
in dienst van de gemeenschap.
Tussentitel: Prikkel studenten om in plaats van de Donald Duck en
GeenStijl een goede krant te lezen
Onlangs stond op de campus van de Vrije Universiteit een patserbak
van het merk BMW om de evenementen van de Carrière Dagen te promoten.
Hierdoor leek de ingang van de Vrije Universiteit een aantal weken meer
op het voorportaal van het Walhalla van de markt, dan op een respectabel
opleidingsinstituut. Wie niet beter wist, kon denken dat hij zich 500
meter verder op de Zuidas bevond. Het beeld van de universiteit dat uit
de reclamecampagne van de Carrière Dagen naar voren kwam, is dat van een
veredelde beroepsopleiding waar studenten zich voorbereiden op een leven
van aanzien, rijkdom en macht.
De campagne van de Carrière Dagen is niet de enige die,
bedoeld of onbedoeld, de hebzucht en prestigedrang van studenten
prikkelt in plaats van hun kritisch denkvermogen. Verschillende blaadjes
en een overvloed aan posters moedigen studenten aan om ‘de weg naar de
top’ te volgen. Dat alles ondersteund door stands waar studenten met
gratis suikerspinnen en merkvoedsel naartoe worden gelokt. Een rondvraag
leert dat dit aan andere universiteiten niet anders is.
De reclames van organisaties als de Carrière Dagen spelen in
op een beeld van studeren waar veel studenten zich in zullen herkennen.
Het betreft het beeld van de Laatste Student, om een term van Friedrich
Nietzsche te lenen. ...
Nu is de universiteit van oudsher een schuilplaats voor
cultuur. Hier kan men zich in vrijheid vormen tot kritisch denkend
individu. Dit betekent voor onze tijd onder meer een verruiming van het
wereldbeeld dat anders voornamelijk zou bestaan uit ervaringen met
massatoerisme en massamedia. De Laatste Student wil zijn wereldbeeld
echter niet vergroten. Getuige de zesjescultuur, vindt hij het zelfs al
te veel gevraagd om naar vermogen te studeren. Studeren is voor hem
vooral een kwestie van strategie. Hij bezoekt de universiteit om later
de leuke en lucratieve baantjes te krijgen. ...
Het is onbegrijpelijk dat de universiteit het gedrag van de
Laatste Student tolereert. De universiteit behoort hem actief te vormen
tot kritisch denkend individu. Dat is haar maatschappelijke opdracht.
Dat kan door het aanbieden van intensievere colleges en het besteden van
meer kwalitatieve aandacht aan papers en scripties. Dat kan ook door
studenten te prikkelen om in plaats van de Donald Duck en
GeenStijl op z’n minst één goed dagblad te lezen. ...
Het is belangrijk dat een docent zijn studenten enthousiast
maakt om hun leven in dienst van iets groters dan de eigen portemonnee
te stellen, zoals de wetenschap of de gemeenschap. De ware student is
niet zozeer op zoek naar het inkomen, noch naar de rechten en privileges
die hem in de toekomst zullen toevallen, maar naar de eisen en
verplichtingen die hij zichzelf gaat stellen. Noblesse oblige. Een
academische studie is dus geen reis naar luilekkerland met een
BMW-patserbak, maar een eerste stap op weg naar een verantwoordelijke
bijdrage aan de bloei van onze samenleving. Dit geldt voor studies als
economie en rechten, maar evengoed voor natuurkunde en tandheelkunde.
Een universiteit moet haar studenten aanzetten tot
zelfverheffing en het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Het weren van reclamecampagnes die studenten aanzetten tot consumeren
in plaats van studeren, is een stap in de goede richting. In een tijd die
luistert naar de logica van marketing is dat geen gemakkelijke
stap. ... |
En met deze houding gaat de student de maatschappij in.
Er is dus geen enkele reden om aan te nemen dat wat geldt voor het onderwijs, niet
geldt voorde rest van de maatschappij. De dominantie van de alfa's en gamma's
zorgt ook op dit niveau voor een sterke daling van de standaarden en de
kwaliteitsniveaus. Populair gezegd: "Lesgeven" kunnen ze niet, en "besturen"
kunnen ze ook niet. Een toenemend aantal burgers neemt dit waar, en dat noemt
met "Het afgenomen vertrouwen in de politiek". Het zou moeten zijn:
"Het afgenomen vertrouwen in de alfa-gamma wereld".
