De Volkskrant, 18-10-2011, van correspondent Hans Moleman .2011

China tobt met gebrek aan innovatieve geesten

Waar blijft de Chinese Steve Jobs?

Het overlijden van Apple-voorman Steve Jobs heeft in Shanghai, Peking en Shenzhen een gevoelige kwestie opgerakeld: waar blijft de Chinese Jobs? In dertig jaar heeft China zich wel opgewerkt tot fabriek van de wereld, maar de logische volgende stap - zelf innovatieve spullen bedenken en in de markt zetten - gaat uiterst moeizaam.

Hoe komt dat? Kunnen Chinezen alleen maar kopiŽren? Nee, daar ligt het niet aan. China heeft een rijke historie als het gaat om uitvindingen. Eeuwen geleden waren Chinese schepen de beste van de wereld en zo zijn er tientallen voorbeelden te vinden van vernieuwend technisch vernuft, made in China. Het is alleen allemaal wel lang geleden.

Volgens opiniemakers als Kai-fu Lee, ex-chef van Google in China, ligt het aan het onderwijssysteem, dat te veel nadruk zou leggen op stampen, wat kritisch denken ontmoedigt. Haal een slimme Chinees uit dat systeem en het lukt wel, is zijn betoog: kijk maar naar Yahoo-pionier Jerry Yang en YouTube-oprichter Steve Chen, die in het westen veel meer konden bereiken.

Volgens Qiu Lin, een investeringsanalist die voor het kritische weekblad Caijing schrijft, is er meer aan de hand. Innovatie blijft achter omdat China uitvindingen slecht beschermt, omdat Peking staatsondernemingen voortrekt en omdat veel Chinezen liever kuddegedrag vertonen dan de kop boven het maaiveld uit te steken.

De kans dat dit snel verandert, wordt niet hoog ingeschat, blijkt uit een online opiniepeiling die na het heengaan van de Apple-icoon werd uitgevoerd. Minder dan 10 procent van de deelnemers denkt dat er binnen twintig jaar in China zelf een Jobs-type doorbreekt.

Het kan wel, zegt Qiu. Maar dan dient China af te kijken hoe het bijvoorbeeld in CaliforniŽ, de geboorteplaats van Apple, toegaat. Daar word je niet snel met de nek aangekeken als je een buitenbeentje bent, je hoef niet bang te zijn dat je vondst al na een paar dagen straffeloos wordt nagemaakt. Ook belangrijk volgens Qiu: het dagelijks leven is er relaxter, waardoor mensen eerder dingen doen die ze gewoon leuk vinden, zoals in een garage met een paar vrienden wat aanklooien met een rare start-up.

Jobs had zo de ruimte om zijn intuÔtie te volgen, en dat leidde tot lifestyleproducten die complete industrieŽn veranderden. Qiu: 'Dat is misschien het grootste verschil. Chinese bedrijven baseren hun beslissingen geheel op het volgen van de trends onder consumenten. Ze durven niet te pionieren, omdat ze het risico van pijnlijke verliezen willen mijden. Ze laten anderen voorop lopen en haken razendsnel in als een product succesvol is.'

De investeringsanalist noemt de dominantie van de Chinese staat ook een zwaar blok aan het been. 'Apple had geen staatssteun nodig om het meest waardevolle bedrijf op aarde te worden.' In China is geen markteconomie, want de staatsbedrijven beschikken over een soort bestuurlijk monopolie dat vernieuwing tegenhoudt en particulier initiatief belemmert.

Ook binnen de staatssector is het probleem benoemd, door Qian Xuesen, de inmiddels overleden pionier van Pekings ruimtevaartprogramma. 'Waarom is China niet in staat uitnemend talent te cultiveren?' vroeg veteraan Qian zich af.

Het is misschien maar goed dat Steve Jobs deze week niet in Chinese winkels kan kijken. Daar liggen iPhone4-covers met zijn beeltenis, razendsnel gemaakt in sweatshops nadat het nieuws doorkwam dat de Apple-man was overleden. Amper vernieuwend, maar snel is het wel.



Naar Cultuur, gelijkheid , Albanese cultuur , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]