De Volkskrant, 19-11-2011, door Fokke Obbema .2011

Interview: George Walden

George Walden ervoer als Brits diplomaat hoe buitenlanders in China als barbaren en vijanden worden gezien. 'Voor de kenniseconomie heeft China vrije denkers nodig en dat gaat niet samen met een autoritair systeem. Dat moet zich transformeren, maar dat gaat wel veel langer duren dan wij zouden willen.'

Tussentitel: Toenemend zelfvertrouwen krijgt een sterk nationalistische ondertoon

Het goede nieuws: na eeuwenlang angsten en droombeelden te hebben geprojecteerd, beginnen Europeanen 'voor het eerst' een realistisch beeld van China te krijgen. Het slechte nieuws: Europa heeft gegronde redenen de Chinezen te vrezen. Vanwege hun verscholen superioriteitsgevoel, hun toenemende economische kracht en hun gevoel door het Westen te zijn vernederd. 'Het is een illusie te denken dat wij hen voor kunnen blijven. En we hoeven niet op hun sympathie te rekenen.'

Aan uitgesproken opvattingen geen gebrek bij de Brit George Walden, de 72-jarige oud-diplomaat en oud-minister voor hoger onderwijs onder Margaret Thatcher. Geholpen door zijn beheersing van het Chinees, Russisch en Frans geldt hij als een kenner van China, het land waar hij als jonge diplomaat in de hoogtijdagen van de Culturele Revolutie terechtkwam. Hij ervoer aan den lijve hoe een buitenlander als barbaar en vijand wordt beschouwd. Een wereld van verschil met het doorgaans vriendelijke welkom dat westerlingen nu wacht. Walden heeft het allebei meegemaakt. In zijn geestige, persoonlijke en meeslepende boek China - A Wolf In The World? poogt hij beide episodes met elkaar te rijmen. Tot zijn favoriete bÍte noire ontpopt zich de Franse filosoof Jean-Paul Sartre. Die dweepte met het maoÔsme 'zonder zich in China te willen verdiepen' en mat met twee maten, zo ergert Walden zich.

Hij ontvangt in een onopvallend rijtjeshuis in de Londense wijk Chelsea. Dat hangt vol met Aziatische kunst, oud en nieuw. Daaronder ook een afbeelding van de jonge Mao. Opvallend, want in zijn boek wordt de Grote Roerganger als een grotere massamoordenaar dan Hitler neergezet. Die laatste krijgt toch ook geen plaatsje aan de muur? Walden schiet in de lach: 'Kennelijk ontkom ook ik er niet helemaal aan met twee maten te meten.'

De opkomst van China leidt tot nogal wat angst: werknemers die voor hun baan vrezen, politici voor verlies aan invloed en zakenlieden voor oneerlijke concurrentie. Zijn al die angsten wel terecht?
'Jazeker. We hebben lang neergekeken op China, dat haast opzettelijk met zijn ontwikkeling achterbleef, omdat het zich afkeerde van de rest van de wereld. Wij projecteerden er onze fantasieŽn op, wat al in de dertiende eeuw begon met de verhalen van Marco Polo en wat later een vervolg kreeg bij Voltaire. Die prees China de hemel in zonder er geweest te zijn. In dat rijtje past ook Sartre, die het land maar ťťn keer bezocht, maar wel de Nieuwe Mens loofde die er zou ontstaan.

'Nu China zich voor de wereld heeft geopend, krijgen we eindelijk een realistischer beeld en komen alle talenten van het land weer naar voren. Het Westen krijgt steeds meer te maken met serieuze concurrentie, waar het zo lang van gespeend is gebleven. Ik zie geen enkele reden waarom de Chinezen straks niet ook uitstekende auto's of vliegtuigmotoren produceren. Dat betekent concurrentie op producten met een hoge toegevoegde waarde, het terrein waarop Europa zich juist wil onderscheiden. Chinezen zijn verder erg goed in financiŽle zaken, op dat vlak gaan ze ook flink concurreren, zie nu al de opmars van Hongkong en Shanghai als financiŽle centra. Het Europese verlies aan banen zal doorgaan, en dan niet alleen in de textiel. En het zal ook niet lang duren of er vaart een Chinees oorlogsschip door de Middellandse Zee. Dat is het soort vertoon dat bij hun economische macht hoort. We zullen onze vermeende superioriteit vaarwel moeten zeggen en aan de slag moeten.'

Zijn het niet vooral de Chinezen zelf die zich superieur voelen, dankzij hun economische successen? Of kijken ze toch met een zekere bewondering naar het Westen en al die bekende wereldmerken die ze liever kopen dan Chinese spullen?
'Russen hebben een minderwaardigheidscomplex, maar Chinezen hebben daar beslist geen last van. Hun consumptiegoederen mogen nog niet van topkwaliteit zijn en dat mag enige jaloezie tot gevolg hebben, maar dat is slechts een kwestie van tijd - een Italiaanse handtas kan nu nog wel beter zijn, maar de Chinezen twijfelen er niet aan dat ze die achterstand gaan inhalen.

'Ze zijn onvergelijkbaar met enig ander volk ter wereld vanwege de machtige, indrukwekkende beschaving die ze hebben gehad. Hun geheel eigen geschiedenis geeft hen ook wel redenen om zich superieur te voelen. En zich arrogant te gedragen, daarvoor is nu meer reden dan op enig moment sinds het begin van de negentiende eeuw. Jegens het Westen speelt ook het gevoel van vernedering mee, als gevolg van het destijds in bezit nemen van China. Dat is zeker nog niet weg.

