Bronnen bij Beslissingen, sociologisch: wijze menigte
|
19 dec.2008 |
De term "wijze-menigte"-fenomeen of -gedrag is genoemd naar de titel van het
boek dat het verschijnsel als eerste beschreef: The Wisdom of Crowds van
James Surowiecki. Onder een paar van de artikelen die het in Nederland
introduceerden:
Uit: De Volkskrant, 05-01-2007, door Martin Sommer
Leve het boerenverstand
De massa is niet dom, betoogt de Amerikaanse wetenschapsjournalist James
Surowiecki tegen de stroom in. Maar wat onderscheidt de goede massa van de
slechte kudde, en de goede intuďtie van het slechte vooroordeel?
Tussentitel: Allemaal dezelfde mensen met dezelfde meningen, dan gaat het dus
verkeerd
In Europa heeft het volk niet bepaald een goede naam. Van Ortega y Gassets
aanstormende horden tot het klootjesvolk van provo, er is een weerbestendig
oordeel dat van de massa weinig goeds kan komen. Nietzsche schreef eind 19de
eeuw al dat gekte bij individuen de uitzondering is, bij groepen de regel.
Hitler en Stalin leverden ijverig munitie voor deze gedachte, en ook vandaag nog
is het begrip populisme – aansluiting zoeken bij de veronderstelde gevoelens en
wensen van het volk – verdacht. Na de uitslag van de jongste verkiezingen wenste
menig PvdA-prominent de koningin een ander volk toe. De politicoloog Ruud Koole,
tot voor kort voorzitter van dezelfde partij, hield onlangs zijn oratie als
hoogleraar aan de Leidse universiteit, waarin over het populisme ook al weinig
vrolijks wordt gemeld.
Vandaar dat het verschijnen van de Nederlandse vertaling van
The Wisdom of Crowds – Why the Many are Smarter than the Few van de
Amerikaanse wetenschapsjournalist James Surowiecki alleen al vanwege de titel de
aandacht trekt. Die titel is een knipoog naar het bekende gefulmineer tegen
groepsgedrag – reeds in 1841 verscheen het boek The Madness of Crowds van
de Schot Charles Mackay. En zonder twijfel is de kwade roep van de menigte de
reden waarom de Nederlandse vertaling Twee weten meer dan één – Waarom het
beter is groepsbeslissingen te nemen is gaan heten. Dat is nogal een slap
aftreksel en een noemer op grond waarvan ík in elk geval nooit een boek zou
kopen.
In Amerika valt het onder het daar vruchtbare genre van de
‘how to’-boeken – variërend van hoe maak ik vrienden tot hoe krijg ik een beter
seksleven. Daar hoort het Amerikaanse zelfvertrouwen bij – je kúnt het, luister
naar je gevoel – waarvan ook het succesvolle Intuďtie – De kracht van denken
zonder erbij na te denken van Malcolm Gladwell getuigt. Dat nauw verwante
boek haalde in Nederland in twee jaar tijd vijf drukken. Net als Surowiecki
schrijft Gladwell voor het blad The New Yorker, beiden betogen in
varianten dat u als gewone burger meer weet dan u denkt.
Zo moet Twee weten meer dan één ook gelezen worden.
Niet als ideologisch of zelfs populistisch pamflet, maar als een rijke
onderzoekstocht – mijn exemplaar staat vol strepen en uitroeptekens in de
kantlijn – naar de vraag hoe de beste besluiten tot stand komen. En de
slechtste. Dan blijkt al vlot dat Nietzsche het faliekant verkeerd heeft.
Journalistiek is casuďstiek, en Surowiecki bouwt aan zijn
argument terwijl hij springt van het ene na het andere verbazingwekkende
voorbeeld. Het begint met het bekende verhaal van het gissen op de veemarkt naar
het gewicht van de stier. De uitkomst is dat het gemiddelde van alle schattingen
verrassend dicht in de buurt zat van het werkelijke stierengewicht. Sterker: het
gemiddelde was beter dan de gok van de veearts.
Nog spectaculairder is het voorbeeld van de verdwenen
duikboot. Na dagenlang vergeefs zoeken loofde de verantwoordelijke officier een
paar flessen whisky uit voor degene die de coördinaten van het zoekgeraakte
oorlogstuig het dichtst zou benaderen. Koksmaat en admiraal, iedereen deed aan
de weddenschap mee. De onderzeeër bleek op tweehonderd meter te liggen van de
gemiddeld opgegeven lengte- en breedtegraden.
Hoe is dit mogelijk? Volgens Surowiecki beschikt iedereen op
basis van zijn boerenverstand over een hoeveelheid informatie, hoe flinterdun
ook, op grond van levenservaring, televisiekijken of boeken lezen.
Interpretatie, analyse, intuďtie, alles telt mee. Vervolgens worden door de
macht van het getal de extremen uitgefilterd. Wat overblijft zijn betrekkelijk
precieze inzichten, die hem de kreet ontlokken dat ‘we onze vragen moeten
voorleggen aan de menigte’.
Zo is de prijs op een aandelenmarkt niets anders dan een
collectief besluit op grond van collectieve informatie. Weer zo’n prikkelend
voorbeeld is dat de beurs in New York na het ongeluk met het ruimteveer
Challenger in 1986 binnen een half uur had beslist dat de firma Thiokol
verantwoordelijk was. Er was geen of nauwelijks informatie voorhanden, en de
aandelen waren al gekelderd. Pas een half jaar en een onderzoekscommissie verder
bleek dat de beurs gelijk had gehad; de sluitringen, gemaakt door Thiokol,
hadden niet goed gewerkt. ...
