De Volkskrant, 09-08-2014, door Olaf Tempelman .2011

Reizen: aardse paradijzen (6): Cuba

Cuba Libre

In zijn zoektocht naar het aardse paradijs strijkt Olaf Tempelman neer op Cuba*. Natuurlijk! Immers 'een filiaal van de hemel', volgens Harry Mulisch. Volgens Tempelman een dubieus paradijs, vol sexy geluk, dissidenten, lange rijen en melancholieke reizigers.


Tussentitels: Cuba: het meest gelauwerde filiaal van het marxistisch-leninisme, tevens het enige met twaalf maande per jaar zon.
Het befaamde Cubaanse wagenpark is een impliciet protest tegen onze westerse consumptiecultuur
De Ccastro's kunnen niet zonder vijandschap met de VS en het embargo waaraan ze alle misère kunnen wijten
In het revolutionaire Cuba vinden dezelfde soort feesten plaats als in de kapitalistische tijd


Dirás que soy un soñador. Je kunt zeggen dat ik een dromer ben. Het komt uit John Lennons Imagine. Het staat bij een bank in een tropisch park in Havana. Op die bank zit een bronzen Lennon die alle aandacht wegvreet van een bronzen Lenin even verderop. Dromers van overal ter wereld komen voor hem. Voorbijgangers steken duimen omhoog, uit stokoude Buicks en Cadillacs klinken koperblazers. Stel je een land voor waar mensen lachen, waar het leven wordt begeleid door een swingende soundtrack en waar John Lennon een officieel standbeeld heeft.

'Lennon heeft gedurfd, Che heeft gedurfd, Fidel heeft gedurfd', doceert Juan, jeugdig taalwetenschapper uit Buenos Aires, aan medereizigers die flink zwetend wachten op hun beurt naast de Lennon van Havana te mogen plaatsnemen. 'De Cubaanse revolutie blijft het moedigste experiment uit de moderne geschiedenis.'

Je kunt flauw zijn en beweren dat de gangmaker van dit experiment, Fidel Castro Ruz (1926), The Beatles in zijn hoogtijdagen bourgeois vond en Lennon zo laat als 2000 heeft laten neerzetten voor toeristen. Je kunt ook wijzen op Lennons metalen bril: die zit niet aan het beeld vast. Zo vaak werd die bril gestolen dat er een speciaal mannetje in morsig uniform voor is aangesteld. Elke keer als een toerist naast Lennon plaatsneemt, zet dat mannetje de bril op de bronzen neus. Let erop hoe slecht dat mannetje in zijn tanden zit: hij overleeft met voedselbonnen en niet-inwisselbare peso's.

Op T-shirts in toeristenwinkels staat het woord 'Imagine' boven de hoofden van Lennon en Che Guevara. Lennon en Che: twee strijders voor een betere wereld die de kogel kregen. Alleen op Cuba worden ze officieel geëerd.

In tegenstelling tot Lennon gebruikte Che zelf ook kogels om die betere wereld gestalte te geven. Zonder verwijdering van oude contrarevolutionaire mensen geen Hombre Nuevo. 'De revolutie is geen appel die valt als hij rijp is', zei Che. Sartre zag hem aan het werk op Cuba en noemde hem 'de meest complete mens van onze tijd'.

Gianni uit Genua draagt een T-shirt met een zeefdruk van het beroemde Che-shot van Alberto Korda. Om zijn hoofd heeft hij een zakdoek geknoopt tegen de moordende zon. Van een afstand tracht hij het volledige Che-standbeeld van het Che-mausoleum in Santa Clara in de lens te vangen. Dat is nog niet zo eenvoudig: bijna 10 meter gaat het de lucht in.

Che bezat op Cuba al honderden standbeelden en muurschilderingen toen Fidel Castro in 1997 - de Cubaanse bevolking deed het na het instorten van de Sovjet-Unie met kleinere voedselrantsoenen dan ooit - een fors mausoleum liet optrekken om de restanten van de dertig jaar eerder in Bolivia geëxecuteerde revolutionair in op te bergen.

Je kunt dat mausoleum ook een slimme investering in het toerisme noemen. Meer dan vijf miljoen buitenlandse bezoekers togen al naar Santa Clara. Che's geweren en dagboeken zijn hier in vitrines bijgezet. Zonnehoeden moeten verplicht worden afgenomen voor de meest complete mens die zelf niet hield van eerbied. Che, dat is de Jim Morrison van het marxistisch leninisme: jong, sexy en dood - voor altijd.

