De Volkskrant, 27-04-2005, column van Anet Bleich

Nooit meer?

Een van de voordelen van het herdenken van het einde van de Tweede Wereldoorlog is dat het geregeld fraaie televisie oplevert. Nieuwe documentaires - vaak van Duitse makelij - over het Ende mit Schrecken als gevolg van de opmars van het Rode Leger naar Berlijn, herhalingen van speelfilms, zoals het hartverscheurende De Pianist van Roman Polanski en nu ook een verfilming, in dertien afleveringen, van de dagboeken van Victor Klemperer. De serie wordt dagelijks uitgezonden op het eerste Duitse net. helaas om een uur 's nachts, maar het is de moeite waard er voor op te blijven. Langzaam, tergend langzaam zie je hoe het net zich sluit om professor Klemperer, een Duitse veteraan uit de Eerste Wereldoorlog, maar, jammer voor hem, ook jood.
    In deel twee (speelt in 1933) neemt de professor rijles. Hij is bepaald geen natuurtalent op dit gebied, maar dankzij z'n vriendelijke en geduldige instructeur, meneer MŁller, haalt hij op het nippertje toch z'n rijbewijs. In de volgende aflevering bezoeken Klemperer en zijn vrouw een dorpsfeest. Er wordt gegeten, gedronken en gemusiceerd. Tot er op een gegeven moment pamfletten worden uitgedeeld voor de inmiddels verboden sociaal-democratische partij. Meteen daarop rukken agenten van de geheime politie binnen onder aanvoering van hun commandant, ene Muller. Omdat mevrouw Klemperer de voormalige rij-instructeur van haar man herkent en die nog steeds eerbied voor Herr Professor koestert, loopt de zaak met een sisser af. 'Doet u tegenwoordig dit werk?' informeert Klemperer zuinigjes. 'Jazeker', antwoordt de plaatselijke Gestapo-chef trots, 'mijn broer heeft de rijschool overgenomen en ik heb hier een prima vaste aanstelling'.
    Het is menselijk, al te menselijk. Van wat er later uit voortvloeide kan dat niet meer worden gezegd, maar tijdens de confrontatie op het dorpsfeest konden Muller noch Klemperer dat weten. Herdenken. Een loodzwaar woord, en ik kan me voorstellen dat sommigen er iets tegen hebben. Het einde van het drama is tenslotte al zestig jaar geleden. Bovendien leerden we de laatste jaren met andere ogen naar die oorlog en bezetting kijken. Het was niet allemaal zwart of wit, laat staan dat iedereen zomaar als 'goed' of 'fout' kan worden gerubriceerd. Onder de oostfrontstrijders bevonden zich idealisten, veel Nederlanders - de meesten - waren geheel in beslag genomen door de noodzaak zichzelf en hun gezin door die moeilijke periode heen te slepen, de joden hadden ook hun `Joodse Raad', die hen aan de vervolgers uitleverde in de hoop zo zichzelf en wat dierbaren te redden. Heel begrijpelijk allemaal. En omdat we dat tegenwoordig zo goed begrijpen, herdenken we voornamelijk het leed. En zeggen er misschien nog bij dat vrijheid niet iets vanzelfsprekends is. Gelukkig dus maar dat wij die vrijheid hebben. Toch is ook dit nieuwe oorlogs- en herdenkingsbeeld hopeloos incompleet.
    Inderdaad, vrijheid is niet vanzelfsprekend. Indertijd, 65 jaar geleden, moest ervoor gevochten worden. Er waren mensen die dat deden. Niet zo heel veel, maar ze waren er. Gelukkig. Ook voor mij persoonlijk, want als ze er niet waren geweest, dan ik ook niet. Toen die ellendige tijd ten einde was gekomen, hebben de mensen hier gezegd: dit willen wij nooit meer. Dit mag nooit meer gebeuren.
    Het lijkt me een logische en volkomen terechte conclusie. Toch schijn je je tegenwoordig in veler ogen belachelijk te maken als je zoiets zegt. Het is namelijk politiek correct en derhalve ongepast. Beetje vreemd, vind ik. Als we het op gezag van onze minister-president over normen en waarden moeten hebben, dan is opkomen voor vrijheid en tegen onderdrukking volgens mij niet het allerlaatste waaraan je zou denken.
    Vrijheid kan tenslotte zomaar verloren gaan. Zoals toen is gebeurd. En zoals nu voor sommigen dreigt te gebeuren. Voor Geert Wilders bijvoorbeeld die het afgelopen weekend z'n boek niet mocht signeren bij Scheltema, omdat de boekhandel bang was dat na zijn vertrek de veiligheid niet kon worden gegarandeerd. En - bien ťtonnes de se trouver ensemble - voor de 26 duizend uitgeprocedeerde asielzoekers die al meer dan vijf jaar in Nederland verblijven, maar van Rita Verdonk het land uit moeten, ook al zijn sommigen van hen hier geboren en getogen. Wie staat er op zich in te zetten voor hun vrijheid? (Ik doe zelf ook veel te weinig, hoor.) Voor die van Geert Wilders om dat boek van hem - vol ideeŽn die als ze zouden worden uitgevoerd op hun beurt de vrijheid aantasten van mensen die in Allah geloven in plaats van in God of in Niets - te signeren waar en wanneer hij maar wil. Ingewikkeld hŤ? Zo ingewikkeld kan het zijn. Wie staat er op om op luide toon te eisen dat die 26 duizend mensen, met wie jarenlang is gesold, hier nu eindelijk een toekomst mogen opbouwen?
    Dat heeft gelukkig de schrijfster Marion Bloem gedaan met haar brief aan de koningin waarin ze vraagt om een royaal gebaar. Alstublieft, Majesteit, ik weet dat het niet vraag, maar wees even moedig als uw oma was en vraag mevrouw Verdonk eens op de thee.