Red.: Het laatste voorbeeld, dat van de ramp met de Challenger,
is een combinatie van beide processen: de wijze- menigte én de kudde. Het
wijze-menigte deel zat erin dat al enkele jaren voorafgaande aan de
Challenger-ramp de problemen met de rubberen afdichtingringen bekend waren, en
gepubliceerd in vakbladen - de IRP-hoofdredacteur herinnert zich een artikel in
Flight Internationaal, tezamen met foto's van de schade - dit was de
informatie die de klokkenluider in dit geval, ingenieur Roger Boisjoly,
gebruikte in de vergadering waarin het lanceerbesluit tegen beter in werd
genomen. Deze informatie was, bewust of als onbewuste herinnering, bekend bij
een aantal insiders, waarvan een deel vervolgens hun aandelen verkochten,
waardoor de koers wat daalde. En deze kleine daling was voor de overige,
niets-wetende, beleggers de aanleiding om vervolgens hun aandelen te verkopen,
onder het motto: "Waar rook is, is vuur". Oftewel: het kleine effect van een
paar insiders gaf een wijze-menigte uitkomst die versterkt werd door
kudde-gedrag. Vandaar de raadselachtige accuratesse van de beurs in dit geval.
Dit sloeg aan, met nieuwe publicaties tot gevolg:
Uit: De Volkskrant, 12-09-2007, door Herman van Gunsteren
Eigenwijs individu maakt kudde sterk
Hoewel de kudde wordt ervaren als gevaarlijk en dom, is hij vaak slimmer dan de
individuen die er deel van uitmaken, betoogt Herman van Gunsteren.
In de Leidse Pieterskerk organiseert de VeerStichting jaarlijks een symposium
met een keur van roemruchte sprekers. Daar ontmoeten elites en studenten,
oftewel huidige en toekomstige vormgevers aan de maatschappij elkaar. Daar
kunnen ze ideeën en relaties opdoen. De organisatie van het Veersymposium is
geheel in handen van studenten. Die moeten niet alleen zaken regelen, maar ook
een inhoudelijk pakkend thema kiezen. Dit jaar is dat ‘Kracht van de Kudde’. Je
vraagt je af wat ze bezield heeft. Ging het in deze kringen niet juist om het
individu dat zich van de kudde, het maaiveld, de middelmaat onderscheidt? Vorige
symposia stonden bol van de uitnodiging om je unieke zelf te durven zijn. En is
de kracht van de kudde, als die zich manifesteert, niet een domme kracht?
Gevaarlijk bovendien, de massa die in beweging komt.
... De bedenkers van het symposiumthema zien
in de kudde echter iets goeds. Proberen ze op te vallen door zich met de kudde
te identificeren?
Nee, er is meer aan de hand. Uit onderzoek naar mierenhopen
en lerende computerprogramma’s, naar hersens en naar wat steden en wijken vitaal
maakt, beginnen we te begrijpen hoe collectiviteiten zich intelligenter dan hun
afzonderlijke domme delen kunnen gedragen. Dat wil zeggen, hoe intelligente orde
zonder baas (zonder een sturend en ontwerpend brein) mogelijk is. Sinds Adam
Smith hebben we geleerd dat de markt tot zinnige prijsstelling en arbeidsdeling
komt, niet op basis van de goede wil en superieure intelligentie van de
deelnemers eraan, maar doordat hun verkeer langs lijnen van openlijke
concurrentie is georganiseerd. Nu blijken vergelijkbare principes van
zelforganisatie ook op andere gebieden des levens te werken.
Een kostelijke uiteenzetting hiervan biedt James Surowiecki
in The Wisdom of Crowds. Hij begint zijn boek met een bezoek in 1906 van de
wetenschapper Francis Galton aan een jaarmarkt bij Plymouth . Daar kon men
meedingen naar een prijs voor de beste voorspelling van het gewicht van een te
slachten os. Achthonderd mensen kochten een kaartje waarop ze hun voorspelling
invulden. Galton verzamelde die om het gemiddelde ervan te berekenen. Gegeven
het ontbreken van expertise bij de deelnemers verwachtte hij dat het gemiddelde
een ‘dom’ antwoord zou opleveren. Hij had het mis. Het gewicht dat de menigte
mensen als geheel gemiddeld had aangegeven was 1.197 pounds, het gewicht na
slachting 1.198 pounds. Dit kan als een toevalstreffer worden afgedaan. Ware het
niet dat Surowiecki een reeks van zulke voorbeelden geeft waarbij een groep
mensen een uitkomst tot stand brengt die slimmer is dan we op grond van de
gebrekkige slimheid van de leden ervan zouden verwachten.
Hoe is dit mogelijk? Als je een grote groep van diverse en
onafhankelijke mensen vraagt een waarschijnlijkheid te voorspellen en je daarvan
het gemiddelde neemt, dan zullen de fouten die ze maken elkaar opheffen. Elk
apart antwoord bevat als het ware een component informatie en een component
fouten. Doordat bij een groot aantal voorspellingen de fouten elkaar
neutraliseren (doordat ze willekeurig zijn), houd je informatie over. Surowiecki
formuleert de voorwaarden waaronder een verzameling mensen zonder leiding van
een expert of baas resultaten produceert die slimmer zijn dan de doorsnee leden
van de groep: (1) diversiteit van meningen (ieder persoon moet private
informatie hebben, zelfs al is die excentriek); (2) onafhankelijkheid (de mening
van mensen wordt niet uitsluitend bepaald door andere meningen om hen heen); (3)
decentralisatie (mensen specialiseren zich en gebruiken lokale kennis); (4)
aggregatie (er moet een of ander mechanisme bestaan om private meningen in een
collectieve beslissing om te zetten). ...
Naar Beslissingen, sociologisch
,
Sociologie lijst
, Sociologie overzicht
, of naar
site home
.
|