De Volkskrant, 16-02-2011, door Robert Vuijsje 16 feb.2011

Hopelijk blijft oorlog alleen in onze hoofden bestaan

Zijn Marokkaanse jongens de Duitsers van deze tijd, of zijn ze juist vergelijkbaar met de joden voor de oorlog?

Robert Vuijsje | Robert Vuijsje debuteerde in 2008 met Alleen maar nette mensen. Dit is de tekst van de lezing die hij gisteravond hield in het Joods Historisch Museum. De volledige tekst staat in zijn pasverschenen boek In het wild.

Tussentitel: Als jood hanteer ik het motto: er is maar ťťn god, en wij geloven niet in hem

Nu wij hier zo samen zijn als Joden onder elkaar, kunnen we het best een keer eerlijk zeggen: wij relateren alles aan de oorlog. Bij iedere gebeurtenis die te maken heeft met discriminatie, onrecht of ongelijkheid, denken wij: hoe staat dit in verband met wat tijdens de oorlog is gebeurd? Overigens denken wij dat ook bij gebeurtenissen die niets te maken hebben met discriminatie, onrecht of ongelijkheid, maar dat is weer een heel ander verhaal.

Wanneer je, zoals ik, van jongs af aan hebt gezien hoe iedere familiebijeenkomst werd gedomineerd door gesprekken over de oorlog, dan kan het haast niet anders, ook al ben je geboren in 1970, dat je bijna alle onderdelen uit je leven in verband brengt met de gebeurtenissen tussen 1940 en 1945.

Om een persoonlijk voorbeeld te noemen: sinds mijn vijftiende jaar heb ik geen relaties meer gehad met blanke Hollandse meisjes. Je zou de oorzaak kunnen zoeken in een sterke voorkeur voor andere soorten meisjes of, inmiddels, vrouwen. Je zou ook kunnen concluderen dat het voortkomt uit een diep wantrouwen tegen blanke Hollanders. Een gedachtengang die voortkomt uit het idee: kennelijk ben ik geen echte Hollander. Voor mijn familie verliepen de jaren tussen 1940 en 1945 op een andere manier dan voor echte Hollanders. De mensen die dat hebben laten gebeuren, kan ik niet vertrouwen.

Voor kwesties als het kiezen van een liefdespartner bestaat nooit ťťn allesoverheersende reden, maar ik sluit niet uit dat dit wantrouwen onderbewust een rol kan hebben gespeeld. Echte Hollanders zullen dit nooit begrijpen. Die hebben geen ervaring - en dat is ook logisch, je kunt het ze niet kwalijk nemen - met het gevoel een minderheid te zijn of, in het ergste geval, een bedreigde minderheid.

Over dat gevoel wil ik het hebben. Eerst wil ik een onderscheid memoreren dat wordt gemaakt in mijn boek Alleen maar nette mensen. In Amsterdam-Zuid wonen ze niet ver van elkaar verwijderd, maar toch bestaat er een subtiel verschil tussen de intellectuele joden en de textieljoden, oftewel: de geldjoden. In het boek worden textieljoden omschreven als babbelaars en regelaars die in grote auto's rijden en in dure bungalows wonen. Intellectuele joden zijn wereldvreemd en onhandig, ze rijden in net wat minder grote auto's en denken niet zozeer na over geld, maar over de meaning of life.

Aan deze twee karikaturen wil ik nu een derde toevoegen: de religieuze jood. Die houdt zich niet bezig met seculiere zaken als auto's en bungalows of de meaning of life. Religieuze joden, ook wel orthodoxe joden genaamd, richten zich op religie. Ze voelen zich joodser dan de andere joden. Misschien denken die liberalen en atheÔsten dat ze ook joods zijn, maar zij hebben het lekker makkelijk. Ze kunnen, zonder keppeltje of andere niet te missen herkenningspunten, ongestoord en onherkenbaar over straat lopen. De religieuze joden denken: wel de lusten maar niet de lasten - zo kan ik het ook.

Als Nederlandse jood anno 2011 is dit het grote vraagstuk: wat is je standpunt over de bedreiging van joden door Marokkanen?

Het is, ook doordat wij alles aan de oorlog verbinden, een ingewikkelde kwestie. Wij zijn gewend ons te identificeren met de onderdrukte partij, dat is waar onze sympathie automatisch ligt. Wie is in het Nederland van 2011 de bedreiger en wie is de bedreigde? Nederlandse jongens van Marokkaanse afkomst, want daar gaat het om, gelden als de bedreigers van joden. Tegelijkertijd kent onze snelst groeiende politieke partij als belangrijkste agendapunt: de meedogenloze aanpak van Marokkanen, die volgens anderhalf miljoen kiezers liefst zo snel mogelijk het land moeten verlaten.

Zijn Marokkaanse jongens de Duitsers van deze tijd, of is hun positie juist vergelijkbaar met die van de joden voorafgaand aan de oorlog? Is Geert Wilders de bedreiger of is hij in werkelijkheid een vrijheidsstrijder?

