De Volkskrant, 10-09-2011, door Olaf Tempelman .2010

Hoed u voor de intellectueel

Politiek | De vijand van de mensheid, waarschuwt Frits Bolkestein, dat is de denker die in zijn rokerige hol zit te broeden, die in zijn laboratorium gevaarlijke ideeŽn mengt.

Tussentitel: Niets was erger dan de kleinburger met zijn geknipte rozenstruik

Ongeveer twintig jaar geleden speurde ik in het archief van de heropgerichte Roemeense liberale partij naar namen van politieke gevangenen. Tussen stapels verspochte documenten discussieerden altijd oude mannen. Die hadden de tijd hun wereldbeeld uit de doeken te doen, en dat deden ze vaak ongevraagd. Het liberalisme, leerde ik, is het gezonde verstand, het lucide denken, het oog voor de realiteit. Marxisme, marxistisch-leninisme, trotskisme, socialisme, nationaal-socialisme en zo nog wat meer -ismen, dat zijn bedenksels van intellectuelen die zich met de realiteit niet vermoeiden, producten uit laboratoria met laboranten die met de gewone wereld niets van doen wilden hebben. Vergelijk het met vloeistof. Liberalisme is helder water, de intellectuele bedenksels zijn buisjes vloeistoffen met vieze kleuren, de een nog giftiger dan de ander. Kijk maar naar de geschiedenis van de twintigste eeuw.

Oude Oost-Europese liberalen waardeerden bijna altijd Frits Bolkestein. Franse en Engelse interviews met hem werden vaak in partijkranten vertaald. Bolkestein was niet een van die teleurstellende West-Europese modeliberalen met gladde praatjes. Dit was een heer van stand die zijn klassieken kende, klare wijn schonk en een onmodieuze taal sprak die begrepen werd. Een intellectueel?

Laten we dat woord maar even niet gebruiken. Bolkestein zelf spreekt liever over kennis en ervaring, opgedaan dankzij een goed werkend gezond verstand. Veel leerde Bolkestein uit de tegenstand die hij in zijn loopbaan ondervond. 'Je moet je vijand kennen', is een bekende uitspraak van hem. Die vijand komt niet altijd uit een links hol, maar wel bijna altijd uit een intellectueel hol. De vijand, dat is de denker die in zijn rokerige hok zit te dromen en te broeden, die in zijn laboratorium gevaarlijke ideeŽn mengt, die een gedachtengoed ontwerpt over hoe de wereld zou moeten zijn en een samenleving uittekent waar de realiteit zich vervolgens maar naar dient te voegen. Als die intellectuele broedsels in handen vallen van mensen met politieke macht, dan is dat een recept voor narigheid. Aan de basis van alle totalitaire rampen van de 20ste-eeuw lagen intellectuele tekeningen.

Bolkestein ontleedde de vijand in essays, commentaren en toespraken, maar vaak leek hem de tijd te hebben ontbroken het thema uit te diepen. De intellectuele verleiding - ondertitel: Gevaarlijke ideeŽn in de politiek - is het boek dat hij al lang had willen schrijven. In een opzet die sterk doet denken aan die van Occidentalisme van Ian Buruma en Avishai Margalit, onderneemt Bolkestein een zoektocht naar de wortels van antiliberale gedachtenspinsels in antiliberale broedplaatsen.

Die tocht begint niet toevallig in de 18de eeuw, bij een invloedrijk denker die de mensheid op een verkeerd spoor zette, Jean-Jacques Rousseau, pleitbezorger van de onbedorven primitieve mens. Rousseau wist dat 'het volk' beter af zou zijn zonder beschaafde heren die zich de kunst van de rede hadden eigen gemaakt. Kon je een Tribunaal oprichten voor intellectuelen die de Verlichting om zeep hielpen, dan zou de aanklacht tegen Rousseau lang zijn.

