De Volkskrant, 28-12-2012, van verslaggeefster Irene de Pous IRENE DE POUS − 28/12/12, 00:00
.2011

'Waarom zou je de moordenaar niet vergeven?'

Zes jaar geleden werd Marinus Ooms door drie twintigers in zijn huis om het leven gebracht. Broer Peter en zus Wilke worstelden jaren met hun emoties. Onlangs spraken ze een van de daders. Nu pleiten ze voor meer begrip voor criminelen.


Tussentitel: Ik ben naar alle zittingen geweest en hoe langer ik de zaak volgde, hoe meer ik het idee kreeg: die jongen heeft ťcht spijt
Wat win je met vergeldingsdrang? Bitterheid? Haten is zonde. Want dan is jouw leven verloren, dat van je broer en dat van de daders. Alleen maar verliezers

Op vrijdag 10 augustus staan Peter Ooms en zijn zus Wilke op het punt een van de jongens te ontmoeten die zes jaar eerder hun broer op brute wijze van het leven beroofden. Wilke: 'We stonden voor de penitentiaire inrichting en ik dacht: ik doe het niet. Ik wil niets meer te maken hebben met dit alles. Maar Peter zei: we gaan, we hebben nou dit hele kolere eind gereden.'

Peter: 'Het was alsof onze broer ons een duwtje in de rug gaf. Ga dit maar regelen met zijn tweeŽn. Als sociaal werker hielp hij altijd mensen vooruit.'

Peter Ooms, uit het Overijsselse Heino, werkt in een distributiecentrum van Albert Heijn. Wilke Cornelese woont in het Gelderse Varsseveld. Ze is thuishulpmedewerker. De kiem voor het gesprek ligt bij een korte ingezonden brief van hen aan de Volkskrant over een verkiezingsposter van de VVD waarop te lezen valt: 'Meer straf en minder begrip voor criminelen.'

In de brief vertellen ze over de ontmoeting met een van de moordenaars van hun broer. 'Deze ontmoeting heeft ertoe geleid dat wij weer in de kracht en de toekomst van deze man geloven', schrijven ze. 'Er hoeven niet nog meer mensenlevens kapot te gaan.' En aan het eind: 'Geef ons maar een partij die ook criminelen een kans kan en wil geven.'

Ogenschijnlijk nuchter en met een bijna onophoudelijke woordenstroom vertellen Peter en Wilke in de drie uur die volgen hun verhaal.

De moord
In de nacht van zondag 8 oktober 2006 rijden drie jongens van begin 20 van Amsterdam naar het Friese dorpje Haulerwijk. Gewapend met een alarmpistool, tiewraps en een mes gaan ze het huis binnen van de 51-jarige sociaal werker Marinus Ooms. Ze lopen direct naar zijn slaapkamer en vragen hem om zijn geld. Ze bedreigen hem, binden hem vast en een van hen steekt een mes in zijn rug. Met een portefeuille, een rijbewijs en 50 euro maken ze zich uit de voeten. Ooms overleeft de messteek niet.

In maart, vijf maanden na de moord, zien Peter en Wilke de verdachten voor het eerst. Peter: 'Toen zat ik met zo veel adrenaline in mijn lijf. Zo van, wie heeft het recht mijn broer wat aan te doen? Er waren momenten dat het goed was dat er een rechercheur naast me zat, als je begrijpt wat ik bedoel. 'Ik knijp je een keer hier, Peter, in je monnikskapspier en ik knijp je in je knie en je blijft gewoon rustig zitten.' Het was een mogelijkheid van twee stappen en ik had de daders op hun stoel achter in hun nek kunnen slaan.'

Wilke: 'Ik voelde bij die eerste zitting alleen verdriet. Het duurde 13 uur, dus je hebt veel tijd om na te denken. Ik kreeg medelijden met iedereen, ook met de familie van de hoofddader. Ik zag zijn broertje en dacht, wat komt er van jou terecht, jochie? En de ouders, die toch naar eer en geweten een kind hebben groot gebracht, hoeveel verdriet moeten zij hebben?

'Op het laatst kreeg ik zelfs medelijden met de rechter. Die man moest er ook maar 13 uur zijn aandacht bij houden. Ik zag een rechtszaal vol verliezers, maar ik voelde niet dat het over mij ging. Als Marinus in het criminele circuit had gezeten of autoraces deed, dan wist ik dat hij risico's opzocht. Maar dit kon niet. Hij had gewoon in bed gelegen.'

In april 2008 worden de drie jongens veroordeeld tot 10, 15 en 18 jaar celstraf. De langste straf is voor de jongen die de messteek toebracht. De lichtste straf voor de jongen die er op het laatste moment als chauffeur was bijgevraagd. Aanvankelijk zou hij in de auto wachten, maar omdat hij de twee anderen niet vertrouwde bij het verdelen van de buit was ook hij naar binnen gegaan.

