De Volkskrant, 03-12-2011, door Fokke Obbema .2011

De Chinese arrogantie

Erik Izraelewicz beschreef al in 2005 de onstuitbare groei van China. De hoofdredacteur van Le Monde plaatst er zes jaar later vraagtekens bij. 'Ik vrees dat we niet bang genoeg zijn voor China.'

De fascinatie van Erik Izraelewicz, de 57-jarige hoofdredacteur van Le Monde, met China dateert uit 1990, toen hij als jong economisch journalist een eerste reis erheen maakte, in gezelschap van Franse topondernemers. De burgemeester van Shanghai troonde de delegatie mee naar een braakliggend terrein waar kantoren moesten komen. 'Hier gaan we een zakencentrum bouwen dat over tien jaar de omvang van Manhattan heeft, over vijftien jaar vijf keer Manhattan en over twintig jaar twintig keer Manhattan', vertelde hij.

'De ondernemers in ons gezelschap zeiden dat ik hem niet moest geloven, dat Chinese functionarissen wel vaker last hebben van megalomanie', vertelt Izraelewicz met een glimlach. 'Maar het zakencentrum Pudong waar we toen voor stonden, is inmiddels twintig keer Manhattan. Ongelofelijk. Vanaf dat moment ben ik er jaarlijks twee ŗ drie keer teruggegaan.'

Izraelewicz schreef in 2005 zijn eerste boek over China: Hoe China de wereld verandert. 'Ik kreeg er heel wat kritiek op van experts, die zeiden dat het economische succes kunstmatig was en dat er allerlei luchtbellen zouden gaan knappen. We zijn zes jaar verder en dat is nog altijd niet gebeurd.'

Zijn boek werd een bestseller in Frankrijk. Een Chinese vertaling volgde. 'De Chinese autoriteiten hadden de indruk met een pro-China-auteur te maken te hebben. Uiteraard ben ik als journalist niet voor of tegen China, al denk ik wel dat het voor de wereld goed is dat het land zich ontwikkelt. Aan ons de taak om met deze olifant in de porseleinkast te dansen. Met mijn eerste boek heb ik vooral een, uiteraard bescheiden, bijdrage willen leveren aan het voorkomen van overdreven angst voor China en zijn economisch succes. De wereld is niet gebaat bij sinofobie. De Chinese leiders deelden die zorg en waren zo verstandig het boek te laten vertalen.'

Nieuwe rijken

Toen eerder dit jaar zijn tweede boek De Chinese arrogantie bleek te heten, was diplomatiek China niet blij. 'Ik ben op de ambassade in Parijs gevraagd. Daar is me voorgehouden dat ik het verkeerd zag. Ze wilden wel toegeven dat er nieuwe rijken zijn gekomen die niet weten hoe het hoort en zich dus arrogant in het buitenland kunnen gedragen. Maar dat mocht ik niet het hele land verwijten.'

Dat er wel degelijk van Chinese arrogantie sprake is, baseert hij niet op ervaringen met Chinezen zelf. 'In directe contacten zijn ze inderdaad eerder tot bescheidenheid en hoffelijkheid geneigd: 'We zijn nog maar een ontwikkelingsland, we hebben tijd nodig', hoor je heel vaak.'

Maar die bescheiden houding heeft zijn langste tijd gehad, is de vaste overtuiging van Izraelewicz, na gesprekken met westerse politici, topmannen en China-experts. 'Het was heel opvallend dat ze me vrijwel allemaal zeiden: schrijf het niet aan mij toe, maar ze worden echt arrogant. In vergelijking met vijf jaar geleden is het klimaat aanzienlijk veranderd.'

