|
VARA TV Magazine, #8-2005, artikel van Maarten Reesink
Een duivels spagaat
Amusant hoor!
Tegen de Wetenschappelijke Raad en de politici die maar roepen dat amusement
niet bij de publieke omroep thuishoort, zou Maarten Reesink (docent film- en
tv-wetenschap aan de Universiteit van Amsterdam) willen zeggen: lees eens een
boek.
Tussentitel: Spelletjes als Get the picture of Lingo kunnen
uitsluitend bij de publieke
omroep gemaakt worden
AMUSEMENT en de publieke omroep, het is altijd al een heikele combinatie
geweest. Vanaf het verzuilde begin van de televisie in Nederland achtten de
meeste omroepen het genre niet erg geschikt voor profilering naar hun eigen
achterban noch voor de opvoeding en verheffing van het volk in bredere zin. En
sinds de komst van de commerciëlen, die ons vanaf 1989 overspoelen met vermaak,
rees de vraag waarom ook de publieke omroep ons überhaupt
nog langer op allerlei vormen van verstrooiing moest trakteren. VVD-voorman
Gerrit Zalm riep het een aantal jaren geleden nog in de verkiezingscampagne: dat
kon een mooie bezuiniging op de omroep opleveren.
En nu lijkt voor dat standpunt enige bijval te komen vanuit
de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Die raad stelt in een
onlangs verschenen rapport dat amusement niet meer tot de kerntaken van de
publieke omroep zou moeten behoren. Wat de raad daar ook precies mee bedoelt (en
heel erg duidelijk is zij daar niet over), de politieke vertaling is inmiddels
door een aantal betrokkenen al geventileerd: ban alle amusement van de publieke
zenders. Dat wordt immers allemaal al prima gedaan door de commerciëlen en er is
dus geen enkele reden daar ons dure belastinggeld nog langer aan te spenderen.
Maar zo simpel ligt dat niet.
IN DE EERSTE PLAATS: wat behoort er precies tot amusement? Spelletjes en quizzen,
hoor ik u zeggen. En soap opera's. Maar een programma als Spoorloos? Of
De rijdende rechter? En het (zojuist gestopte) Lagerhuis? Het kost
geen enkele moeite uit het publieke aanbod zo een groot aantal programma's te
halen die toch moeilijk uitsluitend amusement genoemd kunnen worden, terwijl ze
zeker óók erg amusant zijn. Infotainment, de combinatie van informatie en
amusement, is sinds de jaren go nu juist de televisietrend bij uitstek.
Oké, zult u tegenwerpen, maar de raad heeft het dan ook niet
over genres maar over functies. Ook dat argument houdt geen stand: we weten
juist van woordspelletjes dat het mensen helpt bij het verbeteren van hun
taalvaardigheid. En soap opera's vormen nou typisch zo'n genre dat ons heel veel
leert over al dan niet gedeelde waarden in de samenlevingen allerlei sociale
thema's vanuit verschillende invalshoeken aan de orde stelt.
In de tweede plaats: de suggestie waarop deze tweedeling is
gebaseerd is dat amusement sowieso wel in goede handen is bij de commerciële
zenders. Maar ook dat verhaal gaat lang niet altijd op. Zo zijn spelletjes als
Get the picture of Lingo mooie voorbeelden van formats die
uitsluitend bij de publieke omroep gemaakt kunnen worden. Niet eens omdat het
publiek dat ze trekken niet groot genoeg is, maar omdat het te oud is en te
weinig te besteden heeft. Niet interessant dus, commercieel gezien. Dat geldt
bijvoorbeeld ook voor veel van de volkscultuurwaarmee de TROS groot is geworden.
Frans Bauer mag dan inmiddels letterlijkvan iedereen en voor iedereen zijn, maar
voor veel Nederlandstalige muziek geldt dat natuurlijk allerminst. Niet voor
niets vind je dat nog altijd niet of nauwelijks bij de zenders van RTL Nederland
en SBS. Bij uitstek publieke omroep dus.
Kortom: zelfs als de publieke omroep zich zou gaan toeleggen
op een aanvullende programmering, dan nog mag dat nooit betekenen dat zij zich
uitsluitend bezighoudt met informatie en cultuur, en het amusement volledig
links laat liggen. Precies dan loopt zij in de spagaat waaruit geen ontsnapping
mogelijk is: ofwel breed programmeren en het verwijt krijgen hetzelfde te doen
als de commerciëlen, dus niet betalen met publiek geld; ofwel aanvullend
programmeren met het accent op de verheffing van het volk en het verwijt krijgen
slechts een elite te bedienen, dus niet betalen met publiek geld.
DE DESTRUCTIEVE EFFECTEN van die spagaat voor de Amerikaanse publieke omroep PBS
worden haarscherp geanalyseerd in het boek Viewers like you? How public TV
failed the people van de Amerikaanse media-en cultuurwetenschapster Laurie
Ouellette.
Zij ziet de functie van de publieke omroep daarom juist niet
in termen van informatie versus entertainment. Naar haar idee moet de publieke
omroep vooral streven naar wat zij noemt popular cultural justice: het
bedienen van diverse en soms grote groepen van het publiek (variërend van
elitair tot volks of `maatschappelijk teleurgesteld') die door de commerciëlen
om wat voor reden ook niet worden bediend. Dat kan dus niet met een ouderwetse
agenda van verheffing van het grote publiek, maar alleen met een breed en divers
aanbod aan genres en formats dat aansluit op de ideeën en wensen van die groepen
zelf.
Natuurlijk, het medialandschap in de Verenigde Staten
verschilt op een aantal punten dramatisch van dat in ons land. Maar het duivelse
dilemma waarin de publieke omroep wordt gemanoeuvreerd door de discussie over
haar rol in dit soort simpele tegenstellingen te gieten, vertoont pijnlijk veel
overeenkomsten. Een absolute aanrader daarom voor iedereen die onze publieke
omroep echt publiek wil houden, nu de discussie daarover een cruciale fase in
lijkt te gaan.
Laurie Ouellette, Viewers like you? How public TV
failed the people, Columbia University Press; New York, 2002. ISBN
0-231-11943-7)
Terug naar Alternatieven home
, of naar
site home
.
|