De Volkskrant, 06-02-2010, door Martijn van Calmthout feb.2010

Klimaatpanel | Fouten in het jongste IPCC- rapport behoeven perspectief, vinden betrokken wetenschappers

Smeltende geloofwaardigheid

Het klimaatpanel IPCC heeft een fout gemaakt,en de broeikastwijfelaars kraaien victorie. Ten onrechte,vinden de onderzoekers.

Foto: Gletsjermeer aan de zuidkant van de Mount Everest

Tussentitel: 'Het echte antwoord is: dat weten we niet - het slechte antwoord is een gok'

Op het eerste gezicht hebben de critici van het VN-klimaatpanel het grootste gelijk van de wereld om moord en brand te schreeuwen over een passage in het jongste Assessment Report uit 2007 waarin staat dat de gletsjers in de Himalaya in 2035 weggesmolten zullen zijn.
    In november verscheen in India een overheidsrapport dat anders beweerde, en sindsdien is de boot voor de VN-klimaatorganisatie aan. Het jaartal in het IPCC-rapport blijkt bij nader inzien namelijk het jaar 2350, en is niet afkomstig uit wetenschappelijke studies, maar uit een rapport van milieuclub WNF, dat het weer van een informele publicatie leende.
    Verder op het eerste gezicht onthutsend nieuws van afgelopen week: andere passages in het hoofdstuk over gletsjers komen uit een afstudeerscriptie en een bergbeklimmerstijdschrift. Laatste relletje: ergens staat een fout in door het Planbureau voor de Leefomgeving aangeleverd cijfermateriaal, namelijk dat Nederland voor 55 procent onder de zeespiegel ligt (moet 26 procent zijn). Bedoeld is dat 55 procent potentieel gevoelig is voor overstromingen.
    Hoe, is al met al de vraag, kan het IPCC met zijn informele bronnen volhouden dat het eens in de zoveel jaar de beste wetenschap over het klimaat op een presenteerblaadje aan de beleidsmakers aanreikt, met de bedoeling verstandige maatregelen tegen de opwarming van de aarde af te spreken? Doet het panel zijn werk wel?
    Vorige week sprak minister Cramer van Milieu haar zorg uit over de betrouwbaarheid van IPCC-rapporten en gelastte ze een onderzoek daarnaar, dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) nu gaat doen. ‘Ik wens geen enkele fout meer te accepteren’, voegde ze er deze week aan toe.
    Tweede Kamerlid en klimaatijveraar Diederik Samsom (PvdA) zei boos te zijn over het geklungel van de klimaatwetenschappers. Die hebben wat hem betreft een probleem. Erkende klimaattwijfelaars in de Kamer als Richard de Mos (PVV) en Helma Neppérus (VVD) spraken ronduit van beroepsleugenaars en zakkenvullers.

Onaangenaam
Maar pas op, zegt Frans Berkhout, IPCC-betrokkene en hoogleraar milieukunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam: er is in deze zaak veel meer beeldvorming dan dat er echt kwalijke feiten zijn. Berkhout: ‘Als je het niet eens bent met het klimaatbeleid, is dit natuurlijk dé manier om de zaak onder druk te zetten: alles aangrijpen en twijfel zaaien over de integriteit van betrokken wetenschappers. Het is een campagne. Onaangenaam om mee te maken. Maar ik begrijp het wel.’
    Perspectief, zegt Berkhout, is in zo’n geval cruciaal. Het IPCC, in 1988 opgezet onder VN-vlag, is een zuivere netwerkorganisatie zonder zetel. Het doet zelf geen onderzoek, maar brengt wetenschappers bijeen om de wetenschappelijke inzichten over klimaat en klimaatverandering samen te vatten. Uiteindelijk bedoeld voor de regeringen die het platform dragen. Daarbij is de officiële wetenschappelijke literatuur in principe steeds het uitgangspunt.
    Berkhout: ‘In de basis is de analyse van het IPCC door dat principe nog steeds ongekend solide. De aarde warmt op. De mens speelt daarin hoogstwaarschijnlijk een rol. Maar daarnaast is er nog heel veel open, en onvoldoende duidelijk, vooral waar het gaat om effecten van opwarming, aanpassingen en risico’s.
    ‘De rapporten van het IPCC geven een weerslag van de stand van al die kennis op een gegeven moment, daar zijn ze voor bedoeld. Alleen als je denkt dat ze de definitieve waarheid bieden, is ieder gewijzigd inzicht of cijfer een diskwalificatie.’ Berkhout had, zegt hij, eigenlijk gedacht dat minister Cramer dat als gewezen wetenschapper ook zou beseffen en uitdragen. ‘Maar politiek gezien kan ze kennelijk niet anders. Een kwestie van strategie.’
    De politici hebben ook boter op hun hoofd, zegt Spinozaprijswinnaar en gletsjerdeskundige Hans Oerlemans van het IMAU, het Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek van de Universiteit Utrecht. ‘Ze genereren zelf vaak ‘grijze literatuur’ door veel geld te pompen in vage impact-studies.
    ‘De huidige consternatie is er een van krokodillentranen’, zegt Oerlemans. ‘De politiek dringt zelf aan op duidelijkheid en haast. Dan is het geen wonder dat er onvolkomenheden insluipen. Vooral bij de rapporten van werkgroep II, over effecten en aanpassingen, heb ik geregeld het gevoel: hoe weet je in godsnaam wat je beweert? Maar zo raar is dat niet. In werkgroep I gaat het over de harde natuurwetenschap van het broeikaseffect en klimaat; een helder verhaal. Bij effecten en risico’s gaat het veel meer om inschattingen en prognoses. Dat is de zachte sector.’
    Gletsjers, zegt hij, zijn daar bij uitstek een voorbeeld van. ‘Van de afgelopen 100 of 150 jaar weten we heel goed wat er is gebeurd, en vrijwel alle gletsjers krimpen, dat staat vast. Dat dit samenhangt met de opwarming is ook duidelijk. Maar iets anders is hoe dat dan verder gaat. Daarvoor moet je modellen maken. Die modellen zijn niet heel moeilijk, maar wel nog in ontwikkeling. Toch willen regeringen nú al weten wanneer ze gesmolten zijn. Het echte antwoord is: dat weten we nog niet. Het slechte antwoord is een gok.’
   Waarbij het IPCC wat VU-milieukundige Berkhout betreft natuurlijk niet ontkomt aan een grondige analyse van hoe een jaartal als 2035 voor de Himalaya-gletsjers in het rapport heeft kunnen belanden zonder heldere bron. Berkhout: ‘Het antwoord is dat IPCC een enorm en decentraal proces is met duizenden reviewers, die allemaal niet meer kunnen dan hun uiterste best doen. Daarbij worden fouten gemaakt, en uitgezocht moet nu worden welke. Maar boze opzet, dat is echt onzin.’