Het economisch succes vormt hiervoor een voorname verklaring. Maar Izraelewicz schetst een complexer beeld. Achter de Chinese arrogantie gaat ook angst en onzekerheid schuil, over het in zicht komen van de grenzen van hun groeimodel. 'De Chinezen zijn erg intelligent. Ze hebben ons echt niet nodig om de eigen problemen te zien. Die kennen ze beter dan wij.' Hij haalt premier Wen Jiabao aan die een harder oordeel over zijn economie gaf dan westerse leiders over hun land zouden aandurven. Hij noemde de Chinese economie 'onstabiel, onduurzaam, ongecoŲrdineerd en onevenwichtig'.

De arrogantie ondervinden westerse multinationals in China aan den lijve - ze krijgen steeds grotere weerstand, omdat de Chinezen menen het wel zelf af te kunnen. Izraelewicz schetst een ontnuchterend beeld van hun prestaties. Grootmachten als zoekmachine Google, tv-magnaat Rupert Murdoch en telecombedrijf Vodafone besloten de grootste markt ter wereld geheel te verlaten - hun fanatieke pogingen, inclusief concessies op censuurgebied, ten spijt. Murdoch kocht zelfs een villa in de buurt van de Verboden Stad, hartje Peking, onthaalde er leden van het Politburo en trouwde een Chinese vrouw. Het mocht allemaal niet baten.

'De arrogantelingen van het westerse zakenleven hebben in China hun meerderen gevonden', schrijft Izraelewicz - een citaat waar hij weer van harte om kan gniffelen als het hem wordt voorgehouden. De observatie roept de vraag op of een algehele aftocht het westerse bedrijfsleven op termijn te wachten staat.

Opkomende markten

Als antwoord verhaalt Izraelewicz over zijn ontmoeting met Jeffrey Immelt, de topman van multinational General Electric (GE), het Amerikaanse conglomeraat dat zowel elektriciteitscentrales als medische apparaten maakt, en nog veel meer. Immelt praatte in de zomer van 2010 zijn frustraties over zakendoen in China van zich af tijdens een diner met Italiaanse topmannen. Nog nooit was de Chinese markt in de afgelopen 25 jaar zo moeilijk geweest, klaagde hij. Misschien moest GE zich maar op opkomende markten als BraziliŽ en India gaan concentreren.

Die klaagzang kwam bij Italiaanse journalisten terecht en een schandaal was geboren. De persdienst van Immelt wrong zich in alle bochten om het verhaal te ontkennen. 'Uiteraard was het wel waar. Toen ik hem vorige maand tegenkwam, vertelde hij dat hij meer dan driehonderd felicitaties van ondernemers had gekregen die zich in zijn verhaal hadden herkend', vertelt Izraelewicz met smaak.

Dat zaken doen in China nu zo veel moeilijker is dan nog maar vijf jaar geleden, vindt Izraelewicz 'normaal'. Een groter marktaandeel voor Chinese bedrijven als streven van de regering kan toch niet verbazen. 'Neem hun automarkt, de grootste en de snelst groeiende ter wereld. Westerse bedrijven hadden daar vijf jaar geleden maar liefst 80 procent van. Wanneer dat over een jaar of vijf nog maar 30 of 40 procent is, lijkt me dat niet gek.' In zijn boek voorspelt hij dat het nog onbekende Chinese merk Cherry op termijn de opvolger van Ford en Toyota wordt. Kortom: voor sommige westerse ondernemers mag de Chinese markt nu nog een eldorado zijn en de investeringen mogen nog enorm zijn (een record van 100 miljard euro in 2010), op de langere termijn acht hij succes onzeker: 'Het wordt in ieder geval steeds moeilijker.'

De toenemende Chinese arrogantie doet zich ook op politiek vlak voor. De gang van zaken tijdens de klimaattop in Kopenhagen, eind 2009, sprak al boekdelen: een Chinese onderminister diende de Amerikaanse president Obama unverfroren van repliek en hield een beter akkoord tegen.

Nu de vraag voorligt of China Europa te hulp gaat schieten, ziet Izraelewicz wederom tekenen van arrogantie. Zo betwijfelt de baas van het grootste Chinese investeringsfonds, CIC, of een hulpactie een goed idee is, omdat Europeanen zo 'lui' zijn.

