De Volkskrant, 15-10-2005, door Peter Giesen

INTERVIEW | THEODORE DALRYMPLE In het nieuwe boek van Theodore Dalrymple wordt een weinig florissant beeld van de samenleving geschetst. iedereen is uit op het zo snel mogelijk bevredigen van de eigen behoeften. 'Er moet een middenweg zijn tussen de benauwende relaties van vroeger en de chaos van nu.'

Beschaving? Welke beschaving

Tussentitel: 'In Engeland wordt al 40 procent van de kinderen buiten het huwelijk
                   geboren'


'Theodore Dalrymple heeft een hekel aan Engeland. Hij werkte er jaren als arts, in een achterstandswijk en een gevangenis. Een zonnige kijk op zijn geboorteland hield hij er niet aan over. Voor hem is Engeland niet het land van de queues en de goede manieren, maar een natie van kaalgeschoren, getatoeëerde proleten die gemakkelijk op de vuist gaan als ze weer eens te veel hebben gezopen. Na zijn vervroegde pensionering trok hij zich dan ook terug op het Zuid-Franse platteland, met zijn Franse vrouw.
    'Engeland is wereldleider in onbeschaafd gedrag', zegt hij. 'Maar andere landen zijn ons aan het inhalen. Ik zie het al in Frankrijk. Om een klein voorbeeld te geven: tien jaar geleden zag je in Frankrijk nergens tattoo-salons. Nu zie je ze overal.'

Wat is er zo erg aan tattoo's?
'Iemand met smaak laat zich niet tatoeëren. Tien jaar geleden begrepen de Fransen dat. Nu niet meer.'

Ik zie wel eens meisjes met een tattoo die ik best mooi vind. Een klein beschaafd plaatje op de arm.
'There is no such thing as a civilized tattoo! Tattoo's symboliseren het streven naar een proletarische identiteit.'

Maar ook brave studenten lopen met tattoo's. Zo vreselijk is het toch niet?
'Precies! Dat illustreert mijn punt. Zelfs studenten verlangen ernaar tot een lagere klasse te behoren. De smaak van een intelligent mens is niet meer te onderscheiden van die van een buitengewoon dom mens. Dat is het einde van de beschaving.'

