De Volkskrant, 06-04-2016, door Michael Persson
.2010

Reportage | Voorverkiezingen in Wisconsin

Kop van Jut voor presidentskandidaten

Een echt Amerikaanse bedrijf dat zijn hoofdkantoor overbrengt naar Ierland, dat is heel slecht, vinden Šlle kandidaten. Dinsdag waren er voorverkiezingen in Wisconsin.


Er zijn niet zo heel veel kwesties waarover Hillary Clinton, Bernie Sanders en Donald Trump het eens zijn, maar in Wisconsin, de staat waar gisteren verkiezingen zijn gehouden, staat er eentje: het hoofdkwartier van Johnson Controls.

Hier, in Milwaukee, zetelt dit autostoelen- en batterijen- en aircobedrijf in een moderne campus aan de rand van de stad en in een oud bakstenen gebouw uit 1903 waar Warren Johnson de allereerste centrale hotelverwarmingsinstallaties ontwikkelde. Een 'historisch ingenieursmonument', volgens een plakkaat op de muur. Uit de eerste uitvinding van Warren Johnson ontstond een multinational die ruim een eeuw lang van deze plek werd bestuurd. Hier in Milwaukee werden de miljarden in de boeken bijgeschreven.

Maar niet lang meer. De kwestie waarover Trump en Clinton het eens zijn is dat het hoofdkwartier straks het hoofdkwartier niet meer is. Het gaat verhuizen naar het plaatsje Cork in Ierland. Dan is er formeel weer een bedrijf uit Amerika verdwenen. En vooral: dan zijn de winsten uit Amerika verdwenen.

Daarmee is Johnson Controls een kop van Jut in de Amerikaanse verkiezingen geworden. De verhuizing is typerend voor de 'onpatriottische' houding van het Amerikaanse bedrijfsleven, aldus Clinton. Ze spreekt er verontwaardigd over op haar verkiezings- bijeenkomsten, en heeft er zelfs een campagnespotje aan gewijd. 'Het is een schande', zegt ze. 'Als ik president word, dan gaan bedrijven die Amerika in de steek laten daarvoor een prijs betalen.'

Het was Donald Trump die als eerste begon over deze manoeuvres. 'Bedrijfsinversies', worden ze genoemd, ook wel 'belastinginversies', waarbij een bedrijf fuseert met een ander (vaak kleiner) bedrijf in een land met een gunstiger belastingtarief, en dan als dochteronderneming verdergaat. In dit geval fuseert Johnson Controls met Tyco, een fabrikant van brandblussers en alarmen met een hoofdkwartier in Ierland. In Amerika betaalt een bedrijf 35 procent belasting over de winst, in Ierland 12,5 procent. Vandaar.

'Naar verwachting genereert de fusie jaarlijks 150 miljoen dollar aan belastingsynergieŽn', heet het in het persbericht van Johnson Controls.



Belastingtruc

Voordat Johnson Controls het deed, maakten al tientallen andere grote Amerikaanse bedrijven gebruik van deze truc. Tyco, de fusiepartner van Johnson, is zelf een mooi voorbeeld: dat begon in de jaren zestig in Princeton, New Jersey. Via een fusie verhuisde het zijn hoofdkantoor in 1997 naar Bermuda, en vervolgens naar Zwitserland, om in 2014 via een fusie met een eigen Ierse dochter in Cork te eindigen. Terwijl het bedrijf nog gewoon vanuit Princeton wordt gerund.

Een ander voorbeeld is farmaciegigant Pfizer, dat vorig jaar dankzij een fusie ook al in Cork terechtkwam.

En nu dus Johnson. De verontwaardiging heeft nog een extra dimensie, omdat Johnson een belangrijke toeleverancier is van de auto-industrie, die in de crisis van 2008 in grote problemen kwam. De president-commissaris van Johnson ging naar Washington om bij het Congres financiŽle steun voor de bijna-failliete automakers GM en Chrysler te bepleiten. Want, was zijn argument, er zouden niet alleen honderdduizenden banen verloren gaan bij die bedrijven zelf, maar een faillissement zou ook een 'vernietigend' effect hebben op vele toeleveranciers.

Het geld kwam er. President George W. Bush en daarna president Obama betaalden in totaal bijna 100 miljard dollar belastinggeld aan de autofabrikanten en de auto-industrie overleefde het. 'Het heeft veel bedrijven in de keten gered die anders failliet zouden zijn gegaan', zei Steve Roell, toenmalig directeur van Johnson.

En nu gaat zo'n bedrijf, dat voor die miljardensteun heeft gepleit en ervan heeft geprofiteerd, er dus vandoor.

Johnson Controls zelf vindt dat het niets verkeerd doet. Alex Molinaroli, de huidige directeur, liet vorige maand een verklaring uitgaan waarin hij reageert op de verwijten. 'Johnson Controls heeft nooit geld gevraagd of geaccepteerd van de regering tijdens de financiŽle crisis. We waren niet in financiŽle nood.' Dat klopt inderdaad, maar de miljarden zijn wel degelijk ook terechtgekomen bij zijn bedrijf - of ze nou nodig waren of niet.