Hasta la victoria siempre! Op naar de overwinning, altijd! Che's strijdkreet prijkt 47 jaar na zijn dood nog op muren van Cubaanse fabrieken, boven overheidsgebouwen en midden tussen het suikerriet. Slogans bezit het Cubaanse landschap ook in 2014 nog in enorme hoeveelheden.

'De revolutie is eeuwig en onomkeerbaar.'

'Revolutie vereist constante inspanning.'

'Een enkele partij! Een onaantastbaar beginsel.'

'Voor een welvarend en duurzaam socialisme.'

De meeste van de drie miljoen toeristen die Cuba jaarlijks trekt, zul je niet horen beweren dat die slogans exact overeenkomen met wat je om je heen ziet. Op het eiland waar de revolutie 55 jaar geleden zegevierde over kapitalisme en imperialisme, moet je oogkleppen dragen om geen armlastige inwoners waar te nemen, in raamloze bussen die zwarte walmen braken waarvan je misselijk wordt. Maar als je hart hebt voor Cuba, zie je daar ook het mooie van.

Cuba, laboratorium van Che's Nieuwe Mens, was het meest gelauwerde filiaal van het marxistisch leninisme van de 20ste eeuw, tevens het enige met twaalf maanden per jaar zon. Veel van de mooiste lofzangen werden gemunt door beroemdheden die op het vliegveld werden opgewacht.

De Colombiaanse schrijver Gabriel García Márquez beschikte tot zijn dood in april jongstleden over zijn eigen villa in Havana en werd er gereden door Castro's chauffeurs. De Portugese schrijver José Saramago, overleden in 2010, droeg zijn Nobelprijs van 1998 op aan Castro. Harry Mulisch, gestorven in hetzelfde jaar, muntte na een speciaal voor hem samengesteld programma met Cubaanse schonen zijn Cuba-synoniem 'filiaal van de hemel'.

Tot op de dag van vandaag komen hier Argentijnse, Spaanse en Italiaanse vrienden van de revolutie die dat filiaal óók proberen te zien - geen eenvoudige opgave als je vrij mag reizen. De meeste bezoekers van nu gaan niet meer gebukt onder ideologische bagage. Toch weet Cuba ook velen van hen voor zich in te nemen. Voor de hemel van 1968 gebruiken zij adjectieven als 'bijzonder', 'uniek', 'authentiek', bezield' en - vaak - 'sympathiek'.

Redenen om met deze plek te sympathiseren zijn er veel. Neem al die hartelijke mensen die ondanks voedselbonnen blijven lachen; luister naar die verrukkelijke son met koperblazers die de communisten als decadent beschouwden, maar die sinds het wereldwijde succes van Ry Cooders Buena Vista Social Club (de echte club was door revolutionairen gesloten in 1962) weer uit de speakers mogen schallen; kijk naar die fantastische Cadillacs uit de tijd dat Cuba nog een lustoord was van de Amerikanen en smachtte naar de bevrijding door Fidel en Che.

Ik deelde een plek op de leren achterbank van een Pontiac uit 1957 zonder kilometerteller met Walter uit Wenen en liet mij ontvallen dat het Cubaanse wagenpark eigenlijk geweldige reclame is voor de kwaliteit van die Amerikaanse diesels: na zestig jaar rijden ze nog!

Zo moet je dat dus niet zien. Dat Cubaanse wagenpark, zegt Walter, dat is een impliciet protest tegen onze westerse consumptiecultuur waarin we dingen te snel afdanken. Het is ook een bewijs van de inventiviteit van de Cubanen, die al sinds hun revolutie blootstaan aan dat embargo van die rottige Amerikanen.

Een filiaal van de hemel is een plek waar de duivel niets te zeggen heeft. Dat die duivel een yank is, dat wisten Cubagangers vroeger en dat weten ze nu vaak nog. Wie minder dan 200 kilometer van de kusten van de duivel woont en hem toch al 55 jaar buiten de deur houdt, die spreekt tot de verbeelding van aardig wat van 's werelds nationaliteiten.