Theodore Dalrymple, het zal inmiddels duidelijk zijn, deinst niet terug voor grote woorden. In zijn nieuwe boek Beschaving, of wat er van over is benadrukt hij het belang van een culturele hiërarchie. Vroeger bestond een duidelijk onderscheid tussen hoge en lage cultuur tussen beschaafd en ordinair gedrag. Tegenwoordig zijn die scheidslijnen geslecht. Of je naar Beethoven wilt luisteren of naar een rapper die over zijn seksuele potentie opschept, het is jouw keuze. Krijtstreep of trainingspak, Rembrandt of Temptation Island, in de I'm oké, you 're oké-cultuur mogen we vooral geen waardeoordeel over vellen.
    De sloop van de culturele hiërarchie werd uiteraard voltrokken in de jaren zestig, vooral door linkse intellectuelen die voortdurend 'taboes" wilden doorbreken of 'heilige huisjes omver wilden trappen'. Toch is Dalrymple geen modieuze neoconservatief die 'links' of 'de jaren zestig' gemakshalve de schuld geeft van alles wat er verkeerd gaat in de wereld.
    Minstens zo belangrijk was naar zijn idee het offensief van rechtse vrije markt-aanhangers, die burgers vertelden dat zij primair consumenten waren, met de bijna morele plicht hun eigen behoeften te bevredigen. Elke keuze is goed, als jij je er maar prima bij voelt. Dalrymple wijst ook om de grote impact van de popcultuur, die voortdurend suggereert dat het geluk ligt in de - seksuele - piekervaring.
    Juist aan de onderkant van de samenleving hebben zulke ideeën een desastreus effect, vindt Dalrymple. Je ziet het bijvoorbeeld aan eetgedrag. Mensen willen eten op het moment dat ze daar zin in hebben, zonder er moeite voor te doen. Ik ging vaak op huisbezoek bij patiënten. In de meeste huizen trof ik niet eens meer een eettafel dan. Er wordt nooit meer gezamenlijk gegeten, de gezinsleden liepen de hele dag maar wat te grazen. Ik zag ook geen kookspullen meer, hooguit een magnetron: mijn patiënten aten alleen kant-en-klaarmaaltijden.'      
    Dalrymple's denken is beïnvloed door de geschiedenis van zijn ouders. Zijn moeder vluchtte in 1938 uit nazi-Duitsland. In zijn jeugd zag hij de sepiakleurige foto's van een welvarend bourgeoisbestaan in het vooroorlogse Duitsland: vrouwen met boa's, sigarenrokende patriarchen, vrolijke picknicks in de natuur. De gedachte aan een Hitler was bij deze mensen nog nooit opgekomen. Het sterkte Dalrymple in zijn overtuigingen: als we niet streven naar beschaving, zijn we straks overgeleverd aan de barbaren.
    Zijn vader was een communist, die een eigen bedrijf had in de East End van Londen. 'Zoals veel communisten hield hij van de mensheid, maar had hij een hekel aan mensen. Hij huldigde grootse principes, maar koeioneerde de werknemers van zijn bedrijf. Mede daarom heb ik altijd een wantrouwen gehad tegen ideologieën. Ik vind dat je moet bekijken hoe ideeën in de praktijk uitpakken:
    De seksuele revolutie is zo'n ideaal, bedacht door elitaire heren die droomden van onbeperkte seks. Zij geloofden dat de mens zich zou ontwikkelen tot een edele seksuele wilde als hij eenmaal bevrijd was van preutsheid en andere verstikkende conventies.
    Via de hippies bereikte het ideaal van de ongeremde seksuele zelfontplooiing de Britse achterstandswijken, en Dalrymple zag het resultaat in zijn praktijk. Hij kwam zelden vaders tegen die bij hun kinderen woonden, of er zelfs maar enige verantwoordelijkheid voor wilden nemen. Ook vrouwen versleten vaak de ene minnaar na de andere. Hij vertelt het verhaal van een jongen die zijn moeder te hulp schoot, als haar vriend haar te lijf ging. De man keert zich tegen de jongen en slaat hem in coma. De moeder wil echter niet dat haar zoon aangifte doet, want, zo zegt ze: 'Hij neukt beter dan je vader.' Vervolgens doet de jongen een zelfmoord-poging.
    Dalrymple's nieuwe boek staat vol met dit soort weinig opwekkende verhalen. Hij schetst een rauw pandemonium, waar mensen geobsedeerd worden door de onmiddellijke bevrediging van behoeften, seksueel of anderszins. 'In feite leefden veel van mijn patiënten niet meer in een sociale wereld', zegt hij.

Is uw visie niet erg vertekend, doordat u altijd aan de onderkant van de samenleving heeft gewerkt?
'Het is waar dat er nog altijd grote delen van de samenleving zijn waar het goed gaat. Maar je moet je wel afvragen wat de trend is. In Engeland wordt al 40 procent van de kinderen buiten het huwelijk geboren. Natuurlijk zitten daar ook kinderen bij van mensen die samenwonen, maar samenwoonrelaties zijn minder stabiel dan huwelijken. Ik zie ook andere dingen: meer openbare dronkenschap, mensen die hun voeten in de trein op de bank leggen. Asociaal gedrag komt gewoon meer voor dan vroeger.'

