.2011

Uit: oligarchie_landverraad_media_identiteitspolitiek


Wel in de reguliere media stond het volgende weerwoord richting Anousha (de Volkskrant, 25-04-2017, ingezonden brief van Tom van Schendel, Rosmalen):
  Waarom altijd zo loodzwaar?

Al weer even geleden las ik het interview met Gloria Wekker, afgelopen zaterdag het interview met Anousha Nzume. Beide gesprekken gingen over het in onze witte maatschappij aanwezige ingebakken racisme, het witte privilege en aanhangend water. Ik ga het nieuwe boek van Anousha Nzume niet lezen. Niet omdat het niet belangwekkend zal zijn. Vast wel, gezien het onderwerp.
    Maar zouden beide dames nu echt denken dat zwart en wit, en alle kleuren daartussenin, werkelijk tot elkaar komen als gevolg van dit soort vreugdeloos, vingerwijzend proza? Ik geloof er geen donder van. De hardcore racist zal het niet lezen en de redelijke witte mens die ik ben wordt nogal pissig van het moraliserende gezeur.
    Cynisch en afkeurend doen over het Ieder1-initiatief van Nasrdin Dchar, die juist doet wat goed is voor het debat dat de dames willen aanzwengelen. Lichtheid brengen in dit loodzware dossier.
    Ik zie de in de ogen van de dames ongetwijfeld afkeurenswaardige metafoor van glad, zwart ijs voor me. Zwart glad ijs waarop mensen, met frisse rode, zwarte, gele en bruine wangen, sierlijk zwierend letters in het ijs krassen.
     Letters die het gesprek vormen dat we met zijn allen voeren. Letters met ouderwetse krullen, korte, stevige letters, van alles wat. Maar in hemelsnaam lichtvoetig... waarbij je niet het gevoel moet krijgen dat je je op glad ijs begeeft.

Boordevol wit privilege, zo'n reactie (Patty D. Gomes, historicus, Amsterdam):
  Wie speelt nou slachtoffertje?

De reactie van Tom van Schendel in de Volkskrant van 25 april op de opvattingen van Gloria Wekker en Anousha Nzume is een mooie illustratie van whiteness en white fragility. Van Schendel laat zien dat het in de anti-racismestrijd nog steeds aan zelfinzicht schort bij de meeste goedwillende witten.
    Van Schendel denkt nog steeds dat hij als wit, redelije mens de enige en vanzelfsprekende autoriteit is die weet hoe het zit. De ervaringen en argumenteren van deze dames doen er voor hem niet toe. Het is 'moraliserend gezeur'.
    Hij wil bepalen wat er mag worden gezegd, hoe het mag worden gezegd en hoe het debat moet worden gevoerd. Hij wil 'lichtheid' in dit 'loodzware dossier'. Betekent dit dat hij te fragiel is voor de onopgesmukte werkelijkheid van racisme? En wil hij dat de zwarten de pil voor hem verzachten? Wie speelt hier eigenlijk slachtoffertje?
    Zou hij deze lichtheid ook aan willen brengen in andere loodzware dossiers, zoals de Holocaust? Ik denk het niet. Toch heeft hij een punt. Ik kan me goed voorstellen dat we in het racismedebat als aanvulling ook gebruik gaan maken van comedy en musicals.
    In de trant van Charlie Chaplins film The Great Dictator, waarin hij Hitler en zijn rapaille voor gek zet en van Quentin Tarantino's Inglorious Basterds, waarin de rollen van onderdrukker en onderdrukte zijn omgekeerd. Arjen Lubach zou de verdeling van Afrika en de roof van haar bevolking en grondstoffen kunnen becommentariŽren. Dolf Jansen zou slimme grapjes kunnen maken over racisme op de werkvloer en in bed.
    En Joop van de Ende zou El Mina the Musical kunnen maken. El Mina was de naam van het slavendepot in Ghana waar de slaafgemaakten soms maandenlang werden opgesloten voordat ze scheeps gingen naar de koloniŽn. En dan met witte acteurs in de rol van slaafgemaakten.
    Hiervoor is wel inzicht nodig in het verschil tussen racistische grapjes en grapjes over racisme.


IRP:
 


Naar Cultuur, gelijkheid , Albanese cultuur , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]