De rechter houdt alledrie de jongens verantwoordelijk voor de moord. De overval was gezamenlijk voorbereid, waarbij van tevoren duidelijk was dat geweld niet zou worden geschuwd.

Direct na de uitspraak vraagt de 'chauffeur' via zijn advocaat om een gesprek met de familie. Peter: 'Die jongen betuigde bij de eerste zitting al spijt. Veel stotteren, veel huilen. Eerst kijk je dat aan...'

Wilke: 'Krokodillentranen, denk je dan.'

Peter: 'Maar ik ben naar bijna alle zittingen geweest en hoe langer ik de zaak volgde, hoe meer ik het idee kreeg: die jongen heeft ťcht spijt.'

Toch stemmen ze niet in met een gesprek. Want op hetzelfde moment gaan alle veroordeelden in hoger beroep. Peter: 'Wat wil je dan? Spijt betuigen en tegelijkertijd in hoger beroep, waardoor het voor ons nog langer duurt voor we er een punt achter kunnen zetten.'

De zaak sleept daarna nog jaren voort. Steeds moet er nieuw bewijs worden verzameld, onderzoek heropend, getuigen opnieuw verhoord. Ondertussen reist Peter voor bijna alle zittingen naar Leeuwarden, ook voor de zogenoemde regiezittingen. Soms staat hij na tien minuten weer buiten.

Peter: 'Ik ging eraan onderdoor.'

Wilke: 'We hebben allebei wel momenten gehad dat je denkt: van mij hoeft het niet meer.'

Peter: 'Door gesprekken met mijn zus ben ik gaan inzien dat het zo niet verder kon. Als je die haat blijft houden, kunnen we je straks opdweilen, zei ze. Het heeft al genoeg negatieve energie gekost. Ik moest proberen de zaak wat meer los te laten.'

Wilke: 'Wat win je met vergeldingsdrang? Bitterheid? Haten is zonde. Want dan is jouw leven verloren, dat van je broer en dat van die daders. Alleen maar verliezers.'

Een keerpunt komt voor Peter tijdens het hoger beroep, dat afgelopen voorjaar diende. Hij maakt gebruik van zijn spreekrecht en leest een brief voor aan de daders. 'Dat moest vanuit het publiek. Ik stond op vijftien meter afstand van de daders, zonder microfoon. Kijk eens wat je hebt aangericht, wilde ik ze zeggen.'

'Er zaten twee heren bij die het niet raakte. Maar de derde draaide zijn stoel 180 graden en keek mij recht aan. Dat ik na vijf regels in tranen uitbarstte en een kennis van mij het moest overnemen, doet niet ter zake. Hij was de enige die de moeite nam mij aan te kijken en te horen wat ik te zeggen had.'

Dat was het moment dat ze besloten in te stemmen met een gesprek. Wilke: 'Ik zei: laten we het dan ook snel doen. Dan kunnen we het achter ons laten.'

De ontmoeting
Op vrijdag 10 augustus stappen Peter en Wilke de penitentiaire inrichting binnen. Peter: 'Het was een steriel gesprek van ongeveer een uur, we dronken geen koffie of water. We zaten tegenover elkaar aan een kleine tafel. We hadden van tevoren bedacht elkaar gewoon te tutoyeren en hem een ferme handdruk te geven. Daarmee geef je iemand een stukje vertrouwen.'

'De eerste tien minuten heeft hij vooral zitten snotteren, hij zei niet veel. Toen hebben we over hem gepraat. Jongen, wat wil je eigenlijk gaan doen met je leven?

Afgesproken was dat het niet over het misdrijf zelf zou gaan. Wilke: 'Natuurlijk hebben we vragen. Hoe heeft het kunnen gebeuren? Wat is er precies gebeurd? Maar stel dat hij dingen zou vertellen die ik nog niet wist, dan gaat alles weer open. Ik heb wel gewoon mijn werk.'

Peter: 'En je weet niet hoe de emoties lopen. We zaten tegenover elkaar aan een tafel.'

Als het gesprek toch op het misdrijf komt, is de enige vraag die ze stellen: had je niets kunnen doen? Nee, luidt het antwoord, ik schrok ook. Ik stond erbij en kon er niets meer aan doen. Wilke: 'Toen heb ik gevraagd hoe het met zijn ouders is.'

Peter: 'Spijt is zacht uitgedrukt voor wat die jongen voelde.'

Wilke: 'Tegenover ons zat een man die met de minuut kleiner werd. Ik dacht: wat jij in je leven nog moet meemaken... Hij heeft het beeld van mijn broer voor ogen. Wij zijn in het huis geweest nadat het bloed was verwijderd met blauwe vloeistof. Nou, die vloeistof zat overal. Je hebt weinig fantasie nodig om voor je te zien wat daar is gebeurd. Maar hij heeft het echt gezien. Hij raakt dat beeld de rest van zijn leven niet meer kwijt.'

