De Volkskrant, 21-09-2013, van verslaggevers Rutger Pontzen en Jaap Stam 2010

Definitief: drie lagen dekkend rood

Ook het tweede rapport toont aan dat restaurateur Goldreyer het werk van Newman heeft overgeschilderd. Nieuwe monsters geven een gedetailleerd beeld van de verflagen.


Tussentitel: Alsof Goldreyer zelf kunstenaar was, schilderde hij eenvoudig een nieuwe laag eroverheen

De gemeente Amsterdam heeft vrijdagmiddag de twee geheime rapporten uit de jaren negentig vrijgegeven over de beruchte restauratie van het schilderij Who's Afraid of Red, Yellow and Blue III van de Amerikaanse kunstenaar Barnett Newman. Amsterdam heeft tot aan de Raad van State geprobeerd openbaarmaking tegen te houden. Die besliste vorige week dat de rapporten uit de kluis moeten.

Beide rapporten van het Gerechtelijk Laboratorium van het ministerie van Justitie stellen onomstotelijk vast dat de Amerikaanse restaurator Daniel Goldreyer het schilderij van Newman grotendeels heeft overgeschilderd met andere, bovendien dekkende, verf. Daardoor is van het origineel niets meer zichtbaar. Over het eerste rapport schreef de Volkskrant woensdag al.

Het tweede rapport versterkt het beeld dat Goldreyer met trial and error dekkende verflagen over het originele schilderij van Newman aanbracht. Het verslag suggereert dat Goldreyer, als hij niet tevreden was met de stralingskracht van een bepaald cadmiumrood, hij daar eenvoudig een nieuwe, donkerdere of lichtere laag overheen schilderde, als ware hij zelf kunstenaar.

Het aanvullende onderzoek werd gedaan met andere verfmonsters uit het door Goldreyer gerestaureerde schilderij. Die monsters geven een gedetailleerder beeld van de verf- en vernislagen die Goldreyer had aangebracht. Ze werden genomen uit alle lagen, ook die Newman had geschilderd.

Op 21 maart 1986 sneed Gerard Jan van B. met een stanleymes het immense schilderij aan flarden. De langste snede was ruim 4,5 meter. In de daaropvolgende jaren 'reconstrueerde' Goldreyer het schilderij tot tevredenheid van toenmalig Stedelijk-directeur Wim Beeren. Volgens hem was het 'overschilderen en sealen (vernissen, red.)' onvermijdelijk om de eenheid van het schilderij en de intentie van de maker te waarborgen. De kosten van de restauratie bedroegen 370 duizend euro.

Toen Who's Afraid of Red, Yellow and Blue III nog in het restauratie-atelier van Goldreyer hing, waren er al twijfels over de werkzaamheden van de Amerikaanse restaurator. Die namen toe nadat het schilderij in 1991 aan het publiek was getoond. Het herstelde schilderij oogde donkerder dan het origineel uit 1967; mat en ruw in plaats van zwak glanzend en glad.

Het leek alsof het rode vlak in zijn geheel was overgeschilderd, wellicht zelfs met een roller. Bovendien zou Goldreyer xyleen hebben gebruikt, een oplosmiddel dat de verf die Newman had gebruikt zou aantasten. Daardoor zou de restauratie van het schilderij niet ongedaan kunnen worden gemaakt; een halszaak voor restauratoren.

In de briefwisseling tussen Goldreyer en de gemeente Amsterdam heeft de Amerikaan altijd volgehouden het herstel van het schilderij te hebben beperkt tot de 'beschadigde delen'.

Uit het tweede 'microscopisch en chemisch-analytisch' onderzoek blijkt nu dat Goldreyer drie dekkende verflagen heeft aangebracht, van verschillende tinten cadmiumrood. Plus een afsluitende vernislaag vermengd met vermiljoen. Als bindmiddel heeft Goldreyer alkydhars gebruikt, terwijl Newman zelf verf gebruikte op basis van lijnolie en hoogstwaarschijnlijk het schilderij niet heeft gevernist.

Hoewel het Stedelijk het laboratorium uitdrukkelijk vroeg ook na te gaan in hoeverre de restauratie omkeerbaar was, hebben de onderzoekers daarover geen uitsluitsel gegeven.

Amsterdam wilde de twee onderzoeksverslagen van het Gerechtelijk Laboratorium, de voorloper van het Nederlands Forensisch Instituut, niet vrijgeven uit angst voor nieuwe claims van de Goldreyer Ltd. In de jaren negentig hebben Amsterdam en Daniel Goldreyer, die in 2009 is overleden, een ingewikkelde juridische strijd uitgevochten in Amerika.

Nadat er openlijk kritiek was geuit op de restauratie, sloeg de restaurator terug met miljoenenclaims, omdat zijn naam te grabbel was gegooid. In 1997 werd het vijf jaar slepend gevecht beslecht met een schikking. Goldreyer liet zijn schadeclaims vallen, in totaal zo'n 100 miljoen euro. Amsterdam trok zijn claim van 4,5 miljoen euro in.

Ondanks de forensische bewijzen dat Goldreyer had geknoeid met het schilderij, moest Amsterdam wonderlijk genoeg 77 duizend euro betalen. Bovendien mocht de gemeente zich niet meer kritisch uitlaten over de restauratie.

Dat is de reden waarom Amsterdam zich tot aan de hoogste rechter heeft verzet tegen openbaarmaking van de rapporten. Mochten de erven net zo agressief zijn als de restaurator, dan kan de gemeente zich beroepen op overmacht.



Naar Cultuur, gelijkheid , Albanese cultuur , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]