De Volkskrant, 12-11-2011, door Arnon Grunberg 2010

Best Debuut

Blauwe Maandagen (1984) is het eerste deel uit de serie De Beste Debuutromans,
een collectie van de Volkskrant die twintig romans van bekende Nederlandse
schrijvers bevat. Behalve Arnon Grunbergs Blauwe Maandagen maken
de eerstelingen van onder anderen Harry Mulisch, Jan Wolkers, Kees van Kooten,
Oek de Jong, Charlotte Mutsaers en Margriet de Moor deel uit van de reeks.
Vanaf vandaag, tot eind maart, verschijnt elke week een deel uit de collectie.
    Zie debuutromans.volkskrant.nl en vkshop.nl.

--------------------------------------------------------------

Gered door de realiteit

Uitgeverij Van Oorschot wees hem af, al was de redactrice wel door iets getroffen. Zijn woede. 'Ik leefde in een universum dat bestond uit angst en verlangen.'

Op 2 mei 1994 werd mijn roman Blauwe maandagen gepresenteerd in boekhandel Athenaeum in Amsterdam. Ik had een poffertjestent voorgesteld - ik eet graag poffertjes - maar de uitgever vond boekhandel Athenaeum geschikter en ik legde me neer bij zijn argumenten. 'De literaire wereld gaat niet voor een debuut naar een poffertjestent,' had hij gezegd.

Toen ik naar Athenaeum liep, het was een stralende dag, zei ik tegen mijn toenmalige vriendin: 'We kunnen nu ook naar Zandvoort.'

Dat gevoel heeft mij nooit verlaten: de behoefte zodra je als schrijver de openbaarheid betreedt, signeersessies, televisieoptredens, prijsuitreikingen en dergelijke, te willen vluchten. Lezingen zijn nog het draaglijkst, want je hebt in elk geval wat te doen en halverwege het uitspreken van je eigen lezing vergeet je dat je had willen vluchten.

Blauwe maandagen geldt als mijn debuut en het is mijn debuutroman, maar voordat Vic van de Reijt had besloten dat boek uit te geven, had ik mijzelf al uitgegeven. Ik miste het geduld te wachten tot een gerenommeerde uitgever zou toehappen. Uitgeverij Van Oorschot had mij afgewezen, weliswaar vriendelijk, een redactrice was bij mij op bezoek geweest en had haar bezwaren tegen mijn proza in volzinnen uit de doeken gedaan, uiteraard niet zonder uit te leggen dat ze ook wel door iets getroffen was, namelijk 'mijn woede'.

In 1988 had ik het Vossius Gymnasium zonder diploma verlaten. Ik wilde naar de toneelschool, een gymnasiumdiploma leek mij voor een acteur alleen maar ballast. Maar ik werd nergens aangenomen.

Ik schreef toneelstukken, produceerde ze ook, en voerde ze op in het Polanentheater in Amsterdam voor vrienden, bekenden en enkele daklozen. Parttime werkte ik als jongste bediende bij de Nederlandse Uitgeverij voor Handelsinformatie en Adresboeken (NUHA) aan de Willemsparkweg, waar ik het kantoorwezen grondig leerde kennen. Wat de Tweede Wereldoorlog was voor Hermans, was het kantoorwezen voor mij.

Ik leerde de mens kennen en begreep dat ik mij anders moest opstellen als ik op deze wereld wenste te overleven. Als je zelf niet sterk was, moest je bescherming zoeken; tot je sterk genoeg was om het zelf te doen of tot je betere bescherming nodig had. De mens handelt in bescherming. Toen ik ontslagen werd bij de NUHA richtte ik een literaire uitgeverij op: Kasimir. Ik had namelijk een plan. Ik zou gerenommeerde literatuur uitgeven en na een paar jaar zou ik opeens een onbekende Roemeense of Duitse schrijver uitgeven en die onbekende schrijver was ik dan stiekem. Als ik de literatuur via de achteringang moest betreden, dan was ik daartoe bereid. Want voor mij ging het om niet minder dan redding. Het toneel had nagelaten mij te redden, sterker nog: dat toneel had mij afgewezen, vermoedelijk niet ten onrechte, de literatuur moest het nu maar doen.

Maar het plan om de literatuur te betreden als vergeten Roemeen uit het interbellum werd ingehaald door de werkelijkheid. Vic van de Reijt, die ik had ontmoet op de Buchmesse in Frankfurt, bood mij een contract aan op basis van enkele mondelinge verhalen, een in eigen beheer uitgegeven dichtbundel en nog wat andere verhalen.

Ik had twee zomerbroeken die ik elk seizoen droeg. Als ze allebei in de was zaten, moest ik een broek van mijn overleden vader aan die mij net niet helemaal paste. Ik leefde in een universum dat bestond uit angst en verlangen. 's Avonds liep ik soms tien rondjes om een café totdat ik besloot toch maar naar huis te gaan om daar te gaan lezen.

Zo zag mijn leven eruit in de jaren voor het verschijnen mijn debuutroman. Toch zou ik liegen als ik zou zeggen dat het een miserabele tijd was. Nooit meer heb ik het gevoel gehad dichter bij de waanzin te zijn geweest dan toen. Merkwaardig genoeg pleit dat voor die periode uit mijn leven; in de vaardigheid je min of meer normaal te gedragen ligt ook een verlies besloten.
 

IRP:   genetisch en van huis uit gestoord, en door confrontatie met realiteit langzaam enigszins minder gestoord geworden.. Woede:  gevolg van besef van gestoord zijn.


Naar Cultuur, gelijkheid , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]