Officiële muurschilderingen waarop de yank oorlog voert of als Dagobert Duck met geld speelt, zijn geliefde fotospots. 'Cuba nog zien vóór Castro doodgaat en de Amerikanen weer zullen komen' - dat is de nummer één onder de antwoorden op de vraag: waarom bent u van heinde en ver naar Cuba gekomen? Stel dat die stokoude Fidel (87) en Raúl (83) er straks niet meer zijn, dan zullen net zoveel M's van McDonald's in het landschap verrijzen als je nu C's van Che ziet. Dan komen er billboards met Coca-Cola en Viagra in plaats van Fidels inheemse viagra Revolucíon.

Het mooie van alleen te gast zijn op Cuba is dat je veel bijverschijnselen van de Coca-Colavrije planeconomie kunt omzeilen. Op de busstations staan Cubanen drie kwartier in de rij voor smerige loketten waar uitgebluste vrouwen achter stapels papier verscholen zitten. Voor de van airco voorziene kantoortjes van de staatsmaatschappij die de toeristen bedient, Viazul, staan nooit rijen: hier kosten kaartjes Cubaanse maandsalarissen. Wil je echt bij Cubanen in de bus? Het mag hoor, maar in die bussen heb je geen airco en word je fijn gedrukt als in een stevige rij.

Restaurants, ijssalons, winkels: staat er geen rij? Dan ze zijn voor 95 procent van de bevolking ontoegankelijk. Er wordt betaald in nieuwe inwisselbare peso's die evenveel waard zijn als de munt van de duivel, de dollar.

Dan die plekken waar betaald wordt in oude niet-inwisselbare peso's. Ik stond 50 minuten in de rij voor een treinkaartje - conform universele wetten veranderde één rij in vijf rijen - 70 minuten voor de deur van een pizzeria en 90 minuten voor de poorten van Havana's illustere Kathedraal van het IJs, Coppelia, waar de fantastische Cubaanse film Fresa y chocolate (1993, 'Aardbeien en chocolade') werd geschoten. Toen ik eindelijk naar binnen mocht en het ijs zag, werd ik overspoeld door het soort heftige vreugdegevoelens dat in het oosten van Europa voorkwam als na vijf jaar de Lada eindelijk werd afgeleverd. Zo leer je iets nog eens waarderen, verwende consument!

De Lada: in de jaren van de eeuwigdurende vriendschap tussen Cuba en de Sovjet-Unie kwam hij ook naar het Caraïbisch gebied. Hij is er nog steeds even gewild als een Pontiac uit 1958. Schaarste maakte rauwe auto's zoet. In de observatie van twee Amsterdamse mannen op reis door Cuba: zo'n Lada krijgt een heel andere allure als er zo'n mooie gespierde neger in blote bast achter het stuur zit.

Zo'n bijna lege staatswinkel krijgt een heel andere allure als er een mooie verkoopster in bikini achter de stokoude houten toonbank staat. Of niet? Bij het bezichtigen van een ingestort Spaans barok bouwwerk in de oude stad van Havana haalde ik mijn knie open, waarna ik op zoek ging naar pleisters. In de toeristenwinkels hadden ze T-shirts van Che, posters van Che, tassen van Che, vlaggen van Che, petten van Che, drinkbekers van Che en nog veel meer van Che - maar geen pleisters. In de eerste staatswinkel hadden ze bruine bonen, in de tweede zeep, in de derde azijn, uitgestald op houten tafels. In de apotheek hadden ze - fijn als je ze nodig hebt - maagzuurremmers.

Zo winkelde je vóór 1989 in Boekarest en Bratislava, maar dan zonder swingende soundtrack, palmbomen en verkoopsters met ontblote ledematen met hetzelfde humeur als Bulgaarse postkantoorvrouwen. Het gezegde 'wij doen alsof we werken, zij doen alsof ze ons betalen' bestond in alle talen van het Oostblok - op Cuba hebben ze het in het Spaans.

Gebruik wat seks in de dresscode van je regime en buitenstaanders worden minder kritisch. Op Cuba gaat het vrouwelijk personeel van de douane en de politie gehuld in minirokken en kousen met opwindende motieven. Miguel, rugzakker van 23 uit Madrid: 'Op Cuba is zelfs de politie sexy!'