Rousseau is de peetvader van de romantiek. Die schoot bovenal wortel aan de oostkant van de Rijn. Duitse romantici 'ontdekten' dat het gevoel superieur is aan de rede. In hun kielzog kwamen idealisten die droomden van een 'abstracte totaliteit' die ze buiten de menselijke ervaring plaatsten. 'De zichtbare werkelijkheid werd teruggezet naar de tweede plek', observeert Bolkestein. Op de eerste plek kwamen nu zulke zaken als de ware vrijheid, de geest van de kosmos, het volk en het ťlan vital. Fichte pleitte voor karakter: Charakter haben und Deutsch sein zijn hetzelfde, wist hij.

In de 19de eeuw baarde Duitsland nog een giftig broedsel: het primaat van de wil ten koste van wat Bolkestein 'kalme rationaliteit en op ervaring gebaseerd denken' noemt. 'Ik denk dus ik ben' werd 'Ik wil dus ik ben'. Nietzsche gaat bij Bolkestein op de bon.

Een van de redenen dat Duitse intellectuelen zo gevaarlijk konden broeden, was het politiek repressieve klimaat. Hoe meer intellectuelen werden buitengesloten, hoe groter hun vervreemding van de maatschappij, hoe extremer hun gedachtenspinsels. Nog beduidend heviger was de politieke repressie in het 19de-eeuwse Rusland. Daar waren intellectuelen 'gedwongen zich op zichzelf te concentreren, met als gevolg dat ze steeds compromislozer werden'. Zo konden rolmodellen ontstaan als dat van de revolutionair uit de roman Wat te doen? van de Nikolaj Tsjernysjevksi uit 1863. Deze ideale Rus, observeert Bolkestein, 'komt rechtstreeks uit de orthodoxe hagiografie, slaapt zelfs op een bed met spijkers. Kortom, een vervelende vent.'

Rousseau's onbedorven primitieve mens, Tsjernysjevski's revolutionair, Nietzsche's blonde beest - stuk voor stuk zijn ze tegenpolen van de kleinburger die hecht aan zijn comfort en zijn 'pleziertjes voor de dag en de nacht'. De kleinburger: de kleine hebberd die risico's mijdt en gepreoccupeerd is door trivia. Van Rousseau tot Derrida, van Nietzsche tot Susan Sontag - niets vonden ze verwerpelijker dan hem, de man met zijn spulletjes en zijn geknipte rozenstruik. Dat bourgeois een scheldwoord werd, komt helemaal op intellectueel conto.

Enig begrip kan Bolkestein voor de afkeer wel opbrengen: zo'n kleinburger is, de naam zegt het al, niet groots, die dwingt niet gemakkelijk bewondering af. Maar wie zich niet verliest in deontologie en zich de beginselen der teleologie eigen maakt, gaat hem anders bezien. In deontologie wordt een handeling gewaardeerd als er nobele intenties aan ten grondslag liggen, in de teleologie tellen de gevolgen. Dan zie je dat een hoop van die kleine hebberds samen een goed soort maatschappij opleveren - mits ze aan de wet onderhevig zijn. 'Er zijn weinig manieren waarop een mens een onschuldiger bezigheid vindt dan het verdienen van geld', stelde Samuel Johnson al een kwart millennium geleden.
    'Zo pakt de ondeugd gunstig uit / als zij door justitie wordt gestuit', dichtte de Nederlandse filosoof en satiricus Bernard Mandeville in 1705 in De fabel van de bijen met de prachtige ondertitel 'particuliere zonden, algemeen profijt'. In de bijenkorf van Mandeville loopt alles op rolletjes. Helaas, de bijen in de 'mopperkorf' klagen over ondeugdzaam gedrag van anderen. Op een dag is Jupiter het zat een maakt alle bijen deugdzaam. En ziedaar: de bijen zijn niet meer hebberig, dus de bouwsector stort in. Ze drinken niet meer, dus de kroeg blijft leeg. Portretschilders zitten zonder werk, omdat niemand meer ijdel is. Voor Mandeville is er lof in De intellectuele verleiding.