U wilt een samenleving met meer discipline. Dan moet ook de gemiddelde burger, die helemaal niet zo veel verkeerd doet, iets van zijn vrijheid inleveren. Is hij daartoe bereid?
'Maar dan vindt de middenklasse haar eigen vrijheid belangrijker dan het lot van de mensen aan de onderkant. Ik ben het daar niet mee eens. Bovendien bestrijd ik dat de samenleving zo veel vrijer is geworden. Als je vrijheid definieert als het zo veel mogelijk wegnemen van beperkingen, dan hebben we meer vrijheid. Maar ik geloof dat vrijheid meer is dan simpelweg doen waar je zin in hebt. Vrijheid is ook de mogelijkheid controle over je leven te hebben, niet alleen onmiddellijk je begeerten te bevredigen, maar ook naar hogere zaken te streven. In die zin hebben we tegenwoordig minder vrijheid. Dat zie je aan de enorme toename van het aantal mensen dat verslaafd is drank, drugs of gokken.
    'Vroeger werden mensen in Engeland geacht zichzelf te beheersen. Sommigen voerden dat tot in het extreme door en konden niet over hun emoties praten. Maar al met al is de stiff upper lip een beter ideaal dan het psychotherapeutische ideaal dat zegt dat mensen zichzelf altijd moeten uiten, dat het slecht is gevoelens op te kroppen. De ultieme consequentie daarvan is de moordenaar die tegen me zei: ik moest haar wel vermoorden, dokter, anders had ik niet voor me zelf ingestaan:
    'Je moet je gevoelens wel kunnen uitdrukken, maar ook altijd een zekere mate van zelfbeheersing hebben. Zonder beheersing is er weinig zelf over. Het "zelf" wordt vormloos, een speelbal van je emoties.

U bent ook tegen het legaliseren van drugs.
'Dat is ook weer typisch zo'n middenklasse-idee. De middenklasse kent alleen het drugs-gebruik in eigen omgeving: recreatief, alleen in het weekend. Maar aan de onderkant ligt het heel anders. Daar verliezen mensen sneller de controle over het leven. Als je drugs legaliseert, zullen ze goedkoper worden. Desondanks zal het aantal gebruikers van drugs niet toenemen, zeggen de voorstanders van legalisering. Ik ben daar niet zo optimistisch over. In elk geval lijkt het me een onverantwoord experiment. Bovendien is het ook weer zo'n uiting van extreem liberalisme: je moet zelf maar weten wat je met je leven doet. Daarbij wordt wel vergeten dat een drugsverslaafde een ramp voor zijn naaste familie is.'

Theodore Dalrymple wordt vaak voor rechts of zelfs extreem-rechts versleten. Zijn ideeën onttrekken zich echter aan simpele links-rechtsschema's. Hij bekritiseert de verzorgingsstaat, maar ook het consumentisme en de popcultuur. Hij is ook meer dan een reactionaire knorrepot die vindt dat vroeger alles beter was, alhoewel zijn tirades tegen popmuziek, tattoo's en voetbal soms anders doen vermoeden. Dalrymple wil niet terug naar de jaren vijftig, toen vrouwen en homo's werden gediscrimineerd.
    Hij is wel een typisch cultuurconservatief, die zich keert tegen het relativisme en het egalitarisme van de moderne tijd. 'Hiërarchie is een noodzakelijk element in het leven.' De beschaving zal verdwijnen als de cultuur geen onderscheid meer maakt tussen hoge en lage cultuur. Sociaal-economische hiërarchie is onvermijdelijk: er zullen altijd mensen zijn die meer kansen hebben en beter af zijn dan anderen.
    Zelfs het nobele ideaal van de gelijke kansen is onhaalbaar. 'Als je werkelijk gelijke kansen wilt creëren, moet je de band tussen ouders en kinderen doorbreken. Ik durf te zeggen dat uw kinderen betere kansen in de Nederlandse samenleving hebben dan de kinderen van Marok-kaanse immigranten. Bedenk eens wat er voor nodig is om die kansen gelijk te trekken.'   
    Bovendien weet een egalitaire samenleving slecht raad met het feit dat er, logischerwijze, altijd mensen aan de onderkant van de samenleving zullen bivakkeren. De middenklasse is geneigd deze mensen 'zielig' te vinden en durft geen eisen te stellen. Op hun beurt zijn de mensen aan de onderkant verongelijkt, omdat ze niet kunnen delen in de droom van rijkdom en uitbundige consumptie. 'Ik kan heel goed begrijpen hoe ze op dat idee komen. Ze krijgen voortdurend te horen dat ze overal recht op hebben.'