Met het economisch succes zie je dat het toenemende zelfvertrouwen een sterk nationalistische ondertoon krijgt. Waarom zouden ze in de rest van de mensheid willen opgaan? China mag dan wel lid geworden zijn van allerlei internationale organisaties, maar die afstandelijke grondhouding jegens de buitenwereld verlies je niet zomaar.'

Zakenlieden en soms ook politici in het Westen spreken tegenwoordig opvallend positief over het Chinese systeem, omdat het zo effectief en besluitvaardig is.
'Dat is wat de Fransen de tentation totalitaire, de totalitaire verleiding, noemen: waarom hebben wij niet iemand aan de macht die beslissingen neemt? Het is de hang naar autoriteit en orde - China dat zou aantonen dat democratie niet deugt. Dat is werkelijk complete onzin. We hebben geen alternatief voor ons imperfecte systeem dat op nog minder perfecte mensen is gebouwd. De gedachte dat hun systeem iets voor ons zou kunnen zijn, zie ik als een voortzetting van de fantasieŽn die China nog altijd bij ons weet op te wekken.

'Ik ontwaar er ook een onderliggend racisme tegenover Chinezen in. Het is een bot standpunt, maar voor de ongeÔnformeerde westerling zien ze er hetzelfde uit en zijn er heel veel van. De zakenlieden die zo positief over het Chinese systeem redeneren, geven niet om de Chinese arbeiders, die daaronder lijden - denk aan het enorme aantal doden in de kolenmijnen ieder jaar. De Chinezen worden dus niet als individuen beschouwd door dit soort zakenlieden, een mensensoort die als weinig delicate zielen geldt. Dat hebben ze trouwens gemeen met de linkse intellectuelen die Mao zo geweldig vonden en voor wie de miljoenen doden niet telden. Waren het miljoenen Fransen geweest dan had iemand als Sartre daar vast wat anders tegenaan gekeken.'

Maar de Chinezen zelf hebben ook moeite de rechten van het individu te erkennen - een mensenleven telt voor hen minder dan voor ons. Zie recent het tweejarige meisje dat werd aangereden op straat en niet werd geholpen.
'Inderdaad zit daar een probleem - Mao overwoog zelfs ooit Chinezen getallen in plaats van namen te geven! Het communisme heeft een morele verwoesting veroorzaakt. De vorm van kapitalisme waar de Chinezen voor hebben gekozen, houdt daar rechtstreeks verband mee. Beide zijn onmenselijk. Het individu telt nauwelijks.

'Toch zie ik ook vooruitgang. Wanneer Ai WeiWei - in mijn ogen geen groot kunstenaar, maar wel een dappere man - wordt opgesloten, reageren sommigen alsof dit enig verband met maoÔstisch China houdt. Maar veertig jaar geleden zou hij zonder vorm van proces allang zijn doodgeschoten. Mao kon doen wat hij wilde, maar dat geldt helemaal niet meer voor de huidige Chinese leiders. Die moeten heel voorzichtig zijn, een economie runnen en met de publieke opinie rekening houden. Zij zijn geen schoften, maar politici die binnen smalle marges moeten opereren.

'Dat zij niet meteen de democratie invoeren, begrijp ik wel. Dat zou ik in hun positie ook niet doen. Ik denk dat hun duale stelsel van een autoritair systeem met kapitalisme het uiteindelijk niet zal redden. Voor de kenniseconomie die hen voor ogen staat, heb je vrije denkers nodig en dat gaat niet samen met een autoritair systeem. Dat zal zich moeten transformeren, maar dat gaat wel veel langer duren dan wij als democraten zouden willen.'

Welke impact op de Chinese samenleving verwacht u van internet en van het feit dat Chinese studenten massaal in het Westen studeren?
'Dat zijn zeker hoopvolle ontwikkelingen. Ik ben ook relatief optimistisch. Wie veertig jaar geleden had voorspeld dat China staatscontrole met kapitalisme zou gaan combineren, zou voor een al te grote optimist zijn versleten. Het was ondenkbaar, toch is het gebeurd.

'Tegelijkertijd denk ik dat je de impact van vijfduizend jaar geschiedenis niet moet onderschatten. Juist omdat de kern daarvan een desinteresse voor het westen was. Dat is diep geworteld. Net als hun vernedering uit de negentiende eeuw. Als wij straks vragen of ze iets niet willen produceren omdat er anders 500 duizend mensen hier hun baan verliezen, hoeven we niet op al te veel sympathie rekenen.'

 

George Walden: China - A Wolf In The World? Gibson Square; 304 pagina's; ca Ä 12,-.
ISBN 978 1 9061 4217 9.

 

Tussenstuk:
George Walden

1939

geboren in Londen.

1962 - 1983

diplomatieke dienst. Gestationeerd in onder meer Moskou, Hongkong, Peking en Parijs.

1983-1997

lid Lagerhuis voor de Conservatieve Partij.

1985-87

minister van hoger onderwijs.

1997-2011

columnist in The Times, Daily Telegraph, Evening Standard.



Naar Cultuur, gelijkheid , Albanese cultuur , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]