De Volkskrant, 19-05-2012, door Yvonne Hofs .2010

Misschien toch een beetje afremmen, beseft Duitsland

Overal is er malaise behalve in Duitsland. Zelfs de huizenprijzen, die lang geen beweging vertoonden, zitten er in de lift. De zorg om een 'bubbel' stijgt. De gevreesde inflatie is opeens zo erg niet meer.


Tussentitel: 'Hogere lonen kunnen onbalans met rest van EU verminderen'

De Duitsers stonden op 5 mei even met de oren te klapperen. Lazen ze dat nou echt in het weekblad Focus? CDU-minister Wolfgang Schšuble die als een gestaalde socialist de vakbonden aanspoort om hogere lonen te eisen? Een dergelijk pleidooi uit de mond van een conservatieve politicus, een christen-democraat, dat kon toch niet waar zijn.

Maar het stond er echt. Schšuble, quote-unquote: 'Er is niets op tegen dat de lonen bij ons op dit moment harder stijgen dan in de andere EU-landen.' De woorden van de Duitse minister van FinanciŽn kregen extra gewicht omdat hij ze uitsprak kort nadat een aantal grote vakbonden met forse looneisen was gekomen.

De meeste eurolanden gaan door het diepste economische dal sinds de Tweede Wereldoorlog, maar Duitsland heeft nergens last van. Integendeel: de werkloosheid bevindt zich met 5,6 procent op het laagste niveau in twintig jaar, het bedrijfsleven zwemt in de kredieten en de huizenprijzen schieten de lucht in.

Dat Duitsland erin slaagt immuun te blijven voor de malaise in de omringende landen is in de eerste plaats te danken aan specifieke kenmerken van de Duitse economie, maar Duitsland heeft ook veel profijt gehad van de euro. Na de introductie van de eenheidsmunt konden de Zuid-Europese eurolanden goedkoper lenen dan daarvoor. Inwoners en overheden leenden volop van Noord-Europese banken en kochten daarmee Duitse waar.

Deze kredietstroom van noord naar zuid is een van de hoofdoorzaken van de eurocrisis, omdat die de tegenstellingen in de eurozone enorm heeft vergroot. De balans van de Europese Centrale Bank is een blauwdruk van die extremiteiten. De vorderingen van de Duitse banken op de ECB zijn de laatste jaren geŽxplodeerd, en daar staan gigantische schulden van de zwakke eurolanden aan de ECB tegenover.

Nu de kredietzeepbel uiteen is geklapt, leidt deze onbalans tot wrevel bij de andere eurolanden, Frankrijk voorop. Hun economieŽn kunnen niet met de Duitse concurreren, terwijl iedereen het erover eens is dat de eurocrisis alleen te overwinnen is door economische groei. Maar het groeipotentieel van economieŽn als Portugal, Spanje, Ierland, ItaliŽ en Griekenland is structureel lager dan dat van Duitsland, en wordt extra afgeknepen door de bezuinigingen in die landen.

Als wij niet kunnen groeien, dan moet Duitsland maar krimpen, betogen de zwakkere eurolanden. In 2010, toen IMF-directeur Christine Lagarde nog minister van FinanciŽn van Frankrijk was, mopperde ze al dat de Duitsers minder moeten exporteren en meer moeten consumeren. Ze kreeg in Europa veel bijval, maar van Duitse kant werd tamelijk ijzig op haar suggestie gereageerd.

De tijden zijn veranderd. Wolfgang Schšubles plotselinge begrip voor harde looneisen heeft alles te maken met de Europese druk op Duitsland, gaf hij zelf toe. 'Deze loonsverhogingen dragen bij aan het verminderen van de onevenwichtigheden in Europa', zei Schšuble tegen Focus.

De Duitse regering heeft twee jaar lang volgehouden dat streng bezuinigen voor zwakke eurolanden de enige weg is die uit de crisis leidt, maar moet inmiddels erkennen dat dit recept niet werkt. De perspectieven voor Griekenland en Spanje worden slechter, niet beter. De kans dat de eurozone uit elkaar valt, stijgt met de dag.

Schšuble kiest daarom voor de vlucht vooruit. Duitsland moet zijn economie misschien toch wat afremmen, om de andere landen de kans te geven aan te haken. Het verhogen van de arbeidskosten per eenheid product geeft hopelijk een duwtje in de goede richting.

Ook Jens Weidmann, de president van de Bundesbank, heeft een opmerkelijke draai gemaakt. Weidmann verkondigt sinds kort dat het helemaal niet zo erg is als de inflatie in Duitsland langere tijd (iets) boven de 2 procent uitkomt, zolang het gemiddelde in de eurozone maar lager is. Een opvallend standpunt, omdat de Bundesbank doorgaans allergisch is voor inflatie. Ook Weidmann ziet echter in dat hogere inflatie in Duitsland, gepaard aan lage inflatie in andere landen, de concurrentieverhoudingen in Europa verbetert.

Weidmann zal er sowieso niet rouwig om zijn als de Duitse economie door inflatiestijging wat afkoelt, want hij maakt zich ernstig zorgen dat die oververhit raakt. De ECB, waar Weidmann bestuurslid is, kan maar ťťn monetair beleid voeren, en dat wordt afgestemd op het gemiddelde in de eurozone. In de meeste eurolanden gaat het slecht, dus houdt de ECB de rente laag om de kredietverlening te bevorderen. Maar voor de bloeiende Duitse economie is die lage rente (1 procent) veel te hoog.

De Bundesbank ziet een zeepbel op de woningmarkt ontstaan. De huizenprijzen in Duitsland zijn decennia niet van hun plaats gekomen, maar in 2010 stegen ze in ťťn jaar met 2,5 procent. Vorig jaar was dat al 5,5 procent.

De Bundesbank zou het liefst de rente verhogen om dit soort speculatie tegen te gaan, maar is met handen en voeten gebonden. Weidmann moet dus hopen dat de Duitsers uit eigener beweging het hoofd koel houden.


Red.:   Hogere belasting ook, zegt men, maar geen hond die er aan denkt ...


Naar Belastingmoraal, egoÔsten , Sociologie lijst , Sociologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]