De Volkskrant, 20-11-2012, door Just Fontein, Elsbeth Stoker .2010

Bezoekje van de politie bij weigering

Voor het eerst is op grote schaal wangslijm afgestaan voor de Vaatstra-zaak. Dé manier om vastgelopen onderzoeken nieuw leven in te blazen? Of is niet elke zaak geschikt?

Waarom heeft het zo lang geduurd?

Al in 2000, een jaar na de moord op Marianne Vaatstra, spande misdaadjournalist Peter R. de Vries een kort geding aan om een grootschalig dna-onderzoek af te dwingen. Alle twintigduizend mannen tussen de 20 en 45 jaar in een straal van 15 kilometer rond de plaats delict bij Veenklooster zouden dna-materiaal moeten afstaan, vond hij. Hoewel de rechter oordeelde dat dit opsporingsmiddel te ver ging, leidde de Vaatstra-zaak er wel toe dat de wetgeving stapje voor stapje werd aangepast. Zo kwam in 2003 de wet Dna-onderzoek waarneembare persoonskenmerken. 'Daarmee kan worden vastgesteld waar de dader 'waarschijnlijk' vandaan komt, gelet op populatie, geslacht en oogkleur', aldus Victor Toom, die promoveerde op forensisch dna-onderzoek.

Sinds dit voorjaar mag justitie ook dna van familieleden inzetten bij de opsporing van daders. Dit betekent dat als de dader besluit niet mee te doen aan bijvoorbeeld een vrijwillig bevolkingsonderzoek, hij alsnog kan worden getraceerd via familieleden die wel genetisch materiaal afstaan.

Tegenstanders van deze ontwikkeling betogen dat dit een te grote inbreuk is op de privacy van onschuldige familieleden; weigeraars in het Vaatstra-onderzoek kregen een bezoekje van de politie. Volgens voorstanders is het juist dé manier om vastgelopen politie-onderzoeken nieuw leven in te blazen.

Hoe werkt het dna-verwantschapsonderzoek?
Duizenden mannen die in een grote cirkel rondom de plaats delict wonen, hebben de afgelopen maanden vrijwillig dna-materiaal afgestaan in de vorm van wangslijm. Het verzamelde genetisch materiaal kon zo worden vergeleken met het dna-spoor dat destijds bij het lichaam van Marianne Vaatstra is aangetroffen. Onderzoekers van het Nederlands Forensisch Instituut hebben daarbij gekeken naar het Y-chromosoom. Dit chromosoom wordt van vader op zoon doorgegeven, waarbij het profiel niet of nauwelijks verandert. Zo blijft het vele generaties identiek.

Hoe groot is de kans op een veroordeling?
Nu het dna van de verdachte volledig overeenkomt met het daderprofiel, is de kans heel groot dat de dader gevonden is. Maar, waarschuwen experts, alléén een dna-match vormt geen sluitend bewijs. Er moet meer bewijs zijn. Volgens hoogleraar rechtspsychologie Peter van Koppen van de Universiteit van Maastricht zal het vinden van een tweede bewijsmiddel geen probleem zijn. 'Dat kan een getuigenverklaring zijn die de verdachtmaking bevestigt. Of wellicht wordt bewezen dat de gevonden aansteker van de verdachte was.'

Van Koppen zat in de begeleidingscommissie die de recherche adviseerde in deze zaak. 'Het is eigenlijk heel simpel: het dna dat is gevonden bij Marianne Vaatstra moet haast wel van de dader zijn. Dat is ook de reden geweest dat men is overgegaan op dit grootschalige dna-onderzoek.'

Kan verwantschapsonderzoek ook in andere zaken worden toegepast?
Ja. Onder meer in de zaak van de Utrechtse serieverkrachter wordt overwogen dit onderzoek te doen. En begin deze maand werd bekend dat de moord op een bejaard stel in 1997 dankzij deze methode is opgelost. Volgens het Openbaar Ministerie kan een dergelijk onderzoek maximaal tien maal per jaar worden gedaan. Het is erg arbeidsintensief. Bovendien is niet elke zaak geschikt.

In de zaak van Marianne Vaatstra was het mogelijk omdat bewoners uit deze streek erg honkvast zijn. Ze verhuizen niet zo snel. Bovendien waren er sterke aanwijzingen dat de dader uit de buurt zou komen.

 

IRP:   Voorstanders komen  niet aan het woord.


Naar Alfa wereld , Politiek lijst , Politiek & Media overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]