Gezamenlijke vuist

Wat kan Europa daar tegenover stellen? In ieder geval meer eenheid, meent de Fransman. Nationale belangen spelen niet alleen de hoofdrol in de eurocrisis, maar ook in relatie tot China. Een anekdote over Nicolas Sarkozy is wat dat betreft komisch, treurig en veelzeggend. Toen Sarkozy in 2007 nog presidentskandidaat was, raadpleegde hij een tiental China-experts en concludeerde uit hun opmerkingen dat zijn eerste, presidentiŽle reis naar Peking in gezelschap van zijn Britse en Duitse collega zou moeten zijn. Een gezamenlijke vuist zou de Chinese leiders duidelijk maken dat er een einde aan de Europese verdeeldheid zou komen. 'Maar toen Sarkozy uiteindelijk ging, was hij in gezelschap van zijn moeder en zijn zoon! Dan spelen de nationale belangen op en denkt hij toch als Franse president invloed te hebben. Ten onrechte.'

Kan het in Europa nog anders lopen? De huidige eurocrisis helpt in ieder geval niet. In de ogen van de Chinese leiders illustreert dit vooral dat 'het Oude Continent echt oud begint te worden', meent Izraelewicz. 'Door de eurocrisis zullen ze zich gaan afvragen: hebben we ze eigenlijk wel nodig? Ze zullen redeneren: natuurlijk vormen de Europeanen een markt voor ons en ze hebben technologie, maar ze zitten ook vast, vergrijzen en innoveren minder snel.'

Grote investeringen van China in Europa zullen nu minder snel plaatsvinden, verwacht hij. Dat gaat al jaren niet erg vlot. 'Het ontwikkelt zich veel langzamer dan ik een aantal jaar geleden dacht. De Europese markt blijkt moeilijk voor hen te zijn'.

Het angstbeeld dat Europa wordt opgekocht, is in de media al vaak opgeroepen, maar nog verre van bewaarheid. 'Juist het omgekeerde dreigt, het uitblijven van Chinese investeringen. Dat is een zorg die ik in ondernemerskringen hoor. Investeren betekent nieuwe activiteit, banen. Het uitblijven ervan is mogelijk erger dan opgekocht worden.'

Op termijn vreest hij een wereld waarin een tweedeling optreedt. Met de opkomende economieŽn in AziŽ, Afrika en Latijns-Amerika aan de ene kant en het Westen aan de andere kant. 'Europa telt daarin steeds minder mee. De Chinezen kiezen dan voor landen in Afrika en Zuid-Amerika. Dat risico lopen we.'

Een krachtig Europa dat aan de nieuwe grootmacht tegenspel kan bieden, is zijn toekomstideaal: 'China is in mijn ogen het voornaamste argument voor een verenigd Europa.' In onderhandelingen moet een Europees blok in staat zijn te verhinderen dat bestaande onevenwichtigheden verergeren. Het principe van de vrijhandel dateert uit een periode dat een economische macht die door zijn omvang en zijn politieke organisatie van een geheel andere orde is, er nog niet was'.

De Chinese staat helpt het eigen bedrijfsleven op ongekende schaal, terwijl in het Westen de staat juist afstand van het bedrijfsleven heeft genomen. Hij verwijt de Chinezen hun opstelling niet. 'Dat bieden van hulp hebben wij ook in het begin van onze industriŽle ontwikkeling gedaan.' Maar Europa moet zichzelf er wel tegen beschermen via een krachtig gemeenschappelijk industrie- en milieubeleid.

De 'persoonlijke hoop' van Izraelewicz is dat China dezelfde rol gaat vervullen als de Sovjet-Unie na 1945. 'Uit angst voor een externe bedreiging kan Europa tot integratie besluiten, zoals dat in de naoorlogse periode ook is gebeurd. Maar ik vrees dat we nog niet bang genoeg voor China zijn'.



Naar Cultuur, gelijkheid , Albanese cultuur , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]