De Volkskrant, 26-02-2010, column door Nausicaa Marbe .2010

Links en rechts tegen kunst

Tussentitel: Diversiteit bloeit als kunst, onderwijs en politiek vrij van dogma's zijn

Een grootvader loopt met zijn kleinzoon door de Afghaanse bergen naar de mijn waar zijn zoon werkt. Die weet nog van niks. Niet dat de Russen zijn dorp hebben gebombardeerd, dat de familie weggevaagd is, dat zijn mooie vrouw bloot en bebloed uit het verpulverde stoombad strompelde en stierf.

Haar zoontje is doof geworden door de bommen. Hij denkt dat Russen de stemmen van mensen zijn komen stelen. Praten kan hij wel en daarom is opa bang dat het joch straks zijn vader tegemoet zal rennen en zal roepen dat iedereen dood is. Mama, oma, oom, broer. Om dat te voorkomen laat hij zijn kleinzoon achter bij een vreemde man. Een man met een goed hart, zo schijnt het. Maar wat als hij zich vergist en ook dit laatste kind verliest?

Dit is de droeve kern van de net verschenen roman Aarde en As van de Franse schrijver Atiq Rahimi (1962). Vermoedelijk hebben ook subsidies bijgedragen aan de inburgering van deze voormalige Afghaanse vluchteling die in 2008 de Prix Goncourt won.

En ook als hij geen virtuoos was geworden, dan nog is het niet zonde van het geld. Een beschaafde politiek houdt de deuren voor kunst en cultuur wijd open en laat kille marktwerking en politieke dogma’s niet toe.

Want kunst loont. Een pagina uit het boek van Rahimi-nota bene over een andere Afghaanse oorlog dan die van de val van Balkenende IV – spreekt meer dan duizenden frasen van alle koddig gehelmde politici die pretbestemming Uruzgan hebben platgelopen. Geen van hen vond de woorden of beelden om ons maar één seconde Afghaan te laten zijn. De kunst doet dat wel.

Nu de meest exotische kabinetscombinaties de revue passeren, heet het dat kunst in handen van ‘rechts’ onveilig is. De PVV wil af van kunstsubsidies. Die zouden enkel de elite spekken, tot slechte kunst, machtsbolwerken en geldverspilling leiden. Deels waar, maar dat geldt ook voor het tegendeel: subsidies maken kunst bereikbaar voor iedereen vanaf prille leeftijd, helpen talent ontdekken, bieden een herkenbare infrastructuur, geven kunstenaars vrijheid en veiligheid.

Een realistische kunstpolitiek doet er goed aan de nadelen van het systeem te beperken, da’s alles. Afschaffing luidt een culturele woestenij in, zeker als de vernielzucht ingegeven wordt door rancune tegenover een ‘elite’ of de kunstenaar als slampamper en profiteur.

De dichte overheidsgeldkraan is niet de enige manier om een gezond kunstklimaat om zeep te helpen. Subsidie afhankelijk stellen van politieke opdrachten met multiculturele verbroedering als afgedwongen einddoel doet dat ook. Mooi dat er geld gaat naar kunstprojecten voor allochtonen en achterstandswijken, maar doe het simpelweg omdat iedereen recht op Bildung heeft. En niet vanuit oekazes over diversiteit die kunstenaars als prototype van een minderheidscultuur vastpinnen. Hoe vaak moet het nog gezegd: diversiteit bloeit pas als kunst, onderwijs en politiek vrij van dogma’s zijn.

Ook funest: volkscommissarissen van cultuur die ‘wit’ tegen ‘zwart’ uitspelen door bijvoorbeeld gevestigde toneelgezelschappen of orkesten te benadelen ten gunste van platforms voor ‘niet-westerse’ kunst. Ziehier de links-populistische variant van eliterancune: subsidieracisme dat voorbijgaat aan alle culturele en artistieke kruisbestuivingen en grensverkenningen die er al zijn.

Daarom: demp de politieke palavers en steun de kunstenaar, ook als zijn kunst subversief, sektarisch of verontrustend is. Juist daar gaat een helende werking van uit. Ik doe de Franse filosoof Alain Finkielkraut wellicht tekort als ik zijn jongste essaybundel samenvat als een pleidooi om kunst niet te beoordelen op wat ze oplevert, maar naar de mate waarin ze ons van platgetreden paden bevrijdt.

En toch: aan de hand van magnifieke interpretaties van negen geliefde romans waarschuwt Finkielkraut voor de voor de hand liggende verhalen die de werkelijkheid eerder versluieren dan doorgronden.

Zelfs de nivellerende democratie hekelt hij, met haar angst voor discriminatie die leidt tot minachting voor een ontwikkelde klasse en tot smaakrelativisme. Toen ik dit boek in een Franse boekwinkel pakte, ging ik verrukt op de titel af: Un coeur intelligent – een intelligent hart. De vereiste bagage van elke goede minister van OCW.
 


Naar Alfa wereld , Politiek lijst , Politiek & Media overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]