Laat deze mensen hun plaatsen ruimen. Ze zijn een groot gevaar.
Nog een illustratie van de ernst en aard van dit gevaar. In 2011 is er een nieuw
rechts kabinet, dat afstapt van het idee van "gelijk onderwijs voor iedereen" en
"iedereen naar de universiteit". een van de basiselementen van die nieuwe aanpak
is "hoe krijg je de juiste studenten op de juiste plaats". Dit is wat men heeft
bedacht (de Volkskrant, 02-07-2011, van verslaggeefster Maartje Bakker):
| |
Lat hoger voor student én docent
Als de kabinetsplannen voor universiteiten en hogescholen van iets
doordesemd zijn, dan is het van presteren. Nederland moet reiken naar
het hoogste, naar de eerste plaats in het internationale onderzoek. De
route die studenten daarnaartoe moeten volgen is nu komen vast te staan.
De vraag is alleen hoeveel studenten onderweg zullen struikelen en de
top niet halen.
...
Studiekeuze
De Landelijkse Studentenvakbond roept er al jaren om, maar nu zal het er
eindelijk van komen: een betere begeleiding bij de studiekeuze.
Staatssecretaris Zijlstra schuift de aanmeldingsdatum voor een studie
aan hbo of universiteit naar voren, naar 1 mei, zodat er daarna tijd is
om een gesprek te voeren bij de gekozen opleiding. De opleiding geeft de
student in dat gesprek advies.
...
Selectie aan de poort
Grote opleidingen en university colleges mochten het al langer, maar nu
krijgen meer opleidingen de mogelijkheid om hun studenten te selecteren
aan de poort. Niet alleen cijfers mogen daarbij de doorslag geven; er
moet ook gelet worden op bijvoorbeeld de capaciteiten of motivatie van
de aankomende studenten.
|
Citaat: 'Niet alleen cijfers mogen daarbij de doorslag geven; er moet ook gelet
worden op bijvoorbeeld de capaciteiten'. Een redelijk denkend mens stelt hier
onmiddellijk drie vragen: "Hoe onderscheiden cijfers zich van capaciteiten?" ,
"Hoe meet je capaciteiten?", en "Waarin druk je die capaciteiten uit?". Het
antwoord op vraag één is een samenspel van vele factoren, deels individueel,
deels systematisch, en er is tot nut toe geen samenhangend antwoord op gekomen.
De reden is dat het een theoretische vraag is: Hoe werkt het?
Bij gebleken moeite met de theoretische vraag, is het
handiger de aandacht te verleggen tot de praktische vraag. Dat is hier vraag
drie: "Waarin druk je de capaciteiten uit die niet te vinden zijn in het
cijfer?" Dat kan dan dus duidelijk geen cijfer zijn. Maar dan is de
vervolgvraag: "Waarin druk je het dan wel uit?". En hier kan deze redactie geen
ander antwoord vinden dan "gevoel", "intuïtie", en dergelijke - en uiteindelijk:
"woorden". En het is ook volkomen duidelijk dat het materiaal waarop die test
wordt afgenomen bestaat uit woorden.
Waarna het onmiddellijk duidelijk is dat een test op
capaciteiten twee enorme problemen heeft, met als eerste het gaat over de
capaciteiten van de student om zich uit te drukken in woorden. En ten tweede: de
objectiviteit van de test is volstrekt kwestieus: hoe vergelijk je de test naar
capaciteiten aangaande student A afgenomen door capaciteitsmeter Y met de
capaciteiten van student B afgenomen door capaciteitsmeter Z, als Y en Z werken
met zaken als gevoel, intuïtie, enzovoort, ook uiteindelijk uitgedrukt in
woorden. En het hier niet betoogt hoeft te worden dat de capaciteiten op het
vlak van "emotie"en "intuïtie" dramatisch verschillen tussen mensen, dus ook
tussen capaciteitsmeters Y en Z. Oftewel: een test naar "capaciteiten" bevat
grote hoeveelheden willekeur.
Een beleid dat op zoek gaat naar capaciteiten en vooral motivatie naast cijfers
is een beleid voorgesteld door alfa's, zoals dus blijkt zodra je het gaat
uitwerken: het gaat over de capaciteiten tot gebruik van woorden, en het
introduceert willekeur.
Naar Alfa's en bèta's, vorm, bronnen
,
Alfa's en bèta's
,
Sociologie lijst
, Sociologie overzicht
, of site home
.
|