De Volkskrant, 02-01-2014, door Rob Gollin 2010

Havenloos

Twee miljoen landverhuizers, meest arm, vaak Joods en afkomstig uit Oost-Europa, trokken per boot uit Antwerpen naar Amerika. In het Red Star Line Museum herleeft hun geschiedenis.

Tussentitel: Golda Meir is 5 als ze Kiev verlaat en aan de Schelde inscheept, ze wordt premier van IsraŽl

Dat Amerika toch niet voor iedereen het land is waar all men are created equal, ondervindt het gezin uit Dubasari, Rusland, in februari 1923 op Ellis Island. Haim en Golda Belfer horen van de immigratiedienst op het eiland in de Hudson bij New York dat er even verderop wel onbegrensde mogelijkheden liggen voor het echtpaar en hun drie zoontjes, maar niet voor hun dochtertje. Ethel (5) is geestelijk gehandicapt. Ze moet terug op de boot naar Antwerpen.

De ouders staan voor de keuze. Verder het beloofde land in, met alleen Nesel, Berco en Lejb? Of met z'n allen terug naar BelgiŽ of zelfs Rusland, waar ze maanden eerder juist de armoe achter zich hadden gelaten? Vader Haim besluit Ethel te vergezellen naar Antwerpen, in de hoop later met haar te kunnen terugkeren. Ze nemen hun intrek in hotel Jaffa.

Maar ook in BelgiŽ, waar bij het vertrek de stoornis onopgemerkt bleef, is het verdict nu onverbiddelijk: in het ziekenhuis wordt 'abnormaliteit des geestes' vastgesteld. Voor Ethel eindigt de lange reis met paardenkar en trein uit Dubasari bij de nonnen, de Zusters van Liefde, in het Sint Benedictus Gesticht in Lokeren.

Het is een verhaal uit het interbellum dat vandaag weer tot leven komt aan de kaaien van de Schelde. Onlangs is daar het Red Star Line Museum geopend, in dezelfde loodsen van felrood baksteen die tussen 1873 en 1934 voor twee miljoen landverhuizers de laatste vertrekhalte op het Europese vasteland vormden in hun reis naar de andere kant van de Atlantische Oceaan. Bezoekers treden hier, aan de rand van de oude, nog veelal met kasseien geplaveide havenbuurt 't Eilandje, in hun voetsporen. Ze zien hun koffers, hun foto's, hun brieven, hun vermelding op de passagierslijsten, ze horen hun getuigenissen. De inrichting is ontworpen door het New Yorkse bureau Beyer Blinder Belle, dat ook tekende voor de renovatie van Ellis Island. Vanaf een toren op het museum is er zicht op de dokken en de scherpe bocht in de rivier. Vandaag gaan ze schuil in grijze motregen.

De oceaanstomers van de Red Star Line bepaalden zeventig jaar lang het gezicht aan de Schelde, de SS Belgenland (I en II), de SS Zeeland, de SS Pennland, de SS Friesland - 23 schepen had de Amerikaans-Belgische rederij in die periode. Het hoogtepunt was 1913, toen 117 duizend passagiers de loopplanken opgingen.

Er waren Belgen bij, zo'n 10 procent, en enkele Nederlanders. Maar net als Ethel Belfer, kwam het gros uit Oost-Europa, net als Ethel waren er velen Joods - schattingen lopen uiteen van een kwart tot de helft van de passagiers. Sommigen zochten avontuur, maar de meesten hadden genoeg van een loodzwaar bestaan op schrale akkers. Anderen vreesden de pogroms.

Hun trek naar het westen duurde maanden, wegens geldgebrek soms jaren. Wie illegaal de grens overstak, was vaak aangewezen op mensensmokkelaars. De slagader naar de belofte van een beter leven was het spoor dat vanuit OekraÔne langs Breslau, Dresden, Leipzig en DŁsseldorf leidde en in Hamont-Achel BelgiŽ binnenkwam. De meeste emigranten zaten vierde klasse, in onverwarmde wagons, op houten banken.

Wie van het boerenland kwam, vergaapte zich in Antwerpen aan de grandeur van het Centraal Station en de bourgeoisie die flaneerde op de Meir en de Keyserlei. Maar het was vooral uitkijken naar de reisagent met een pet waarop een rode ster was aangebracht. Die bracht hen naar volkslogementen verspreid over de stad: hotel Frankfurt, hotel du Luxembourg, hotel Jaffa. Daarna volgde meestal binnen enkele dagen het transport naar de Scheldekaaien. Het oponthoud mocht niet te lang duren. De drommen exotisch uitziende vreemdelingen, dikwijls in haveloze kledij, riepen bij de sinjoren gemengde gevoelens op: nieuwsgierigheid, medelijden, maar ook weerzin.

