De Volkskrant, 08-11-2011, door Rutger Pontzen .2010

Reportage | Maurizio Cattelan in het Guggenheim Museum, New York

Circus Cattelan

Met een daverende expositie in het Guggenheim verlaat Maurizio Catellan de kunst, en verhangt zijn oeuvre. Een feestelijke begrafenis.

Tussentitel: Cattelan heeft zijn eigen oeuvre met deze tentoonstelling tot niets gereduceerd

Kan een kunstenaar er mee ophouden? Is het mogelijk dat hij op een bepaald moment zijn penselen en verftubes in de vuilnisbak gooit, weigert nog langer aan tentoonstellingen deel te nemen en de kunst de rug toe keert? De vragen zijn actueel nu de Italiaanse kunstenaar Maurizio Cattelan zijn vertrek uit de kunstwereld heeft aangekondigd, met een spectaculaire overzichtstentoonstelling in het New Yorkse Guggenheim Museum.

Kunstenaars zijn doorgaans, net als schrijvers, componisten of architecten, niet snel genegen de handdoek in de ring te gooien. Dat de Franse dichter Arthur Rimbaud, na een aantal meesterwerken, op 22-jarige leeftijd de Arabische wapenhandel in ging - het blijft een uitzondering. Dat komt door hoe er altijd tegen het kunstenaarschap wordt aangekeken; dat niet zomaar een beroep is, maar een roeping. Een levenslange verbondenheid met de innerlijke scheppingsdrang. Een niet te stelpen behoefte kunst te maken als existentialistische levensvervulling. Zoiets.

Toch is de mogelijke overweging van een kunstenaar te stoppen er een om over na te denken. Waarom Cattelan het besluit heeft genomen dat zijn show in New York tevens zijn zwanenzang is, en hij zich daarna niet meer als kunstenaar zal vertonen. Een precieze reden voor zijn beslissing heeft hij niet gegeven, hoewel Cattelan in een recent interview voorzichtig opperde dat het besluit voortkwam uit de angst zichzelf te gaan herhalen. Reden voor kunstcritica Roberta Smith van The New York Times om instemmend te bevestigen dat de kunstenaar 'is running out of ideas'.

Hoe het ook zij, je kan niet anders zeggen dan dat de timing voor het slotakkoord geweldig is. Cattelan stopt op zijn hoogtepunt. Hij is pas 51, wordt nog steeds overal voor uitgenodigd en de prijzen voor zijn werk stijgen alleen maar: eerder dit jaar werd een sculptuur voor 5,7 miljoen euro geveild. Daarbij heeft hij een paar iconische beelden gemaakt, en in ruim twintig jaar tijd een indrukwekkend oeuvre opgebouwd.

In het Guggenheim is goed te zien hoe indrukwekkend het is. Aan het plafond van het al even indrukwekkende gebouw, met zijn spiraalsgewijs oplopende zalenparcours, hangen ze (bijna) allemaal aan het plafond. Waaronder vele klassiekers. Zoals het beeld van een liggende paus Paul Johannes Paulus II, in een goudkleurige mantel door een meteoriet is getroffen, die met een laatste stuiptrekking nog zijn staf met kruisbeeld omhooghoudt. De al even realistische miniatuurvoorstelling van een knielende Hitler, met snorretje, spuuglok een vlammende ogen, alsof hij om vergiffenis vraagt voor zijn wandaden. Het acht meter lange tafelvoetbalspel waaraan museumbezoekers tegen een team van immigranten kon spelen - volgens de kunstenaar de enige professie waarmee vluchtelingen tegenwoordig nog een verblijfstatus kunnen krijgen. Of het beeldje van Cattelan zelf, in bezit van Museum Boijmans Van Beuningen, die verbaasd zijn hoofd door een gat in de grond steekt, alsof hij uit een net gegraven tunnel omhoog komt.