Bergbeklimmers
Een wezenlijk punt in de recente IPCC-uitglijder over de smeltende Himalaya-gletsjers is het gebruik van informele literatuur, rapporten van milieuorganisaties over plaatselijke effecten, verslagen van bergklimmers die over gletsjers lopen. Mogelijk bieden ze waardevolle gegevens. Maar die zijn niet wetenschappelijk getoetst.
    Zulke grijze literatuur, zegt VU-milieuhoogleraar Berkhout, is in een aantal opzichten haast onvermijdelijk. ‘Plaatselijke effecten zijn vaak niet interessant voor serieuze wetenschappelijke bladen. Omdat ze te kleinschalig zijn, of gewoon ronduit saai.
    ‘Er is meer. Als bijvoorbeeld werkgroep III het over de economie heeft, moet je soms gegevens over bedrijven en bedrijfstakken gebruiken die je niet in Nature zult vinden, maar wel in een rapport van KPMG. Moet je dat dan negeren? Nee, je moet een modus vinden om alleen betrouwbare data toe te laten.’
    Begrijpelijk of niet, in de publieke beeldvorming is wel degelijk sprake van een echte crisis rond het IPCC, zegt directeur Maarten Hajer van het Planbureau voor de Leefomgeving in Bilthoven. Maar misschien is alle ophef ook een blessing in disguise, een geluk bij een ongeluk. Hajer: ‘Dit dwingt het IPCC opnieuw over de procedures na te denken. Moet er überhaupt nog wel grijze literatuur worden toegelaten, en in welke gevallen dan? Valt de review-procedure verder te verbeteren en transparanter te maken? Laat iedereen meekijken, daar lijkt me niets op tegen.’
   Mogelijk is het IPCC helemaal toe aan een heruitvinding, zegt IPCC-medeauteur en klimaatecoloog prof. Rik Leemans van de Wageningen Universiteit. De rek, zegt hij, lijkt er een beetje uit, zeker als wetenschappers er door alle gedoe voortaan tweemaal over gaan nadenken of ze er wel energie in willen steken. ‘Dit gedoe schrikt af.’ Leemans: ‘Na vier assessment reports en de moeizame samenvattingen voor beleidsmakers kun je ook denken dat de basis helder is, en vervolgens de nodige energie steken in vragen die nog open liggen. Dat maakt het proces sneller en wendbaarder, en sluit ook beter aan bij waar de echte wetenschap zich mee bezighoudt.’
 

Tussnestuk:
Gletsjers weg, water op?

Spinozaprijswinnaar en gletsjerdeskundige prof. Hans Oerlemans van het IMAU in Utrecht trok zich jaren geleden terug uit het IPCC-circuit. Niet omdat hij tegen het instituut is, integendeel. Maar nu moesten anderen maar aan de bak.
    Wilde schattingen als in het jongste IPCC-rapport over smeltende gletsjers in de Himalaya vindt hij een doodzonde. Een wetenschapper mag nooit zomaar wat beweren, vindt hij.
   Wat Oerlemans echter het meest verbaast aan de uitlatingen van het IPCC over gletsjers, is de stelselmatige suggestie dat verdwijnend ijs vele miljoenen van hun water zal beroven. ‘Gletsjersmelt geeft maar een paar procent van alle rivierwater, het merendeel is smeltende seizoenssneeuw. Het echte belang van smeltende gletsjers is hun bijdrage aan de zeespiegelstijging, zegt hij. ‘Dat raakt miljoenen.’



Naar Alfa denken, anti-bèta, IPCC  , Alfa denken, anti-bèta , Sociologie lijst , Sociologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]