De Volkskrant, 10-09-2011, door Paul Scheffer .2010

Missie Osama bin Laden gesmoord

Al Qaida heeft zich vervreemd van de moslimwereld. Dat is niet de verdienste van het Westen, maar van de massabeweging van moslims die zich tegen hun eeuwig regerende heersers keerde, analyseert Paul Scheffer naar aanleiding van The 9/11 Wars van Jason Burke.

Tussentitel: 9/11 versnelde de afbrokkeling van Amerika's macht

Tien jaar later kan er geen twijfel over bestaan: Bin Laden en zijn volgelingen hebben verloren. Terwijl al die gruwelijke zelfmoordaanslagen er niet in slaagden om een opstand onder moslims uit te lokken, luidde het stille protest van de Tunesische fruitverkoper Mohammed Bouazizi wel een spectaculaire ommekeer in. Zijn eenzame zelfmoord, die verder niemand het leven kostte, bleek uiteindelijk een moreel appŤl te zijn dat veel mensen in de moslimwereld raakte. Bouazizi en niet Bin Laden inspireerde een massabeweging die de eeuwig regerende machthebbers in korte tijd omverwierp. Al die tijd, in de maanden voor zijn dood, zweeg de leider van Al Qaida. Dat fraaie beeld gebruikt de Britse journalist Jason Burke in zijn nieuwe boek over de '11-septemberoorlogen' (The 9/11 wars). Burke heeft die oorlogen van nabij geobserveerd als correspondent voor onder meer de Britse krant The Guardian. Zijn eerdere boek over Al Qaida gold al als verplichte leesstof; ook in militaire kringen werd het boek ijverig geraadpleegd. Zo vermeldt de auteur in het voorbijgaan de reacties die hij krijgt na een lezing op het hoofdkwartier van het Pakistaanse leger.

De wereld is op 11 september veranderd, al was het maar omdat een dag later iedereen zeker dacht te weten dat de wereld was veranderd. Wat die dag in as opging, was vooral een wijdverbreid gevoel van onkwetsbaarheid in de westerse wereld. Misschien vulde Bin Laden wel een wereldbeschouwelijke leegte. In ieder geval hadden velen - na de zelfgenoegzaamheid van de jaren negentig - het gevoel dat er weer iets op het spel stond.

Burke slaagt met verve in zijn tour de force: in zevenhonderd bladzijden wordt de hele film nog eens afgespoeld. Hij kiest zijn beginpunt niet bij de aanslagen van 11 september, maar hij begint zijn relaas met de vernietiging van de eeuwenoude boeddhabeelden in Bamiyan door de Afghaanse Taliban, in het voorjaar van 2001. Die provocatie - die ook in een deel van de moslimwereld afschuw opriep - gebruikt Burke om te laten zien hoe ingewikkeld de dynamiek van het radicalisme in de islamitische wereld was en is. Deze daad van vandalisme werd ook ingegeven door een poging van de leider van de Taliban, mullah Omar, om zich rivalen binnen zijn eigen beweging van het lijf te houden.

In zijn boek verweeft Burke op een overtuigende manier analyse en anekdote. Kleine levensverhalen vormen de aanleiding voor grote vragen, met als verbindend element de nadruk die hij legt op de complexiteit van de 11-septemberoorlogen. Dat maakt zijn boek tot veel meer dan een journalistieke reportage. Burke laat goed zien dat de interventies in Irak en Afghanistan plaatsvonden in gebieden waar talloze lokale conflicten al veel langer gaande waren. Hij geeft het voorbeeld van een lokale leider, Bacha Kahn Zadran, die zich bedreigd weet door andere stamoudsten. Door de Amerikanen valselijk voor te spiegelen dat het Talibanstrijders betrof, werden die concurrenten - die met hun uitgebreide families op weg waren naar Kabul om de inauguratie bij te wonen van de nieuwe president - gebombardeerd. Met als gevolg tientallen doden en een internationaal schandaal.


PAUL SCHEFFER
Vervolg van pagina 1.

Zo ging het wel vaker. In zijn beschrijving van de 11-septemberoorlogen hamert Burke er bladzijde na bladzijde op dat deze lokale dimensie niet of onvoldoende werd begrepen door de westerse mogendheden. De ideologische drijfveren van Bush en de zijnen hielden veel te weinig rekening met plaatselijke omstandigheden. Het zou lang duren voordat het inzicht doorbrak dat de Taliban deel zijn en vooralsnog zullen blijven van de Afghaanse samenleving. Hetzelfde gold voor het negeren en uitsluiten van de verslagen soennitische minderheid in Irak.