De tentoonstelling in New York is een aaneenrijging van dit soort aha-erlebnissen, en van kwalitatief hoogstaand werk. Waarom nu dan stoppen? En: hoe serieus moeten we zijn besluit nemen? Cattelan heeft niet bepaald een reputatie uitermate serieus te zijn. Wel als het zijn werk aangaat; niet als iemand die zich graag aan zijn woord houdt. Hij heeft een naam hoog te houden als het gaat om grappen en grollen, en niet nagekomen beloftes. Hoeveel journalisten hebben niet eens een afspraak met hem gemaakt voor een interview, om vervolgens te worden afgescheept met een stand-in die geduldig de vragen beantwoordde die eigenlijk voor de kunstenaar waren bedoeld? (De lookalike werd later ontmaskerd als Massimiliano Gioni, hoofdconservator van het New Museum in New York.)

Als beroepsprovocateur mag Cattelan iedereen graag in de maling nemen. In 2002 lanceerde hij zijn Wrong Gallery, terwijl de ruimte achter de glazen voordeur niet groter dan ťťn vierkante meter was. In Berlijn opende hij een 'guerrilla'-dependence van de machtige Gagosian Gallery, zonder dat de eigenaar er erg in had. Op de BiŽnnale van VenetiŽ van 1993 verhuurde hij de hem toegewezen ruimte aan een pr-bureau die er een reclamefoto van een nieuw parfummerk ophing. Zes jaar later organiseerde Cattelan zijn eigen tweejaarlijkse tentoonstelling, de 6th Caribbean Biennial. Ook dat bleek weer een streek te zijn: op kosten van de bereidwillige geldschieters verbleven acht kunstenaars een week op het zonnige Saint Kitts zonder ook maar iets te exposeren. De lijst van dit soort meligheid is eindeloos.

Uit alles komt Cattelan naar voren als een stekelige lolbroek die de spot wil drijven met de kunstwereld waarin hij zelf een prominente plaats had verworven. Een kunstwereld die hij zelf maar al te goed kent, maar te zelfingenomen vindt, te opportunistisch en te veel behept met het snelle geld. Die inherente kritiek kenmerkt de serieuze ondertoon van zijn werk. Veel van zijn werk mag er dan van de buitenkant hilarisch en relativerend uitzien, het is ook sceptisch, soms cynisch en regelmatig zelfs zwartgallig en morbide. Met De Dood als ultiem leitmotief.

Autodidact Cattelan groeide op in Padua, als zoon van een vrachtwagenchauffeur en een schoonmaakster. Van kinds af aan had hij verschillende baantjes, waarvan een in een lokaal mortuarium. Het moet bepalend zijn geweest voor zijn verdere carriŤre. Cattelan heeft sindsdien altijd iets met de dood gehad. Kijk maar naar de hoeveelheid doden, bijna-doden en schijndoden in zijn werk. Het zijn er veel. De vermoorde John F. Kennedy opgebaard in zijn kist. Drie jongetjes aan een touw opgeknoopt. Cattelan die zichzelf aan de kraag van een vilten pak (snit Joseph Beuys, de Duitse kunstenaar) aan de kapstok heeft opgehangen. Bovendien wemelt het van de opgezette beesten: een paard dat wordt opgetild in beugels; een stapeling van ezel, hond, kat en kip (ook in een versie van gestapelde geraamtes); slapende honden en katten; een olifant onder een laken met uitgespaarde ogen, alsof hij lid is van de Ku Klux Klan.

Maar misschien het meest tekenend is zijn laatste werk, uit 2010: een bed waarop de kunstenaar in tweevoud ligt, keurig in pak en in een houding alsof de dood elke moment kan intreden. Wat er nog aan ontbreekt is iemand die hen de ogen sluit.

In het Guggenheim hangt nu al dat verschillende werk kriskras door elkaar aan het glazen plafond van het museum, als speelgoed in een speelgoedwinkel tijdens de uitverkoop. 'It looks like Toys 'R' Us', mompelde een journalist tijdens de voorbezichtiging voor de pers, met een verwijzing naar de speelgoedwinkel.