Peter: 'Die straf gaat ook na die 10 jaar cel door.'

Wilke: 'Ik heb gezegd: ik hoop dat het goed met je gaat, maar vergeven kan ik je niet. Hij antwoordde dat hij ook geen vergeving verwachtte. Ik worstelde daarmee, want ik wilde hem een tweede kans geven, maar hij heeft wel iets vreselijks gedaan. Ik ben mijn broer kwijt en die krijg ik niet terug.'

Peter: 'We gingen de gevangenis uit en er stonden in mijn ogen drie andere mensen. Twee buiten en een binnen.'

Na het bezoek twijfelt Wilke over haar dubbele boodschap van niet kunnen vergeven, maar wel willen bemoedigen. Uiteindelijk besluit ze samen met Peter nog een brief naar de jongen te sturen, dat ze hem ook vergeven. Peter: 'We hebben de advocaat gevraagd ook een kopie naar zijn ouders te sturen, dat die weten dat Wilke en Peter hier klaar mee zijn.'

Wilke: 'We vergeven hem niet wat er is gebeurd, dat kan niet. Maar misschien zijn aandeel. Deze knul heeft spijt betuigd en wil oprecht iets maken van zijn leven. Het is niet aan ons dat niet toe te staan.'

Rond diezelfde tijd stopt er bij Wilke voor de deur in Varsseveld een auto. Een dame van de VVD stapt uit en hangt een verkiezingsposter op met de tekst: 'Meer straf en minder begrip voor criminelen.' Wilke belt witheet haar broer op. 'Wat weet zo'n vrouw van gedetineerden? Dit is toch pure onderbuik? We leven toch niet in een bananenrepubliek?'

'Wij waren net in de gevangenis geweest,' zegt Wilke nu. 'Mensen zeggen dat gevangenen het beter hebben dan bejaarden. Maar je kunt nog zo veel televisie en internet hebben, die deur zit wel dicht. Dat voelden wij heel sterk.'

Peter: 'Die jongens mogen vier van de 24 uur iets doen in de gevangenis, verder zitten ze duimen te draaien. Straks komen ze vrij, enkeltje Amsterdam en daar staan de kameraden weer klaar. Wij hebben gezien hoe belangrijk het is die mensen handvatten te geven om iets van hun leven te maken.'

Wilke: 'De maatschappij kan niet iedereen laten vallen die haar niet aanstaat. Iedereen verdient een tweede kans om weer een leven op te bouwen.'

Vanuit deze overtuiging schrijven ze een brief naar de Volkskrant, waarin ze ervoor pleiten niet te bezuinigen op 'gedetineerden'. 'Wat mij betreft had hun brief op de voorpagina mogen staan', reageert een lezer een dag later. 'Als iedereen zo'n groot hart zou hebben dan komt het wel goed na 12 september.'

Maar in hun directe omgeving stuit hun actie op veel onbegrip. Wilke: 'Mensen zeggen: ik zou ze niet vergeven, ik zou ze zelf doodslaan. Iemand vroeg zelfs: hield je wel van je broer?' (Ze valt even stil.) 'Dat heb ik op me laten inwerken.'

Niet dat ze een moment twijfelde aan de liefde voor haar broer, haast ze er aan toe te voegen. 'Maar ik ging twijfelen aan de manier waarop ik reageer. Maar ik sta voor mijn overtuiging. Je moet als maatschappij investeren in de rehabilitatie van deze mensen. Deze jongen moet na zijn straf hoe dan ook verder. Als hij 80 wordt, heeft hij nog meer dan 50 jaar te gaan. Hij was optimistisch over het vinden van een baan. Maar probeer maar aan de bak te komen als je moet uitleggen waar je de afgelopen tien jaar bent geweest. Wat als het hem tegenvalt?'

Peter: 'Mensen kunnen het zich niet voorstellen dat wij dit hebben gedaan. Maar het is voor ons een kans geweest hem een zetje te geven om wat van zijn leven te maken.'

Ook over dit artikel zullen mensen wel weer een oordeel hebben, zegt Wilke. 'Wat ze over mij denken, maakt me niet meer uit. Maar ik hoop dat mensen meer gaan nadenken voor ze een ander veroordelen. Dat ze wat meer begrip voor elkaar kunnen opbrengen. Het is te makkelijk om iedereen tuig te noemen.'


 

IRP:   waarom wel? En: de andere twee hadden het niet . En: uit Amsterdam: Marokkanen en/of antillianen

Leven van de daders verloren ...???
 


Naar PC club, Middendorp , PC club , Politiek lijst , Media lijst , Politiek & Media overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]