De Volkskrant, 30-10-2010, column door Bert Wagendorp .2008

Museum

Tussentitel: Chancy en heavy metal: niet te moeilijk, wel hard

De bouw van het Nationaal Historisch Museum gaat niet door. Daarmee spaart de nieuwe regering de bouwkosten van vijftig miljoen uit. Althans, de kosten van rente en aflossing voor de hypotheek van vijftig miljoen, zo’n tweeënhalf miljoen per jaar – aftrekbaar voor de belasting. Daar bovenop een jaarbudget van acht miljoen - nog geen tien miljoen per jaar voor wat een centrum moest worden van onze identiteit en ons gedeeld verleden: te duur.

Daarmee is eigenlijk alles al gezegd, over ons verlangen naar een Nationaal Historisch Museum.

Staatssecretaris Halbe Zijlstra van Cultuur haalde vrijdag de trekker over. Halbe komt uit de Friese Stellingwerven en hij houdt van Tom Clancy en heavy metal. Niet te moeilijk, wel hard, niet lullen maar poetsen. Vroeger was hij secretaris van de postduivenvereniging De Griffioen in Oosterwolde en toen moest hij al weinig hebben van fancy duivenhokken in Francine Houben-stijl.

Dus Zijlstra trok de plannen door zonder een traan te laten. Volgens hem kunnen we het gemakkelijk af met een ‘reizende tentoonstelling’. Jongen is opgegroeid met de SRV-man en de bibliobus, die ziet een reizende historische tentoonstelling al helemaal voor zich. Tent op het dorpsplein, komt dat zien.

Onder de kop ‘Red ons historisch besef’ schreven Jan Marijnissen en Maxime Verhagen op 13 mei 2006 een ingezonden stuk in Trouw, dat begon met de zin: ‘Een volk zonder geschiedenis bestaat niet.’ Marijnissen en Verhagen pleitten voor een ‘Huis van de Nederlandse geschiedenis’, waar niet alleen de culturele dialoog moest plaatsvinden, maar tevens ‘de verbondenheid tussen culturen hier aanwezig’ tot stand moest worden gebracht.

Maxime had toen nog geen idee dat hij vier jaar later om tafel zou zitten met zijn nieuwe vriend Geert Wilders, voor wie verbondenheid tussen culturen een uiting van cultuurrelativisme is en tevens een eufemisme voor islamisering.

Over honderd jaar zal de case van het NHM door historici worden gebruikt om het Nederland van het eerste decennium van de 21ste eeuw te karakteriseren. Besluiteloos, bureaucratisch, formalistisch, verdeeld, bang, verward en dol op eindeloos geouwehoer over een parkeergarage.

In de woordenzee die aan het NHM is gewijd, is mijn persoonlijke favoriet de schitterende quote van een van de twee directeuren, Erik Schilp: ‘Het verleden moet zich bescheiden opstellen en vooral niet te veel praatjes hebben.’

Jan Marijnissens gedesillusioneerde karakterisering van het museum, ‘een postmoderne hutspot’, mocht er trouwens ook wezen.

Het NHM bewijst dat we in Nederland meer plezier beleven aan eindeloos debat, gezwets en het berijden van principes, dan aan doorpakken en stenen stapelen. We zijn gek op het voorspel maar als de dood voor de daad.

Enfin, het scheelt wel in de kosten.

Het was er nog niet eens, maar iedereen was alweer klaar met het Nationaal Historisch Museum. ‘Ik hoop dat andere culturele instellingen hierdoor iets meer lucht krijgen’, zei Schilp in een reactie. Niet de neiging om van de John Frostbrug in de Rijn bij Arnhem te springen of uit protest het Openluchtmuseum te bezetten, maar berusting.

Ik meende in zijn stem zelfs opluchting te horen. Hij ging op zoek naar ‘privaat geld’, zei hij. Alles beter dan het gekmakende politieke gehannes, hoorde je hem denken.


Ik kon het me helemaal voorstellen.
 


Naar Alfa wereld , Politiek lijst , Politiek & Media overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]