Tentoonstellingstechnisch is de presentatie een volslagen ramp. Niet alleen zijn de liefst 128 werken afzonderlijk niet goed te zien, omdat in de kluwen van touwen het onderlinge onderscheid wegvalt. Maar ook: omdat alles zo door elkaar is opgehangen wordt de individuele betekenis van elk beeld tot nul gereduceerd. Dat introduceert een grote mate van gelijkmatigheid in het werk, een vorm van inflatie die zich voorheen nooit had voorgedaan.

Alle sculpturen waren al eens eerder ergens anders te zien geweest, los van elkaar, in afzonderlijke tentoonstellingen, op plaatsen waar ze een extra betekenis kregen. Zoals het beeld van een gigantische hand met opgestoken middenvinger, dat op het plein voor de beurs in Milaan staat. En waarmee Cattelan zijn ergernis wilde ventileren over de Italiaanse economie en het zelfverrijkende zakenleven. En hoe veelzeggend was het niet dat het Hitler-beeldje enkele jaren geleden in een van de zalen van het Museum Boijmans Van Beuningen heeft gestaan? In de stad waarover uit zijn naam een karrenvracht aan bommen was gegooid. Een daad waar hij nu zogenaamd vergiffenis voor kwam vragen.

Van al die betekenislagen is in New York niets meer over. Cattelan lijkt met zijn afscheidstentoonstelling het belang van zijn eigen kunst te hebben ondergraven - te hebben wŪllen ondergraven. Want het lijkt mij sterk dat hij niet bewust voor deze opstelling heeft gekozen. Zoals het nu wordt getoond is het werk teruggebracht tot eenvoudige spulletjes, ontdaan van alle betekenissen en waarden die het ooit bezat - werk dat door verzamelaars nota bene voor miljoenen is aangekocht.

Cattelan heeft zijn eigen oeuvre met deze tentoonstelling tot niets gereduceerd. Het is inderdaad in de uitverkoop gedaan. Of sterker, aan de galg geknoopt. Hij heeft het eigenhandig vermoord. 'Als ik stop, zal alles stoppen', moet hij hebben gedacht. Als laatste act van het Circus Cattelan is dat een krachtdadige uitsmijter.

Twintig jaar lang heeft Cattelan kunst met kunst willen bestrijden. Door het veel te grote belang van galeries ter sprake te brengen, de gekte van de honderden biŽnnales, de woekerwinsten die er op veilingen worden gemaakt. Het is hem niet gelukt. De galeries bestaan nog steeds, de waarde van kunst is niet verminderd en nog elk jaar komen er nieuwe biŽnnales bij. Het moet hem radeloos en machteloos hebben gemaakt.

De enige uitweg was niet alleen om er mee op te houden, maar ook om als paukenslag zijn eigen oeuvre om zeep te helpen - als laatste strohalm van verzet. Iets waarover hij wťl enige zeggingskracht had. Niet voor niets draagt de tentoonstelling dezelfde titel als de negen lijken onder een laken, uitgehakt in Caccara marmer, die hij vier jaar geleden in Zwitserland voor het eerst liet zien: All.

Het was de dood of de gladiolen. Het is beide geworden. Een feestelijke, triomfantelijke begrafenis.

Maurizio Cattelan, All. Guggenheim Museum, New York. Tot en met 22 januari 2012. guggenheim.org

-----------------------------------------------------------------------------------

Monument van mislukking

Twee agenten op hun kop. Maurizio Cattelan maakte de wassenbeelden in de nasleep van 9/11. Miljarden spendeert de Amerikaanse overheid jaarlijks aan het opsporen van potentiŽle terroristen, maar veel levert het niet op. Reden waarom, volgens Nancy Spector, conservator van het Guggenheim Museum, de beeltenis van de twee gezagdragers van de New York City Police Department als een 'monument van mislukking' moet worden gezien.



Naar Alfa wereld , Politiek lijst , Politiek & Media overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]