De Volkskrant, 09-10-2010, door Rutger Pontzen .2010

Recensie | Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst

Wat zal majesteit ervan vinden?

Jury koninklijke prijs voor schilderkunst verzet zich tegen PVV-roep om meer nationale symboliek.

‘Zo, dat hebben we toch maar even gezegd’, moet de jury van de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2010 hebben gedacht. Glimlachend zullen de leden de laptop hebben dichtgeklapt nadat het laatste woord van hun juryrapport was getikt.

Vrijdag werd de prijs in het Paleis op de Dam door koningin Beatrix aan de vier winnaars uitgereikt: Moran Fisher, Carl Johan Högberg, Jenny Lindblom en Kim van Norren.

Het viertal kreeg de prijs van 6.500 euro (belastingvrij) uit handen van de vorstin, nadat de jury meer dan 250 inzendingen had bekeken, waarvan er nu ruim twintig in Amsterdam te zien. Het is een mooi jaarlijks ritueel.

Raadselachtig
Maar wat zou de koningin hebben gedacht van wat er zoal in dat rapport te lezen valt? Opvattingen als deze: dat ook de politiek een wereldje van ingewijden is; dat kunst raadselachtig en mysterieus is, waardoor het ruimte biedt ‘voor schakeringen waar de politiek geen raad mee weet’.

Uitgesproken opvattingen, pittig ook, zeker gezien de omstreden cultuurpolitiek van het nieuwe kabinet, en in het licht van de anti-elitaire opvatting onder rechtse politici dat de kunst een ‘wereldje van ingewijden’ is.

Aanleiding voor deze kritische toon, zo staat in het juryverslag, is het geklaag van politici, eerder dit jaar, dat er in de plenaire vergaderzaal van de Tweede Kamer te weinig ondubbelzinnige symbolen te zien zouden zijn. Tweede Kamerleden zouden zich liever omringen met de Nederlandse vlag en de Nederlandse leeuw dan met de grote abstracte wandschilderingen van Rudi van de Wint, die nu achter het spreekgestoelte hangen.

Het juryrapport refereert indirect aan de woorden van PVV’er Martin Bosma die op 22 juni van dit jaar in de Tweede Kamer een klaagzang hield.

Bosma stoorde zich er aan dat het Nederlandse parlement het enige ter wereld is ‘dat niet laat zien van welk land het parlement is.’ Hij bepleitte een inrichting van de vergaderzaal met krachtige, nationale beelden: de vlag, het wapen of een schilderij vol ‘mooie Nederlandse symbolen’.

Symboolpolitiek
De keuze van de jury staat met die opsomming van Bosma in een rechtstreeks verband – als verzet. De schilderijen die de jury uiteindelijk selecteerde ‘ontkomen aan pamflettisme en symboolpolitiek’, zo laten zij in het rapport weten.

Ik kan me vergissen, maar ik kan me niet herinneren dat de jury van de koninklijke prijs zich ooit zo strijdvaardig en politiek heeft uitgelaten.

Overtuigend en gevarieerd is de expositie overigens wel. De keuze van 28 schilderijen geeft een breed, uiterst gevarieerd overzicht van wat de Nederlandse schilderkunst, als het om aankomend talent gaat, op dit moment voorstelt. Daar is niets op af te dingen.

Andere lading
Maar in combinatie met de juryverantwoording krijgt de tentoonstelling plots een andere lading. Dit is niet zomaar een verzameling schilderijen die geselecteerd zijn vanwege hun beeldende kwaliteit alleen. Dit is een politiek statement. Een pamflet aan de politiek dat alle Nederlandse kunst, abstract en figuratief, onbegrijpelijk en herkenbaar, vaag en concreet, een uiting is van wat Nederlanders maken – als een symbool. Zoiets kan je alleen maar toejuichen.

Waarna alleen de vraag blijft: wat zal majesteit ervan vinden? Het is per slot van rekening haar prijs. Natuurlijk, uit naam van Beatrix is de keuze niet gemaakt en het rapport niet geschreven.

De jury kiest en schrijft onafhankelijk. Maar zegt het niet genoeg dat tegen een van de plafonds op Paleis Noordeinde een schildering te zien is van Rudi van de Wint?
 


 

Naar Alfa wereld , Politiek lijst , Politiek & Media overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]