De Volkskrant, 18-09-2015, door Pablo Cabenda .2013

Voodoofactor

Dit weekend in Utrecht te zien en te horen: de speciale band tussen voodoo en muziek. Pablo Cabenda legt alvast uit waar die vandaan komt.


Tussentitel: In trance raken was niet alleen meer in contact staan met het hogere, dansen was niet meer alleen bidden

Op het Afrikafestival in het Twentse Hertme zei Peter Solo, zanger van de Togolees-Franse band Vaudou Game, het afgelopen zomer zo: 'We houden van voodoo. Voodoo is iets zoets. Ik heb het niet over de voodoo die we op de televisie zien, iets negatiefs, iets donkers, iets mystieks. Iets met, hoe noem je het...' Vervolgens maakte Solo prikkende bewegingen in een denkbeeldig poppetje. 'Dát is geen voodoo. Voodoo betekent de natuur raadplegen, de aarde, de wind het vuur en het water. Voodoo is liefde, tolerantie, vrede, muziek en trance.'

Verwacht dus op het Voodoo To Go Festival in het Utrechtse Rasa dit weekend geen doodbloedende kippen voor dubieuze offers of workshops hoe-je-geliefde-op-afstand kwaad-te-berokkenen-met-wat-spelden-en-textiel.

Voodoo To Go wil de vaak genegeerd en belangrijkste kant belichten van een religie die een tijdspanne van eeuwen en een reis van duizenden kilometers heeft overleefd. Laten zien dat wat ten onrechte gelijkgesteld werd aan de Afrikaanse variant van zwarte magie een persoonlijk natuurgeloof is met een centrale god en een pantheon aan geesten of loas. Dat de belijdenis plaatsvindt door in trance te raken van drumritmes die dienen om die loas op te roepen en bezit te laten nemen van de gelovigen. En laten zien dat leven in harmonie met deze wereld en die hierboven centraal staat.

Maar vooral ook laten horen. Want als er ooit slachtoffers zijn geweest, puur en alleen van die natuurgodsdienst, dan zijn het de mensen die zijn gevallen voor afrobeat, Surinaamse kawina en kaseko, New Orleans funk en jazz. Op het festival wordt uit de doeken gedaan hoe de muziek en zang die gepaard gaan met de ceremonieën zich met de Afrikaanse diaspora ten tijde van de slavernij heeft verspreid, ontwikkeld en vervolgens tot in de haarvaten van moderne (zwarte) muziek is doorgedrongen.

Vanavond staat op het Voodoo To Go Festival Afrika centraal met Vaudou Game (Togo), Djogbé (Benin) en een dj-set van het Nederlandse Jungle By Night. Morgen is het de beurt aan de Caraïben met Erol Josué (Haïti), Dray-ston (Suriname) en Sofritio dj Hugo Mendez. Zondag de link naar het heden met jazz met Omar Sosa (Cuba) en Fra Fra Sound (Suriname, Antillen). Het kinderprogramma biedt onder meer workshops en een seminar 'Goed en kwaad in voodoo'.


Eigenlijk is dat niet meer dan logisch. De migratie van slaven trok een spoor van landen als Togo, Benin en Nigeria - de bakermat van voodoocultuur - naar het Caraïbisch gebied en Noord- en Zuid-Amerika. Als enige bagage van de slaven maakte voodoo als een set van geloofsovertuigingen een wereldreis met diverse stops. Het schoot wortel in Haïti en New Orleans, maar ook in Cuba - waar de geografische variant santería heet. In Brazilië baarde voodoo candomblé en in Suriname de winticultuur.

Met het geloof namen de slaven ook de bijbehorende muziek mee. Gezangen en drumpatronen die allemaal specifiek zijn gewijd aan een bepaalde voodoogeest. Het meest concrete voorbeeld hoe de muziek horend bij voodoorituelen vaste voet kreeg in de nieuwe wereld, is misschien wel dat van Congo Square in New Orleans. Het is een pleintje dat nu in het Louis Armstrong Park ligt, op steenworp afstand van het latere, inmiddels verdwenen Storyville, de hoerenbuurt waar de jazz werd geboren. Congo Square was in de 18de en 19de eeuw de enige plek in de Verenigde Staten waar het slaven was toegestaan op zondag samen te komen, muziek te maken en een eigen cultuur te ontwikkelen.

De vrijheden van Congo Square kwamen niet uit grootmoedigheid van het stadsbestuur voort. De autoriteiten wilden met die ene vrijplaats juist een oogje in het zeil houden op al dat engs dat de slaven met hun 'zwarte magie' de blanke meester konden aandoen.

