De Volkskrant, 10-02-2010, door Roel Coutinho, hoogleraar epidemiologie aan de UvA en directeur bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. feb.2010

Internet en media ondermijnen wetenschap

Om de wetenschap weer respectabel te maken, moeten wetenschappers hun kennis op een voor iedereen begrijpelijke manier ontsluiten, betoogt Roel Coutinho.

Tussentitel: De burger wist het niet meer. Moest je je nu wel of niet laten inenten?

In 1981 dienden zich in de VS de eerste aidspatiënten aan, in Nederland een jaar later. Het VARA-programma Achter het nieuws besteedde in 1983 uitgebreid aandacht aan de mysterieuze ziekte waarvan de oorzaak toen nog niet bekend was. Daarin legde ik uit wat de symptomen waren en wat we dachten dat de oorzaak was. De deskundigen doceerden, tegenspraak was er nauwelijks.

Maar in de VS kwamen al snel de eerste barsten in het deskundigenbastion. Vanaf 1985 was er jaarlijks de internationale aidsconferentie met ongekende media-aandacht. Activisten namen de deskundigen op de korrel. Zij vonden dat wetenschappers zich te veel hielden aan de cijfers, te weinig aan bestrijding deden en verantwoordelijk waren voor de lakse houding van de autoriteiten. In de VS was het respect voor de wetenschapper al tanende, in Nederland nog niet.

Dat was afgelopen jaar wel anders. In maart 2009 ging de vaccinatiecampagne tegen baarmoederhalskanker van start. Alle meisjes van 13 tot 16 jaar werden opgeroepen voor vaccinatie. We pakten de campagne zorgvuldig aan, zoals we gewend waren. De vaccinatiegraad in Nederland is met die aanpak hoog, boven de 95 procent. Net als anders ging er een brief naar de ouders en het meisje. Daarin werd uitgelegd waarom de HPV-vaccinatie belangrijk was. We gingen ervan uit dat zeker 70 procent zou meedoen. Het liep anders.

Het programma Zembla opende de aanval. Het liet zien hoe de industrie het HPV-vaccin bij artsen promootte en lobbyde in de Tweede Kamer en bij journalisten. Dat wekte argwaan. Enkele kankerepidemiologen betoogden dat er onvoldoende grond was voor opname van het HPV-vaccin in het Rijksvaccinatie Programma. Dat bracht ouders en meisjes in verwarring. Zij gingen zelf informatie zoeken op internet en stuitten op de vreselijkste verhalen. Het vaccin zou gif bevatten, je kon er kaal van worden. Filmpjes op YouTube lieten door het vaccin verlamde meisjes zien.

In tv-programma’s weerlegden we de verhalen van de kritische prikkers. Maar het tij konden we niet keren. Van de 400 duizend 13- tot 16-jarige meisjes die waren opgeroepen, kwam slechts 50 procent opdagen. Onze mening leek niet veel zwaarder te wegen dan die van een bloemiste en andere zelfverklaarde deskundigen.

Nauwelijks was de HPV-opwinding voorbij, of de nieuwe griep diende zich aan. Er werd een nieuw influenzavirus gevonden dat sterk leek op het type dat in 1918 de Spaanse griep had veroorzaakt. De minister bestelde vaccin voor de hele bevolking. In de loop van de zomer kwamen er geruststellende gegevens beschikbaar: de sterfte was niet hoog en ouderen leken in zekere mate beschermd te zijn tegen de nieuwe griep.

Voor de media was dit het teken dat het wel meeviel. Er kwamen steeds meer kritische geluiden. De microbioloog Ekkelenkamp zei dat het lariekoek was dat het drama van de Spaanse griep zich kon herhalen. De deskundigen vlogen elkaar in de haren en de media vergrootten de tegenstellingen. De burger wist het niet meer: moest je je nu wel of niet laten inenten?

In oktober kwam de griep in het land. Enkele weken later werd met de vaccinatie van de risicogroepen begonnen. Doordat een aantal jongeren aan de griep overleden, sloeg de stemming om. Het vaccin werd nu omarmd en tegengeluiden verdwenen. Voor even leek het gezag van de deskundige hersteld.

Wie wetenschap bedrijft, experimenteert, kijkt en meet. Dan schrijf je de resultaten en interpretatie op. Het artikel gaat naar een tijdschrift waar het wordt beoordeeld door mensen die het vakgebied goed kennen. Het kan wel een jaar duren voor het wordt gepubliceerd. Een gedegen proces.

Maar steeds meer wetenschappelijke tijdschriften zijn gedwongen hun publicaties binnen enkele maanden vrij te geven en er zijn steeds meer open access-tijdschriften die alleen op internet verschijnen. Gedegen wetenschappelijke publicaties staan daar naast artikelen die in een dag geschreven zijn. De googlende leek kan daar moeilijk onderscheid tussen maken.

Wetenschappers moeten veel meer doen om hun kennis op een voor iedereen begrijpelijke manier beschikbaar te stellen. En te laten zien hoe zij tot hun oordeel zijn gekomen. Dat afwijkende meningen zijn meegewogen en niet gebagatelliseerd. Niet alleen in goede kranten, maar juist ook in tijdschriften die bij de kapper worden gelezen. En natuurlijk op internet.

De media zoeken bewust naar tegengestelde meningen. Gedegen kennis presenteren zij als even belangrijk als ongefundeerde opvattingen. Het verkoopt misschien goed, maar het brengt het publiek in verwarring en draagt bij aan ondermijning van de wetenschap.
 


Naar Alfa denken, anti-bčta, IPCC  , Alfa denken, anti-bčta , Sociologie lijst , Sociologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]