De Volkskrant, 29-09-2016, door Martijn Dekker, is politiek antropoloog en doceert conflictstudies aan de UvA.

.2010

Universiteit moet de ongelijkheid bestrijdent

Als je het gelijkheidsbeginsel toepast in een ongelijke wereld bevoordeel je hen die toch al een veel betere uitgangspositie hebben.

Tussentitel: Kijk naar bizarre ondervertegenwoordiging van vrouwen onder hoogleraren

Sebastien Valkenberg betoogt dat er op Nederlandse universiteiten onbekommerd wordt gediscrimineerd (O&D, 24 september). Hij heeft volkomen gelijk. Als je kijkt naar de samenstelling van het personeelsbestand en de studentenpopulatie, dan is er geen andere conclusie mogelijk dan dat deze gekenmerkt wordt door structurele, onrechtvaardige ongelijkheid.

Valkenberg trekt alleen de totaal verkeerde conclusies. In de letterlijke, zo je wilt oorspronkelijke betekenis van het woord, gaat 'discriminatie' simpelweg om onderscheid maken, in dit geval tussen mensen. Tegenwoordig heeft het voornamelijk een negatieve bijklank, waardoor men voor het ondersteunen en bevoordelen van mensen met een sociaal-economische achterstand ook specifiek de term 'positieve discriminatie' heeft bedacht; iets dat in het Engels treffender affirmative action heet.

Hoewel Valkenberg in wezen de gangbare, negatief klinkende betekenis van het woord hanteert, die uitgaat van 'onrechtmatig onderscheid maken', verwijst hij met deze 'onrechtmatigheid' niet naar de bovengenoemde structurele ongelijkheid, maar doelt hij op de door prof. dr. Gloria Wekker geleide Diversiteitscommissie, die de Universiteit van Amsterdam in het leven heeft geroepen. Hij neemt dus de totaal verkeerde onrechtvaardigheid als uitgangspunt voor zijn betoog. Dat hij de commissie bovendien 'diversiteitspolitie' durft te noemen, getuigt van een kwalijk gebrek aan historisch besef.

Hij toont hiermee aan dat zijn moreel kompas herijkt moet worden. Los van specifieke beleidsvoorstellen, die nog niet zijn gedaan, of quota, die helemaal nog niet aan de orde zijn, valt het toch juist te prijzen dat men groepen mensen probeert te helpen die gebukt gaan onder zeer hardnekkige, historische ongelijkheid?

Ja, het logische antwoord op die vraag impliceert dat je mensen gaat beoordelen op hun afkomst. Maar dat doen we dus juist omdat veel mensen al honderden jaren worden beoordeeld op hun afkomst. En ze worden dus negatief beoordeeld, mocht het nog niet duidelijk zijn, op basis van allerlei vooroordelen, stereotypen en angst. Natuurlijk, onze wetten zijn aangepast, maar de ongelijkheden en de vooroordelen waar ze uit voortkomen, zijn zeer hardnekkig.

Valkenberg lijkt met name dit laatste niet te begrijpen. Hij beschikt waarschijnlijk dus niet alleen over een defect moreel kompas, hij lijkt ook te lijden aan het verongelijkte-witte-mannensyndroom. Hij moet wel heel erg blind voor zijn eigen privileges zijn, wil hij niet inzien dat het door hem zo geroemde gelijkheidsbeginsel volkomen nutteloos is als de sociale context waarin dat beginsel ingebed moet zijn, gekenmerkt wordt door diepe ongelijkheid.

De cijfers laten ondubbelzinnig zien dat er ongelijkheid is, en dat sommigen een veel betere uitgangspositie hebben dan anderen. Dus als je het gelijkheidsbeginsel in die situatie gaat toepassen, dan komt dat voornamelijk ten goede van hen die al een voorsprong hebben.

Dit is echt geen raketwetenschap.

Kijk naar de bizarre ondervertegenwoordiging van vrouwen onder het hooglerarenkorps of naar de verschillen tussen de studentenpopulatie van de UvA en de bevolking van Amsterdam. Slechts 15 procent van de studenten heeft een zwarte, migranten- of vluchtelingenachtergrond, tegenover 51 procent van de jongeren in Amsterdam. Dit moet toch zelfs de grootste liberaal aan het denken zetten?

Onlangs zag ik hier iemand tegenin brengen dat van alle vwo'ers, veelal studenten in de dop, slechts 20 procent van allochtone afkomst is - wat overigens een totaal nietszeggend woord is - dus dat de UvA het nog niet zo slecht doet. Serieus? De enige conclusie die je hieruit kunt trekken is dat het nog veel erger gesteld is, en dat structurele ongelijkheid al veel eerder dan op de universiteit aangepakt moet worden.

Maar aangezien wij ons met de universiteit bezighouden, waar we werken en studeren, proberen we daar ons steentje bij te dragen aan het verminderen van ongelijkheid. Dat doet Gloria Wekker met haar Diversiteitscommissie, en dat probeer ik te doen in mijn dagelijks werk. En ook al probeert Valkenberg het terug te brengen tot een cijfermatige discussie over kwaliteit, het diversiteitsvraagstuk staat hier grotendeels los van.

Universiteiten hebben namelijk een maatschappelijke verantwoordelijkheid; een verantwoordelijkheid die op geen enkele wijze gevangen kan worden in het verschil tussen een 8,5 en een 8, zoals hij zelf suggereerde. Een van de belangrijkste doelstellingen van universiteiten is het bijdragen aan oplossingen voor maatschappelijke kwesties. Laten we voor de oplossingen voor institutionele ongelijkheid eens beginnen bij onszelf. Tijd voor affirmative action, bevestigende actie.

Het is heerlijk stereotypisch voor een UvA-docent om Karl Marx van stal te halen, maar de gelegenheid leent zich er zo goed voor dat ik het niet kan laten. Valkenberg is namelijk precies zo'n filosoof waar Marx op doelde toen hij de beroemde woorden sprak: 'De filosofen hebben de wereld tot dusver slechts ge´nterpreteerd; nu komt het erop aan haar te veranderen.'

Martijn Dekker is politiek antropoloog en doceert conflictstudies aan de UvA.


Web:
TT:
Valkenberg heeft gelijk, maar trekt totaal verkeerde conclusies
Kijk naar de bizarre ondervertegenwoordiging van vrouwen onder hoogleraren
Het diversiteitsvraagstuk is geen cijfermatige discussie


Naar Politieke analyse , Politiek lijst , Politiek & Media overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]