Op Cuba is zelfs de staatsveiligheidsdienst sexy. De twee aantrekkelijke vrouwen die staan opgesteld bij de witte gevel van de Santa Rita de Casia in een buitenwijk van Havana zijn staatsveiligheidsagentes.

In een park voor de witte kerk, met tropisch struikgewas, krekels en vuilnis, verzamelen zich tientallen vrouwen en meisjes in witte T-shirts. Dit zijn 'de witte dames van de Santa Rita', Cuba's equivalent van de dwaze moeders van Buenos Aires. De beweging werd opgericht door de vrouwen en dochters van 75 dissidenten en opposanten die tijdens de 'Zwarte Lente' van 2003 achter de tralies verdwenen. Elke zondag lopen ze twee aan twee in een stille tocht over de Vijfde Avenue.

De jonge blogger Alejandro is er altijd bij om foto's te maken. Na twintig minuten sist hij in mijn oor. 'Nu weggaan, de Seguridad heeft je gezien.'

Miriam Leiva, econome, witte vrouw, weduwe van de vorig jaar overleden dissident Óscar Espinosa, een van die 75 van 2003, bewoont een tweekamerappartement aan het eind van een lange gang. Boeken, manuscripten en oude kranten komen tot het plafond en bedekken ook een groot deel van de vloer. Boven op een papierstapel staat een ventilator die kranten doet ritselen.

'Het is hier sinds maart 2003 altijd een rommel gebleven', zegt Leiva. 'De politie bleef toen twintig uur, ze hebben elk stapel overhoop gehaald. De hond moest plassen. Ik zeg: laat me de hond even uitlaten. Het mocht niet. Tegen de ochtend werd Óscar weggevoerd. Ik heb eerst de hond uitgelaten en ben toen achter de typemachine gaan zitten.'

De ironie van de geschiedenis, zegt Leiva, is dat haar man gevangen werd gezet voor dingen die Raúl Castro nu gewoon zegt: dat veranderingen noodzakelijk zijn. 'Raúl is anders dan Fidel, hij kan wel luisteren. Maar hij durft niet te hervormen. Je creëert een beetje openheid en de Amerikanen worden toeschietelijk. Dit regime kan niet zonder die vijandschap met de VS en dat embargo waaraan het alle misère kan wijten. Het laatste wat de Castro's willen is dat het embargo écht wordt opgeheven. Die Republikeinse Castrohaters in Miami, die zorgen voor de handhaving, dat zijn hun feitelijke bondgenoten.'

De ventilator zoemt, Leiva grijpt naar een exemplaar van Cuba's Pravda, de Granma. 'Er zijn hier Chinese en Vietnamese adviseurs geweest die verbijsterd weggingen. Ze zeiden: 'Als jullie geen dogma's willen loslaten, dan kunnen we niets voor jullie doen.' En Raúl Castro grapte tegen die Vietnamezen: wij hebben jullie koffie leren planten en nu verdienen jullie er geld mee!'

11 miljoen inwoners heeft Cuba over, na vele aderlatingen richting de kusten van de duivel. Die inwoners zijn, zegt Leiva, gijzelaars van de buitenproportionele trots van de oudste Castrobroer die achter de schermen zeer aanwezig blijft. En die trots van Fidel, die is verbonden met ideologische dogma's.

In de late jaren zestig loodste hij Cuba naar een recordoogst die geen recordoogst werd. Als 20-jarige studente economie moest Leiva rapport opmaken op een suikerrietplantage. Toen ze het inleverde, hoorde ze voor het eerst wat ze de rest van haar leven nog vaak zou horen: je houdt te weinig afstand tot de feiten, welke waarheid wil je verkondigen? De man met wie zij in 1975 trouwde, de jonge econoom Óscar Espinosa, had toen al 'zelfkritiek' moeten uiten na het plaatsen van vraagtekens bij Castro's economische visioenen.

'Ik wist: ik trouw een man met 'slecht dossier'. Fidel Castro vergeet niet en vergeeft niet. En Óscar kon zijn mond nooit houden als iets evident was: waarom ziet iedereen de feiten maar durft niemand ze uit te spreken?

'Óscar en ik zijn vele malen ontslagen, in 1992 voor het laatst. We publiceerden daarna alleen nog maar ondergronds. In de Zwarte Lente werd het ondergrondse circuit opgerold. Óscar ging ziek de gevangenis in. De omstandigheden in de cel in Santiago de Cuba waren erbarmelijk, zijn gezondheidstoestand verslechterde snel.'

