De Volkskrant, 12-04-2014, van verslaggever Wilco Dekker en Robert Giebels 23 apr.2014

Sparende krabbelaar is belastingtoerisme rijken beu

De roep om het vermogen van de allerrijksten aan te pakken, wordt steeds luider. De belasting op inkomen verdiend door werken kan dan omlaag.


Tussentitel: Een slimme belasting op het vermogen van de allerrijksten is goed mogelijk - Koen Caminada hoogleraar fiscale regelgeving

Dit is de eerste grote crisis waarbij de rijksten nog rijker zijn geworden. Waarom? Omdat alleen de allerrijksten het zich kunnen veroorloven internationaal te opereren. Voor de kleine, sparende krabbelaars wegen de kosten en risico's van buitenlandse avonturen niet op tegen binnenlandse baten. Maar de rijksten hebben vermogensbeheerders en die zijn mondiaal actief in bijvoorbeeld hedgefondsen, waardoor ze de crisis hebben kunnen ontwijken.

Dat is de conclusie van de Utrechtse hoogleraar sociale en economische geschiedenis, Bas van Bavel, specialist vermogensverdeling. 'Op die manier zijn de allerrijksten losgezongen van de economische werkelijkheid in Nederland', zegt hij.

Van Bavel wijst erop dat grote vermogens die in het buitenland zijn gestald, niet meetellen in de CBS-cijfers. Gezien dit soort cijfers denkt Van Bavel, die voor de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) onderzoek doet, dat er een uitruil aankomt tussen een hogere belasting op vermogen en lagere lasten op arbeid en consumptie.

Internationaal woedt onder economen en politici al langer een debat over de groeiende kloof tussen arm en rijk, en de gevaren daarvan voor de samenleving. Moeten rijken worden belemmerd om ng rijker te worden?

Belastingtoerisme, vermogens wegzetten in landen met een bankgeheim, belastingontwijking op de grens van het legale door bedrijven en rijken; het kan allemaal niet meer op instemming van het grote publiek rekenen.

Regeringsleiders van de G20 hebben plannen aangenomen om belastingontwijking van bedrijven en ondernemers in te dammen. Onder druk van westerse landen is het bankgeheim in landen als Luxemburg en Zwitserland de laatste jaren op de helling gegaan, zodat zwart spaargeld in beeld komt.

De grote vermogens, zo is de teneur, moeten worden aangepakt. Zwaarder belast. En wel zo dat die andere belasting, op met werken verdiend inkomen, omlaag kan.

Het inkomen van werknemers is niet zo eenvoudig aan het zicht van de fiscus te onttrekken als vermogen. Inkomen moet door een werknemer, maar ook door een ondernemer, steeds weer opnieuw worden verworven. Vermogen is eerder een vast gegeven en daardoor in n keer makkelijk verplaatsbaar naar een ander land.

Om dat vermogen binnen de landsgrenzen te houden, is een fijne afstelling van de belasting erop vereist. De heffing moet hoog genoeg zijn om van serieuze belastingheffing te kunnen spreken. En laag genoeg om de eigenaar van het vermogen de lust te ontnemen het in het buitenland te stallen.

Tot 2001 nodigde de belasting op vermogen daar wel toe uit. Met een baaierd aan creatieve constructies hielden belastingbetalers hun vermogen en de winst erop kunstmatig laag. Wat ook hielp was dat in veel landen een bankgeheim bestond, waardoor het vermogen onzichtbaar werd voor de Nederlandse fiscus en als zwart spaargeld naar landen als Luxemburg of Zwitserland verdween.

Fictieve winst
De overheid vond een oplossing voor dit probleem door uit te gaan van een fictief rendement. Hoeveel inkomen iemand ook uit zijn vermogen weet te krijgen, de Belastingdienst doet net alsof het rendement 4 procent bedraagt. Over deze fictieve winst moet de burger 30 procent belasting betalen. Zo draagt iedereen elk jaar 1,2 procent van zijn vermogen af aan de fiscus. Dat is hoog in vergelijking met de Europese landen waar de vermogensbelasting niet is afgeschaft.

In 2010 verlaagde de Nederlandse overheid ook nog de erfbelasting. Deze versoepeling werkt in het voordeel van de vermogenden, net als de verlaagde vennootschapsbelasting.

Het is in Nederland dertien jaar geleden dat het belastingstelsel voor het laatst op de schop ging. Bijna elke partij vindt het tijd voor een nieuwe herziening. Maar wat te doen met de belasting op vermogen?

Aan de ene kant is het stallen van vermogen in het buitenland bijna uitgebannen, hetgeen een belastingverhoging reel maakt. Aan de andere kant is de fictieve 4 procent nu al jaren te hoog; in werkelijkheid mag je met een rendement van 2 procent al in je handen knijpen.

De door het vorige kabinet in het leven geroepen commissie-Van Dijkhuizen, die het voorwerk deed voor een stelselherziening, stelt voor om het fictieve rendement van 4 procent elke vijf jaar aan te passen aan het werkelijke, realistische rendement. Nu zou dat neerkomen op een verlaging van de vermogensbelasting, maar dat kan over een aantal jaar een verhoging zijn.

Een nadeel van deze aanpak is dat kleine spaarders die met veel moeite een bedrag bij elkaar hebben gescharreld, op dezelfde hoop worden gegooid als de allerrijksten, met hun vermogensbeheerders die voor hun klanten mondiaal het laagste punt zoeken.

'Maar een slimme vermogensbelasting op de aller-allerrijksten is goed mogelijk zonder dat het vermogen dan binnen een paar minuten uit Nederland verdwijnt', zegt hoogleraar Koen Caminada van de Universiteit Leiden en lid van de commissie-Van Dijkhuizen. Hij ziet wel wat in een eenmalige belasting voor vermogens boven de 2 miljoen euro.

Caminada: 'Zo'n heffing is nimmer te ontgaan en raakt louter de allerrijksten - degenen dus die de afgelopen jaren wellicht wat te weinig hebben bijgedragen aan de financiering van de verzorgingsstaat.'




Terug naar Inkomensverdeling, bronnen: armen , Hirarchie economie ,  of naar
site home .
 

[an error occurred while processing this directive]