Aan het museumgebouw zelf resteert niet zo veel van het verleden. Toen de landverhuizers niet meer kwamen nadat de Verenigde Staten toelatingsquota hadden ingesteld, werd het een scheepsreparatiehal, een opslagplaats en een kunstenaarsvrijplaats. Het stond jaren leeg. Het opschrift op de gevel met de naam bleef bewaard. Op een binnenmuur schemert nog Hebreeuwse belettering. Ook de wenteltrap naar de eerste verdieping is er nog, de migranten moeten die met kloppend hart hebben genomen. Beneden hebben ze hun kleren ter ontsmetting in reusachtige stoomketels gestopt. Ze hebben een uur onder een van de 36 douches gestaan. Ze hebben hun haren ingewreven met benzeen en azijn tegen de luizen. Maar boven wacht het oordeel of ze aan boord mogen. Ze moeten papieren en geld laten zien en bewijzen dat ze kunnen lezen en schrijven. Maar misschien zien ze het meest op tegen de confrontatie met het medisch comitť. Drie artsen zitten er. Twee namens de Belgische en Amerikaanse autoriteiten, de derde ziet voor de Red Star Line erop toe dat in New York zo weinig mogelijk passagiers worden geweigerd. De terugreis is op rekening van de rederij.

Trachoom, een besmettelijke oogziekte, is een gevreesde aandoening. Wie het heeft, kan toelating vergeten. Er wordt gecontroleerd op schimmelinfecties. Mannen moeten hun broek laten zaken voor inspectie op geslachtsziekten. Er moet wantrouwen zijn geweest. Uitbraken van tyfus in New York en cholera in Hamburg worden toegeschreven aan de toevloed van migranten uit Oost-Europa. Lees wat de Antwerpse emigratiecommissaris EugŤne Venesoen er destijds over zei: 'De Russen hebben geen idee van wat beschaving of properheid is. We kunnen ze beschouwen als de vuilste emigranten die hier aankomen.' La Presse in 1911: 'Hun ziektekiemen kunnen duizenden slachtoffers maken.'

Aan boord van de Red Star Line-schepen verbleven de meeste reizigers in de derde klasse. Aanvankelijk waren dat rijen houten stapelbedden in het ruim. De matrassen waren van stro. De Belgische overheid had proviand voor de tiendaagse overtocht voorgeschreven: 2,5 kilo aardappelen, 500 gram spek en 2 haringen. De welgesteldere passagiers wierpen nog wel eens de restanten van hun maaltijden naar beneden. Later, op nieuwere schepen, verbeterden de omstandigheden aanmerkelijk, door de komst van ventilatie, betere voeding en aparte eetzalen.

Onder de opvarenden zitten kinderen die later beroemd zullen worden. Golda MeÔr is 5 als ze Kiev verlaat en aan de Schelde inscheept. Ze wordt premier van IsraŽl. Ze herinnerde zich nog het eten aan boord, 'dat werd opgediend alsof we vee waren.' Israel Isidore Beilin emigreert als 5-jarig jochie in 1893 met zijn ouders vanuit Wit-Rusland naar de Verenigde Staten. In de jaren twintig en dertig klinkt zijn muziek in de danssalons aan boord van de Red Star Line-vloot: als Irving Berlin had hij faam gemaakt als componist. In 1911 was er al succes met Alexander's Ragtime Band. Puttin' on the Ritz, God Bless America en White Christmas komen later. Zijn dochter heeft een van zijn piano's in bruikleen gegeven aan het museum. Albert Einstein reist in 1933 twee keer met de Red Star Line. Eerst is hij passagier van New York naar Antwerpen. Hij verneemt dan dat de nazi's zijn bezittingen hebben geconfisqueerd. Na een verblijf van enkele maanden in een villa in de kustgemeente De Haan, keert hij als emigrant terug naar de VS. Aan boord schrijft hij zijn ontslagbrief aan de Pruisische Academie van Wetenschappen.

Alle opvarenden hebben een verhaal. Ita Moel wordt net als Ethel Belfer geweigerd op Ellis Island - ze heeft trachoom. Zonder haar moeder en broertjes en zusjes keert het 9-jarige meisje terug naar Antwerpen, waar een Joodse hulporganisatie zich over haar ontfermt. Het zou vijf jaar duren voordat ze zich weer bij haar familie in West-Virginia kan voegen. De kleine Basia Cohen uit OekraÔne trekt met haar moeder zeker een half jaar illegaal door Europa voordat ze Antwerpen haalt. Eenmaal op Ellis Island verblijft ze nog acht maanden in het ziekenhuis, voordat ze de rest van het gezin achterna kan reizen. Eerst moet de schimmel op haar hoofd met behulp van plakband, zalf en windsels zijn verdwenen. De Waalse familie Hutlet vestigt zich in Bruxelles in Canada, de nederzetting is gesticht door oud-inwoners van het Ardense dorpje waar het gezin ook vandaan komt. In hun bagage zitten zagen en een wafelijzer, voor de traditionele traktatie op de zondagen. De voorwerpen bevinden zich nu in het museum in Antwerpen. Hun pijpenrekje is er ook, opvallend genoeg voorzien van een Vlaamse tekst: Rookt nog eentje, zijt tevreden. Zoo zult gij zeker lange leven. Maar de actualiteit is er ook: museumbezoekers horen de verhalen van de landverhuizers van nu uit Antwerpen, Kidane uit Eritrea, Zohra uit Marokko, Mei-Lan uit Taiwan. Hun drijfveren, hun angst, hun hoop wijken nauwelijks af van die van de emigranten van toen op de Red Star Line.