Bij wie moet, als jood, je loyaliteit liggen - bij je bedreigde religieuze broeders en zusters of bij hun bedreigers, die zelf weer op een andere manier bedreigd worden? Welke bedreiging is erger - joden die niet langer als zodanig herkenbaar over straat kunnen omdat ze in elkaar worden geslagen door zogeheten straatterroristen, of Marokkanen die hier moeten leven in de wetenschap dat de op twee na grootste politieke partij als belangrijkste agendapunt heeft: zij zorgen voor alle problemen in ons land?

Is Geert Wilders echt zo pro-IsraŽl als hij beweert? Hoe betrouwbaar kan iemand zijn die in zulke bewoordingen spreekt over een andere minderheidsgroep? Staat hij echt aan onze kant of zou hij, in het hypothetische geval dat hij de kans kreeg om te doen wat hij wilde met de Marokkanen en de Antillianen, daarna overgaan tot de vraag: welke allochtonen zijn nu aan de beurt? Moeten wij als collega-minderheden solidariteit voelen met elkaar of moeten we vooral kijken naar ons eigen particuliere belang?

Het is voor mij lastig om in te schatten hoe textieljoden en orthodoxe joden erover denken, dus laat ik voor mezelf spreken. Als jood hanteer ik het motto: er bestaat maar ťťn God, en wij geloven niet in hem. Ook heb ik wel eens gedachten die met een beetje goede wil intellectueel kunnen worden genoemd.

Het probleem is dat de vergelijking tussen beide groepen alleen maar meer vragen oproept. De situatie van de joden voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog is wezenlijk anders dan die van de Nederlandse Marokkanen in 2011. Joden waren in 1940 niet verantwoordelijk voor een onevenredig groot deel van de kleine criminaliteit. Ze lieten hun religieuze overtuiging niet zo demonstratief tussen henzelf en de andere Nederlanders in staan. Joden hadden, zeker in Amsterdam, een aanzienlijk grotere bijdrage geleverd aan de ontwikkeling en identiteit van Nederland.

Iedere gedachte over dit onderwerp leidt tot nieuwe gedachten. Het is bijna niet mogelijk om er ťťn duidelijke mening over te hebben. Probeer maar eens te beginnen bij de basis van het antisemitisme onder Nederlandse Marokkanen. Hoe is het mogelijk dat door hen een direct verband wordt gelegd tussen joden in Nederland en het handelen van de IsraŽlische overheid ten opzichte van Palestijnen? Het is een misverstand om te denken dat Nederlandse joden per definitie het beleid van de IsraŽlische regering steunen.

De opstelling van de Europese joden tijdens de Tweede Wereldoorlog verschilt vrij radicaal van die van de joden in IsraŽl sinds 1948. Europese joden waren, en misschien zijn ze dat nog, zachtaardige intellectuelen die over het algemeen niet gespecialiseerd zijn in fysieke of andere oorlogshandelingen. IsraŽlische joden daarentegen hebben zich aardig aangepast aan de wat hardere omgangsvormen die gangbaar zijn in het deel van de wereld dat zij bewonen.

Mag ik hardop zeggen dat alleen al het uitgangspunt voor het antisemitisme onder Nederlandse Marokkanen is gebouwd op onwetendheid en wellicht ook op ongeschooldheid? Ik weet het niet. Ik ben opgevoed met de gedachte dat het niet eerlijk is om op basis van het wangedrag van een kleine minderheid een grotere groep te veroordelen. Hoe groot is het percentage Nederlandse Marokkanen dat antisemitische gevoelens heeft? Ik heb geen idee. Hoe groot is de bedreiging voor joden door Nederlandse Marokkanen? Ik zou het niet weten.

Ik woon veertig jaar in Amsterdam en heb nog nooit een antisemitisch incident met Marokkanen meegemaakt. Wel heb ik afgelopen jaar met eigen ogen en met verbazing gezien hoe alle joodse instellingen die ik bezocht, een synagoge en zelfs een middelbare school, alleen onder zware bewaking konden functioneren. Zou het voor een jood met een keppeltje op werkelijk veiliger zijn om in IsraŽl te leven dan in Nederland? In IsraŽl blijft het niet bij pesten, intimideren of in elkaar slaan. In IsraŽl voeren ze oorlog en schieten ze terug.

Goed. U verwacht nu van mij een antwoord op de vraag: wat is je standpunt over de bedreiging van joden door Marokkanen? Die vraag kan ik niet beantwoorden. Ik kan niet in de toekomst kijken, net zomin als dat in 1939 mogelijk was. Het zou kunnen dat de huidige situatie later vergelijkbaar zal blijken te zijn met die in 1939. Het zou ook kunnen van niet. Het zou kunnen dat Marokkaanse Nederlanders onze bedreigers blijken te zijn. Het zou kunnen dat zij zelf de bedreigde partij blijken te zijn. Het zou ook kunnen dat Marokkanen binnen een of twee generaties gewoon Nederlanders worden genoemd en dat de bedreigingen nooit geŽscaleerd zijn.

Het zou kunnen dat wij ooit nog een situatie meemaken die vergelijkbaar is met de Tweede Wereldoorlog. Het zou ook kunnen van niet. Het enige dat ik met zekerheid kan zeggen is: laten we van harte hopen dat de oorlog uitsluitend in onze hoofden blijft bestaan.



Naar Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]