Togolees-Franse band onder leiding van de zanger Peter Solo. En zoals de naam doet vermoeden, steekt Solo zijn fascinatie en gehechtheid aan de religieuze cultuur van zijn land niet onder stoelen of banken. Hij bewerkte de karakteristieke zanglijnen van de rituelen. Maar waarom daar gestopt? De zanger herkende net zo goed in de funk van James Brown als de soul van Otis Redding trance-opwekkende kwaliteiten. Gecombineerd met voodoochants die hij omzette voor de blazers resulteerde dat in een energetische afrobeat die herinnert aan Fela Kuti in zijn beste dagen, inclusief de messcherpe funkscheuten.

Voodoo werd gevreesd, zelfs verantwoordelijk gehouden voor het succes van de slavenrevolutie in Haïti, die uiteindelijk in 1804 tot de onafhankelijkheid van dat land leidde. Maar met Congo Square gaf New Orleans de Afrikaanse cultuur en daarmee ook de religie een podium. Waar voodoo voorheen een geloofspraktijk was die goed beschouwd alleen deelnemers en geen toeschouwers kende, werd het voor surveillerende agenten en toegestroomd blank publiek niet minder dan een show. In trance raken was niet alleen meer in contact staan met het hogere, dansen was niet meer alleen bidden, het was ook entertainment geworden.

En zo werd in de Verenigde Staten Congo Square het vertrekpunt van waaruit voodoo zich verder in allerlei culturele uitingen impliciet of expliciet manifesteerde. De vraag-en-antwoord-zang van de New Orleans Mardi Gras Indians, de zwarte Amerikanen die in weelderige veren- en kralenkostuums tijdens de carnavalsoptochten paraderen, is een typisch West-Afrikaans verschijnsel terwijl de teksten doorspekt zijn met het creools van hun voorvaderen. Het pophitje Iko Iko van The Dixie Cups uit 1964 was oorspronkelijke een Mardi Gras-chant.

In de documentaire Divine Horsemen; The Living Gods of Haïti (1985) van de Amerikaanse experimentele filmmaker Maya Deren zijn de vlaggendragers bij een Haïtiaanse voodooceremonie te zien, die als de zogeheten flagboys bij de New Orleans Indians een plekje hebben gekregen. Ze worden zelfs genoemd in de tekst van Iko Iko.

Dan aan voodoo verwante muziek van een plek waar je dat allerminst verwacht: uit Zweden. De mannen en vrouwen van Goat zijn op het podium verstopt achter maskers en gehuld in Afrikaanse gewaden. Ze beweren dat ze uit het stadje Korpilombolo komen, dat een lange traditie van voodooverering kende nadat een witch doctor het hoge noorden had bezocht, maar uiteindelijk door christenen is verwoest. Deels gekkigheid, ook al bestaat het plaatsje Korpilombolo wel echt. Het debuutalbum werd world music genoemd omdat de band vindt dat iedereen op deze aardbol nu eenmaal wereldmuziek maakt. In de melange van fusion, pop en funk zitten steevast felle lange uitgesponnen polyritmes die geen ander doel dienen dan de band en luisteraars in hoger sferen te krijgen.


En een link met jazz? De etnomusicoloog Alan Lomax maakte in 1938 een verbale en muzikale autobiografie van Jelly Roll Morton (1890-1941). Deze jazzpatriarch werd opgevoed door zijn stiefmoeder Eulalie Echo. Zij was de voodoo-queen van New Orleans. Hij zingt in opnamen het gezang van Mardi Gras Indians zoals hij die zich uit zijn jeugd herinnerde. Precies dezelfde melodieën en teksten keren terug in een jarenzeventigalbum dat New Orleansproducer en rhythm & bluesartiest Allen Toussaint maakte met de Mardi Gras Indians-band The Wild Tchoupitoulas en The Neville Brothers.

Schrijver, scenarist en essayist Michael Ventura beweert zelfs in zijn essay Hear That Long Snake Moan dat bij cornettist Buddy Bolden (1877-1931), van wie wordt gezegd dat hij als eerste muziek speelde die als jazz werd betiteld, 'Afrikaanse metafysica werd door Amerikaanse omstandigheden gedestilleerd tot een buitengewoon soepele muzikale vorm'.