Vanaf de tweede helft van de jaren twintig wordt het stiller rond de gebouwen aan de Rijnkaai. De immigratiequota in de Verenigde Staten maken een eind aan de bloeiperiode van de maatschappij. Getracht wordt met cruises op de schepen het tij te keren. Maar in 1935 dient zich het faillissement aan en neemt een Duitse reder de boedel over. Kort voor de oorlog komen de resterende schepen in het bezit van de Holland-Amerika Lijn.

Met Ethel Belfer, het Joodse meisje in het katholieke gesticht in Lokeren, zou het niet goed aflopen. Vader Haim keert later nog terug uit de Verenigde Staten en richt smeekbedes aan de autoriteiten haar alsnog toe te laten. De moeder-overste van de Zusters van Liefde maakt aan alle illusies een eind. 'Het kind blijft idioot.' De Belfers besluiten na zes jaar hun dochter terug te sturen naar de achtergebleven familie in DubŅsari. Daar sterft ze tijdens de Tweede Wereldoorlog, ziek en uitgehongerd.


Tussenstukken:
Einstein

Albert Einstein maakt een aantal keren de overtocht met een schip van de Red Star Line. In 1933 zat hij zelfs twee keer aan boord: de eerste keer als passagier van New York naar Antwerpen, de tweede keer, enkele maanden later, als emigrant. De ontslagbrief die hij onderweg schreef aan de Pruisische Academie van Wetenschappen is te zien in het Red Star Line Museum.


Vertrek van Hollandse kaden


Ook vanuit Amsterdam en Rotterdam vertrokken in de decennia rond de vorige eeuwwisseling veel emigranten. Maar de meeste gebouwen die een rol in die geschiedenis hebben gespeeld, zijn inmiddels verdwenen of hebben een andere bestemming gekregen.

In Amsterdam herinnert vooral het Lloyd Hotel aan de Oostelijke Handelskade aan dat verleden. De Koninklijke Hollandsche Lloyd, de rederij die vooral overtochten maakte naar Zuid-Amerika, liet het in 1921 optrekken als accommodatie waar 900 landverhuizers konden verblijven in afwachting van hun vertrek. De bouw was een reactie op klachten over de sjofele onderkomens elders in de stad en overlast van de vreemdelingen. Aangrenzend verrees het quarantainegebouw waar de emigranten medisch werden gekeurd en onder de douche konden. Nu zitten er ateliers, een galerie en een horecaonderneming. Op de zijgevel is nog de aanduiding 'ontsmettingsgebouw' te zien.

In Rotterdam vormt Hotel New York op de Wilhelminapier de blikvanger in deze geschiedenis, het voormalige hoofdkantoor van de Holland-Amerika Lijn. Volgens kenners was de rederij in omvang vergelijkbaar met de Red Star Line in Antwerpen - al wist de HAL het bestaan nog te rekken tot begin jaren zeventig. Er waren meer rederijen die emigranten naar Amerika brachten, zoals de Uranian Steamship Company, die veel lagere tarieven hanteerde dan de HAL. Ook Rotterdam had een hotel voor landverhuizers, op Katendrecht, waar ruim tweeduizend bedden stonden. Dat gebouw bestaat niet meer. Wel is er nog het quarantainecomplex in Heyplaat, dat in 1934 werd opgeleverd, op een moment dat de emigratiestroom al aan het opdrogen was. Wel verbleven er nog Joodse vluchtelingen uit Duitsland. Nu zitten er kunstenaars.

Directeur Paul van de Laar van het Museum Rotterdam zegt dat op de nieuwe, nog nader te bepalen locatie van zijn instelling zeker aandacht komt voor het thema migratie. Een apart museum heeft niet zijn voorkeur. 'Migratie hoort bij een havenstad. Dat hoef je niet uit elkaar te halen.'



Red Star Line Museum, Antwerpen. Reserveren van kaarten is in het weekeinde verplicht en op werkdagen sterk aanbevolen. Redstarline.be



Naar Cultuur, gelijkheid , Albanese cultuur , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]