Verrassend is dat Burke niet alleen het geringe succes van de Amerikanen in Irak en Afghanistan, maar ook het falen van Al Qaida verklaart uit deze spanning van lokale omstandigheden en globale doelstellingen. Hij laat goed zien hoezeer de Arabische jihadstrijders buitenstaanders bleven. De Taliban boden dan wel onderdak aan Bin Laden, maar hielden hem tegelijk op afstand, aldus Burke: 'Door een relatie aan te gaan met Al Qaida en de globale missie en doelstellingen van die beweging liepen plaatselijke groepen het risico steun te verspelen van hun eigen gemeenschappen.'

Hetzelfde kan worden gezegd over Irak na de omverwerping van Saddam Hussein. In de strijd in 2004 rond Falluja tussen het Amerikaanse leger en de Iraakse opstandelingen speelden de buitenlandse strijders aanvankelijk een belangrijke rol. Maar niet veel later kwamen ze tegenover de lokale verzetsstrijders te staan, omdat hun drijfveren uiteindelijk weinig te maken hadden met de 'bevrijding' van Irak en meer met het elimineren van 'ongelovigen'. Sterker nog: in reactie op de dreiging die uitging van die buitenlandse jihadisten koos een belangrijk deel van de soennitische gemeenschap niet veel later de kant van het Amerikaanse leger.

Terreur is altijd het wapen van de zwakkere. De dreiging door Al Qaida en al degenen die zich daarmee verbonden voelden is nooit een existentiŽle bedreiging geweest voor de westerse landen. De gevolgen voor de moslimwereld waren ingrijpender dan voor ons deel van de wereld. Zoals eerdere vormen van terreur - denk aan de Rote Armee Fraktion heeft ook deze dreiging liberale samenlevingen verdeeld, maar niet duurzaam ontwricht. Het heeft angst en onbehagen opgeroepen, maar de individuele vrijheden uiteindelijk niet ondermijnd.

Soms is de verleiding van een spiegelgevecht met terroristen niet weerstaan en zijn er schendingen van mensenrechten geweest door westerse landen, niet alleen op het slagveld, maar vooral in de behandeling van gevangenen in onder meer GuantŠnamo en Abu Ghraib. Burke laat goed zien dat die martelingen geen incident waren, maar ook al op grote schaal voorkwamen in de oorlog van 2001-2002 in Afghanistan. Ze waren het resultaat van zowel eigen initiatief van lager geplaatsten, als van aandrang door de politieke en militaire gezagsdragers om tegen elke prijs informatie te verzamelen in die hectische en angstige dagen na 11 september.

In termen van mensenlevens is relativering van 11 september evenmin op zijn plaats. Burkes voorzichtige schatting is dat de aanslagen en de oorlogen een kwart miljoen slachtoffers over de hele wereld hebben gekost. Over de hele wereld, want als er iets uit zijn omvattende verslag oprijst, is het wel hoe veel er is sindsdien gebeurd: aanslagen van Bali tot Casablanca, van Instanbul tot Madrid, van Kabul tot Londen, van Mumbai tot Amman, er leek geen einde te komen aan het heilige bloedvergieten. En dan waren er natuurlijk de slepende oorlogen en burgeroorlogen in Afghanistan en Irak.

Burke eindigt zijn relaas met een voorzichtig optimisme. Niet alleen maakt hij aannemelijk dat het hoogtepunt van Al Qaida en van het daardoor geÔnspireerde terrorisme achter ons ligt. Dat valt natuurlijk niet met zekerheid te zeggen, maar de ineenstorting van Al Qaida lijkt wel onomkeerbaar en daarmee wordt het terrorisme weer wat het was voor 11 september, vooral een lokale aangelegenheid. De uitzondering is natuurlijk Pakistan, waar de radicalisering is doorgedrongen tot de kern van de strijdmachten en de inlichtingendiensten. De aanslagen in het najaar van 2008 in Mumbai blijken tot stand te zijn gekomen met een duidelijke betrokkenheid van het middenkader van de Pakistaanse inlichtingendienst ISI. De andere ongewisse factor is Iran, maar daar heeft Burke het eigenlijk nauwelijks over.

Niet alleen lijkt de dreiging van een wereldwijde radicalisering te zijn afgenomen, ook biedt de Arabische Lente een unieke mogelijkheid om te ontsnappen aan de vicieuze cirkel van de 11-septemberoorlogen. Die lente komt er ietwat bekaaid af in zijn boek - het was overduidelijk al goeddeels geschreven toen de opstandelingen in TunesiŽ en Egypte Ben Ali en Mubarak verdreven - maar Burke toont zich gematigd hoopvol over het vervolg.

