De Volkskrant, 10-07-2012, door Ron Ritzen, pedagoog, jurist en filosoof. .2010

Religieuzen worden juist te veel ontzien

Anders dan gekwetste gelovigen menen, was het oordeel van de Keulse rechter die besnijdenis verbood genuanceerd, zorgvuldig en afgewogen.


Tussentitel: Waarom zouden joodse en islamitische tradities moeten prevaleren?

De atheÔsten hebben weer toegeslagen, als we Yoram Stein mogen geloven (O&D, 4 juli). Een Keulse rechter, die blind is voor de voordelen van religie en niets begrijpt van de ware aard van opvoeding, heeft jongensbesnijdenis verboden. Het feit dat een besnijdenis een kind dwingt om te behoren tot een religieuze gemeenschap is volgens Stein voor de rechter het beslissende, maar ondeugdelijke argument om de jongensbesnijdenis als misdrijf te beschouwen. Het oordeel van deze rechter past in een klimaat waarbij er - zeker sinds 11 september 2001 - steeds minder begrip is voor religieuze minderheden.

Helaas is de weergave van de overwegingen van de Keulse rechter door Stein niet eens meer een karikatuur te noemen. Niet alleen gaat hij volledig voorbij aan diens argumentatie, maar hij legt de rechter allerlei woorden in de mond die niet uit de uitspraak zijn af te leiden. Nederland zou die lijn moeten volgen.

Wat zei de rechter? Ouders hebben het recht kinderen op te voeden, maar dat recht is aan beperkingen gebonden. Als een ouder zijn kind mishandelt, kan hij zich niet vrijpleiten door zich bijvoorbeeld te beroepen op zijn recht om zijn kind op te voeden op een manier die hij goed acht.

Een andere grens is het grondrecht van een kind om gevrijwaard te blijven van verminkingen. Dat is verboden op grond van art. 1631 van het Duits Burgerlijk Wetboek. Dat wetsartikel werd november 2000 ingevoerd, dus ruim voor 11 september 2001, en heeft dan ook niets te maken met een of andere anti-religieuze mode die sinds 9/11 van kracht is, zoals Stein beweert. De rechter past dus gewoon de Duitse wet toe, waarvan de wortels uit 1957 dateren. Stein verzwijgt dit argument.

Verder stelt de rechter dat een besnijdenis blijvend is en ook niet gerepareerd kan worden. En omgekeerd wordt het opvoedingsrecht van de ouders niet onredelijk beperkt als ze moeten wachten totdat een jongen welbewust kiest om een symbool te dragen waarmee hij laat zien tot een bepaalde gemeenschap te willen behoren.

Is dat tweede argument raar? Stein meent van wel, omdat hieruit blijkt dat de rechter een onrealistisch beeld heeft van wat opvoeding inhoudt. Hij vooronderstelt dat een goede opvoeding er een is waarin het kind zonder enige vorm van dwang zich kan oriŽnteren op allerlei verschillende opvattingen die er in de wereld te koop zijn.

Volgens Stein is dat een misvatting want wij worden niet geboren in een soort levensbeschouwelijke supermarkt. De rol van de ouders is in deze opvatting niets anders dan het kind neutrale informatie meegeven over wat er in deze supermarkt zoal te verkrijgen is.

De realiteit, stelt Stein, is echter dat opvoeding nooit neutraal kan zijn. Iedere opvoeder leert een kind dat het goed is om je aan tradities te houden of niet, om naar de kerk te gaan of niet, om de Bijbel te lezen of niet. In die zin is iedere opvoeding een vorm van 'indoctrinatie'. Opvoeding is nooit neutraal, aldus Stein. Opvoeding is overdracht en daar hoort in dit verband jongensbesnijdenis bij.

Ook hier schetst Stein een karikatuur. De rechter stelt helemaal niet dat een kind al zelfstandig keuzen kan maken. Hij zegt letterlijk dat ze dit pas op latere leeftijd kunnen en dat daarom de keuze (wel of niet besnijden) naar een later tijdstip moet worden geschoven. Het beoogde eindpunt van de opvoeding is de autonoom denkende persoon, en dat is alles behalve een vreemde opvatting. De rechter pleit enkel voor uitstel van een ritueel. De vrijheid van godsdienst wordt op deze wijze niet wezenlijk aangetast.

Het verbod op het toebrengen van verminkingen van het lichaam van kinderen past bij de traditie die we in West-Europese landen aantreffen. Een volledig verbod treffen we sinds 1979 in Zweden aan. Soortgelijke bepalingen zijn er ook in Denemarken, Noorwegen, Oostenrijk, en - zoals gezegd - sinds 2000 in Duitsland te vinden. Ook - op een ander niveau - in het Verdrag van de Rechten van het Kind, in het bijzonder artikel 19, komen we dit verbod tegen. Deze westerse traditie staat op dit punt tegenover de joodse en islamitische traditie. Waarom zou de eerste moeten wijken?

In Nederland, zo beweert Stein, is steeds minder begrip en respect voor religieuze minderheden. Dat is in dit verband (alweer) onjuist. Uitgerekend op het terrein van jongensbesnijdenis heeft de Hoge Raad vorig jaar juist bepaald dat jongensbesnijdenis geen strafbare mishandeling is mits de ouders toestemming hebben gegeven en de handeling medisch gezien deskundig wordt uitgevoerd. Hoezo geen respect? In dit verband is er juist te veel respect.


Naar Cultuur, gelijkheid , Albanese cultuur , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]