Het vertrek van Johnson Controls uit Amerika heeft volgens een woordvoerder van het bedrijf geen grote gevolgen. Milwaukee blijft het 'operationele hoofdkwartier'. Over personele gevolgen wil hij niet speculeren, behalve dat de fusie 'groei en nieuwe mogelijkheden' zal creŽren.

Het is dus goed mogelijk dat er qua personeel niet zo veel verandert. Het personeel zelf mag over de fusie niets zeggen. Maar volgens Marbeth Foley, aan een kop koffie in het grandioze Pfister hotel, een van de eerste gebouwen die door Johnson werd verwarmd, zijn er wel degelijk personele veranderingen in gang gezet. 'Mijn neef werkt daar. Ik hoorde van hem dat de werknemers wordt gevraagd of ze naar de vestiging in Detroit wilden verhuizen.'

Volgens de woordvoerder heeft dat te maken met een andere operatie, waarbij het autostoelendeel van het bedrijf wordt afgestoten om op eigen benen verder te gaan.

Het voelt allemaal niet goed, zegt Foley. 'Het is zo zonde voor de stad. Johnson hoort bij Milwaukee.'



Bolwerk van de maakindustrie

Het gerommel staat niet op zichzelf. Ook andere grote historische bedrijven in Milwaukee hebben het zwaar. De zuidoosthoek van Wisconsin, waar je veel Duitse achternamen tegenkomt, is een bolwerk van maakindustrie: net als in Duitsland zelf werd hier eind 19de, begin 20ste eeuw van alles uitgevonden, waarna door de uitvinders allerlei fabriekjes werden opgestart. Machinery Row, heet het hier. Hier komt de staafmixer vandaan en de fŲhn, de buitenboordmotor en de Harley-Davidson.

Zo begon ook Henry Harnischfeger in 1884 met zijn kompaan Alonzo Pwaling hijskranen en graafmachines te maken, een bedrijf dat P&H zou gaan heten en nu als Joy Global door het leven gaat. Op een hoek van het fabrieksterrein in Milwaukee staat een P&H 2100BL, een enorm rupsvoertuig met een grijper waar een kleine auto in past - met dit soort machines is het bedrijf groot geworden, bedoeld om de aarde weg te schrapen in onder meer open kolenmijnen.

Alleen: zo goed gaat het niet meer in de mijnbouw. De parkeerplaats is leeg, op de opslagplaats ligt een enkel tandwiel zo groot als een draaimolen. Eťn fabriek is gesloten, een andere draait nog op halve kracht of nog minder. 'Het zijn zware tijden', zei bestuursvoorzitter Ted Doheny eerder dit jaar tegen de plaatselijke krant Journal Sentinal. Hij ziet het bedrijf wel overleven, maar niet hier. 'Historisch gezien maakten we veel van onze onderdelen hier in de VS. Dan stuurden we ze de wereld over en zetten de machines in elkaar op de plaats van bestemming. Maar dat wordt te duur. We gaan steeds meer fabrieken neerzetten op de plek waar onze klanten zitten.'

Zo zijn er meer. Ook bouwvoertuigenfabriek Caterpillar heeft hier mensen ontslagen, en Rockwell. 'Het is tamelijk slecht nu', zei Ross Winklbauer, van de metaalwerkersvakbond tegen de Journal Sentinal. 'Het zijn niet alleen de grote bedrijven, maar ook de toeleveranciers waar banen verloren gaan.'

Toch stijgt de werkloosheid nauwelijks. Er zijn nog genoeg banen in Amerika. Maar dat is vooral in de dienstensector, in de gezondheidszorg of in hamburgerrestaurants, en die banen worden veel slechter betaald.

Het is door deze beweging dat de Amerikaanse middenklasse al vijftien jaar stagneert, terwijl de economie is gegroeid: het nieuwe geld komt bij aandeelhouders terecht, en niet bij de arbeiders.

Het probleem, volgens analist Bruce Bittles uit Milwaukee, is dat Amerikaanse bedrijven nauwelijks meer nieuwe fabrieken bouwen. Wat vertrekt komt niet meer terug. 'Er is geen reden om in Amerika te investeren. De belasting is hier te hoog.'



Oplossingen verschillen

Hoewel presidentskandidaten in verschillende kampen deze analyse delen, is hun oplossing verschillend. Hillary Clinton wil een boete heffen op bedrijven die nog vertrekken. Donald Trump wil de venootschapsbelasting verlagen van 35 naar 15 procent om bedrijven terug te lokken. Bernie Sanders wil dat de bedrijven belasting blijven betalen op de plek waar hun operationele hoofdkwartier zit. Ted Cruz wil de belasting voor bedrijven helemaal naar nul terugbrengen.

Intussen wordt het druk in Cork.


Web:
TT:
De verontwaardiging heeft nog een extra dimensie, omdat Johnson een belangrijke toeleverancier is van de auto-industrie, die in de crisis van 2008 in grote problemen kwam
Het nieuwe geld komt bij aandeelhouders terecht, en niet bij de arbeiders



Red.:  iedereen profiteert van de vlaktaks. een wonder!




Naar Belastingmoraal, egoÔsten , Sociologie lijst , Sociologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]