Het is een optimisme op kousenvoeten, want de maatschappelijke veranderingen die het radicalisme voor zo velen aantrekkelijk maakten, zijn nog steeds volop gaande: massieve urbanisering en een uitdijende jeugd. Het gaat dus allereerst om de voortgaande trek van het platteland naar de stad: zo wordt ook duidelijk dat de ontworteling en het radicalisme voorkomen uit de modernisering van deze samenlevingen en niet uit een duister verleden. Daarnaast heeft de demografische ontwikkeling een enorm reservoir aan jongeren voortgebracht. Dat zal nog zeker vijftien jaar een bron van onvrede blijven. Want waar moeten al die jongeren naartoe? Is er wel een toekomst voor hen in de uitpuilende steden van Egypte? In landen waar soms rond tweederde van de bevolking onder de 30 jaar is, blijft dat een moeilijk oplosbare kwestie.

De reactie op die veranderingen is een cultureel conservatisme, aldus Burke, dat vooral in de omvangrijke lagere middenklasse zichtbaar is. Ook de houding tegenover de westerse wereld is bepaald niet toeschietelijk. De immer genuanceerde Burke spreekt in dit verband over een 'onthutsende onwetendheid en vooroordelen'. Hij laat zien dat de liberalisering van de media in een land als Pakistan bepaald niet heeft bijgedragen tot een liberalisering van het wereldbeeld. Tegelijk zijn alle alternatieven nu wel uitgeput: het seculiere panarabisme, het staatssocialisme en het islamitische radicalisme, stuk voor stuk bleken het doodlopende wegen. Eigenlijk is er - mede door westerse halfhartigheid - maar ťťn alternatief niet werkelijk geprobeerd: de weg van democratisering, met vallen en opstaan.

Dat rechtvaardigt een parallel van de Arabische Lente met de fluwelen revolutie van '1989'. Net zo als de omverwerping van de communistische machthebbers het einde vormde van een botsing van wereldbeschouwingen, zo zou de Arabische Lente het einde kunnen inluiden van de botsing van 'beschavingen' die daarna kwam. Niet alleen maakt de Arabische omwenteling duidelijk dat de breuklijn dwars door de Arabische wereld loopt en niet primair tussen het Westen en de islam, maar ook zou de westerse steun aan de Libische opstandelingen, na de militaire interventies in BosniŽ en Kosovo, zo langzaamaan toch mensen in de moslimwereld moeten overtuigen dat het Westen er niet op uit is moslims te marginaliseren of zelfs te vernietigen. Misschien komt na tien jaar afweer, nu een tijd van opbouw.

En wie weet zal ook het beeld van de vermaledijde Bush jr. nog eens veranderen, net zoals het beeld van die andere bespotte president, Ronald Reagan, veranderde na de val van de Muur. Toen Reagan morrelde aan de status quo in Oost-Europa en Gorbatsjov opriep om de Berlijnse Muur neer te halen werd dat vooral gezien als gevaarlijke hoogmoed.

Hetzelfde overkwam Bush toen hij de status quo in het Midden-Oosten ter discussie stelde en betoogde dat Amerika ten onrechte repressieve regimes in de Arabische wereld had gesteund, ten onrechte stabiliteit tegen de prijs van mensenrechten had gekocht.

Maar er is natuurlijk wel een verschil tussen beide episodes. Al lezend in dit prachtige verhaal over de tien jaar na die donderslag bij heldere hemel wordt duidelijk hoeveel energie verloren is gegaan die beter aangewend had kunnen worden om na te denken over de machtsverschuivingen in de wereld. Zo gezien zijn de tien jaar sinds 11 september een verloren decennium. Want de grote veranderingen die schuilgaan achter de 11-septemberoorlogen hebben meer te maken met de opkomst van India, BraziliŽ en China, dan met de relatieve neergang van de Arabische wereld; hebben ook meer te maken met het al dan niet slagen van de Europese integratie, dan met de desintegratie in veel moslimlanden.

Tien jaar later kan er dan ook geen twijfel over bestaan: de 11 septemberoorlogen zijn niet verloren, maar vooral Amerika is hardhandig geconfronteerd met de grenzen van zijn invloed. 11 september is het symbool van de kwetsbaarheid van een Amerika dat langzaam maar wel heel zeker zijn overmacht aan het verliezen is. Zonder de aanslag in New York was het land nu niet verwikkeld in twee uiterst kostbare oorlogen - niet alleen in mensenlevens, maar ook in financieel opzicht. In die zin heeft 11 september de wereld niet veranderd, maar een machtsverschuiving zichtbaar gemaakt en versneld, die al langer gaande was.

Jason Burke. The 9/11 Wars. Allen Lane; 709 pagina's; ca Ä 25,-. ISBN 978 1 84614 517 9.

 

IRP:   Flauwekul. Bouazizi is slechts de ontsteker. De brandstof is het steeds beter zichtbaar worden van het westerse succes, samen met de bevolkingsexplosie
 


Naar Alfa wereld , Politiek lijst , Politiek & Media overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]