U vindt dat de verzorgingsstaat mensen zielig maakt. Maar de meeste mensen die u beschrijft zijn zwaar beschadigd, opgegroeid in een liefdeloze en gewelddadige omgeving.
'Maar je moet mensen nooit vertellen dat ze slachtoffer zijn, zelfs al zou dat de waarheid zijn. Als jij ervan overtuigd bent dat je het slachtoffer bent van machtige krachten die je niet kunt beheersen, dan zul je je slecht gedragen. Omdat je denkt dat het zinloos is naar verbetering te streven, en omdat je altijd een excuus hebt.
    'Ik behandelde een vrouw die zei dat ze depressief was. Ik zei: u bent niet depressief, u bent ongelukkig, omdat u samenwoont met een man die fuck off op zijn voorhoofd heeft getatoeëerd en u elke avond in een kast opsluit. Ze gaf zelf ook toe dat iedereen meteen zou zien dat deze man niet deugde. Ik zei tegen haar: omdat u voor zo'n man kiest, bent u mede-auteur van uw eigen ongeluk.'

Toch heeft u ook vaak gezien dat zulke vrouwen zich bij fatsoenlijke mannen snel gingen vervelen.
'Dat heeft alles te maken met de popcultuur waarin ze leven. Ze willen de hele tijd drama, net als in een soap. Als ze in hun eigen leven geen drama produceren, raken ze snel verveeld. Een man die bloemen en chocolaatjes meeneemt, confronteert ze met de leegheid van hun bestaan. Omdat ze geen enkele intellectuele of culturele stimulans krijgen, leiden ze een heel dramatisch, maar ook heel uitzichtloos leven.'

Is dat geen erg elitaire visie? Vroeger lazen de arbeiders toch ook geen Shakespeare?
'Dat deden ze wel. Er waren mijnwerkers in Zuid-Wales die Goethe en andere moeilijke boeken lazen om aan hun zware bestaan te ontsnappen. Ik zeg niet dat het een meerderheid was. Maar ook aan de onderkant van de samenleving zagen mensen dat er iets hogers was.
    'Het is belangrijk dat mensen aan de onderkant naar een hoger niveau streven. In Engeland had je ook grammar schools (een soort gymnasia, red.). Natuurlijk ging daar slechts een klein percentage van de arbeiderskinderen naar toe, maar het was belangrijk voor een gemeen-schap. Mensen begrepen dat sommige activiteiten superieur waren aan andere.
    'Tegenwoordig is het omgekeerd. De popzanger Ian Dury walgde zo van wat hij zag als de valse beschaving op zijn school dat hij opzettelijk plat ging praten. In de naam van de authenticiteit! Dat is een heel destructieve houding. Het lagere is authentiek, het hogere is vals. Tegen de mensen aan de onderkant zeg je dan: alles wat jullie doen is prima, het is hoogste wat je kunt bereiken.'