De Zwarte Lente leidde tot de oprichting van de Damas de Blanco. In hun strijd voor vrijlating van hun mannen kregen de witte vrouwen onverwacht steun van José Saramago, die vier jaar eerder zijn Nobelprijs voor de Literatuur nog aan Castro had opgedragen.

'Dat was verrassend', zegt Leiva. 'Maar aan het eind van zijn leven zocht Saramago toch weer toenadering tot Castro. Communisme had voor hem tachtig jaar gestaan voor strijd tegen kwade dingen. Het is dan moeilijk onder ogen te zien dat strijders tegen het kwaad zelf kwaadaardig zijn.'

De vriendschap van Castro met een tweede Nobelprijswinnaar, Gabriel García Márquez, was van een andere orde, zegt Leiva. 'Márquez was geen gelovige in het paradijs Cuba. Márquez vond het een eer in de nabijheid van Castro te mogen verkeren. Hoe werkt zo'n machtige, rancuneuze man? Zo'n boek als De herfst van de patriarch, daarin herken je Castro.'

Van Harry Mulisch - 'Quién? Mulles?' - heeft Leiva nog nooit gehoord. In 2008 trof een Nederlandse toerist in een antiquariaat in Havana een exemplaar aan van Het woord bij de daad, Mulisch' adhesiebetuiging die hij Castro had opgestuurd met een dedicatie: 'Opgedragen in bewondering aan commandant Fidel Castro, die met zijn Cubaanse volk een sprong voorwaarts heeft gemaakt, niet van honderd maar van duizend jaar.'

Het werk van Leni Riefenstahl en Sergei Eisenstein is bekender, maar een van de artistiek geslaagdste propagandafilms werd een halve eeuw terug op Cuba geschoten door Sovjet-cineast Michail Kalatozov: Soy Cuba, door regisseur Martin Scorsese - ook hij Cubafan - aan de vergetelheid ontrukt. In Soy Cuba zien we het lustoord van de Amerikanen vol feesten met Cubaanse schonen. De geëxploiteerde inwoners zien uit naar een bevrijding door een messias. Die komt aan het eind van de film, het is Fidel, El Lider Máximo.

Het interessante is dat in het revolutionaire Cuba dezelfde soort feesten plaats vonden als in de kapitalistische tijd. Echter: vanaf nu stonden ze in dienst van een hoger doel, het slagen van de revolutie en Che's nieuwe mens. Ze brachten vele beroemde gasten in verrukking.

Wie probeert te verklaren waarom zoveel grote culturele persoonlijkheden juist op Cuba een aards paradijs gewaar werden, kan misschien terecht bij Freud. Die bespeurde spanning tussen ons Boven-Ik en ons Es. Ons Boven-Ik: onze hoogstaande idealen en principes. Ons Es: onze primaire neigingen, het carnavalsdeel van onze persoonlijkheid. Tussen die polen schippert ons gewone 'ik' heen en weer, snakkend naar een situatie waarin de spanning wordt opgeheven. Op een swingend feest in de tropenzon waarmee de revolutie een stap vooruit wordt geholpen en een betere wereld in zicht komt, vallen Boven-Ik en Es samen. Niet zonder reden werden de Cubaanse avonturen van Harry Mulisch omschreven als 'neuken voor de revolutie'.

Dat was in de vorige eeuw. Echo's klinken door in kreten van contemporaine Cubagangers. Gianni uit Italië zegt over Cuba: 'zon, zee, Che'. Miguel uit Spanje zegt: 'cha-cha en revolutie'.

Een overeenkomst tussen een reeks bezoekers van toen en nu lijkt een afkeer van wat ooit burgerlijkheid heette. De burgerman die een rustig leven leidt, om kleine spulletjes geeft en op tijd naar bed gaat: bah! Cubagangers zijn zelden bedaarde museumbezoekers, maar evenmin het soort vakantiegangers dat zich zomaar bedrinkt op een strand. Zij zijn zoekers - naar dat iets dat afwijkt van het gewone, het gematigde, het beheerste, het aangelengde, het nette of het gecompromitteerde.

