De Volkskrant, 01-09-2010, door Bjørn Lomborg, hoofd van de Copenhagen Consensus center 2 sep.2010

Stop met die apocalyps-verhalen

Bjørn Lomborg betoogt dat de aarde opwarmt en dat doemscenario's een averechtse uitwerking hebben. Bovendien zijn die doorgaans niet op feiten gebaseerd.

Stelt u zich eens voor dat een reusachtige havenstad – Tokio bijvoorbeeld – over 70 of 80 jaar te kampen krijgt met een zeepeil dat 4.5 meter stijgt. Miljoenen inwoners zouden in gevaar zijn, nog los van de infrastructuur ter waarde van triljoenen dollars. Dit gruwelijke vooruitzicht is precies wat ‘evangelisten van de opwarming’ als Al Gore voor ogen hebben als ze waarschuwen dat we ‘op grote schaal preventieve maatregelen moeten nemen om de beschaving te beschermen’. Het klinkt als extreme retoriek, maar lijkt gerechtvaardigd bij zo’n vooruitzicht. Hoe zouden we in godsnaam een stijging van de zeespiegel van een dergelijke omvang kunnen aanpakken zonder een goed gecoördineerde wereldwijde aanpak?

Wel, dat is al gebeurd. We doen het in feite ook nu. Sinds 1930 heeft het excessief onttrekken van grondwater ertoe geleid dat Tokio met 4.5 meter is gezakt, terwijl er jaren zijn geweest dat sommige van de laagst gelegen delen in een paar jaar met bijna 30 centimeter per jaar zijn gezakt. Soortgelijke dalingen hebben de afgelopen eeuw in een groot aantal steden plaatsgevonden, waaronder Tianjin, Shanghai, Osaka, Bangkok en Jakarta. Die steden hebben kans gezien zichzelf tegen zulke grote stijgingen van de zeespiegel te beschermen. En ze floreren.

Het punt is niet of we opwarming van de aarde moeten of kunnen negeren. Het punt is dat we bedacht moeten zijn op overdreven voorspellingen. Wat klinkt als gruwelijke klimaat- en geografische veranderingen blijken vaker wel dan niet beheersbaar te zijn, en pakken in sommige gevallen zelfs gunstig uit.

Neem bijvoorbeeld de onderzoeksresultaten van de klimaatwetenschappers Robert J. Nicholls, Richard S.J. Tol en Athanasios T. Vafeidis. Zij deden onderzoek, bekostigd door de Europese Unie, naar de economische gevolgen als ten gevolge van opwarming van de aarde zou leiden tot het ineenstorten van de gehele West-Antarctische ijsplaat. Een gebeurtenis van deze orde van grootte zou er waarschijnlijk toe leiden dat de zeespiegel 6 meter zou stijgen gedurende de komende honderd jaar. Precies het soort incident dat milieuactivisten in gedachten hebben als ze waarschuwen voor mogelijk einde-van-de-wereld-rampen. Maar zou het echt zo rampzalig zijn? Niet volgens Nicholls, Tol en Vafeidis. Hier volgen de feiten. Een stijging van 6 meter van het zeepeil (wat ongeveer tien keer meer is dan de worstcase verwachtingen van het klimaatpanel van de VN) zou ongeveer 16 duizend vierkante mijl kustlijn doen onderlopen, waar nu 400 miljoen mensen leven. Dat is veel, maar nauwelijks de hele mensheid. In feite gaat het om minder dan 6 procent van de wereldbevolking en de meesten die in die gebieden leven die onder kunnen lopen zouden zelfs nooit natte voeten krijgen.

Dat komt omdat de grote meerderheid van die 400 miljoen mensen in steden leven waar ze, net als in Tokio, relatief gemakkelijk zouden kunnen worden beschermd. Met als gevolg dat slechts 15 miljoen mensen gedurende een eeuw ergens anders moeten gaan wonen.

Dat mag een verrassend laag cijfer lijken, maar dat is omdat velen hebben geaccepteerd dat we de mogelijkheid niet hebben grote stijgingen van de zeespiegel aan te pakken. Maar we kunnen dat wel en hebben dat meermaals in het verleden aangetoond. Of we het leuk vinden of niet, wereldwijde opwarming vindt plaats, is het gevolg van menselijk handelen en we moeten er iets aan doen. Maar het einde van de wereld is niet in aantocht.

Klimaatwetenschap is waanzinnig gecompliceerd. Zelden komen er eenduidige voorspellingen of pasklare aanbevelingen uit voort. Na twintig jaar praten en weinig actie kun je een zekere mate van frustratie verwachten. Er is de begrijpelijke wens om door het woud van woorden heen te kappen en en mensen wakker te schudden. Maar je helpt de zaak niet door mensen een doodschrik aan te jagen.

Schokkende cijfers zorgen ervoor dat we rechtop gaan zitten en luisteren. Maar we raken er snel aan gewend en dat vraagt steeds uitzinniger scenario’s om ons in beweging te brengen. Naarmate de angstaanjagende verhalen meer en meer opgeblazen worden, neemt de kans navenant toe dat ze worden gezien voor wat ze zijn – overdrijvingen – en het eindigt ermee dat het publiek de aandacht verlegt.

Dat kan een verklaring zijn voor recente cijfers, waaruit blijkt dat de verontrusting over opwarming van de aarde de laatste drie jaar enorm daalt. In de VS bijvoorbeeld liet het Pew Institute weten dat het aantal Amerikanen dat opwarming als een serieus probleem beschouwt, gedaald is van 44 procent in april 2008 naar slechts 35 procent afgelopen oktober. Onlangs toonde een onderzoek van de BBC aan dat slechts 26 procent van de Britten gelooft dat een klimaatswijziging gevolg is van menselijk handelen. In november 2009 was dat nog 41 procent. En in Duitsland blijkt uit cijfers van Der Spiegel dat slecht 42 procent van de bevolking bang is voor opwarming, in 2006 was dat 62 procent.

Angst kan op korte termijn mensen motiveren, maar het is een verschrikkelijk slechte basis om verstandige beslissingen te nemen bij een gecompliceerd probleem dat onze volledige intelligentie vraagt op de langere termijn.

 

Naar Alfa denken, anti-bèta, IPCC  , Alfa denken, anti-bèta , Sociologie lijst , Sociologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]