De Volkskrant, 07-08-2012, door Doreen Carvajal .2011

Reportage | Hoedenfabriek FernŠndez y Roche

Spaanse hoeden voor joods New York

Een 127 jaar oude hoedenfabriek bij Sevilla ziet de afzet in Spanje inzakken, maar komt toch goed door de crisis dankzij de verkoop van hoeden aan orthodoxe joden in New York.

Tussentitel: De hoed moet een stevige look hebben, niet zacht - Albert Ehrman - Kova Quality Hatters

Sinds de oprichting 127 jaar geleden heeft de hoedenfabriek FernŠndez y Roche, 15 kilometer ten westen van Sevilla, elke crisis doorstaan. Ze overleefden de hoedeloze trend in de jaren dertig van de vorige eeuw, waardoor de gleufhoed wegkwijnde. Ze overleefden de afnemende populariteit van de baret onder katholieke priesters. En nu overleven ze, dankzij de globalisering, de aanhoudende teruggang van een van de kenmerkendste symbolen van AndalusiŽ: de stijfgerande, platte cordobťs, de hoed die ruiters dragen.

Toch gaat het met de hoedenfabrikant ondanks de Spaanse crisis uitstekend, dankzij een opmerkelijk gat in de markt: duizenden zwarte hoeden worden verkocht aan de ultraorthodoxe chassidische joden in Jeruzalem, en Brooklyn, New York.

'Ze redden ons tijdens de crisis', zegt Miguel GarcŪa Gutiťrrez (35), directeur van de fabriek. 'We bedienen een belangrijk deel van de Spaanse traditionele hoedenmarkt, maar die is in drie jaar met 20 tot 30 procent ingezakt. Maar onze export stijgt dankzij de hoeden voor orthodoxe joden.'

En dat terwijl de regionale ambachtelijke industrie te lijden heeft van een overafhankelijkheid van de zwakke thuismarkten. Dat geldt voor de kunstenaars die de borlas maken - de zijden kwasten voor de rijk versierde religieuze praalwagens - tot de gezinnen die gewaden borduren voor de beelden van de Maagd Maria die door Sevilla worden gedragen tijdens de o zo belangrijke Paasweek in de stad.

Eigen mode
De banden tussen de fabriek en de Satmar-gemeenschap in Brooklyn, een van de grootste - en radicaalste - chassidische bewegingen met meer dan 150 duizend leden, gaan terug tot 1980, toen een hoedenmaker zijn activiteiten in de Verenigde Staten staakte en een plaatselijke winkel, Kova Quality Hatters, nieuwe leveranciers vond. Er worden jaarlijks inmiddels meer dan 12.500 zwarte hoeden uit Sevilla verkocht. Meer dan 70 procent wordt geŽxporteerd naar de VS, Engeland, Japan, BelgiŽ en IsraŽl.

De hoeden voor de orthodox-joodse markt staan niet in een catalogus of op een website. De drie populairste modellen geven hun mode-statement door hun naam: Bent Up (een stukje rand sierlijk omhoog gebogen), Snap Brim (jagershoed) en de Clergy (bovenop rond, zonder 'deuk').

'De zwarte hoeden mogen erg op elkaar lijken, maar deze groep heeft zijn eigen mode', zegt Garcia. 'Stijlen ontwikkelen zich continu, de kroon is hoger of lager, of de rand is breder of smaller.'

De markt is volgens hem veeleisend, maar heeft een voorkeur voor een diep zwarte hoed zonder variaties in kleur of gewicht.

De nauwelijks waarneembare verschillen zijn belangrijk, zegt Esther Muchawsky-Schnapper, van het IsraŽl Museum in Jeruzalem, waar een tentoonstelling is over de chassidische joden, inclusief de Satmar-beweging en hun hoeden.

Sommige groepen zijn met de satijnen linten op de hoeden rechtsdragend, andere linksdragend. Deze mode staat voor de keuze van hun leiders en groepsleden, zegt Muchawsky. De rand van een hoed is een beslissende factor. 'Je kunt de verschillende groepen onderscheiden aan hun hoeden. De Satmars in Jeruzalem dragen een platte hoed van konijnenhaar, die fluweliger is dan de hoeden voor de Satmars in New York.'

Albert Ehrman is de tweede generatie in zijn familie die de Kova Quality Hatters leidt in Borough Park in Brooklyn. Een keer per jaar gaan hij en zijn vrouw Miriam naar Zuid-Spanje en beoordelen planken vol Clergy-hoeden, die het meest gewild zijn onder zijn Satmar-clientŤle. Begin deze zomer was Ehrman uren bezig met het nameten van hoedenranden. Het gaat hem niet alleen om uniformiteit, maar ook om de goede, scherpe hoek van de Clergy, waarvan de rand steeds smaller wordt en die in de VS 175 dollar (140 euro) kost.

In de fabriek staan zeldzame houten kammachines die dateren van het begin van de 20ste eeuw. Ze worden gebruikt om hoedenvilt te maken van konijnen-, hazen- en beverbont. De meeste van de veertig medewerkers hebben het vak in de fabriek geleerd, omdat er geen scholen zijn voor hoedenmakers.

Het vilt voor de hoed wordt in de zomer gevormd, als de lucht niet vochtig is. Daarna wordt de hoed in wording gesteven met een gouden hars uit India, voordat ze - met stoom - in de vorm worden getrokken. Naaisters voegen de banden, linten en labels toe.

Overgangsrite
De vorm moet precies goed zijn, zegt Ehrman. 'Als onze klanten hun hoed op hebben, moet die een stevige look hebben, niet zacht.' Een bezoek aan zijn winkel is een overgangsrite voor gezinnen die met hun zoon komen als die 13 is geworden. Voor hem kiezen ze een Roche, de Spaanse fabrieksnaam afgekort, wat klinkt als het hebreeuws voor 'hoofd'.

'Het fascineert me', zegt Simon Yisrael Feurman (49), een psychotherapeut uit New Jersey. Hij draagt op zaterdag zijn Snap Brim (jagershoed). 'De mannelijke identiteit zit zo diep in de gemeenschap. Een bezoek aan Kova is echt de enige keer dat ze ijdel zijn. Ze blijven maar kijken naar de hoed. Is deze rand niet te groot? Maakt deze me te dik? Er is niets belangrijkers dan de hoed. Niets.'

IRP: 


Naar Cultuur, gelijkheid , Albanese cultuur , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]