De tegenpool van alle burgermannetjes op aarde blijft Che Guevara. Die werkte 's nachts door aan de revolutie, guerrilla-uniform aan, geweer in de hand. Driekwart van je imago is gebaseerd op je looks, wist Fidel Castro. Cubaanse revolutionairen bleven hun guerrillakleding dragen toen ze allang het comfortabele leven leidden van heren in pakken.

Voor de bevolking lag er minder in het verschiet. Ik heb diep medelijden met mevrouw Marta. Ze heeft zwart geverfd haar, slechte tanden en moet ongeveer even oud zijn als de revolutie. In een van die honderden aftandse Cubaanse musea over de strijd tegen de contrarevolutionairen leidt ze me langs zwart-witfoto's. We zien Fidel die alles weet van suikerriet, Fidel die acht uur durende speeches houdt en Fidel die bloed doneert aan onderdanen. 'De revolutie is onomkeerbaar', is de laatste officiële zin van de rondleiding. Daarna zegt mevrouw Marta zachtjes: 'Het leven is voor mij niet zo makkelijk.' Ik begrijp dat zinnetje en tast in de buidel voor inwisselbare peso's.

Dat doen alle toeristen die doorkrijgen dat zij voor gewone mensen de enige bron van harde valuta zijn. In de oude stad van Havana zie je zwaar vervallen art deco en koloniale barok. Uit open ramen van panden met pre-revolutionaire meubels klinkt de hele dag muziek: son, mambo, cha-cha, reggaeton - de bijdragen van dit eiland aan de wereldmuziek zijn groot.

Ik volg een stroom virtuoze piano-improvisaties uit een open raam en kom uit in het kamertje van Ulysses Castillio, kogelrond en met kroeshaar, beroepspianist in een son-ensemble. Toen de Cubaanse muziek vijftien jaar geleden de wereld veroverde, is hij op tournee geweest in Europa - helaas in arrangementen van de staat, dus verdienen was er niet bij. 'Ik moet deze hele week in een sigarenfabriek spelen, help je me een beetje?' Ik haal inwisselbare peso's tevoorschijn.

Marcus uit Zürich: 'Denk je dat je zo'n man nog spontaan ontmoet als de Amerikanen het straks overnemen? Dan verdwijnt de muziek uit de oude stad, dan wordt Havana clean gerestaureerd, dan zie je 's avonds geen families meer bij transistorradio's, en geen mensen die dansen. Dan komt McDonald's en is de sfeer weg. We komen hier allemaal om die sfeer nog te proeven, voor mensen die authentiek zijn en niet-gelikt. Jij ook: anders had je dat verhaal van die pianist niet aan me verteld.'

In de toeristenwinkels is een poster te koop: 'Cuba Post Castro'. We zien tientallen Castro-figuurtjes met baarden en geweren. Antonio Rodiles, voorman van de dissidente jongerenbeweging Estado de Sats, opereert vanuit het ouderlijk huis aan de rand van Havana. Aan het hek zitten - zichtbaar - camera's van de staatsveiligheidsdienst.

'We zijn geïnspireerd door Charta '77 uit het oude Tsjechoslowakije', vertelt Rodiles. 'Ons enige doel is respect voor de mensenrechten. Onze laatste bijeenkomst was in december. De politie had de hele buurt afgezet om deelnemers de toegang te belemmeren. Er verschenen 6-jarige kinderen bij ons hek. Die zongen: Leve de revolutie, leve Fidel! Een regime dat jonge kinderen inzet als emotioneel chantagemiddel, dat is echt ziek. We hebben het met een telefoontje gefilmd en op YouTube gezet.'

Terwijl de politie deze bijeenkomst onmogelijk maakte, wemelde het in de oude stad van Havana van de toeristen. December is de piek als het gaat om bezoek uit Noord-Europa en Canada. Antonio Rodiles kan er om lachen: 'Voor toeristen is Cuba safari. Een openluchtmuseum met echte mensen.' Bij het afscheid zegt hij: 'Fidel Castro wilde altijd een oorlog met de Verenigde Staten. Die kreeg hij niet. Maar hij kreeg wel de trofee: Havana is veranderd in ruïnes.'

Het unieke van Cuba is dat het met die ruïnes mensen voor zich inneemt. Havana's ingestorte barok staat afgebeeld op ansichtkaarten, samen met de aftandse Chevrolets. Waar anders in de wereld zijn ze succesvol in het verkopen van verjaardheid en verval?

