De Volkskrant, 10-03-2012, door Anneke Stoffelen .2011

'We zijn in het verleden echt te soft geweest'

Als de minimumstraf wordt ingevoerd, neemt Fred Salomon ontslag als rechter. Het is niet voor het eerst dat hij zich publiekelijk zo principieel opstelt. 'Ik zie niet in waarom rechters niet wat vaker op de trom zouden slaan.'

Tussentitel: Vroeger was het nooit de dief, maar de maatschappij die het had gedaan
In het algemeen worden kinderen te vlug voor de rechter gebracht

Hij zal geen rustige nacht meer hebben als het kabinet straks de minimumstraf voor ernstige delicten invoert. Een bedreiging van de rechtsstaat, noemt rechter Fred Salomon (64) het plan om misdadigers die binnen tien jaar opnieuw een ernstig delict plegen, standaard te bestraffen met minstens de helft van de maximumstraf. In de praktijk bijvoorbeeld minstens 15 jaar cel voor moord en 7,5 jaar cel voor doodslag.

Eind januari stuurde minister Opstelten (Justitie) zijn wetsvoorstel naar de Tweede Kamer. Het is omstreden in juridische kring. De Raad voor de Rechtspraak is tegen, de Raad van State kraakte het het plan. In de wandelgangen spreken veel meer rechters hun afkeuring uit. Maar Salomon is de eerste die er ook daadwerkelijk persoonlijke consequenties aan verbindt. Als de politiek akkoord gaat met de minimumstraf, wat vermoedelijk binnen enkele maanden het geval zal zijn, hangt Salomon zijn toga aan de wilgen. Definitief.

Het is de derde keer dat de rechter zijn lot verbindt aan wat hij ziet als een maatschappelijke misstand. Aan het begin van dit millennium dreigde hij zijn werk als vreemdelingenrechter neer te leggen. Onder invloed van Pim Fortuyn werd toen in Den Haag gediscussieerd over het opzeggen van het VN-vluchtelingenverdrag. Salomon: 'Toen heb ik gezegd: als ik als rechter wordt gedwongen mensen terug te sturen naar een oord waar zij hun leven riskeren, stop ik ermee. Dat kan ik niet.'

Salomons ouders kwamen als Joodse vluchtelingen in 1933 van Duitsland hiernaartoe. Niet veel later gingen de Nederlandse grenzen voor Joden zo goed als dicht. 'Na de oorlog hebben we met zijn allen gezegd: dit nooit weer. En dan zouden we dat verdrag zomaar opzeggen? Dat is voorbij mijn persoonlijke grens.'

Maar zover kwam het nooit. De discussie over het vluchtelingenverdrag bekoelde en Salomon bleef in functie. Eind 2010 trok hij wel zijn conclusies, nadat hij tien maanden als kinderrechter had gewerkt. Hij zag dat jongeren die ernstig in de problemen zaten en die van hem gedwongen hulpverlening kregen opgelegd, in de praktijk aan hun lot werden overgelaten. 'Waar ben je dan als rechter mee bezig? Ik kon dat persoonlijk niet langer.'

PrincipiŽle streep
Nu hij weer als vanouds als strafrechter werkt, trekt hij voor de derde keer een principiŽle streep in het zand: de minimumstraf gaat hij niet meemaken. 'We hebben in dit land een gescheiden wetgevende en rechtsprekende macht en dat is een groot goed', zegt Salomon. Hij spreekt op de gedragen toon waarop rechters het patent hebben. 'Met minimumstraffen gaat de politiek op de stoel van de rechter zitten. Het ontneemt rechters de mogelijkheid om maatwerk te leveren. In zo'n systeem wil ik niet werken.'

Het is vrij uitzonderlijk dat een rechter zich herhaaldelijk in het publieke debat mengt. 'De scheiding der machten maakt dat veel van mijn collega's uit de rechtsprekende macht weinig geneigd zijn zich te bemoeien met die andere poot, de wetgevende macht. Maar ik zie niet in waarom we niet wat vaker op de trom zouden slaan. Ik voel mij geÔnspireerd door Ybo Buruma van de Hoge Raad, die rechters aanmoedigt meer naar buiten te treden. Mijn ervaring is dat het publiek dat ook kan waarderen.'

Salomon studeerde rechten in Groningen en werkte twintig jaar als jurist op het ministerie voor Verkeer en Waterstaat, voor hij in 1994 aantrad als strafrechter in Amsterdam. Op jonge leeftijd was hij naar eigen zeggen al geÔnteresseerd in de andere kant van een verhaal, in het bemiddelen tussen mensen. 'Ik ben nooit iemand geweest die zich fanatiek aan ťťn zijde heeft verklaard. Daarom past de functie van rechter mij veel beter dan bijvoorbeeld die van advocaat, waarin je enkel uit gaat van de belangen van je cliŽnt.'

