De Volkskrant, 29-11-2011, door RUTGER PONTZEN .2010

Analyse | Vertrek Luiten en Ter Braak

Onbedoelde wegbereiders
 
Jaren voordat staatssecretaris Halbe Zijlstra van Cultuur ongekend hard ingreep in de kunstsubsidies klonk er al zeer stevige kritiek. Ze leiden tot middelmatige kunst, hebben een funest effect op de markt voor hedendaagse kunst en vergroten de kloof tussen de vakwereld en het grote publiek. Bij de commissies die beoordelen wie geld krijgen en wie niet, ruikt het soms wat al te zeer naar belangenverstrengeling en vriendjespolitiek.

Het was niet de PVV die zo fors uithaalde naar de kunstwereld. Ook niet de VVD, die saneerder Zijlstra leverde. Nee, de fundamentele bezwaren tegen het systeem kwam uit het hart ervan. Directeur Gitta Luiten van de Mondriaanstichting en directeur Lex ter Braak van het Fonds Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst (Fonds BKVB) schudden in 2007 de kunstwereld ruw wakker. In de bundel Second Opinion stelden ze dat de overheid niet langer iedereen die zich kunstenaar noemt, hoeft te steunen. Vier jaar later heeft hun kritiek deels beslag gekregen in het kunstbeleid.

Luiten neemt vandaag afscheid van het Mondriaan Fonds, waarin het Fonds BKVB en de Mondriaanstichting zijn opgegaan. Ze wordt consultant, en gaat in Overijssel wonen, waar ze de in kleine kring beroemde Priona Tuinen nieuw leven gaat inblazen. Ter Braak werd in juli directeur van de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Het is zeer de vraag of deze postacademische opleiding voor beeldend kunstenaars de bezuinigingen gaat overleven.

Luiten is een 'kind' van de opvattingen over kunstbeleid van econoom en PvdA'er Rick van der Ploeg. Van der Ploeg was staatssecretaris van Cultuur van 1998 tot 2002, Luiten zijn politiek assistent. Van der Ploeg wilde dat de kunstsector een diverser, breder publiek zou aanspreken, vooral jongeren en culturele minderheden. Ook hij vond dat de kunstsector minder afhankelijk moest worden van subsidies.

Op haar 32ste werd Luiten directeur van de Mondriaanstichting. Niet eerder werd bij een kunstfonds zo'n jonge directeur benoemd. Ze bracht de stichting in veel politieker vaarwater dan haar voorganger Melle Daamen. In interviews, toespraken en op opiniepagina's waste ze met name de musea keer op keer de oren: te weinig internationaal, met te weinig aandacht voor de veranderende samenleving. Als de kunstwereld er niet in slaagt duidelijk te maken waarom hij belangrijk is, komt de legitimatie van de subsidiŽring in gevaar, luidde Luitens boodschap.

Het bracht haar in botsing met de musea voor moderne kunst, maar daar trok ze zich niets van aan. Ze was de afgelopen jaren een van de drijvende krachten achter de zogenoemde Tafel van Zes. Daarin probeerde de kunstwereld met een gezamenlijke opvatting te komen over de toekomst. De uiteindelijke visie ging minder ver dan Luiten had gewild. Toch is een aantal uitgangspunten van de Tafel terug te vinden in het beleid van Zijlstra: minder overheid, minder aanbod, meer aandacht voor wat het publiek wil. Maar het waren ideeŽn die in de VVD ook al langer bestonden.

Lex ter Braak bewandelde een andere weg. Hoewel van huis uit neerlandicus werd hij in 1993 benoemd tot museumdirecteur in Middelburg. Daar zette hij De Vleeshal op de kaart. Zeven jaar later volgde hij Geert Dales op als directeur van het Fonds BKVB. Net als Luiten bij de Mondriaan Stichting, wilde ook Ter Braak bij het fonds meer zijn dan een doorgeefluik van subsidiegelden. Een van de initiatieven waarmee hij zich profileerde was de instelling van een 'droomintendant' voor meer culturele diversiteit. Deze zou de dominantie van westerse kunstenaars moeten relativeren. De kunst moest uit zijn 'witte' isolement worden herhaald.

Ook in de interne organisatie van zijn eigen fonds wilde hij een stap voorwaarts zetten. Aanvragen voor subsidies zouden niet langer door commissies worden beoordeeld, maar door onafhankelijke experts. De hang naar consensus, de versnippering van subsidiegelden en het feit dat kunstenaars die voor een subsidie in aanmerking wilden komen later zelf in de commissie zitting zouden nemen, was hem een doorn in het oog. Het bestaande systeem leverde te veel middelmatige kunst op, ondermijnde de urgentie om kunst te maken en hield een 'enclave' in stand die de kunstwereld buiten de werkelijkheid en het publiek heeft geplaatst. Het was een analyse waarin hij Luiten aan zijn zijde vond.

Het moet beide oud-directeuren pijn doen dat hun argumenten zijn gebruikt om tot een in hun ogen veel te forse bezuiniging te komen op kunst en cultuur. De poging om via de Tafel van Zes zelf de regie te houden, is maar zeer ten dele geslaagd. Zijlstra heeft de beleidsvrijheid van onder meer de fondsen fors ingeperkt. Het was een van de redenen voor Luiten om op te stappen.


Naar Alfa wereld , Politiek lijst , Politiek & Media overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]