Aan Fidel Castro worden al 55 jaar onterecht magische krachten toegeschreven. Maar hij bezit een zesde zintuig voor imago. El Lider Máximo was altijd een maximale marketeer. Eerst sleet hij zijn revolutie, nu de puinhopen - met dank aan intelligente mensen uit burgerlijke landen op zoek naar iets dat - nou ja - afwijkt van het gewone aardse bestaan.

Wie als gewoon mens blootstaat aan visioenen van revolutionairen en paradijszoekers, die moet inventief zijn. Fernando bestuurt een Plymouth stationwagon uit 1954 met een motor die verrassend Russisch klinkt. Dat komt, zo hoor ik, doordat die motor afkomstig is uit een Sovjet-auto - een Volga uit 1972. Volga's konden doorgaans slecht tegen Cuba's tropische klimaat. 'Ik had een kapotte Plymouth. Mijn broer had een Volga zonder wielen en assen. Nu hebben we samen een taxi die we om beurten rijden.'

De Koude Oorlog op wielen? Fernando lacht: 'Warme vrede!'

.

Met dank aan Kees van Kortenhof, Stichting Glasnost in Cuba.

*Eerdere paradijzen waren Bhutan, Zwitserland, Californië, Bahia en Singapore.

.

KAMERADEN?

Zónder Che Guevara had Fidel Castro de macht op Cuba nooit kunnen grijpen, mét Che had hij die nooit kunnen behouden, wordt vaak gezegd. De dode Che was voor Castro wat de levende niet was: een 'geleid' projectiel.

Fidel en Che ontmoetten elkaar in 1955 in Mexico. Op Cuba wordt Fidel, 28-jarige marxistisch politicus, gezocht door de politie van de pro-Amerikaanse dictator Batista. De 27-jarige Che ('maat'), geboren als Ernesto Guevara in een Argentijnse bourgeoisfamilie, is een arts met guerrilla-expertise. Tijdens motorreizen door Latijns-Amerika heeft bij hem de overtuiging postgevat dat alleen de gewapende strijd het continent van onrecht kan bevrijden.

Eind 1956 beginnen Fidel en Che hun guerrilla op Cuba, uitmondend in de vlucht van Batista op 1 januari 1959. In de eerste maanden van 1959 overziet Che de executie van honderden vazallen van het oude regime. In de jaren erna wordt allengs duidelijk dat Che zijn radicale temperament in het Cuba van Castro niet kan kanaliseren.

In oktober 1965 maakt Fidel een afscheidsbrief van Che openbaar. In 1967 is Che in Bolivia, waar hij in een hinderlaag loopt en, 39 jaar oud, onder het oog van de CIA wordt geëxecuteerd.

.

BIJNA KERNOORLOG

Op zondag 28 oktober 1962 beende Fidel Castro woedend door zijn hoofdkwartier in Havana. Een groot deel van de wereld haalde die dag juist opgelucht adem. Op Radio Moskou werd om negen uur 's ochtends het bericht voorgelezen dat de Sovjet-Unie gehoor gaf aan eisen van de Amerikaanse president Kennedy: Sovjetschepen die met kernkoppen op weg waren naar Cuba en de Amerikaanse blokkade om het eiland naderden, zouden omkeren. De concessie van Kennedy, het ontmantelen van de Amerikaanse kernraketten in Italië en Turkije, werd geheim gehouden.

Tussen 22 en 28 oktober 1962 balanceerde de wereld op de rand van een nucleaire oorlog. Uit Sovjet-documenten die in 1992 werden vrijgegeven, blijkt dat die oorlog nog dichterbij was dan destijds al werd vermoed: de Russische generaal Plijev had reeds toestemming gegeven het Russische kernwapenarsenaal te gebruiken in geval van een Amerikaanse aanval op Cuba.

Vooral Che Guevara was verbitterd over de 'lafheid' van de Sovjets. In november 1962 verklaarde hij tegen The Daily Worker dat de kernraketten waren afgevuurd als ze onder Cubaans bevel hadden gestaan.


red.:  Wat haten die Joden toch ...


Terug naar Politiek lijst , Politiek & Media overzicht  , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]