Voor Leendert van der Valk, muziekjournalist en mede-organistaor van het Voodoo To Go Festival, die onderzoek heeft gedaan naar de voetsporen van voodoo, is het evident dat de Afrikaanse religie een stevige vinger in de pap heeft van de moderne zwarte muziek, net zoals trouwens andere religies. 'Het christendom gaf richting aan gospel, wat op zijn beurt in Amerikaanse cultuur weer soul baarde. De muzikale omgeving veranderde en het woord lord werd door een zanger als Sam Cooke vervangen door baby. Wat overblijft is muziek als een seculiere eredienst voor je geliefde. Andere context, dezelfde vervoering.




Arcade Fire.
Arcade Fire. ©



Arcade Fire


In de muziek van indieband Arcade Fire zitten geen voodoo-invloeden anders dan die door de eeuwen zijn doorgesijpeld via rock ’n’ roll. Een paar jaar geleden besloot de band rechtstreeks uit de bron te drinken. Arcade Fire nam voodoodrums op als basis voor hun album Reflektor (2013). Zanger Win Butler liet in een interview met het online-musicmagazine Pitch Fork weten dat de band zich tijdens een optreden in Haïti afvroeg hoe te spelen voor een publiek dat misschien nooit The Beatles had gehoord. De groep besloot te commu-niceren op een puur ritmisch niveau. Ze namen Haïtiaanse congaspelers mee naar hun thuisbasis in Montreal én op tournee. ‘Het deed wonderen voor de ritmesectie’, aldus Butler.

Lieve Hugo (1934-1975) deed het in Suriname. Deze populaire zanger, bijgenaamd de King of Kaseko, paste ritmes toe uit de winticultuur en hulde zo het geloof - net zoals zanger Sam Cooke (1931-1964) deed -in een seculier jasje. Een Surinaamse wintidrummer wees Van der Valk erop dat in Lieve Hugo's Kodokoe Loekoe Boeng het typerende ritme van de gron-winti zit, het ritme om de grondgeesten op te roepen. 'Precies hetzelfde ritme werd eeuwen geleden op dezelfde soort drum gespeeld in Togolese voodoorituelen.'

Het grote verschil echter met het christendom is dat de invloed van voodoo op zwarte cultuur altijd onder het tapijt is geschoven of gedemoniseerd.

Van der Valk: 'Het viel me tijdens mijn reizen door Amerika op dat er nog steeds een taboe heerst op de bewering dat voodoo ook invloed heeft uitgeoefend op muziek die nu alom wordt gewaardeerd. Bij veel zwarte Amerikanen is de houding vaak dat alles uit Afrika goed is, behalve net datgene waar hun voorouders de meeste kracht uit putten: voodoo. En in de Biblebelt wordt het nog steeds als des duivels beschouwd.'

En dan hebben we het nog niet eens over de stapel hollywoodfilms die voodoo een slechte reputatie hebben bezorgd. Van White Zombie (1932), waarin Béla Lugosi als voodoomeester een man overtuigt zijn verloofde in een zombieslaaf te veranderen, naar Angel Heart (1987), waarin Mickey Rourke en Lisa Bonnet seks hebben terwijl er bloed van het plafond druipt, tot de Disney animatiefilm The Frog and The Princess (2009), waarin een New Orleans witch doctor een van de hoofdfiguren in een kikker verandert. De boodschap was: niets goeds kan uit deze duivelse, op alle niveaus verschijnende, zwarte praktijken voortkomen. Voodoo dient om pijn te doen.


Kentering

Tegenwoordig is een kentering gaande. Het imagoprobleem lijkt te verdwijnen. Niet alleen duidelijk zichtbaar bij een band als Vaudou Game, die zowel in naam als in houding openlijk zijn nalatenschap viert - en dat met vijf Fransen in de band. Ook hipsterband Arcade Fire toog naar Haïti om voor hun laatste album Reflektor voodoodrums op te nemen. In Surinaamse overheidskringen is een nieuwe openheid ontstaan rond het eigen natuurgeloof dat zijn oorsprong vindt in het moederland. Zo is de Surinaamse minister van Regionale Ontwikkeling, Edgar Dikan, vorige maand tijdens een winti-ceremonie beëdigd.

Van der Valk kan een dergelijke ontwikkeling alleen maar toejuichen. 'Het lijkt erop dat er nu zo zoetjesaan een herwaardering plaatsvindt. Het is toch eigenlijk te bizar voor woorden dat over een religie, die door miljoenen wordt beleden en die zo'n invloed heeft gehad op onze breed gedragen moderne cultuur, stiekem moest worden gedaan?'


Web:
Voodoo ten onrechte gelijkgesteld aan zwarte magie
TT:





Naar Westerse organisatie, Afrikaanse leiders , Westerse organisatie , Sociologie
lijst
, Sociologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]