Bronnen bij Belastingmoraal: Haan

De Volkskrant, 22-02-2005, van verslaggever Ferry Haan

Studiebol betaalt voor achterblijver

Achtergrond | Inkomensoverdracht van hoog- naar laagopgeleiden is groot, stelt Centraal Planbureau

Tussentitel: Harder werken loont niet, dankzij regels voor huursubsidie

Het motto 'de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten' klopt in alle opzichten. Dat blijkt uit berekeningen van het Centraal Planbureau naar inkomensoverdracht.

Langer leren loont. Zowel de burger als de overheid profiteert van extra inspanningen in de schoolbanken. Opvallend is dat ook de lageropgeleide baat heeft bij het doorleren van zijn medeburger. De inkomensoverdracht van hoog- naar laagopgeleiden is groot, blijkt uit de studie Measuring lifetime redistribution in Dutch collective arrangements, die het Centraal Planbureau (CPB) maandag publiceerde.
    Gemiddeld betaalt de hoogopgeleide belastingbetaler in zijn leven een kleine 570 duizend euro aan belastingen. Dit bedrag omvat niet alleen de door hem betaalde inkomensbelasting, maar ook de betaalde BTW bij een aankoop in een winkel of andere directe en indirecte belastingen. De gemiddelde hoogopgeleide betaalt in zijn leven vier keer meer belasting dan iemand met alleen basisonderwijs.
    De studie bekijkt de inkomensherverdeling over de hele levensloop en koppelt dit aan het opleidingsniveau. De genoten opleiding blijkt de beste voorspeller van iemands latere salaris.
    Voor de betaalde belasting krijgt de hogeropgeleide wel wat terug, zo blijkt. Hooggeschoolden hebben vaker een eigen huis en krijgen gemiddeld voor 35 duizend euro aan hypotheek-renteaftrek. De kleine 18 duizend euro aan huursubsidie voor iemand met alleen basisonderwijs steekt hier schril bij af. Ook van de overheidsuitgaven aan onderwijs of cultuur profiteert een hooggeschoolde veel meer dan een laaggeschoolde.
    Het totale voordeel becijfert het CPB op 322 duizend euro voor een hooggeschoolde en 272 duizend euro gedurende het leven van een laaggeschoolde. Hiermee ontvangt een laaggeschoolde eenderde meer dan hij aan belastingen zal betalen. De hooggeschoolde levert ongeveer een kwart van zijn inkomen in. Procentueel is deze achteruitgang kleiner dan het voordeel voor de laagopgeleide.
    Deze inkomensherverdeling is geen toeval. In ons belastingstelsel lopen de tarieven op naarmate ie mand raseer verdient, onder het motto 'de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten'.
    Het doel van de CPB-studie is het verschil in welvaart te meten gedurende het leven van laag- en hoogopgeleiden. Uitgedrukt in euro's blijkt een hoogopgeleide twee keer zo welvarend te zijn als een lageropgeleide. Kan een laagopgeleide rekenen op 410 duizend euro, de hoogopgeleide komt tot 795 duizend euro. Zonder de tussenkomst van de overheid zou dit respectievelijk 294 duizend en 1043 duizend euro zijn geweest.
    Behalve tussen hoog- en laagopgeleid, ziet het planbureau ook een verschil tussen jong en oud. De belastingdruk voor mensen onder en boven de 65 blijkt flink uiteen te lopen. Bij een inkomen of pensioen rond de 25 duizend euro per jaar is het gemiddelde inkomensbelastingtarief voor een gepensioneerde ongeveer de helft van wat iemand onder de 65 betaalt. Alleen bij een pensioen of een inkomen boven de 80 duizend euro per jaar komen de belastingtarieven voor jong en oud bij elkaar in de buurt.
    CPB-onderzoeker Harry ter Reele wijst er in zijn studie op dat voor het herverdelen van inkorven twee mechanismen werkzaam zijn. Er vloeit inkomen van hoognaar laagopgeleid, maar minstens zo belangrijk is de transfer van de burger naar zichzelf gedurende zijn levensloop. Beneden de twin tig kosten jongeren de overheid gewoonlijk meer dan ze opleveren; dat geldt ook na de pensionering, wanneer de uitgaven voor gezondheidszorg oplopen.
    In de studie beantwoordt het CPB ook een van de belangrijkste vragen van elke econoom bij een belastingstelsel: hoe hoog is de 'marginale belastingdruk?' Het antwoord bepaalt hoe schadelijk het stelsel is voor de economie. De marginale belastingdruk geeft aan wat iemand aan belasting moet betalen over elke extra euro die hij verdient.
    Dit tarief blijkt in het Nederlandse belastingstelsel niet mee te vatten. Het planbureau berekent dat van elke extra euro die iemand gedurende zijn leven zou kunnen verdienen, tussen 55 en 60 cent naar de overheid gaat. Dit terwijl het hoogste officiŽle belastingtarief 52 procent is. De indirecte belastingen blijken dit tarief nog eens extra te verhogen.
    Het planbureau constateert dat het marginale tarief aan de onderkant flink wordt verhoogd door de huursubsidieregeling. Extra inkomen betekent vaak minder huursubsidie, waardoor het - doorgaans in het geval van laagopgeleiden - niet loont harder te werken om de welvaart te verhogen.
 

IRP:  Hier worden twee enorme fouten gemaakt. De eerste is de gelijkstelling tussen belastingbetaling en economische activiteit. De titel 'Studiebol betaalt voor achterblijver' is alleen waar als de economische activiteiten van de studiebol de activiteiten van de achterblijver betaalt. Dat is grotendeels onjuist, zoals elders aangetoond: de economisch journalist die het stukje schrijft behoort tot de hoger opgeleiden, maar zijn inkomen wordt betaald uit de economische activiteiten van de achterblijver, en dus wordt zijn belasting ook betaald door de achterblijver. Deze algemene denkfout leidt tot een specifieke denkfout in de opmerking dat de hooggeschoolde voor de betaalde belasting wat terugkrijgt in de vorm van hypotheekrente-aftrek. Dat is onjuist als de rest van het artikel juist is, want dit gaat over de betaalde belasting, dat wil zeggen dat de hypotheekrenteaftrek er al af is.
     De tweede enorme fout is de opmerking dat uit de gegevens volgt dat de hoger opgeleide twee keer zo welvarend is. Aannemende dat welvaart gedefinieerd is als het kunnen besteden van geld, is de welvaart van iemand die het het sociaal minimum verdient nul, want heel zijn inkomen gaat op aan de kosten van levensonderhoud. Als men de kosten van levensonderhoud aftrekt van alle inkomens, is op basis van deze gegevens het inkomen van de twee hoogste groepen circa drie keer zo hoog als de twee laagste.

Er zijn nog een paar kleinere fouten, waaronder het feit dat de hoger opgeleide een kleiner aantal jaren werkt dan de lager opgeleide. Dit wordt mogelijkerwijs gecompenseerd doordat een deel van de hoger opgeleiden een grotere effectieve bijdrage leveren, maar dan moet de groep hoger opgeleiden opgesplitst worden naar deze factor. Meer daarover bij economie, zie HiŽrarchie economie .


Terug naar Belastingmoraal, bronnen , Belastingmoraal, OZB , HiŽrarchie sociologie ,  of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]