IRP:   Na eerst met inzet van literaire middelen de ernst van de zaak te hebben geschetst, laat Bleich haar logica los. De behandeling van asielzoekers is eenzelfde aantasting van hun vrijheid als die van de joden in de Tweede Wereldoorlog, en dus dienen wij ze onderdak te geven. Dus maar even verder met die logica: wat geldt voor de jood, pardon Koerd of SyriŽr of Afghaan of Irakees of Kongolees, die hier zit, geldt voor alle Koerden, SyriŽrs, Afghanen Irakezen en Kongolezen. Dus moeten we ze allemaal een verblijfsvergunning geven. Dat is pas een echt generaal pardon. Absurd. Maar het schandelijke zit in de vergelijking met de joden. Het maakt degene die niet bereid zijn Bleich's absurde logica te volgen tot jodenvervolgers. De inzet van de jodenvervolging in deze discussie is een herhaling van de wandaad die gepleegd is in de discussie rond Pim Fortuyn. Hoewel dat laatste nu enigszins wordt toegegeven, is er kennelijk niets van geleerd. In ieder geval niet door Bleich. Het feit dat ze zelf joodse is, maakt dit nog ernstiger, omdat kritiek erop ook als anti-joods afgeschilderd zou kunnen worden. Deze zaak maakt nog eens duidelijk dat er een ernstige behoefte is aan een regulerend orgaan voor de media, waar dit soort vormen van racisme aangeklaagd kunnen worden.
    Ten overvloede even nog iets over Bleich's logica, in de vorm van een opmerking te plaatsen achter haar opmerking over het uitvoeren van de ideeŽn in Wilders' boek: als de ideeŽn uit de het boek van hen die in Allah geloven zouden worden uitgevoerd zou de vrijheid pas echt aangetast worden.


Terug naar PC Bleich , PC en afkomst , of naar site home .
 

[an error occurred while processing this directive]