Dat meewegen van alle kanten van een verhaal komt nu juist in het gedrang als de minimumstraf wordt ingevoerd, betoogt Salomon. Hij noemt als voorbeeld de echtgenote die al 25 jaar wordt mishandeld door haar man en hem in een opwelling bij een ruzie doodt. 'Stel nu dat zij tien jaar eerder al eens betrokken is geweest bij, zeg, een bankoverval. Met de nieuwe wet zou ik in zo'n geval een zeer zware sanctie moeten opleggen die geen rekening houdt met het feit dat die mevrouw jarenlang heeft geleden onder het juk van die man.'

De roep om zwaarder straffen hangt samen met de steeds grotere aandacht voor het leed dat het slachtoffer is aangedaan. 'Wie barmhartig is voor de wolven doet onrecht aan de schapen', is de leus waarmee het Burgercomitť tegen Onrecht strijdt voor onder meer de invoer van minimumstraffen.

'Wij rechters zijn niet blind voor die maatschappelijke gevoelens', zegt Salomon. 'Die toegenomen aandacht voor slachtoffers is een tendens die ik wel toejuich. In mijn beginjaren als rechter was het nooit de dief, maar de maatschappij die het had gedaan.' Ook Salomon is wat dat betreft een product van de jaren zestig. De verdachte was degene die het moeilijk had, die gebukt ging onder armoede of een slechte jeugd. 'Maar in Groningen heb ik ook college gevolgd bij professor Buikhuisen, die later zeer in opspraak is geraakt. Hij bekeek een achterstandswijk in Leeuwarden waarvan de ene helft van de bewoners wel het criminele pad op ging, en de andere helft niet. Terwijl ze allemaal de omstandigheden niet mee hadden. Buikhuisen stelde de terechte vraag of er niet meer meespeelde dan alleen omgevingsfactoren.'

Toch is het pas het afgelopen decennium geweest dat de aandacht van de rechterlijke macht meer is verschoven van de persoon van de verdachte naar de emoties van het slachtoffer. 'Het was lange tijd not done om als slachtoffer al te veel gevoelens te laten zien, dat werd al snel als gezeur aangemerkt. Niet lullen, maar poetsen. Rechters hebben daar lange tijd te weinig aandacht aan geschonken. We zijn in het verleden echt te soft geweest. Ikzelf ook. De afgelopen tien jaar ben ik pas volop gaan beseffen wat voor heftige emoties een misdrijf bij mensen kan losmaken. Dat heeft ook te maken met een maatschappelijke tendens waarin het veel meer geoorloofd is om over gevoelens te praten. Ook persoonlijke verhalen die verteld worden in de media spelen daarin een rol.'

Salomon herinnert zich een roofoverval op een echtpaar in het Amsterdamse Vondelpark in 1996. De dader kwam weg met een taakstraf. 'Terwijl die mensen echt volledig ontdaan waren dat dit was gebeurd. Dat is een voorbeeld van een zaak waarvan ik nu vind dat ik strenger had moeten zijn. Daar had een celstraf op moeten volgen.'

Voor strenger straffen zijn echter geen minimumstraffen nodig, vindt Salomon. 'Laat dat aan de rechterlijke macht zelf over. We zijn de laatste tien jaar de lucht in gegaan en behoren nu tot een van de strengst straffende landen van Europa, zeker als het om geweld- en levensdelicten gaat.' Dat die feiten nog niet bij een breed publiek zijn doorgedrongen, beschouwt Salomon alleen maar als extra aanmoediging voor de rechterlijke macht om zich meer in het debat te mengen. 'Als we uitleggen hoe we tot een bepaalde strafmaat zijn gekomen, hebben mensen daar veelal begrip voor. Maar het is lastig al die nuances onder de aandacht te brengen. Een vonnis van tien kantjes leest niemand en de Volkskrant gaat dat ook niet afdrukken.'

De pendule moet ook niet te veel doorslaan naar de emoties van slachtoffers, vindt Salomon. 'De vraag die in de rechtszaal als eerste moet worden onderzocht is: is het delict daadwerkelijk begaan en is degene die ik voor me heb, inderdaad de dader? De aandacht voor het slachtoffer en de bijbehorende emoties horen te worden losgekoppeld van die waarheidsvinding.'

Dat emoties in de rechtszaal in de weg kunnen zitten, ervoer Salomon aan den lijve in zijn tien maanden als kinderrechter. Die functie had hij eigenlijk aanvaard met het idee minstens vijf jaar aan te blijven. 'Er wordt geÔnvesteerd in aanvullende opleidingen op het gebied van psychologie en pedagogiek, dat is niet iets om lichtvaardig over te doen. Maar ik merkte bij mezelf dat ik hier toch minder goed tegen kon. Ik raakte te zeer emotioneel betrokken, ik nam het mee naar huis. Ik herinner me een gesprek met een 12-jarig jongetje dat het helemaal had verbruid in een pleeggezin en moest worden opgenomen. Dat hij zelf zei: nee zo gaat het niet langer. Zulke gesprekken raken mij echt. Ik ben gevoeliger voor mensen aan de zwakke kant van de samenleving, dan voor types die hun eigen boontjes wel kunnen doppen. Maar emotionele betrokkenheid is voor een rechter niet goed. Je moet op een verstandige, zakelijke manier tot een besluit komen. Ik kon dat als kinderrechter niet.'