Wat zouden we dan moeten doen?
'We moeten niet langer tegen mensen zeggen: het is oké wat je kiest. Sommige keuzes zijn helemaal niet oké. Het is niet oké om alleenstaand ouder te zijn. Kinderen van alleenstaande ouders doen het vaak slechter, zeker aan de onderkant van de samenleving. Daarom moet de samenleving zeggen: we betalen niet meer voor kinderen die buiten het huwelijk worden geboren. Ik verzeker dat je het aantal alleenstaande ouders snel zal afnemen. In de Verenigde Staten is dat tot op zekere hoogte ook gebeurd.'
    'Sommige mensen vinden dat ik klink als een moslimfundamentalist. Maar ik wil helemaal niet terug naar vroeger toen het vrijwel onmogelijk was te scheiden. Ik denk alleen dat er een middenweg moet zijn tussen de benauwende relaties van vroeger en de chaos van nu.
    'Het huwelijk van mijn eigen ouders was diep ongelukkig. Ik heb nooit goed met mijn vader kunnen opschieten. Hij was iemand die alleen dacht in termen van macht, en nooit iemand naast zich duldde. Maar vergeleken met de duizenden kinderen die ik als arts heb gezien, heb ik geen slechte jeugd gehad. Ze gaven me tenminste nog een basis, zodat ik kon ontsnappen aan een ongelukkig thuis. Mijn vader vond in elk geval dat hij plichten had tegenover mij. De vaders die ik als arts zag, waren slechts passanten.'

In uw boek schetst u een uiterst zwartgallig beeld van de samenleving. Heeft u nog enige hoop?
'Het enige wat me optimistisch stemt is dat alles wat ik tegen u gezegd heb, ook tegen mijn patiënten heb gezegd. En er werd nooit iemand boos. Ze lachten, hoe ongelukkig ze ook waren, omdat ze wisten dat ik gelijk had.'

Tussenstuk:
Kritiek op verzorgingsstaat
Theodore Dalrymple schrijft al jaren over politiek, cultuur en zijn ervaringen als arts van de onderklasse. Van 1990 tot 2005 werkte hij als psychiater in een ziekenhuis in een achterstandswijk en een nabijgelegen ziekenhuis in Birmingham. Daarnaast schreef hij columns en opiniestukken voor grote Britse kranten, het conservatieve tijdschrift The Spectator en de City Journal, het blad van de Amerikaanse neoconservatieve denktank Manhattan Institute.
    Zijn ideeën werkte hij verder uit in het boek Leven aan de onderkant, dat vorig jaar in Nederland werd gepubliceerd. Strekking in het kort: de progressieve intelligentsia heeft de mensen aan de onderkant te vaak verteld dat zij zielig zijn, het slachtoffer van een onrechtvaar-dige samenleving. Dit structurele denken berooft mensen van hun eigen verantwoordelijkheid. Ze geloven dat ze buiten hun schuld in ellendige omstandigheden terecht zijn gekomen en voelen zich niet bij machte daar iets aan te veranderen. Het boek was een bescheiden succes in de Verenigde Staten en werd ook in Nederland gezien als een interessante kritiek op de verzorgingsstaat, geschreven door iemand die de onderkant van de samenleving van nabij kent. In Dalrymple's geboorteland Engeland werd het echter niet gepubliceerd. Een recensie in The Times deed het boek af als een uiting van sociale vooroordelen.
    Zijn nieuwe boek Beschaving, of wat er van over is bestaat uit een bundeling van eerder verschenen essays over politiek en cultuur.

Schrijvend arts
Theodore Dalrymple (1949) studeerde in 1974 af als arts en werkte onder meer in Afrika, Zuid-Afrika en het Stille Zuidzeegebied. In 1990 werd hij in zijn geboorteplaats Londen psychiater in een ziekenhuis in een achterstandswijk en in een nabijgelegen gevangenis in Birmingham. Hij schreef columns en opiniestukken voor Britse en Amerikaanse periodieken.
In 2004 publiceerde hij zijn boek Leven aan de onderkant. Dit jaar heeft hij zich teruggetrokken op Franse platteland, en deze week verschijnt bij Nieuw Amsterdam de Nederlandse vertaling van zijn nieuwe boek: Beschaving, of wat er van over is. (ISBN 9046800040).


Terug naar Individualiseringsdebat  , Veeleisendheid, armen  , Sociologie, overzicht  , of naar site home .
 

Error processing SSI file