Als Bolkestein het heden nadert, laat hij zijn hoofdthema enigszins los en waaiert uit naar gebieden als ontwikkelingshulp, multiculturalisme en Europese eenwording waarover hij van hem bekende standpunten herhaalt. Dat is jammer voor het boek, waarvan de eerste tweehonderd pagina's een goed geheel vormen met mooie voorbeelden die ook overtuigen, zij het dat, tsja, ze je achterlaten met het gevoel dat een stukje van het verhaal niet wordt verteld.

Het lijdt geen twijfel dat het mensbeeld van Mandeville en Bolkestein van meer realiteitszin getuigt dan dat van Rousseau. Maar helemaal compleet lijkt het toch niet. Iedereen die zijn studeerkamer verlaat en zich onder de bijen begeeft, ziet dat de bijenkorf, noem het de vrije markt, niet alleen winnaars oplevert maar ook verliezers, en dat er mensen zijn die zich om die verliezers of 'zwakkeren' bekommeren. Die mensen waren er al voor intellectuelen hun socialistische broedsels de wereld in slingerden. Die zijn minstens zo oud als het Oude Testament waarvan 'jij zult jouw naaste liefhebben als jezelf' niet voor niets een der bekendste regels is. Je hebt marktadepten die monotheÔstische deugdzaamheid afdoen als protosocialistisch. Dat wereldbeeld is veel te helder: de naastenliefde had nooit zo diep wortel kunnen schieten als het enige bestanddeel van de menselijke aard het gezonde eigenbelang was geweest. De mens is een ingewikkelder recept, met ingrediŽnten die op elkaar inwerken en paradoxen opleveren. Wie die complexiteit over het hoofd ziet, kan een bouwwerk oprichten dat los staat van de realiteit.

Zo'n bouwwerk lijkt me het 20ste-eeuwse objectivisme van Ayn Rand, de filosofie waarin de mens zich op nietzschiaanse wijze uit de ketenen van de medemenselijkheid bevrijdt om louter zijn eigen genot na te jagen in een libertaristische maatschappij, die van een bijna maximaal laissez-faire kapitalisme. Dat objectivistische broedsel van Rand, dat lijkt me ook een laboratoriumbuisje met gekleurde vloeistof. Voormalig hoofd van de federatie van Amerikaanse centrale banken Alan Greenspan kwam uit haar school, Rands The virtue of selfishness was een van zijn lijfboeken. De Nederlandse filosoof Hans Achterhuis behandelde in De utopie van de vrije markt de lijn die er loopt van het objectivisme naar de financiŽle crisis vanaf 2008. Bolkestein behandelt de school van Rand om begrijpelijke redenen niet.

Intellectuelen, luidt het clichť, zijn tot linksigheid geneigd. 'Winst doet denken aan egoÔsme, gierigheid en inhaligheid, en dat zijn slechte eigenschappen - ook al gaan ondernemingen ten onder als zij geen winst maken', observeert Bolkestein. In het Oost-Europa van na 1989 pareerden nieuwe zakenlieden (vaak oude apparatsjiks) kritiek van intellectuelen steevast met het argument dat intellectuelen nou eenmaal niet van de vrije markt houden. Maar er bestaan er genoeg die er wel van houden.

De intellectuele verleiding is Bolkesteins beste en meest diepgravende boek. Maar in laatste instantie is ook dit werk een politiek manifest. De Britse historicus Timothy Garton Ash definieerde het verschil tussen intellectuelen en politici als volgt. Intellectuelen proberen de waarheid in kaart te brengen, politici een deel van de waarheid, de oppositie moet het andere deel maar aanleveren. Conform die definitie is Bolkestein geen intellectueel. Dat beschouwt hij vast als een compliment.

Frits Bolkestein: De intellectuele verleiding - Gevaarlijke ideeŽn in de politiek. Bert Bakker; 338 pagina's; Ä 25,-. ISBN 978 90 3513667 0.
 

 

IRP:  


Naar Alfa wereld , Politiek lijst , Politiek & Media overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]