Daarbij speelde bij Salomon onvrede met het systeem. 'Je hebt situaties waarin de Raad voor de Kinderbescherming bijvoorbeeld rapporteert dat sprake was van kindermishandeling: blauwe plekken, het ziet er slecht uit. De Raad verzoekt dat er een gezinsvoogd moet komen. Zo'n advies volg je op, je wijst een gezinsvoogd toe. Maar ik merkte al snel dat in de praktijk het maar de vraag was of er een gezinsvoogd kwam. Er waren gewoon niet genoeg mensen. Dan neem ik een besluit waarvan ik niet weet of het wel kan worden uitgevoerd.'

'Of een jongere dreigde volledig te ontsporen. Er was al een pleeggezin geprobeerd en dat was niet goed gegaan. In zo'n geval moet ik als rechter de vergaande beslissing nemen om een machtiging voor gesloten jeugdzorg af te geven. Maar die instellingen hebben een wachtlijst en hoe lang die precies is, kan niemand zeggen. Dan wees ik dus soms verzoeken toe waarvan ik wist dat ze niet uitgevoerd zouden worden.

'Ik herinner me een jongen die in afwachting van zijn behandeling in het Poortje zat, een justitiŽle jeugdinrichting. Maar na zes maanden was er nog geen behandelplek. Waar ben ik dan als rechter mee bezig? Ik stuur een kind dat behandeling nodig heeft de jeugdgevangenis in. Maar het alternatief is dat je een kind de straat op stuurt.'

Veel te vlug
Salomon vindt bovendien dat hij zaken voor zijn kiezen kreeg die nooit voor de strafrechter hadden moeten komen. 'Natuurlijk, jongens die een benzinestation overvallen waarbij iemand wordt doodgeschoten, daarvan betwijfelt niemand dat een gang naar de rechter noodzakelijk is. Maar in het algemeen vind ik dat kinderen veel te vlug voor de strafrechter worden gebracht.'

Hij herinnert zich bijvoorbeeld een ruzie op een middelbare school tussen twee meisjes van 14. Met een ironische ondertoon: 'Nou het ging er heftig aan toe hoor, de hoofddoeken en haarspelden vlogen in het rond.' De meisjes werden tijdelijk geschorst. Terug in het klaslokaal bleek echter toch een onhoudbare situatie te zijn ontstaan tussen de twee. 'De directie heeft het keurig opgelost en een van de twee meisjes is naar een andere school gegaan. Iedereen tevreden. Maar negen maanden na het hele voorval, krijg ik die meisjes toch nog op zitting. Het probleem is allang opgelost, die kinderen zijn al gestraft en ze weten heus wel dat wat zij deden echt niet kon. Dan vraag ik me echt af: wat is hier de functie van het strafrecht?'

In de documentaire De Kinderrechter, waarin Salomon een van de hoofdpersonen was, is te zien hoe hij in het najaar van 2010 de handdoek in de ring gooit. En met zijn aankondiging definitief te stoppen als de minimumstraf wordt ingevoerd, lijken zijn laatste dagen in toga nu echt geteld. Het voornemen dat hij had bij zijn aantreden in 1994, om twintig jaar aan te blijven als rechter, zal vermoedelijk niet worden ingelost.

Salomon heeft zijn hoop op de Eerste Kamer gevestigd, die onlangs immers ook het verbod op ritueel slachten op het laatste nippertje afschoot. Maar mocht die geen soelaas bieden, dan zal de rechter in zijn lot berusten. 'Ik doe vrijwilligerswerk voor verschillende Joodse organisaties, waaronder het maatschappelijk werk. Daar zal ik dan veel meer tijd aan kunnen besteden.'


Tussenstuk:
FRED SALOMON
1948 Geboren in Den Haag

1972 Doctoraal Nederlands Recht Universiteit Groningen

1972 Medewerker strafrecht- en strafprocesrecht Universiteit Groningen

1974 Medewerker afdeling wetgeving Ministerie van Verkeer en Waterstaat

1994 Rechter rechtbank Amsterdam

1994-1997 Strafrechter

1997-2000 Rechter-commissaris in strafzaken

2000-2003 Vreemdelingenrechter

2003-2009 Strafrechter

2009-2010 Kinderrechter

2010-heden Strafrechter

Salomon woont samen en heeft (uit eerder huwelijk) vier kinderen
Heeft diverse onbetaalde nevenfuncties bij Joodse instellingen






Naar Psychologie lijst , Psychologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]